1. Begriprecht
2. Verschillende rechtsbronnen
3. Indeling van het recht
4. Rechtsprocedure: de verschillende stappen en de verschillende rechtbanken
5. Bewijsrecht
1. Begrip recht
= Alles wat te maken heeft met regels die in een samenleving gelden, en die ervoor
zorgen dat mensen op een rechtvaardige geordende manier met elkaar omgaan.
Het zorgt ervoor dat de burgers weten wat wel en niet mag.
➢ Vb: auteursrecht, verkeersregels, weten in een bedrijf wat er wel/niet mag,
arbeidscontract
2. Rechtsbronnen
Bij het bestuderen van het recht, is het belangrijk om te weten waar de regels kunnen
worden teruggevonden!
4 klassieke rechtsbronnen; wetgeving,rechtspraak,gewoonterechtelijke regels & rechtsleer
1. WETGEVING (BELANGRIJK!)
a) Internationale recht:
Verdragen : komen tot stand door onderhandeling tussen de souvereine
staten; worden van kracht als de nationale parlementen ze goedkeuren.
➢ Vb: het Europees verdrag, omtrent internationale koopwaarde en
ook het verdrag omtrent het vervoer.
Europese Unie: kan zelf wetgeving uitvaarden
3 vormen van Europese wetgeving:
1) Richtlijnen
= nationale overheden zijn verplicht om de richtlijnen op te nemen in
verwerken in de eigen wetgeving.
➢ Vb: Richtlijn over consumentenrechten, die e-commerce regels
harmoniseert.
2) Verordeningen:
= algemene en volledige reglementering die rechtstreeks van
toepassing is in de verschillende lidstaten.
, ➢ Vb: Algemene Verorderong Gegevensbescherming,die
privacyregels vastlegt
3) Besluiten
= bijzonder besluiten enkel van toepassing op uitdrukkelijke
bestemmeling ( staten, ondernemingen of personen )
➢ Vb: Besluit over staatssteun, zoals een EU-besluit dat een
lidstaat verplicht onrechtmatige subsidies terug te vorderen.
b) Nationale wetgeving
• Wetboek economisch recht (WER)
• Wetboek venootschappen en verenigingen (WVV)
2. RECHTSPRAAK
= geheel van beslissingen uitgesproken door de diverse rechtscolleges.
Rechtspraak is jurdisch niet bindend. Rechterlijke uitspraken van (andere) rechters
vormen een precedent waarnaar rechters kunnen teruggrijpen bij hun beoordeling
van de zaak.
3. GEWOONTERECHTELIJKE REGELS
= gebaseerd op welbepaalde en herhaalde handelswijzen die als algemeen
verbindend worden aanvaard.
➢ Vb: passieve hoofdelijkheid voor ondernemers -> als ik met een partner een
bedrijf oppstart en de bank wilt zijn geld terug dan zal de bank aankloppen bij
degene die de meeste centen heeft om schuld in te lossen. (Deze voorbeeld
goed kennen)
4. RECHTSLEER
= geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden. De rechters zijn niet
gebonden door deze studies, maar de rechtspraak wordt er wel door beinvloed.
3. Indeling van het recht
a) Publiek recht
➔ Mensen betrokken bij juridisch kwestie
➔ Overheid
➔ Strafrecht
Vervolging: strafrecht, bestuursrecht, grondwettelijk recht, fiscaal recht
b) Privaat recht
➔ Burgerlijk recht: regelt contracten en schadevergoeding
➔ Onderling ondernemingen
, ➔ Contractenrecht
➔ Familie en erfrecht: regelt zaken zoals huwelijk, echtscheiding
➔ Arbeidsrecht: regelt de verhouding tussen werkgever en werknemer
Vonnis -> in eerste aanleg
Arrest uitspraak die gewezen is door de burgerlijke kamer van de rechtbank eerste
aanleg tegen een vonnis van de vrederechter.
