Aansprakelijkheidsrecht aantekeningen
Open Universiteit
VK1
Aansprakelijkheidsrecht en het verbintenissenrecht
Verbintenis’ = (i) vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen 2 of meer
personen (ii) krachtens welke de een tot een prestatie is gerechtigd (de
crediteur, schuldeiser) (iii) waartoe de ander verplicht is (de debiteur,
schuldenaar). A (schuldenaar) B (schuldeiser). Belangrijkste bronnen van
verbintenissen: Overeenkomst en OD. Overeenkomst is vrijwillig aangegaan,
bepalend voor rechtsgevolgen. OD: uit de wet, rechtsgevolgen van rechtswege.
Samenloop
Contractuele aansprakelijkheid ex. art. 6:74 BW (toerekenbare tekortkoming in
de nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, ook wel wanprestatie
genoemd). Buitencontractuele aansprakelijkheid ex. art. 6:162 BW (OD). Bij
samenloop van rechtsgronden: de benadeelde mag zijn vordering zowel op
wanprestatie als op OD baseren (hij mag dus kiezen), wanneer de gedraging ook
onafhankelijk van de contractuele verhouding als (zelfstandige) OD is te
kwalificeren. Voorbeeld: Jan schakelt een timmerman in voor het bouwen van een
inloopkast. Situatie 1: De timmerman monteert een balk ondeugdelijk waardoor
deze schade veroorzaakt aan het meubilair. Situatie 2: De timmerman steelt de
portemonnee van Jan.
Twee beginselen
Ieder draagt zijn eigen schade brengt geen schade toe.
Autonomiebeginsel vs. Zorgplicht; onderliggende rechtvaardigingstheorieën:
corrigerende en distributieve rechtvaardigheid.
Functies en kernbegrippen
Functies: compensatie, preventie (belangrijkste functie), genoegdoening, let op:
geen vergelding.
Aansprakelijkheid op grond van een eigen OD vs. Kwalitatieve aansprakelijkheid.
Schuldaansprakelijkheid vs. Risicoaansprakelijkheid.
Vestiging en omvang van aansprakelijkheid
Vestigingen van aansprakelijkheid
- Aansprakelijkheid voor eigen gedrag (art. 6:162 BW) → Leereenheden 2 en
3
- Kwalitatieve aansprakelijkheden (afd. 6.3.2 BW) → leereenheden 4 en 5
Omvang van aansprakelijkheid
- De leer van de toerekening naar redelijkheid (6:98 BW)
- Eigen schuld (art. 6:101 BW)
- Schadeposten → leereenheden 6 t/m 9.
Wettelijke grondslag aansprakelijkheid voor eigen gedrag (Art. 6:162 BW)
1. Hij die jegens een ander een OD pleegt, welke hem kan worden toegerekend,
is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
2. Als OD worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten
in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in
het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid
van een rechtvaardigingsgrond.
,3. Een OD kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn
schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende
opvattingen voor zijn rekening komt
Art. 6:163 BW: Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de
geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de
benadeelde die heeft geleden.
Vereisten:
1. Onrechtmatigheid:
Doen of nalaten. Art. 6:162 lid 2 BW noem 3 onrechtmatigheidsgronden:
1.1. een inbreuk op een recht
Inbreuk op een subjectief recht. Bijvoorbeeld: Persoonlijkheidsrechten (het
recht op leven, integriteit van het menselijk lichaam), Absolute rechten
(het recht op eigendom, beperkte rechten, intellectuele rechten),
Vorderingsrechten (bijv. uit huur of pacht), Grondrechten, zie Rb. Den
Haag 26 mei 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5337 (Milieudefensie/Shell) Maar:
alleen indien directe, rechtstreekse of opzettelijke inbreuk (HR 9 december
1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak)).
1.2. een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht:
Iedere plicht omschreven in een algemeen verbindend voorschrift. Niet als
degene die zich op schending van de wettelijke norm beroept zich door
eigen gedrag aan bescherming van die norm heeft onttrokken HR (16
februari 1973, NJ 1973/463 (Maas/Willems)).
1.3. een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Rechtvaardigingsgrond ontneemt onrechtmatigheid.
