BELGISCHE
BINNENLANDSE POLITIEK
SAMENVATTING 2024/2025
,Hoofdstuk 1: Inleiding
De Belgische breuklijnen
Levensbeschouwelijk
Katholieken VS vrijzinnigen
o CD&V ⇔ Liberalen (Open VLD)
Sociaaleconomisch
De strijd tussen arbeid en kapitaal
o Discussie over: Meer belastingen op arbeid of op kapitaal? (centrale vraag)
Rol staat VS rol privé/markt
o Socialisten ⇔ liberalen
Communautair
Tegenstellingen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen (Vlaanderen VS Wallonië)
o Belangrijke breuklijn in België -> in de geschiedenis van de Belgische politiek zijn er veel partijen die eerst
Unitair waren en daarna werden opgesplitst in 2 onafhankelijke politieke partijen, ook al hadden ze dezelfde
ideologie door deze communautaire kwesties
Materialisme VS Postmaterialisme
Aanzet welvaartstaat na WO II (materialisme)
Agalev (voorloper Groen) gaf aanzet tot postmaterialistische visie op de maatschappij, terwijl vroeger vooral werd
gefocust op het realiseren van materiele waarden (auto, woning) -> Leidt tot nieuwe sociale beweging
Verticale breuklijn (Luc Huyse)
“Kloof tussen burger en politiek” -> Kiezers stemden voor Vlaams Blok omdat ze zich niet meer vinden in de ideeën
van de partijen / niet meer weten waar ze voor staan
24 november 1991 (Zwarte Zondag) = Electorale doorbraak Vlaams Blok -> waren de winnaar verkiezingen
(voorheen minder populair)
Thema’s
Het ontstaan van partijen
De Koningskwestie
De schoolstrijd
o Jaren 50: Levensbeschouwelijke breuklijn tussen katholieken en vrijzinnigen omtrent onderwijs
De Eenheidswet
De communautaire problematiek
o Bij koningskwestie bleek er dat er geen meerderheid was voor terugkeer van Leopold III (potentiële
burgeroorlog?) -> Leopold III moest ontslag indienen
De economische problematiek
Hoofdstuk 2: de Volksunie en hun erfgenamen
1. de aanloop tot de oprichting van de Volksunie
Voorlopers van de Volksunie:
Frontpartij
o Beweging van Vlaamse intellectuelen die ontstaat tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront ->
Vlaamsgezindheid als reactie op de Franse bevelen
Vlaams Nationaal Verbond (veel leden zijn hiervan in de collaboratie beland)
o Komt op voor de belangen van de Vlaming
o Na WOII kon de VNV als politieke partij niet meer terugkomen door de collaboratie
WO II:
VNV collaboratie met de Duitsers -> men dacht dat de Vlaamse belangen zo het beste gerealiseerd konden worden
o ‘de zwarten’ vs. ‘de witten’ = het verzet
, o Doel -> Duitsers voeren ‘Flamenpolitik’ en laten VNV als enige partij toe (zoals in WO I)
Na WO II:
Repressie -> vervolgen en straffen van collaborateurs (ideologische en communautaire dimensie)
o Zo wouden de Franstaligen de VNV proberen uitschakelen
VNV neemt geen afstand van collaboratie na het duidelijk werd dat Duitsland België geen zelfstandigheid zal verlenen
in het ‘Groot-Germaanse Rijk’
Zware klap voor Vlaamse Beweging en politiek Vlaams-nationalisme
o Alles wat met nationalisme te maken had werd met een scheef oog gekeken, door WOII
o Sommigen hoopten dat het nationalisme en de Vlaamse beweging verwoest werd na WOII
Heropflakkering Vlaams bewustzijn door:
Dynamitering IJzertoren 1946 (Diksmuide): de ijzertoren was een symbool voor de frontsoldaten en de VNV -> werd
vernietigd
Talentelling 1947: een Vlaamse gemeente kon veranderen naar een Frans taalstatuut, maar men is daar mee gestopt
in ’47 want er werd gefraudeerd
Anti-Vlaams karakter repressie: men had de indruk dat die repressie (reactie op collaboratie) een anti-Vlaams
karakter had (gericht was op de Vlamingen)
Aantal Vlaamse verworvenheden waren teruggeschroefd (vb. taalwetten amper toegepast -> geen taalpariteit in
regering of in leidende politieke partijen)
