Inleiding tot het recht:
internationaal & Europees recht
Examen
Internationaal recht
- Rechtspraak van internationaal gerechtshof (arrest & advies)
Europees recht
- Rechtspraak van hof van justitie van de Europese unie (2 arresten)
1. Vertrek van uit het verhaal (probleem/geschil/feiten)
2. Waarom stapt men (de staten) naar de rechter
Leg uit waarom zijn ze niet eens (een of meerdere punten)
3. Motivatie van het hof (=motiveringsplicht van de rechter)
4. Argumentatie van de rechter (wat belangrijker is dan de argumenten van
de partijen)
5. In het internationaal recht zijn er ook individuele opinies, die niet
noodzakelijk de opinie van de meerderheid is (ook interessant om te kijken
wat de rechter ervan vindt)
Minstens 1 vraag gaat over de arresten/ adviezen
- Schriftelijk examen met open vragen
- Codex mag gebruikt worden
- 3 uur
- 6 van de 20 punten op het onderdeel internationaal en Europees recht
(9/20 examen januari, 6/20 examen juni en 5/20 werkcolleges)
- Om te slagen voor het opleidingsonderdeel Inleiding tot het recht moet de
student op alle onderdelen minimum 50% halen
- Studenten die niet geslaagd zijn krijgen op hun puntenblad het laagste
cijfer van de twee examens
- Voor de rest is het examen een reproductie van de kennis
- Wat tijdens de les verteld wordt, is wat te kennen is
Studiemateriaal
- Eigen lesnotities
- Powerpoints
- Soms extra literatuur op canvas
1
, Hoofdstuk 1: Wat is internationaal
(publiek) recht?
Omschrijving van het internationaal publiekrecht
= inter staten recht, dus niet wat binnen de soevereine staat gebeurt (zie SEM 1)
Het recht dat de verhouding tussen staten regelt
- Staten kunnen beslissen om internationale organisaties te creëren en dus
andere actoren met zekere rechtspersoonlijkheid creëren die deel kunnen
nemen aan internationaal recht
- Het internationaal recht heeft een invloed op nationale rechtsorde
De burgers kunnen zo rechten uitputten/ zich erop beroepen
- Het internationaal recht is dus niet het vreemden recht, duits, frans recht…
want dat is hun nationaal recht
Belangrijke verdragen (primaire bronnen van deze les):
- Statuut van internationaal gerechtshof
- Verdrag van wenen
Kenmerken van het internationaal recht
Omschrijving van het internationaal publiekrecht
Het recht dat de relaties tussen de staten regelt
- Internationaal publiek recht
- Vreemd recht
- Internationaal privaat recht
Groot onderscheid daar tussen
Basiskenmerken van het internationaal publiekrecht
- Consensueel recht
- Geen centrale wetgever
- Geen centrale handhaver
- Geen centrale rechter
= belangrijk om te begrijpen hoe het internationaal recht zich verhoudt tov het
nationaal recht
Verschillende rechtsordes die met elkaar in contact komen
Het internationaal recht heeft het nationaal recht nodig om efficiënt te zijn
- De regels op internationaal niveau moeten door de staten omgezet worden
in wetgeving
- Het internationaal recht moet doorwerken in de nationale rechtsorde
Monistische staten: makkelijker
Dualistische staten: moeilijker
2
,1. CONSENSUALISME
Internationaal recht functioneert eerder horizontaal (gedecentraliseerde
rechtsorde)
Internationaal recht is gebasseerd op een concensus: er is pas recht als staten
dat willen -> zonder de wil van de staten is er geen internationaal recht
- Elke staat kan afonderlijk beslissen of het zich onderwerpt aan regels van
het internationaal recht
- Staat is pas onderworpen aan dat internationaal recht als ze dat zelf wilt
- Staten zijn niet gebonden om bv. elk verdrag te ratificeren
Wel geratificeerd? Dan is het verdrag van toepassing op die staat
Te vergelijken met contractenrecht want daar beslis je ook om al
dan niet onderworpen te zijn
Daarom meer horizontale werking (<-> wetgever legt het recht verticaal op aan
de onderhorigen)
2. GEEN CENTRALE WETGEVER
Geen enkel orgaan heeft de bevoegdheid om regels op te leggen/ te creëeren,
om te bepalen wat recht is
- Iemand anders moet beslissen wat recht is, want er is geen centrale
wetgever
- Dat gaan de staten zelf zijn (beginsel van consensualisme)
- Staten beslissen zelf al dan niet of ze zich hieraan onderwerpen
- De staten gaan de rol van wetgever, rechtsonderhorigen en
rechtshandhaver spelen
Niets boven de staat, want de staten zijn soeverein!