4. Rechtsprocedure: de verschillende stappen en de verschillende
rechtbanken
3 kernmomenten:
• Dagvaarding: (gerechtsdeurwaarder) verzoekschrift
• Openbare terechtzitting —> “ pleit”
• Het vonnis —> eerste aanleg
Arrest -> uitspraak die gewezen is door de burgerlijke kamer van de rechtbank eerste
aanleg tegen een vonnis van de vrederechter.
• - Er is ook de verkorte en buitengewone procedure:
• Bij spoedeisendheid: voorzitter rb kan in kort geding maatregelen treffen
• Figuur 1: Het Belgisch rechtsbestel: zie document onder “ documenten”
5. Bewijsrecht
Bewijslast en bewijsstandaard
Diegene die meent een ander in rechte aan te spreken, dient de rechtshandelingen
of de feiten te bewijzen. De andere partij die dan beweert bevrijd te zijn van de
verbintenissen, dient dat op zijn beurt aan te tonen.
Bij twijfel, krijgt diegene op de bewijslast rust, ongelijk. Algemeen bekende feiten of
ervaringsregels, rechtsregels dienen niet te worden bewezen.Partijen zijn gehouden
mee te werken aan de bewijsvoering.
Wat is het verschil tussen een rechtshandeling en feiten?
Een handeling die je bewust zal stellen om juridische gevolgen te gaan creëren. Vb.
arbeidscontract
Iets gebeurd met gevolgen maar dit heb je niet bewust gedaan. Schade veroorzaken
aan de wagen van iemand anders, die ik zal moeten vergoeden.
Schriftelijk bewijs: de akte- examen
Er wordt een onderscheid maken tussen de authentieke akte en de onderhandse
akte
, Authentieke akte
= akte die opgemaakt is door een openbare ambtenaar.
(een openbare notaris= een openbare ambtenaar) in dit geval spreken we van
een notariële akte vb. koopakte huis
Deze akte heeft een bijzonder bewijskracht tussen de partijen die het zijn
aangegaan. Men gaat kijken naar derden
Wie is ook een openbare ambtenaar?
= Een deurwaarder, gerechtsdeurwaarder - benoemd door de koning.
Onderhandse akte
• = geschrift door de partijen opgesteld, zonder tussenkomst van
openbaar ambtenaargetekenddoor de partijen zelf, in zoveel exemplaren
als er partijen zijn. Op elke exemplaar dient het aantal opgemaakte
exemplaren vermeld staan, dit op straffe van nietigheid. Stel dat je maar
eentje maakt kan 1 vd partij zeggen dat ze dit niet ontvangen hebben vb.
compromis van een huis. M.a.w. dit zal enkel geldig zijn tussen de partijen
aanwezig.
Burgerlijk recht: Je hebt een akte nodig vanaf een waarde > € 3500
Niet alles kan met een akte bewezen worden. Daarom zijn ook enkele andere
bewijsmiddelen van kracht:
- Getuigenbewijs: je gaat effectief verklaring die wordt afgelegd van een
persoon die dat met zijn iegen zintuigen heeft waargenomen. Enkel
toelaatbaar wanneer de rechtbank dat zegt. Vb. verkeersongeval
- Wettelijk vermoeden: bewijs door vermoedens de redenering van een
bepaalde gevolgtrekking van een onbekende feit. Vb. Volgens de wet wordt
een huurder vermoed het gehuurde goed in goede staat te hebben ontvangen,
tenzij hij bij aanvang een tegensprekelijke plaatsbeschrijving heeft laten
opmaken.
- Feitelijk vermoeden: niet voortvloeiend uit de wet, wel via redenering van de
rechter. Vb. rechter kan besluiten dat er een schijnhuwelijk is.
- Bewijs door bekentenis: verklaring van 1 van de partijen waarin dat het
aangehaalde rechtshandeling/ feit wordt bevestigd.
- De eed: dit is een plechtige verklaring die voor de rechter wordt afgelegd.
HT2