bedrijfskundigen 1
Kenmerken van empirisch onderzoek:
Systematisch gegevens verzamelen
Systematisch gegevens analyseren
Doel: iets nieuws ontdekken
Informatievaardigheden: databanken en waar je gegevens kan vinden
Onderzoekstechnieken: steekproef, gestructureerde interviews
Academisch Nederlands
1 Inleiding wetenschappelijk onderzoek
2 Wetenschappelijk onderzoek
Wat is het niet?
Verkeerd gebruik van de term ‘onderzoek’:
Alleen feiten of informatie verzamelen, zonder een bepaald doel of
specifieke vraag
Feiten of informatie herordenen, zonder interpretatie
Als term om je product of idee te laten opvallen en respectabel te maken
Vb: denk aan reclame voor tandpasta: ‘onderzoek wijst uit dat…’ ≠
wetenschappelijk onderzoek
Definitie 1
Onderzoek: ‘Iets wat mensen ondernemen om iets op een systematische manier
uit te zoeken, waardoor hun kennis toeneemt’
Kenmerken van onderzoek:
Systematisch gegevens verzamelen
Systematisch gegevens analyseren (objectief)
Doel = iets uitzoeken, een vraag beantwoorden, kennis verwerven
Definitie 2
Onderzoek: Wetenschap is ‘een menselijke activiteit die erop gericht is tot
gesystematiseerde en betrouwbare kennis te komen’
,Het product of de uitkomst van die activiteit: een ‘geheel van uitspraken, wetten
of theorieën over een enigszins samenhangend probleemgebied’, bv.
Handelswetenschappen.
Dus: het product van wetenschappelijk onderzoek = kennis over een deel van de
werkelijkheid, in de vorm van:
‘theorieën’, bv. prijstheorie: vraag en aanbod, relatieve schaarste verklaren
menselijk gedrag
‘uitspraken’ of ‘beweringen’ = ‘hypothesen’, bv. hogere prijs voor arbeid
zal leiden tot minder vraag
op basis van statistische gegevens, dus niet zomaar conclusies trekken
Kijken naar hypothese en wat er opvalt: verband tussen 2 zaken of effect van 1
zaak op iets anders.
Falsificatie = de onderzoeker zal de hypothese omver te werpen = advocaat van
de duiven spelen (ook tegen je eigen hypotheses)
Via eliminatieproces (trial and error) kun je opbouwen
o Effect ‘onsuccesvolle’ falsificatie (=verificatie) = verificatie klopt
o Effect van ‘succesvolle’ falsificatie
o Resultaat: zelfcorrigerend mechanisme leidt tot betrouwbare
kennis en zelfs ‘wetenschappelijke consensus’
Transparantie over data en methode
Je kan enkel falsifiëren als je weet hoe ze het onderzoek gevoerd hebben. De
onderzoeker moet publiek maken hoe die ertoe gekomen is. Onderzoekers
moeten het opnieuw kunnen uitvoeren.
3 Fasen van wetenschappelijk onderzoek
1. Keuze en verkenning van een 6. Verfijnen onderzoeksvraag en
onderwerp design
2. Identificatie van de belangrijkste 7. Tussenstand, onderzoeksethiek en
topics toegang
3. Formuleren van een 8. Verzamelen van gegevens
probleemstelling 9. Analyseren van gegevens
4. Opmaak van een onderzoeksdesign 10. Rapporteren en actualiseren
5. Grondige literatuurstudie
Iteratief proces = je kunt het niet in die volgorde afvinken. Soms na fase 1
lukt fase 2 niet en moet je terug naar fase 1, Of je ziet bij fase 5
(literatuurstudie) dat het al onderzocht is en je moet terug naar fase 1!
3.1 Fase 1: keuze en verkenning onderwerp
Wat is een goed onderwerp voor je onderzoek?
Interesseert het onderwerp je?
, Houd je voldoende rekening met de wensen van de opdrachtgever (bijv.
promotor)?
