Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Boek + Lesnotities Algemene Psychologie

Note
-
Vendu
-
Pages
66
Publié le
14-05-2025
Écrit en
2024/2025

Volledige samenvatting van het boek Psychologie (juiste boek niet gelinkt: 3e editie van Marc Brysbaert)

Aperçu du contenu

ALGEMENE PSYCHOLOGIE
INLEIDING


EEN DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Psychologie: wetenschappelijke studie van gedrag

Wetenschappelijke studie van het gedrag met als doel deze gedragsevidentie te gebruiken om de
interne processen te begrijpen die aan dit gedrag ten grondslag liggen

Gedrag is vage term: naast acties ook denken, waarnemen, zien…

- methode bepaald wat wetenschap is
- systematisch empirisme
- experimenten + manipulatie variabelen + effect op gedrag (zo komen we aan kennis)

Door systematische observatie van het gedrag inzicht krijgen in processen die niet rechtstreeks te
observeren vallen.

- gaat niet per se over gedrag, maar ook de oorzaak/processen
- informatieverwerking = studieobject

ONTWIKKELINGEN DIE DE PSYCHOLOGIE MOGELIJK GEMAAKT HEBBEN

REDE, INTUÏTIE EN GELOOF

Filosofie in het Oude Griekenland

De 1e invloedrijke geschriften in westerse wereld over functioneren v/d mens werden gepubliceerd in
klassieke oudheid, door Plato en Aristoteles

- Plato: onderscheid tussen ware, onzichtbare wereld van onveranderlijke, ideale vormen en
zichtbare, veranderlijke wereld rondom ons
 observatie minder belangrijk
 echte kennis kwam voort uit menselijke geest
- Aristoteles: om echte kennis te hebben, diende men te vertrekken vanuit axioma’s
 axioma’s: onwrikbare uitgangspunten
 intuïtief herkend door de mens: demonstraties

De Rooms-Katholieke Kerk

Vertaalden de geschriften van Plato en Aristoteles

- Plato’s onveranderlijke wereld = hemel
- Aristoteles’ demonstraties = goddelijke ingevingen

DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE

Overtuiging dat ware kennis gebaseerd is op nadenken, intuïtief aanvoelen en goddelijke ingevingen
lijkt spontaan te ontstaan: ook in culturen die zich los hebben ontwikkeld van Oude Grieken en Kerk.

In Europa, 16e-17e eeuw: ware kennis is gebaseerd op systematische observatie en actief ingrijpen
in de wereld

- observatie als dé wetenschappelijke methode
- verwerking menselijke informatie
- hard gesteund op menselijke observatie: met blote oog te zien werd aanvaard als
wetenschappelijke kennis
- wetenschappelijke revolutie

,Copernicaanse revolutie: inzicht dat de aarde niet het centrum vormde van het heelal

Door de groeiende invloed van de wetenschappen ontstonden er 2 culturen:

1. Klassieke, humanistische cultuur: bestuderen en uitbreiden van bestaande cultuur en nastreven
van kunst
2. Nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur: volledige samenleving moet heringericht worden o.b.v.
wetenschappelijke inzichten

Persoonlijke fout: de ene persoon heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken dan de andere

- experiment met ster en lijn
 eerste observatie dat mensen anders zien
 vaststelling van mogelijks probleem als “beginpunt”
- verschillen tussen astronomen waren standaard

Von Helmholtz: de snelheid van informatietransmissie in de zenuwen

- onderzocht verder de beperkingen van de waarneming: snelheid van zenuwimpulsen meten
 vnl. onderzoek bij kikkers
- doorgeven van elektrische prikkel ‘kost tijd’
- steeds meer twijfel over menselijke informatieverwerking

Donders veronderstelde dat alle mentale handelingen een zekere verwerkingstijd nodig hadden

Mentale chronometrie: techniek waarbij men de psychologische processen in informatieverwerking
probeert te achterhalen door te kijken naar de reactietijd die mensen nodig hebben om bepaalde taken
uit te voeren.