3. GEEN CENTRALE RECHTSHANDHAVER
Omdat de staten soeverein zijn, is er ook geen ‘politie’ in het internationaal recht
Geen orgaan dat de rechtsonderhorigen gaat verplichten om het recht toe te
passen
Dus staten gaan zelf handhaven
- Uit eigen belang
- Mechanismen om te zorgen dat de anderen ook het internationaal recht
gaan respecteren (self help)
Retortie = een staat is van mening is dat een andere staat het
internationaal recht niet respecteert. De staat kan maatregelen
nemen (zonder zelf het internationaal recht te schenden) om die
andere staat duidelijk te maken dat hij het internationaal recht
schendt en hem ertoe aan te zetten om het internationaal recht te
respecteren
Represaies = de ene staat vindt dat de andere staat het
internationaal recht schendt en om druk uit te oefenen tov de
andere staat gaat de staat een stapje verder zetten dan de retortie.
Hij gaat zelf het internationaal recht schenden, om zo duidelijk te
maken dat hij in conformiteit moet treden met het internationaal
recht = legitiem
3
, 4. GEEN CENTRALE RECHTER
Niet elk geschil wordt voor een rechter gebracht (itt nationaal recht -> alle
mogelijke geschillen)
Pas wanneer de staten het willen (consensualisme), wordt een zaak voor het IGH
gebracht
- Beide partijen moeten instemmen om een zaak voor het IGH te brengen
Geschiedenis van het internationaal recht
Internationaal recht = het recht dat relaties tussen staten regelt
- Zonder staten -> geen internationaal recht
- Staat = georganiseerde gezagstructuren die een overheid vormen en
bevoegdheden uitoefenen over stukken grondgebied, over de bevolking
die er leeft
Mensen leven samen en op een gegeven moment hebben ze het gevoel dat ze
zich moeten beschermen tegen allerlei soorten factoren -> doen dat door samen
te werken, overheden te creëeren. Je creëert een overheid om je te beschermen
Vroeger maakten ze ook, zoals vandaag, afspraken met elkaar, en sloten ze
verdragen
Er waren ook manieren om vertegenwoordigd te zijn bij een andere staat
- Bij het hof van een staat waren vertegenwoordigers van andere entiteiten
om hun belangen te behartigen
Wat ontbrak, was een overkoepelende internationale rechtsorde -> pas in de 17 e
eeuw
En er ontbrak ook een duidelijke omschrijving van het feit dat de staten soeverein
waren
De vrede van westfalen (1648) = de geboorte van het moderne internationaal
recht
- Doel = einde maken aan godsdienstoorlogen in Europa (protestant en
katholiek)
- Ontstaan van soevereine entiteiten
Hiervoor had je het christelijk gezag, de paus (hoofd katholiek kerk).