Ben je vaardig genoeg (bijv. talenkennis, ICT-kennis)?
Is het praktisch haalbaar (tijd, toegang tot informatie)?
Is het maatschappelijk relevant? Welke actoren uit de samenleving
hebben belang bij het onderzoek?
o Bv. ondernemingen, werkgevers, werknemers, vakbonden, de
overheid, ngo’s,… of zelfs ‘het algemeen belang’
3.2 Fase 2: identificatie van de belangrijkste topics
Hier bepaal je de wetenschappelijke relevantie van je onderzoek: op welke
manier draagt deze studie bij aan de bestaande kennis? Welk ‘research gap’
wordt erdoor gevuld?
Om research gaps te vinden: Lees een of meer reviews = kritisch
literatuuroverzicht
1. Geeft een stand van zaken van het onderzoek (‘state of the art’ of ‘status
quaestionis’)
2. Is gestructureerd (bv. deelthema’s)
3. Is kritisch (blinde vlekken, discussiepunten,…)
4. Geeft pistes voor verder onderzoek
Aangevuld met de meest recente literatuur
3.3 Fase 3: formuleren van probleemstelling
Probleemstelling = onderzoeksdoel & onderzoeksvraag keuzes maken
1. Onderzoeksdoel
2. Inductieve en deductieve benadering
3. Kwantitatief en kwalitatief onderzoek
4. Fundamenteel en toegepast onderzoek
3.3.1Onderzoeksdoel
Beschrijven: beter beeld krijgen van de fenomenen waarover je gegevens wil
verzamelen. Vaak als voorfase van verkennend of verklarend onderzoek. (niet
altijd voldoende)
Bv. Beschrijf het profiel van klanten die achterstallige betalingen van 6 maanden
of meer hebben op een hypotheeklening (relevant voor bankmanager)
, Verkennen: ‘… is vooral nuttig als je een probleem beter wilt leren begrijpen.
Verkennend onderzoek voer je uit als je nog geen duidelijke voorspelling kan
doen, maar wel al vermoedens hebt’ (probleem bekijken en verstaan)
Bv. een HR-manager wil weten wat de mogelijke redenen zijn voor de lage
motivatie bij werknemers
Verklaren: ‘waarom’-vragen, ‘onder welke voorwaarden gebeurt X?’, ‘wat zijn de
determinanten van X?’, ‘Wat is het effect van X op Y?’ (impact van ene op
andere)
Bv. een marketingmanager wil weten of de verkoopcijfers van het bedrijf zullen
toenemen als het budget voor advertenties wordt verhoogd
Andere: bv. evaluerend, diagnostisch of ontwerpend onderzoek
3.3.2Inductieve of deductieve benadering
3.3.2.1 Deductief
Theorie hypothese toetsing met empirische gegevens theorie
aanvaarden/verwerpen/aanpassen
Vertrekken van theorie die er is, er is een hypothese en ik wil deze testen aan de
werkelijkheid. Dan is er een theorie en dan deze aanvaarden, verwerpen of
aanpassen (van theorie naar werkelijkheid)
Empirisch onderzoek: ik toets aan de werkelijkheid
Vb: prijstheorie: hypothese: toetsen aan observaties en data (empirische
gegevens) = kunnen we de hypothese aanvaarden of niet? Inductief: eerst
observeren: zie je een patroon in de gegevens? Kan ik naar een theorie gaan?
3.3.2.2 Inductief
Empirische gegevens observatie van een patroon generaliseren theorie
Met de mensen op de werkvloer praten en alle empirische geg bestuderen en zo
patronen te zien en een hypothese maken (van werkelijkheid naar theorie)
3.3.2.3 Voorbeeld
Je wil onderzoek doen naar geweld op de werkplek en het stressniveau van het
personeel
Deductief:
Hypothese: ‘Personeel dat met publiek werkt, krijgt eerder te maken met
(bedreiging van) geweld en daarbij horende stress” (vaak gebaseerd op
een theorie of eerdere studies)