De evolutietheorie van Charles Darwin beweerde dat levende wezens het resultaat waren van
aanpassingsproces aan veranderende omstandigheden

- binnen elke soort bestaan aangeboren individuele verschillen: genetische variatie
- principe van natuurlijke selectie

HET ONTSTAAN VAN DE PSYCHOLOGIE
De eerste wetenschappers waren filosofen: natuurfilosofen

Dualisme: overtuiging dat mensen uit 2 onafhankelijke elementen bestaan

- lichaam: niets meer dan omhulsel van de geest
- geest met een vrije wil

Rationalisme: ware kennis is gebaseerd op de rede, die door het toepassen van logica nieuwe
informatie afleidt uit het bestaande.

Nativisme: overtuiging dat de mens aangeboren kennis heeft, die het uitgangspunt vormt van alle
andere, afgeleide kennis

De 4e overtuiging van Descartes (nieuw) hield in dat het universum een machine is die wiskundig
beschreven kan worden.

↔ Empirisme: inhoud van de geest wordt niet gevormd door aangeboren ideeën en afgeleide
inzichten, maar via zintuiglijke ervaringen die met elkaar geassocieerd worden

Wundt (1832-1920): eerste psychologische onderzoekslaboratorium in Leipzig (1879)

- eerste wetenschapper die zichzelf een psycholoog noemde
- uitsluitend geïnteresseerd in visuele waarneming (introspectie)

Introspectie: kijken naar het eigen bewustzijn van binnenuit

,Wundt was van mening dat introspectie alleen was toegestaan door in gestandaardiseerde situaties te
reageren met eenvoudige, kwantificeerbare antwoorden.

1913: Watson. Psychology as the behaviorist views it. Wetenschap van het gedrag.

- geboorte wetenschappelijke studie van menselijk gedrag (experimenten)

Structuralisme: stroming in de psychologie die o.b.v. introspectie de structuur v/h bewustzijn
probeerde te ontdekken

- Wundt werd voor lange tijd hiermee geassocieerd maar zijn interesses lagen veel breder

HET BEHAVIORISME

Methode uit natuurwetenschappen meest succesvol: dus ook toepassen (positivisme)

- meetbaar, observeerbaar gedrag kan studieobject zijn van psychologisch onderzoek +
theorievorming
- methode gebruiken met andere visie
- het gedrag van mensen en dieren bestuderen om na te gaan onder welke omstandigheden iets
geleerd werd

Enge visie op mens: meestal maar één oorzaak/invloed op gedrag (nu weten we dat het er meerdere
zijn)

Methode:

- replicaties (duidelijk operationele definities)
 iedere term zodanig gedefinieerd dat iedere onderzoeker experiment kan repliceren
 definitie voor iedereen bruikbaar
- afhankelijke en onafhankelijke variabelen
 afhankelijk: gevolg
 onafhankelijk: oorzaak
- precieze beschrijving geven tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen



Bij de uitbouw van het behaviorisme inspireerde Watson zich door het positivisme

- beweging die beweerde dat de natuurwetenschappen de beste manier waren om de wereld te
begrijpen en kennis te genereren

Behavioristen namen 3 ideeën over van positivisten:

1. Theorieën moesten worden gebaseerd op directe observaties die door anderen herhaald kunnen
worden
- operationele definitie (↔ conceptuele definitie) v/d variabelen
 concepten definiëren in termen van gebruikte meetprocessen en zo concreet mogelijke
begrippen
2. Onderscheid maken tussen onafhankelijke en afhankelijke variabelen
- afhankelijke variabelen: gedragingen van persoon/dier die onderzoeker kan meten om na te
gaan of OV invloed heeft gehad
- definitie behaviorisme: de studie van de invloed van een stimulus (OV) op de reactie van
persoon/dier (AV)
 vaak omschreven als S-R psychologie: stimulus lokt respons uit
3. Wetenschappelijke theorie: beschrijven van precieze relatie tussen OV en AV (liefst in vorm van
wiskundige wet)