Naar aanleiding van de verkiezingen 1949 werd er een nieuwe Vlaams-nationale partij opgericht -> 10 mei 1949 oprichting
Vlaamse concentratie
Hoofdthema’s: Solidarisme (= strijd tegen repressie en de particratie)
Voor- en tegenstanders
o Sommigen vonden het nog te vroeg, dan men nog niet over voldoende middelen beschikte
o Anderen zeiden dat ze niet langer meer moesten wachten en dat zelfs met een bescheiden succes bij de
verkiezingen een stroomversnelling zou meebrengen
CVP (= Christelijke Volkspartij, voorganger CD&V) was tegen: als er een nieuwe Vlaams nationalistische beweging
werd opgericht, gingen zij stemmen verliezen
Streefde naar recuperatie oud-VNV-kiezers: stelt bij parlementsverkiezingen 1949 lijst open voor gecompromitteerde
Vlaamsgezinden (= mensen die werden in diskrediet gebracht door hun collaboratie met Duitsland) (maar kon zicht
niet te radicaal opstellen wegens Waalse en Brusselse vleugel) -> iets wat CVP ook probeerden
Kort bestaan door het ongunstige politieke klimaat
Parlementsverkiezingen 1949
Oprichting ‘Vlaamse Concentratie’ (halen ± 2% kiezers) -> geen zetels
Anti-repressiepartij -> volgende generaties mogen niet gestraft worden voor wat de ouders vroeger hebben gedaan
(t.g.v. collaboratie)
Eveneens kort bestaan -> toonde dat de bevolking klaar was voor een nieuwe Vlaamse nationalistische partij
Als gevolg van enkele interne moeilijkheden verdween de Vlaamse Concentratie in 1954
Parlementsverkiezingen 1950 t.g.v. koningskwestie
CVP absolute meerderheid
Parlementsverkiezingen 1954
oprichting ‘Christelijke Vlaamse Volksunie’
o De schoolstrijd (katholieken ⇔ vrijzinnigen)
o De Koningskwestie: Breuk tussen Leopold III en BE regering die verder wilden vechten aan kant van
geallieerden
Verdeeld referendum omtrent terugkeer Leopold III (Pro: Vlamingen / Contra: Brussel en
Franstaligen)
CVV beloofde terugkeer bij absolute meerderheid -> deze was even bereikt in het federaal
parlement maar finaal geen terugkeer van Leopold III (Kroning Boudewijn)
, o Vanaf dat men die absolute meerderheid heeft, verschuift CVV hun aandacht naar onderwijs (meer
jongeren naar school + extra maatregelen vrij onderwijs om de positie katholiek onderwijs te versterken) =
levensbeschouwelijke problematiek tussen katholieken en vrijzinnigen
Slecht resultaat
-> Beslissing oprichting volwaardige partij
2. het ontstaan rot de eerste politieke doorbraak 1954- 1961
December 1954 oprichting Volksunie (Waarom werd de CVV opgericht?)
Gunstige voedingsbodem
o Koningskwestie
Vlamingen voelden zich beetgenomen nadat LIII niet terugkeerde ondanks meerderheid
Nederlaag CVP door aarzelende houding (loyaliteit aan monarchie vs respect voor
democratische principes): ondanks loyaliteit kon CVP niet voorkomen dat LIII moest aftreden
o Aarzelende houding regering m.b.t. repressie
o Gebrekkige toepassing taalwetten
o Publicatie resultaten talentelling 1947
Belangrijkste eisen CVV
o Federalisme -> Vroeger nog niet aan de orde: unitair België
o Amnestie -> Vergeving/ongedaan maken van de gevolgen collaboratieverleden (niet vergeten!)
(= profileren zich als meer dan loutere taalpartij: Sociale rechtvaardigheidspartij met aandacht voor rechten
van de arbeiders en de problemen van landbouw, middenstand en nijverheid)
Volksunie onopgemerkt tot 1958 (Hoe kan men slecht electoraal resultaat CVV verklaren?)
Slecht politiek klimaat (cf. 1954-1958: Schoolstrijd)
o CVV identificeerde zich als een communautaire politieke partij (Vlaamse belangen) tijdens een
levensbeschouwelijke schoolstrijd tussen katholieken en vrijzinnigen
o VU verdedigde de volledige wettelijke gelijkstelling van het vrij onderwijs met het officieel onderwijs
o Beslecht met het schoolpact (Wat was de betekenis van het schoolpact binnen de algemene politieke
constellatie?)