Ontwikkeling van de ‘ongeschreven onzorgvuldigheidsnorm’. 2 ‘landmark’-
cases: HR 10 juni 1910, W. 9038 (Zutphense juffrouw), HR 31 januari1919,
NJ1919/161 (Lindenbaum/Cohen) onrechtmatig = onwetmatig?? “onder
OD is te verstaan een handelen of nalaten, dat òf inbreuk maakt op eens
anders recht, òf in strijd is met des daders rechtsplicht of indruist, hetzij
tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het
maatschappelijk verkeer betaamden aanzien van eens anders persoon of
goed, terwijl hij door wiens schuld tengevolge dier daad aan een ander
schade wordt toegebracht, tot vergoeding daarvan is verplicht.” Invulling
van de ‘ongeschreven zorgvuldigheidsnorm: invulling van de
‘ongeschreven zorgvuldigheidsnorm’ sterk context gebonden. Gevaltypen
zijn ontwikkeld in de rechtspraak, o.a.: Gevaarzetting, Ongevallen bij sport
en spel, Ongelukkige samenloop van omstandigheden en Hinder.
Gevaarzetting: Situaties waarin iemand een gevaar voor personen en
zaken in het leven roept en niet de maatschappelijke zorgvuldigheid in
acht heeft genomen. HR 5 november 1965, NJ 1966/136 (Kelderluik);
2. Toerekenbaarheid
Drie toerekeningsgronden (art. 6:162 lid 3 BW):
2.1. Schuld van de dader (verwijtbaarheid) → Slechts in
uitzonderingsgevallen geen verwijtbaarheid: HR 11 november 1983,
NJ 1984/331 (Meppelse Ree)
2.2. Toerekening krachtens de wet → Vgl. art. 6:164 jo. 6:169 BW m.b.t.
kinderen onder de 14 jaar → Vgl. art. 6:165 lid 1 BW m.b.t.
geestelijke of lichamelijke tekortkoming
2.3. Toerekening krachtens de in het verkeer geldende opvattingen
(‘verkeersopvattingen’)
3. Schade
,4. Causaal verband: conditio sine qua non-verband (‘voorwaarde zonder
welke niet’).
5. Relativiteit.
Ratio: voorkomen van een te vergaande aansprakelijkheid
Personele relativiteit: Is de gedraging tegenover deze persoon
onrechtmatig? (Art. 6:162 lid 1 BW ‘jegens een ander’)
Zakelijke relativiteit: Valt de aard van de schade en de wijze waarop
deze is ontstaan onder de bescherming van de geschonden norm?
(art. 6:163 BW)
HR 17 januari 1958, NJ1961/568 (Tandartsen)
HR 13 april 2007, NJ 2008/576 (Iraanse vluchtelinge): ‘(…) De
toelating als vluchteling strekt er niet toe deze in staat te stellen
inkomen (uit betaalde arbeid) te verwerven. Het recht op arbeid
vloeit voort uit de toelating als vluchteling, en ontstaat pas nadat hij
in Nederland als vluchteling is toegelaten. De toelating als
vluchteling vindt plaats om humanitaire redenen, om de vluchteling
te bescherming tegen vervolging in het land van herkomst. Zij
strekt niet tot bescherming van enig vermogensrechtelijk belang
van de vluchteling’
, VK2
Casus 1 – De winkelstraat
Janneke heeft een schoenenwinkel in het centrum van Utrecht. Op een rustige
ochtend besluit zij, vlak na het openen van de winkel, nog even de
natuurstenenvloer te dweilen. Halverwege bedenkt ze zich dat zij het bordje dat
aangeeft dat de vloer glad is, is vergeten mee te nemen uit de berging. Normaal
gesproken zet ze dit bordje neer als ze heeft gedweild. De tegelzetter heeft bij
het plaatsen van de vloer namelijk aangegeven dat dit type vloer extra glad is
wanneer deze nat wordt gemaakt. Op het moment dat zij klaar is en naar de
berging loopt om haar spullen op te ruimen, hoort zij een enorm kabaal in de
winkel. Nilan, een vaste klant, heeft bij het binnenkomen niet gezien dat de vloer
nat is en is uitgegleden over de natte gladde tegels. Als gevolg daarvan moet hij
naar het ziekenhuis voor de behandeling van zijn gebroken schouderblad. In de
maanden erna blijft Nilan een zeurende pijn houden in zijn schouder. Hierdoor
kan hij zijn baan als buschauffeur niet uitoefenen.
Vraag 1: Nilan stelt Janneke aansprakelijk voor de door hem geleden schade.
Beoordeel of
aansprakelijkheid voor het eigen handelen van Janneke jegens Nilan kan worden
gevestigd.
Motiveer uw antwoord aan de hand van relevante wetgeving, literatuur en
jurisprudentie.