Europese staten waren katholieke staten -> waren onderworpen aan
het pauselijk gezag. Er waren dus geen soevereine entiteiten die het
hoogste gezag uitoefenden
Omdat men de link verbreekt met de paus, werd men soevereine
entiteiten
Het gebeurde niet van de een op andere dag, was een evolutie (maar men
plakt er graag een bepaalde gebeurtenis aan vast)
Evolutie van de statengemeenschap van een beperkt aantal Europese staten
naar een statengemeenschap met bijna 200 staten
Internationaal recht is een Europees recht (ontstaan tussen Europese staten) ->
het behartigd voornamelijk Europese belangen
4
internationaal & Europees recht
Examen
Internationaal recht
- Rechtspraak van internationaal gerechtshof (arrest & advies)
Europees recht
- Rechtspraak van hof van justitie van de Europese unie (2 arresten)
1. Vertrek van uit het verhaal (probleem/geschil/feiten)
2. Waarom stapt men (de staten) naar de rechter
Leg uit waarom zijn ze niet eens (een of meerdere punten)
3. Motivatie van het hof (=motiveringsplicht van de rechter)
4. Argumentatie van de rechter (wat belangrijker is dan de argumenten van
de partijen)
5. In het internationaal recht zijn er ook individuele opinies, die niet
noodzakelijk de opinie van de meerderheid is (ook interessant om te kijken
wat de rechter ervan vindt)
Minstens 1 vraag gaat over de arresten/ adviezen
- Schriftelijk examen met open vragen
- Codex mag gebruikt worden
- 3 uur
- 6 van de 20 punten op het onderdeel internationaal en Europees recht
(9/20 examen januari, 6/20 examen juni en 5/20 werkcolleges)
- Om te slagen voor het opleidingsonderdeel Inleiding tot het recht moet de
student op alle onderdelen minimum 50% halen
- Studenten die niet geslaagd zijn krijgen op hun puntenblad het laagste
cijfer van de twee examens
- Voor de rest is het examen een reproductie van de kennis
- Wat tijdens de les verteld wordt, is wat te kennen is
Studiemateriaal
- Eigen lesnotities
- Powerpoints
- Soms extra literatuur op canvas
1
, Hoofdstuk 1: Wat is internationaal
(publiek) recht?
Omschrijving van het internationaal publiekrecht
= inter staten recht, dus niet wat binnen de soevereine staat gebeurt (zie SEM 1)
Het recht dat de verhouding tussen staten regelt
- Staten kunnen beslissen om internationale organisaties te creëren en dus
andere actoren met zekere rechtspersoonlijkheid creëren die deel kunnen
nemen aan internationaal recht
- Het internationaal recht heeft een invloed op nationale rechtsorde
De burgers kunnen zo rechten uitputten/ zich erop beroepen
- Het internationaal recht is dus niet het vreemden recht, duits, frans recht…
want dat is hun nationaal recht
Belangrijke verdragen (primaire bronnen van deze les):
- Statuut van internationaal gerechtshof
- Verdrag van wenen
Kenmerken van het internationaal recht
Omschrijving van het internationaal publiekrecht
Het recht dat de relaties tussen de staten regelt
- Internationaal publiek recht
- Vreemd recht
- Internationaal privaat recht
Groot onderscheid daar tussen
Basiskenmerken van het internationaal publiekrecht
- Consensueel recht
- Geen centrale wetgever
- Geen centrale handhaver
- Geen centrale rechter
= belangrijk om te begrijpen hoe het internationaal recht zich verhoudt tov het
nationaal recht
Verschillende rechtsordes die met elkaar in contact komen
Het internationaal recht heeft het nationaal recht nodig om efficiënt te zijn
- De regels op internationaal niveau moeten door de staten omgezet worden
in wetgeving
- Het internationaal recht moet doorwerken in de nationale rechtsorde
Monistische staten: makkelijker
Dualistische staten: moeilijker
2
,1. CONSENSUALISME
Internationaal recht functioneert eerder horizontaal (gedecentraliseerde
rechtsorde)
Internationaal recht is gebasseerd op een concensus: er is pas recht als staten
dat willen -> zonder de wil van de staten is er geen internationaal recht
- Elke staat kan afonderlijk beslissen of het zich onderwerpt aan regels van
het internationaal recht
- Staat is pas onderworpen aan dat internationaal recht als ze dat zelf wilt
- Staten zijn niet gebonden om bv. elk verdrag te ratificeren
Wel geratificeerd? Dan is het verdrag van toepassing op die staat
Te vergelijken met contractenrecht want daar beslis je ook om al
dan niet onderworpen te zijn
Daarom meer horizontale werking (<-> wetgever legt het recht verticaal op aan
de onderhorigen)
2. GEEN CENTRALE WETGEVER
Geen enkel orgaan heeft de bevoegdheid om regels op te leggen/ te creëeren,
om te bepalen wat recht is
- Iemand anders moet beslissen wat recht is, want er is geen centrale
wetgever
- Dat gaan de staten zelf zijn (beginsel van consensualisme)
- Staten beslissen zelf al dan niet of ze zich hieraan onderwerpen
- De staten gaan de rol van wetgever, rechtsonderhorigen en
rechtshandhaver spelen
Niets boven de staat, want de staten zijn soeverein!
3. GEEN CENTRALE RECHTSHANDHAVER
Omdat de staten soeverein zijn, is er ook geen ‘politie’ in het internationaal recht
Geen orgaan dat de rechtsonderhorigen gaat verplichten om het recht toe te
passen
Dus staten gaan zelf handhaven
- Uit eigen belang
- Mechanismen om te zorgen dat de anderen ook het internationaal recht
gaan respecteren (self help)
Retortie = een staat is van mening is dat een andere staat het
internationaal recht niet respecteert. De staat kan maatregelen
nemen (zonder zelf het internationaal recht te schenden) om die
andere staat duidelijk te maken dat hij het internationaal recht
schendt en hem ertoe aan te zetten om het internationaal recht te
respecteren
Represaies = de ene staat vindt dat de andere staat het
internationaal recht schendt en om druk uit te oefenen tov de
andere staat gaat de staat een stapje verder zetten dan de retortie.
Hij gaat zelf het internationaal recht schenden, om zo duidelijk te
maken dat hij in conformiteit moet treden met het internationaal
recht = legitiem
3
, 4. GEEN CENTRALE RECHTER
Niet elk geschil wordt voor een rechter gebracht (itt nationaal recht -> alle
mogelijke geschillen)
Pas wanneer de staten het willen (consensualisme), wordt een zaak voor het IGH
gebracht
- Beide partijen moeten instemmen om een zaak voor het IGH te brengen
Geschiedenis van het internationaal recht
Internationaal recht = het recht dat relaties tussen staten regelt
- Zonder staten -> geen internationaal recht
- Staat = georganiseerde gezagstructuren die een overheid vormen en
bevoegdheden uitoefenen over stukken grondgebied, over de bevolking
die er leeft
Mensen leven samen en op een gegeven moment hebben ze het gevoel dat ze
zich moeten beschermen tegen allerlei soorten factoren -> doen dat door samen
te werken, overheden te creëeren. Je creëert een overheid om je te beschermen
Vroeger maakten ze ook, zoals vandaag, afspraken met elkaar, en sloten ze
verdragen
Er waren ook manieren om vertegenwoordigd te zijn bij een andere staat
- Bij het hof van een staat waren vertegenwoordigers van andere entiteiten
om hun belangen te behartigen
Wat ontbrak, was een overkoepelende internationale rechtsorde -> pas in de 17 e
eeuw
En er ontbrak ook een duidelijke omschrijving van het feit dat de staten soeverein
waren
De vrede van westfalen (1648) = de geboorte van het moderne internationaal
recht
- Doel = einde maken aan godsdienstoorlogen in Europa (protestant en
katholiek)
- Ontstaan van soevereine entiteiten
Hiervoor had je het christelijk gezag, de paus (hoofd katholiek kerk).
Europese staten waren katholieke staten -> waren onderworpen aan
het pauselijk gezag. Er waren dus geen soevereine entiteiten die het
hoogste gezag uitoefenden
Omdat men de link verbreekt met de paus, werd men soevereine
entiteiten
Het gebeurde niet van de een op andere dag, was een evolutie (maar men
plakt er graag een bepaalde gebeurtenis aan vast)
Evolutie van de statengemeenschap van een beperkt aantal Europese staten
naar een statengemeenschap met bijna 200 staten
Internationaal recht is een Europees recht (ontstaan tussen Europese staten) ->
het behartigd voornamelijk Europese belangen
4