Levensbeschouwelijke pacificatie (vredesluiting) -> Zorgde ervoor dat andere breuklijnen in BE
politiek meer aandacht kreeg (bv. sociaaleconomische en communautaire breuklijn)
Volksunie (Wat was de betekenis van het schoolpact voor de verschillende andere politieke
partijen?) -> Beter politiek klimaat voor Volksunie: levensbeschouwelijke was nu minder
belangrijk en de communautaire belangen komen terug op de voorgrond + federalisme (=
Vlaamse economie zal het beter doen indien het Vlaamse Gewest over eigen economische
bevoegdheden beschikt
Bestempeld als partij van ‘zwarten’ (= collaborateurs), ondanks afwijzing autoritarisme en aanvaarding parlementaire
democratie
CVP zag VU/CVV als bedreiging (partij van scheurmakers binnen katholieke partijen)
o CVP ’54 – ’58 = oppositie tegen onderwijsbeleid toenmalige (paarse = socialisten + liberalen) Regering Van
Acker (+ premier)
Tekenen van opleving na 1958
parlementaire activiteit Frans Van der Elst (voorzitter sinds 1957)
partij organisatorisch beter uitgebouwd
na Schoolstrijd communautaire problemen meer op voorgrond
Problemen voor kleinere partijen (cf. single issue partijen)
Partijfinanciering
Partijprogramma
Partijstructuur
Kiesdrempel
,3. van zweeppartij naar oppositiepartij 1961-1970
VU jaagt de andere politieke partijen met een zweep in de hand op om te kijken naar wat zij voor ogen hebben
voor het beleid (bv. federalisme) -> Door opkomend succes en overwinningen wordt de VU een volwaardige
oppositiepartij. (Schets in grote lijnen de evolutie van de VU in de jaren 60)
parlementsverkiezingen 1961
Volksunie grote overwinnaar
CVP zwaar verlies = gevolg schoolpact
Doorbraak vooral in steden
Regering Lefèvre-Spaak (rooms-rood = christendemocraten + socialisten)
o Sociaaleconomische en communautaire problematiek (spanningen omtrent de taalgrens) ->
levensbeschouwelijke was niet meer belangrijk
o Door de verkiezingsoverwinning van de VU, met een sterk Vlaams-nationalistisch programma, nam de
regering gelijkaardige ideeën over om kiezers te behouden
VU geen rechtstreekse invloed op besluitvorming, maar wel onrechtstreeks als ‘zweeppartij’ voor CVP
(= Oppositiepartij die met sommige van haar standpunten het regeringsbeleid gaat proberen beïnvloeden)
Partijcongres Mechelen 1963
Koerswijziging naar levensbeschouwelijk pluralisme (open voor verschillende ideologieën) doet wantrouwen ontstaan
Interne spanningen (deze zijn er in elke politieke partij)
Rechter- (conservatief) en linkervleugel (progressief)
o De linkse vleugel wou een compromis, maar de rechtse niet
o Later splitst VU in SPIRIT (= links) en N-VA (rechts) -> Tegenstellingen nu nog in ontwikkeling
o Zolang er verkiezingssucces is, blijft dit conflict op de achtergrond
breuk met VMO (Vlaamse Militanten Orde) -> nemen afstand van het extreem rechtse
Deconinck (links georiënteerd federalisme)
Parlementsverkiezingen 1965
Groot succes door:
o Gunstig politiek klimaat
o verruimingsoperatie (Schiltz, Coppieters, Anciaux) = anderen die traditioneel niet tot de Volksunie behoren
die wel electoraal kapitaal bezitten gaan proberen overhalen naar VU
o stevige organisatorische uitbouw
PVV grootste overwinnaar (liberalen)
Regering Harmel-Spinoy (rooms-rood) -> gaan nog even verder regeren, ondanks hun verlies
o Meerderheid van christendemocraten
Regering VDB-De Clercq (rooms-blauw = christendemocraten + liberalen)
o Sociaaleconomische focus
o Communautair struikelsteen = Splitsing van de Leuvense universiteit (1968)
Binnen VU tegenstelling linker- /rechtervleugel
De partij zelf groeit, mar ook de tegenstellingen worden groter