Focus: wetenschappelijke benadering leidt tot beperkte visie op mens

, Psychoanalyse van Freud maakte gebruik van hermeneutiek: het begrijpen v/h verleden i.p.v. het
onderzoekswerk van een natuurwetenschapper

Cognitieve psychologie: de overtuiging dat men menselijk gedrag niet kon begrijpen en voorspellen
zonder een beroep te doen op informatieverwerkende (cognitieve) processen die zich afspelen in de
hersenen

- SR: stimulus-respons
- verwachting/context (S-C-R)
- SCR: stimulus-cognitie-respons

ONDERZOEKSMETHODEN
1. Observatie (i.p.v. intuïtie en opinie): wetenschappelijk onderzoek veronderstelt een nauwkeurige
observatie en beschrijving v/h onderzoeksonderwerp
- intensief onderzoek heeft aangetoond dat veel van de menselijke intuïties beperkt zijn
- door beperkingen aan de subjectieve ervaringen zal beginpunt van psychologische onderzoek
steeds een objectieve registratie v/d feiten moeten zijn
- de eis tot repliceerbaarheid van de onderzoeksresultaten (!)
2. Literatuurstudie
- theorie nodig voor goede onderzoeksvraag: samenhangend geheel van ideeën dat gebruikt
wordt om fenomeen te verklaren

BESCHRIJVEND ONDERZOEK

Men probeert correcte informatie te verzamelen over een onderwerp

1. Naturalistische observatie: onderzoekstechniek waarbij het gedrag systematisch geobserveerd
wordt in een natuurlijke context
- nadeel: mensen/dieren hebben neiging zich anders te gedragen wanneer ze weten dat ze
geobserveerd worden
- reactieve gedragingen: de aanwezigheid v/d onderzoeker heeft invloed op het geobserveerde
gedrag
2. Vragenlijsten: reeks van vragen die de ondervraagden in eigen tempo beantwoorden, zonder dat
de onderzoeker aanwezig is
- nadeel: weerspiegelen de indrukken van de ondervraagde maar niet de realiteit
3. Interviews: mondeling vragen stellen en antwoorden registreren
- voordeel: motiveren om meer gedetailleerde antwoorden te geven
- gestructureerd: vaste lijst van vragen in bepaalde volgorde
- ongestructureerd: vragen worden ingehaakt op wat ondervraagde zegt
4. Opiniepeilingen: inventaris van de opinies bij een representatieve steekproef v/d bevolking
5. Psychologische tests:
- gestandaardiseerde tests: procedures voor het meten van vaardigheden of eigenschappen
6. Archiefdata
7. Gevalsstudies: intensief, gedetailleerd onderzoek over 1 persoon of 1 gebeurtenis, in de hoop
principes te vinden die gelden voor het fenomeen in het algemeen
8. Kwalitatief onderzoek

CORRELATIE-ONDERZOEK

Variabelen: elk kenmerk dat kan veranderen en dat gemeten kan worden
Correlatie: de mate waarin 2 variabelen met elkaar samenhangen/de mate waarin wijzigingen in de
ene variabele gepaard gaan met wijzigingen in de andere variabele

- positieve correlatie: 2 variabelen variëren in dezelfde richting
- nulcorrelatie: de 2 variabelen zijn niet met elkaar verbonden
- negatieve correlatie: als de ene variabele toeneemt, neemt de andere af
 voorbeeld: hoe meer sigaretten een persoon rookt, hoe korter de levensduur

Correlaties kunnen niet gebruikt worden om te zeggen wat oorzaak is van wat.

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
14 mai 2025
Nombre de pages
66
Écrit en
2024/2025
Type
RESUME
€8,66
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
jinthejonckheere Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
37
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
24
Dernière vente
1 jours de cela

3,5

2 revues

5
1
4
0
3
0
2
1
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions