Samenvatting werkveldverkenning 1
Kennen voor examen
1. Leerpaden
Algemeen inleidende begrippen
Domein 1: algemeen welzinswerk
Domein 2: forensisch sociaal werk
Domein 3: gezondheidszorg
Domein 4: jeugdhulp
1. Gastcolleges (beknopt weten wat de organisaties doen)
OCMW
CAW
Drugpunt
+ alle organisaties in de leerpaden
1. Document hoe doorverwijzen
Staat bij algemene documenten op Chamilo
Algemene inleidende begrippen
De 4 domeinen binnen sociaal werk:
, Algemeen welzijn
Gezondheidszorg
Forensisch sociaal werk
Jeugdhulp
Soorten interventies binnen het sociaal werk:
1e interventieniveau = individu/gezin-systeem
Kenmerk: emancipatorisch werken
2e interventieniveau = groepen/ gemeenschappen/ community
3e interventieniveau = sociaal werkveld/overheden/organisaties
Kenmerk: structurele aanpak
Echelonnering van het sociaal werk:
Lijnen in sociaal werk:
0de lijn = zelfhulp, mantelzorg, vrijwilligerswerk
1ste lijn = rechtstreeks toegankelijke zorg
Vb. huisarts, CAW, OCMW,…
2e lijn = niet rechtstreeks toegankelijke zorg
Hulpverlening waar je doorverwijzing voor nodig hebt
Vb. CGG (centrum geestelijke gezondheid)
3e lijn = niet rechtstreeks toegankelijke zorg
Vaak residentiele zorg
Vb. gespecialiseerde intramurale hulp zoals psychiatrie
Mate van hulp en zorg binnen sociaal werk organisaties:
Ambulant = belanghebbende gaat op consultatie. Dit binnen
bepaalde tijdsspanne.
Semi-residentieel = hulp zonder overnachting of waar geen
verblijf aan vast hangt. Wel intensievere hulp/zorg dan ambulante
zorg
Residentieel = zorg doe dag- en/of nachtopvang bied
Domein 1: algemeen welzijnswerk
Inleiding:
Wat betekend welzijn?
, Het verwijst naar een zekere mate van materiele en immateriële
tevredenheid. Zich goed voelen, wat ook wel beschreven word als geluk
Dit kan opgedeeld worden in:
Geestelijk welbevinden
Fysisch welbevinden
Sociaal welbevinden
Historiek van het landschap:
… tot de jaren 60:
Maatschappelijk werk opgesloten in traditionele kaders
Focus op aanpassen van doelgroepen in het maatschappelijk
gebeuren
Ingebouwd in medische-, juridische- en materiele sfeer
Jaren 60 – 70:
Welvaart groeide
Behoefte naar aanpak sociaalpsychologische problemen
Taak voor autonome centra voor maatschappelijk werk
Hulp door maatschappelijk werkers centraal
Beroep sociaal werk explicieter op kaart gezet
= Professionele hulpverlening
Organisaties zoals teleonthaal en JAC ontstaan
Tijdens de jaren 70:
welzijnswerk = versnippert veld van honderden vzwtjes (vaal 1 mans
zaakjes aangevuld met vrijwilligers)
in 1980:
echt Vlaams welzijnsbeleid
4 grote pijlers:
Jeugdzorg
Kind & gezin
Gehandicaptenzorg
Ouderenzorg
Dit duurde nog tot in de jaren 90 voor algemeen 1e lijns welzijnswerk
vorm kreeg in 3 gekende diensten:
OCMW
CAW
Mutualiteiten
In 1997:
19 december 1e decreet
Kennen voor examen
1. Leerpaden
Algemeen inleidende begrippen
Domein 1: algemeen welzinswerk
Domein 2: forensisch sociaal werk
Domein 3: gezondheidszorg
Domein 4: jeugdhulp
1. Gastcolleges (beknopt weten wat de organisaties doen)
OCMW
CAW
Drugpunt
+ alle organisaties in de leerpaden
1. Document hoe doorverwijzen
Staat bij algemene documenten op Chamilo
Algemene inleidende begrippen
De 4 domeinen binnen sociaal werk:
, Algemeen welzijn
Gezondheidszorg
Forensisch sociaal werk
Jeugdhulp
Soorten interventies binnen het sociaal werk:
1e interventieniveau = individu/gezin-systeem
Kenmerk: emancipatorisch werken
2e interventieniveau = groepen/ gemeenschappen/ community
3e interventieniveau = sociaal werkveld/overheden/organisaties
Kenmerk: structurele aanpak
Echelonnering van het sociaal werk:
Lijnen in sociaal werk:
0de lijn = zelfhulp, mantelzorg, vrijwilligerswerk
1ste lijn = rechtstreeks toegankelijke zorg
Vb. huisarts, CAW, OCMW,…
2e lijn = niet rechtstreeks toegankelijke zorg
Hulpverlening waar je doorverwijzing voor nodig hebt
Vb. CGG (centrum geestelijke gezondheid)
3e lijn = niet rechtstreeks toegankelijke zorg
Vaak residentiele zorg
Vb. gespecialiseerde intramurale hulp zoals psychiatrie
Mate van hulp en zorg binnen sociaal werk organisaties:
Ambulant = belanghebbende gaat op consultatie. Dit binnen
bepaalde tijdsspanne.
Semi-residentieel = hulp zonder overnachting of waar geen
verblijf aan vast hangt. Wel intensievere hulp/zorg dan ambulante
zorg
Residentieel = zorg doe dag- en/of nachtopvang bied
Domein 1: algemeen welzijnswerk
Inleiding:
Wat betekend welzijn?
, Het verwijst naar een zekere mate van materiele en immateriële
tevredenheid. Zich goed voelen, wat ook wel beschreven word als geluk
Dit kan opgedeeld worden in:
Geestelijk welbevinden
Fysisch welbevinden
Sociaal welbevinden
Historiek van het landschap:
… tot de jaren 60:
Maatschappelijk werk opgesloten in traditionele kaders
Focus op aanpassen van doelgroepen in het maatschappelijk
gebeuren
Ingebouwd in medische-, juridische- en materiele sfeer
Jaren 60 – 70:
Welvaart groeide
Behoefte naar aanpak sociaalpsychologische problemen
Taak voor autonome centra voor maatschappelijk werk
Hulp door maatschappelijk werkers centraal
Beroep sociaal werk explicieter op kaart gezet
= Professionele hulpverlening
Organisaties zoals teleonthaal en JAC ontstaan
Tijdens de jaren 70:
welzijnswerk = versnippert veld van honderden vzwtjes (vaal 1 mans
zaakjes aangevuld met vrijwilligers)
in 1980:
echt Vlaams welzijnsbeleid
4 grote pijlers:
Jeugdzorg
Kind & gezin
Gehandicaptenzorg
Ouderenzorg
Dit duurde nog tot in de jaren 90 voor algemeen 1e lijns welzijnswerk
vorm kreeg in 3 gekende diensten:
OCMW
CAW
Mutualiteiten
In 1997:
19 december 1e decreet