Rechtervleugel (Karel Dillen): Vlaams-radicale pressiepartij
Linkervleugel: omvorming tot sociaal-progressieve oppositiepartij
Parlementsverkiezingen 1968
Campagne in het teken van de communautaire spanningen -> Communautaire partijen behalen beste resultaat
VU derde partij in Vlaanderen (= hun beste resultaat)
Verruimingsstrategie wordt verder gezet (Lode Claes) naar aanleiding van de verkiezingen -> openstellen naar niet
traditionele VU’ers
Regering Eyskens-Merlot-Cools (christendemocraten + liberalen)
‘Werkgroep der 28’ = voorbereidend werk voor staathervorming (de gewestvorming)
Gemeenteraadsverkiezingen 1970
VU-verkozenen veelal uit schepencolleges geweerd -> soort Gordon sanitair op lokaal vlak tegen VU verkozenen
1971 installatie Cultuurraden met steun van VU -> eerste stap richting federalisering
, 4. van oppositiepartij tot regeringspartij 1971-1977
Parlementsverkiezingen 1971
FDF (Fédéralistes Démocrates Francophones) -RW (Rassemblement Wallon) grote overwinnaar
VU bleef derde partij, maar bereikt electoraal plafond (= groeien niet in stemmen en blijven in oppositie)
Interne discussie over overgang van oppositiepartij naar regeringspartij blijft
Tendens VU (1954–1980): Stijging van 1954 tot 1970 -> Stagnatie tot 1980 -> Daarna achteruitgang
Nieuwe strategie VU -> interne spanningen worden groter
Keuze voor al dan niet regeringsverantwoordelijkheid -> zorgt voor zware spanning (kernvraag = zijn we bereid in de
regering te stappen)
o LINKS: PRO -> Volksunie moet zich gedragen als volwaardige partij, en tonen dat zij bereid is aan het
beleid deel te nemen (= participationistisch standpunt)
o RECHTS: CONTRA -> angst voor mogelijke ideologische toegevingen, over essentiële punten van het
Vlaams-Nationaal programma, die men zou moeten doen om deel te nemen aan het beleid, toegevingen
zou moeten doen op -> willen geen toegevingen doen/ onderhandelen
1973 partijcongres Oostende beheerst door Hugo Schiltz
o Bevestiging participationisme -> Volksunie bereid voor deelname aan een regering (coalitie), mits
inhoudelijke voorwaarden
o Rechterzijde was hier niet tevreden mee
Jaren ‘70
nieuwe CVP kopstukken: Wilfried Martens & Leo Tindemans (nieuwe eerste minister)
2 dominante thema’s:
o Sociaaleconomisch -> petroliumcrisis (economische onzekerheid, inflatie, werkloosheid,…)
o Communautair -> eerste stappen richting gewestvorming
Parlementsverkiezingen 1974
Verkiezingen t.g.v. val regering Leburton na IBRAMCO-affaire (corruptieschandaal)
Economische crisis -> verlies voor communautaire partijen -> winst voor CVP/PSC (christendemocraten in regering
van 1958-1999)
Vorming regering Tindemans I (christendemocraten + liberalen: rooms blauw)
o Personalisatie van de verkiezingsprogramma’s -> gaan een figuur naar voorschuiven als gezicht van de
partij
Belofte voor verandering door Tindemans na politiek schandaal (val regering Leburton) -> ‘deze
man doet het anders’ (slogan)
o Kiesregel ingevoerd: Lijsstemmen/voorkeurstemmen moeten binnen één partij blijven
(regionaal/federaal/Europees)
VU voor het eerst betrokken bij regeringsonderhandelingen (proberen in de regering te geraken)
o Zonder resultaat -> komen niet in Regering Tindemans I
Machtsstrijd binnen de VU
Hugo Schiltz (participatie/links) VS. Frans Van der Elst (behoudsgezind/rechts)
5. Het Egmontpact
Parlementsverkiezingen 1977
VU -> electoraal status quo: verliest geen stemmen, maar wint er ook geen
Communautair akkoord/Gemeenschapsakkoord (Egmontpact): akkoord om België te hervormen tot een federale
staat + regeling voor verhouding tussen taalgemeenschappen.
o Vlaamse kritiek: perceptie dat er meer toegevingen gedaan werden van Vlaamse kant dan Franstalige kant
-> uiteindelijk toch aanvaard, maar zorgde voor ontstaan dissidenties (= afsplitsingen binnen politieke
partijen)
Vlaamse Volkspartij (VVP) door Lode Claes
Vlaams-Nationale Partij (VNP) door Karel Dillen
Samenwerking VVP en VNP -> vormen uiteindelijk het Vlaams blok, en gebruiken het Egmont
debat als bewijs dat regeringsdeelname nadelig is
BINNENLANDSE POLITIEK
SAMENVATTING 2024/2025
,Hoofdstuk 1: Inleiding
De Belgische breuklijnen
Levensbeschouwelijk
Katholieken VS vrijzinnigen
o CD&V ⇔ Liberalen (Open VLD)
Sociaaleconomisch
De strijd tussen arbeid en kapitaal
o Discussie over: Meer belastingen op arbeid of op kapitaal? (centrale vraag)
Rol staat VS rol privé/markt
o Socialisten ⇔ liberalen
Communautair
Tegenstellingen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen (Vlaanderen VS Wallonië)
o Belangrijke breuklijn in België -> in de geschiedenis van de Belgische politiek zijn er veel partijen die eerst
Unitair waren en daarna werden opgesplitst in 2 onafhankelijke politieke partijen, ook al hadden ze dezelfde
ideologie door deze communautaire kwesties
Materialisme VS Postmaterialisme
Aanzet welvaartstaat na WO II (materialisme)
Agalev (voorloper Groen) gaf aanzet tot postmaterialistische visie op de maatschappij, terwijl vroeger vooral werd
gefocust op het realiseren van materiele waarden (auto, woning) -> Leidt tot nieuwe sociale beweging
Verticale breuklijn (Luc Huyse)
“Kloof tussen burger en politiek” -> Kiezers stemden voor Vlaams Blok omdat ze zich niet meer vinden in de ideeën
van de partijen / niet meer weten waar ze voor staan
24 november 1991 (Zwarte Zondag) = Electorale doorbraak Vlaams Blok -> waren de winnaar verkiezingen
(voorheen minder populair)
Thema’s
Het ontstaan van partijen
De Koningskwestie
De schoolstrijd
o Jaren 50: Levensbeschouwelijke breuklijn tussen katholieken en vrijzinnigen omtrent onderwijs
De Eenheidswet
De communautaire problematiek
o Bij koningskwestie bleek er dat er geen meerderheid was voor terugkeer van Leopold III (potentiële
burgeroorlog?) -> Leopold III moest ontslag indienen
De economische problematiek
Hoofdstuk 2: de Volksunie en hun erfgenamen
1. de aanloop tot de oprichting van de Volksunie
Voorlopers van de Volksunie:
Frontpartij
o Beweging van Vlaamse intellectuelen die ontstaat tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront ->
Vlaamsgezindheid als reactie op de Franse bevelen
Vlaams Nationaal Verbond (veel leden zijn hiervan in de collaboratie beland)
o Komt op voor de belangen van de Vlaming
o Na WOII kon de VNV als politieke partij niet meer terugkomen door de collaboratie
WO II:
VNV collaboratie met de Duitsers -> men dacht dat de Vlaamse belangen zo het beste gerealiseerd konden worden
o ‘de zwarten’ vs. ‘de witten’ = het verzet
, o Doel -> Duitsers voeren ‘Flamenpolitik’ en laten VNV als enige partij toe (zoals in WO I)
Na WO II:
Repressie -> vervolgen en straffen van collaborateurs (ideologische en communautaire dimensie)
o Zo wouden de Franstaligen de VNV proberen uitschakelen
VNV neemt geen afstand van collaboratie na het duidelijk werd dat Duitsland België geen zelfstandigheid zal verlenen
in het ‘Groot-Germaanse Rijk’
Zware klap voor Vlaamse Beweging en politiek Vlaams-nationalisme
o Alles wat met nationalisme te maken had werd met een scheef oog gekeken, door WOII
o Sommigen hoopten dat het nationalisme en de Vlaamse beweging verwoest werd na WOII
Heropflakkering Vlaams bewustzijn door:
Dynamitering IJzertoren 1946 (Diksmuide): de ijzertoren was een symbool voor de frontsoldaten en de VNV -> werd
vernietigd
Talentelling 1947: een Vlaamse gemeente kon veranderen naar een Frans taalstatuut, maar men is daar mee gestopt
in ’47 want er werd gefraudeerd
Anti-Vlaams karakter repressie: men had de indruk dat die repressie (reactie op collaboratie) een anti-Vlaams
karakter had (gericht was op de Vlamingen)
Aantal Vlaamse verworvenheden waren teruggeschroefd (vb. taalwetten amper toegepast -> geen taalpariteit in
regering of in leidende politieke partijen)
Naar aanleiding van de verkiezingen 1949 werd er een nieuwe Vlaams-nationale partij opgericht -> 10 mei 1949 oprichting
Vlaamse concentratie
Hoofdthema’s: Solidarisme (= strijd tegen repressie en de particratie)
Voor- en tegenstanders
o Sommigen vonden het nog te vroeg, dan men nog niet over voldoende middelen beschikte
o Anderen zeiden dat ze niet langer meer moesten wachten en dat zelfs met een bescheiden succes bij de
verkiezingen een stroomversnelling zou meebrengen
CVP (= Christelijke Volkspartij, voorganger CD&V) was tegen: als er een nieuwe Vlaams nationalistische beweging
werd opgericht, gingen zij stemmen verliezen
Streefde naar recuperatie oud-VNV-kiezers: stelt bij parlementsverkiezingen 1949 lijst open voor gecompromitteerde
Vlaamsgezinden (= mensen die werden in diskrediet gebracht door hun collaboratie met Duitsland) (maar kon zicht
niet te radicaal opstellen wegens Waalse en Brusselse vleugel) -> iets wat CVP ook probeerden
Kort bestaan door het ongunstige politieke klimaat
Parlementsverkiezingen 1949
Oprichting ‘Vlaamse Concentratie’ (halen ± 2% kiezers) -> geen zetels
Anti-repressiepartij -> volgende generaties mogen niet gestraft worden voor wat de ouders vroeger hebben gedaan
(t.g.v. collaboratie)
Eveneens kort bestaan -> toonde dat de bevolking klaar was voor een nieuwe Vlaamse nationalistische partij
Als gevolg van enkele interne moeilijkheden verdween de Vlaamse Concentratie in 1954
Parlementsverkiezingen 1950 t.g.v. koningskwestie
CVP absolute meerderheid
Parlementsverkiezingen 1954
oprichting ‘Christelijke Vlaamse Volksunie’
o De schoolstrijd (katholieken ⇔ vrijzinnigen)
o De Koningskwestie: Breuk tussen Leopold III en BE regering die verder wilden vechten aan kant van
geallieerden
Verdeeld referendum omtrent terugkeer Leopold III (Pro: Vlamingen / Contra: Brussel en
Franstaligen)
CVV beloofde terugkeer bij absolute meerderheid -> deze was even bereikt in het federaal
parlement maar finaal geen terugkeer van Leopold III (Kroning Boudewijn)
, o Vanaf dat men die absolute meerderheid heeft, verschuift CVV hun aandacht naar onderwijs (meer
jongeren naar school + extra maatregelen vrij onderwijs om de positie katholiek onderwijs te versterken) =
levensbeschouwelijke problematiek tussen katholieken en vrijzinnigen
Slecht resultaat
-> Beslissing oprichting volwaardige partij
2. het ontstaan rot de eerste politieke doorbraak 1954- 1961
December 1954 oprichting Volksunie (Waarom werd de CVV opgericht?)
Gunstige voedingsbodem
o Koningskwestie
Vlamingen voelden zich beetgenomen nadat LIII niet terugkeerde ondanks meerderheid
Nederlaag CVP door aarzelende houding (loyaliteit aan monarchie vs respect voor
democratische principes): ondanks loyaliteit kon CVP niet voorkomen dat LIII moest aftreden
o Aarzelende houding regering m.b.t. repressie
o Gebrekkige toepassing taalwetten
o Publicatie resultaten talentelling 1947
Belangrijkste eisen CVV
o Federalisme -> Vroeger nog niet aan de orde: unitair België
o Amnestie -> Vergeving/ongedaan maken van de gevolgen collaboratieverleden (niet vergeten!)
(= profileren zich als meer dan loutere taalpartij: Sociale rechtvaardigheidspartij met aandacht voor rechten
van de arbeiders en de problemen van landbouw, middenstand en nijverheid)
Volksunie onopgemerkt tot 1958 (Hoe kan men slecht electoraal resultaat CVV verklaren?)
Slecht politiek klimaat (cf. 1954-1958: Schoolstrijd)
o CVV identificeerde zich als een communautaire politieke partij (Vlaamse belangen) tijdens een
levensbeschouwelijke schoolstrijd tussen katholieken en vrijzinnigen
o VU verdedigde de volledige wettelijke gelijkstelling van het vrij onderwijs met het officieel onderwijs
o Beslecht met het schoolpact (Wat was de betekenis van het schoolpact binnen de algemene politieke
constellatie?)