Punt 1: Het gaat om een doen. Het gaat om een doen of nalaten in strijd met
hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt
(de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm). Voor de open zorgvuldigheidsnorm zijn
Open Universiteit
VK1
Aansprakelijkheidsrecht en het verbintenissenrecht
Verbintenis’ = (i) vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen 2 of meer
personen (ii) krachtens welke de een tot een prestatie is gerechtigd (de
crediteur, schuldeiser) (iii) waartoe de ander verplicht is (de debiteur,
schuldenaar). A (schuldenaar) B (schuldeiser). Belangrijkste bronnen van
verbintenissen: Overeenkomst en OD. Overeenkomst is vrijwillig aangegaan,
bepalend voor rechtsgevolgen. OD: uit de wet, rechtsgevolgen van rechtswege.
Samenloop
Contractuele aansprakelijkheid ex. art. 6:74 BW (toerekenbare tekortkoming in
de nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, ook wel wanprestatie
genoemd). Buitencontractuele aansprakelijkheid ex. art. 6:162 BW (OD). Bij
samenloop van rechtsgronden: de benadeelde mag zijn vordering zowel op
wanprestatie als op OD baseren (hij mag dus kiezen), wanneer de gedraging ook
onafhankelijk van de contractuele verhouding als (zelfstandige) OD is te
kwalificeren. Voorbeeld: Jan schakelt een timmerman in voor het bouwen van een
inloopkast. Situatie 1: De timmerman monteert een balk ondeugdelijk waardoor
deze schade veroorzaakt aan het meubilair. Situatie 2: De timmerman steelt de
portemonnee van Jan.
Twee beginselen
Ieder draagt zijn eigen schade brengt geen schade toe.
Autonomiebeginsel vs. Zorgplicht; onderliggende rechtvaardigingstheorieën:
corrigerende en distributieve rechtvaardigheid.
Functies en kernbegrippen
Functies: compensatie, preventie (belangrijkste functie), genoegdoening, let op:
geen vergelding.
Aansprakelijkheid op grond van een eigen OD vs. Kwalitatieve aansprakelijkheid.
Schuldaansprakelijkheid vs. Risicoaansprakelijkheid.
Vestiging en omvang van aansprakelijkheid
Vestigingen van aansprakelijkheid
- Aansprakelijkheid voor eigen gedrag (art. 6:162 BW) → Leereenheden 2 en
3
- Kwalitatieve aansprakelijkheden (afd. 6.3.2 BW) → leereenheden 4 en 5
Omvang van aansprakelijkheid
- De leer van de toerekening naar redelijkheid (6:98 BW)
- Eigen schuld (art. 6:101 BW)
- Schadeposten → leereenheden 6 t/m 9.
Wettelijke grondslag aansprakelijkheid voor eigen gedrag (Art. 6:162 BW)
1. Hij die jegens een ander een OD pleegt, welke hem kan worden toegerekend,
is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
2. Als OD worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten
in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in
het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid
van een rechtvaardigingsgrond.
,3. Een OD kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn
schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende
opvattingen voor zijn rekening komt
Art. 6:163 BW: Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de
geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de
benadeelde die heeft geleden.
Vereisten:
1. Onrechtmatigheid:
Doen of nalaten. Art. 6:162 lid 2 BW noem 3 onrechtmatigheidsgronden:
1.1. een inbreuk op een recht
Inbreuk op een subjectief recht. Bijvoorbeeld: Persoonlijkheidsrechten (het
recht op leven, integriteit van het menselijk lichaam), Absolute rechten
(het recht op eigendom, beperkte rechten, intellectuele rechten),
Vorderingsrechten (bijv. uit huur of pacht), Grondrechten, zie Rb. Den
Haag 26 mei 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5337 (Milieudefensie/Shell) Maar:
alleen indien directe, rechtstreekse of opzettelijke inbreuk (HR 9 december
1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak)).
1.2. een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht:
Iedere plicht omschreven in een algemeen verbindend voorschrift. Niet als
degene die zich op schending van de wettelijke norm beroept zich door
eigen gedrag aan bescherming van die norm heeft onttrokken HR (16
februari 1973, NJ 1973/463 (Maas/Willems)).
1.3. een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Rechtvaardigingsgrond ontneemt onrechtmatigheid.