Levensbeschouwelijke pacificatie (vredesluiting) -> Zorgde ervoor dat andere breuklijnen in BE
politiek meer aandacht kreeg (bv. sociaaleconomische en communautaire breuklijn)
Volksunie (Wat was de betekenis van het schoolpact voor de verschillende andere politieke
partijen?) -> Beter politiek klimaat voor Volksunie: levensbeschouwelijke was nu minder
belangrijk en de communautaire belangen komen terug op de voorgrond + federalisme (=
Vlaamse economie zal het beter doen indien het Vlaamse Gewest over eigen economische
bevoegdheden beschikt
Bestempeld als partij van ‘zwarten’ (= collaborateurs), ondanks afwijzing autoritarisme en aanvaarding parlementaire
democratie
CVP zag VU/CVV als bedreiging (partij van scheurmakers binnen katholieke partijen)
o CVP ’54 – ’58 = oppositie tegen onderwijsbeleid toenmalige (paarse = socialisten + liberalen) Regering Van
Acker (+ premier)
Tekenen van opleving na 1958
parlementaire activiteit Frans Van der Elst (voorzitter sinds 1957)
partij organisatorisch beter uitgebouwd
na Schoolstrijd communautaire problemen meer op voorgrond
Problemen voor kleinere partijen (cf. single issue partijen)
Partijfinanciering
Partijprogramma
Partijstructuur
Kiesdrempel
,3. van zweeppartij naar oppositiepartij 1961-1970
VU jaagt de andere politieke partijen met een zweep in de hand op om te kijken naar wat zij voor ogen hebben
voor het beleid (bv. federalisme) -> Door opkomend succes en overwinningen wordt de VU een volwaardige
oppositiepartij. (Schets in grote lijnen de evolutie van de VU in de jaren 60)
parlementsverkiezingen 1961
Volksunie grote overwinnaar
CVP zwaar verlies = gevolg schoolpact
Doorbraak vooral in steden
Regering Lefèvre-Spaak (rooms-rood = christendemocraten + socialisten)
o Sociaaleconomische en communautaire problematiek (spanningen omtrent de taalgrens) ->
levensbeschouwelijke was niet meer belangrijk
o Door de verkiezingsoverwinning van de VU, met een sterk Vlaams-nationalistisch programma, nam de
regering gelijkaardige ideeën over om kiezers te behouden
VU geen rechtstreekse invloed op besluitvorming, maar wel onrechtstreeks als ‘zweeppartij’ voor CVP
(= Oppositiepartij die met sommige van haar standpunten het regeringsbeleid gaat proberen beïnvloeden)
Partijcongres Mechelen 1963
Koerswijziging naar levensbeschouwelijk pluralisme (open voor verschillende ideologieën) doet wantrouwen ontstaan
Interne spanningen (deze zijn er in elke politieke partij)
Rechter- (conservatief) en linkervleugel (progressief)
o De linkse vleugel wou een compromis, maar de rechtse niet
o Later splitst VU in SPIRIT (= links) en N-VA (rechts) -> Tegenstellingen nu nog in ontwikkeling
o Zolang er verkiezingssucces is, blijft dit conflict op de achtergrond
breuk met VMO (Vlaamse Militanten Orde) -> nemen afstand van het extreem rechtse
Deconinck (links georiënteerd federalisme)
Parlementsverkiezingen 1965
Groot succes door:
o Gunstig politiek klimaat
o verruimingsoperatie (Schiltz, Coppieters, Anciaux) = anderen die traditioneel niet tot de Volksunie behoren
die wel electoraal kapitaal bezitten gaan proberen overhalen naar VU
o stevige organisatorische uitbouw
PVV grootste overwinnaar (liberalen)
Regering Harmel-Spinoy (rooms-rood) -> gaan nog even verder regeren, ondanks hun verlies
o Meerderheid van christendemocraten
Regering VDB-De Clercq (rooms-blauw = christendemocraten + liberalen)
o Sociaaleconomische focus
o Communautair struikelsteen = Splitsing van de Leuvense universiteit (1968)
Binnen VU tegenstelling linker- /rechtervleugel
De partij zelf groeit, mar ook de tegenstellingen worden groter
Rechtervleugel (Karel Dillen): Vlaams-radicale pressiepartij
Linkervleugel: omvorming tot sociaal-progressieve oppositiepartij
Parlementsverkiezingen 1968
Campagne in het teken van de communautaire spanningen -> Communautaire partijen behalen beste resultaat
VU derde partij in Vlaanderen (= hun beste resultaat)
Verruimingsstrategie wordt verder gezet (Lode Claes) naar aanleiding van de verkiezingen -> openstellen naar niet
traditionele VU’ers
Regering Eyskens-Merlot-Cools (christendemocraten + liberalen)
‘Werkgroep der 28’ = voorbereidend werk voor staathervorming (de gewestvorming)
Gemeenteraadsverkiezingen 1970
VU-verkozenen veelal uit schepencolleges geweerd -> soort Gordon sanitair op lokaal vlak tegen VU verkozenen
1971 installatie Cultuurraden met steun van VU -> eerste stap richting federalisering
, 4. van oppositiepartij tot regeringspartij 1971-1977
Parlementsverkiezingen 1971
FDF (Fédéralistes Démocrates Francophones) -RW (Rassemblement Wallon) grote overwinnaar
VU bleef derde partij, maar bereikt electoraal plafond (= groeien niet in stemmen en blijven in oppositie)
Interne discussie over overgang van oppositiepartij naar regeringspartij blijft
Tendens VU (1954–1980): Stijging van 1954 tot 1970 -> Stagnatie tot 1980 -> Daarna achteruitgang
Nieuwe strategie VU -> interne spanningen worden groter
Keuze voor al dan niet regeringsverantwoordelijkheid -> zorgt voor zware spanning (kernvraag = zijn we bereid in de
regering te stappen)
o LINKS: PRO -> Volksunie moet zich gedragen als volwaardige partij, en tonen dat zij bereid is aan het
beleid deel te nemen (= participationistisch standpunt)
o RECHTS: CONTRA -> angst voor mogelijke ideologische toegevingen, over essentiële punten van het
Vlaams-Nationaal programma, die men zou moeten doen om deel te nemen aan het beleid, toegevingen
zou moeten doen op -> willen geen toegevingen doen/ onderhandelen
1973 partijcongres Oostende beheerst door Hugo Schiltz
o Bevestiging participationisme -> Volksunie bereid voor deelname aan een regering (coalitie), mits
inhoudelijke voorwaarden
o Rechterzijde was hier niet tevreden mee
Jaren ‘70
nieuwe CVP kopstukken: Wilfried Martens & Leo Tindemans (nieuwe eerste minister)
2 dominante thema’s:
o Sociaaleconomisch -> petroliumcrisis (economische onzekerheid, inflatie, werkloosheid,…)
o Communautair -> eerste stappen richting gewestvorming
Parlementsverkiezingen 1974
Verkiezingen t.g.v. val regering Leburton na IBRAMCO-affaire (corruptieschandaal)
Economische crisis -> verlies voor communautaire partijen -> winst voor CVP/PSC (christendemocraten in regering
van 1958-1999)
Vorming regering Tindemans I (christendemocraten + liberalen: rooms blauw)
o Personalisatie van de verkiezingsprogramma’s -> gaan een figuur naar voorschuiven als gezicht van de
partij
Belofte voor verandering door Tindemans na politiek schandaal (val regering Leburton) -> ‘deze
man doet het anders’ (slogan)
o Kiesregel ingevoerd: Lijsstemmen/voorkeurstemmen moeten binnen één partij blijven
(regionaal/federaal/Europees)
VU voor het eerst betrokken bij regeringsonderhandelingen (proberen in de regering te geraken)
o Zonder resultaat -> komen niet in Regering Tindemans I
Machtsstrijd binnen de VU
Hugo Schiltz (participatie/links) VS. Frans Van der Elst (behoudsgezind/rechts)
5. Het Egmontpact
Parlementsverkiezingen 1977
VU -> electoraal status quo: verliest geen stemmen, maar wint er ook geen
Communautair akkoord/Gemeenschapsakkoord (Egmontpact): akkoord om België te hervormen tot een federale
staat + regeling voor verhouding tussen taalgemeenschappen.
o Vlaamse kritiek: perceptie dat er meer toegevingen gedaan werden van Vlaamse kant dan Franstalige kant
-> uiteindelijk toch aanvaard, maar zorgde voor ontstaan dissidenties (= afsplitsingen binnen politieke
partijen)
Vlaamse Volkspartij (VVP) door Lode Claes
Vlaams-Nationale Partij (VNP) door Karel Dillen
Samenwerking VVP en VNP -> vormen uiteindelijk het Vlaams blok, en gebruiken het Egmont
debat als bewijs dat regeringsdeelname nadelig is