Ontwikkeling van de ‘ongeschreven onzorgvuldigheidsnorm’. 2 ‘landmark’-
cases: HR 10 juni 1910, W. 9038 (Zutphense juffrouw), HR 31 januari1919,
NJ1919/161 (Lindenbaum/Cohen) onrechtmatig = onwetmatig?? “onder
OD is te verstaan een handelen of nalaten, dat òf inbreuk maakt op eens
anders recht, òf in strijd is met des daders rechtsplicht of indruist, hetzij
tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het
maatschappelijk verkeer betaamden aanzien van eens anders persoon of
goed, terwijl hij door wiens schuld tengevolge dier daad aan een ander
schade wordt toegebracht, tot vergoeding daarvan is verplicht.” Invulling
van de ‘ongeschreven zorgvuldigheidsnorm: invulling van de
‘ongeschreven zorgvuldigheidsnorm’ sterk context gebonden. Gevaltypen
zijn ontwikkeld in de rechtspraak, o.a.: Gevaarzetting, Ongevallen bij sport
en spel, Ongelukkige samenloop van omstandigheden en Hinder.
Gevaarzetting: Situaties waarin iemand een gevaar voor personen en
zaken in het leven roept en niet de maatschappelijke zorgvuldigheid in
acht heeft genomen. HR 5 november 1965, NJ 1966/136 (Kelderluik);
2. Toerekenbaarheid
Drie toerekeningsgronden (art. 6:162 lid 3 BW):
2.1. Schuld van de dader (verwijtbaarheid) → Slechts in
uitzonderingsgevallen geen verwijtbaarheid: HR 11 november 1983,
NJ 1984/331 (Meppelse Ree)
2.2. Toerekening krachtens de wet → Vgl. art. 6:164 jo. 6:169 BW m.b.t.
kinderen onder de 14 jaar → Vgl. art. 6:165 lid 1 BW m.b.t.
geestelijke of lichamelijke tekortkoming
2.3. Toerekening krachtens de in het verkeer geldende opvattingen
(‘verkeersopvattingen’)
3. Schade
,4. Causaal verband: conditio sine qua non-verband (‘voorwaarde zonder
welke niet’).
5. Relativiteit.
Ratio: voorkomen van een te vergaande aansprakelijkheid
Personele relativiteit: Is de gedraging tegenover deze persoon
onrechtmatig? (Art. 6:162 lid 1 BW ‘jegens een ander’)
Zakelijke relativiteit: Valt de aard van de schade en de wijze waarop
deze is ontstaan onder de bescherming van de geschonden norm?
(art. 6:163 BW)
HR 17 januari 1958, NJ1961/568 (Tandartsen)
HR 13 april 2007, NJ 2008/576 (Iraanse vluchtelinge): ‘(…) De
toelating als vluchteling strekt er niet toe deze in staat te stellen
inkomen (uit betaalde arbeid) te verwerven. Het recht op arbeid
vloeit voort uit de toelating als vluchteling, en ontstaat pas nadat hij
in Nederland als vluchteling is toegelaten. De toelating als
vluchteling vindt plaats om humanitaire redenen, om de vluchteling
te bescherming tegen vervolging in het land van herkomst. Zij
strekt niet tot bescherming van enig vermogensrechtelijk belang
van de vluchteling’
, VK2
Casus 1 – De winkelstraat
Janneke heeft een schoenenwinkel in het centrum van Utrecht. Op een rustige
ochtend besluit zij, vlak na het openen van de winkel, nog even de
natuurstenenvloer te dweilen. Halverwege bedenkt ze zich dat zij het bordje dat
aangeeft dat de vloer glad is, is vergeten mee te nemen uit de berging. Normaal
gesproken zet ze dit bordje neer als ze heeft gedweild. De tegelzetter heeft bij
het plaatsen van de vloer namelijk aangegeven dat dit type vloer extra glad is
wanneer deze nat wordt gemaakt. Op het moment dat zij klaar is en naar de
berging loopt om haar spullen op te ruimen, hoort zij een enorm kabaal in de
winkel. Nilan, een vaste klant, heeft bij het binnenkomen niet gezien dat de vloer
nat is en is uitgegleden over de natte gladde tegels. Als gevolg daarvan moet hij
naar het ziekenhuis voor de behandeling van zijn gebroken schouderblad. In de
maanden erna blijft Nilan een zeurende pijn houden in zijn schouder. Hierdoor
kan hij zijn baan als buschauffeur niet uitoefenen.
Vraag 1: Nilan stelt Janneke aansprakelijk voor de door hem geleden schade.
Beoordeel of
aansprakelijkheid voor het eigen handelen van Janneke jegens Nilan kan worden
gevestigd.
Motiveer uw antwoord aan de hand van relevante wetgeving, literatuur en
jurisprudentie.
Punt 1: Het gaat om een doen. Het gaat om een doen of nalaten in strijd met
hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt
(de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm). Voor de open zorgvuldigheidsnorm zijn