1 – BLOED
Samenstelling bloed
- Bloed = bloedcellen + plasma
- RBC = 99% van bloedcellen
- Plasma bevat stollingsfactoren
- Bloed afgenomen zonder an=coagulans
→ klontert
→ vloeistof die zich boven klonter vormt = serum = plasma zonder stollingsfactoren
- Bloedcellen goed onderzoeken
→ bloedstaal afgenomen met an=-coagulans waardoor bloed niet kan stollen
→ veel gebruikte an=-coagulan=e zijn EDTA en citraat
→ binden calcium ionen waardoor ze niet meer ter beschikking zijn voor rol in ac=va=e van
stollingsfactoren
Eigenschappen van bloed
Bloed viscositeit
- Factoren die viscositeit verhogen
→ toename RBC concentra=e vb: polycythemie
→ verhoogde eiwitconcentra=e vb: verhoogd fibrinogeen en verhoogde immuunoglobuline
concentra8e
Bloed volume
- 70 mL/kg LG
- 7% van het totaal LG
Bezinkingssnelheid (na 1h of 2h)
- RBC zullen in citraat (= an=coagulans) onder invloed van zwaartekracht sedimenteren of bezinken
- Normaal < 15 (mannen) en < 20 (vrouwen)
- Factoren die bezinkingssnelheid doen toenemen
→ Hogere leeVijd
→ Zwangerschap (vooral derde trimester)
→ toename van plasmaviscositeit
→ verhoogde aggrega=eneiging van RBC (oa door auto-an8stoffen)
→ acidose
→ bij infec=e of inflammatoire toestanden verhogen fibrinogeen en immuunoglobulines, waardoor
plasmaviscositeit toeneemt en daardoor zal bezinkingssnelheid toenemen
→ verhoogde bezinkingssnelheid is vrij gevoelige parameter van infec=e/inflamma=e
Samenstelling van het plasma
- H2O: 90%
- Plasmaproteïnen: 7%
→ Albumine
° geproduceerd in de lever
° belangrijk voor onco=sche druk die een grote rol speelt bij de distribu=e van extracellulair
Vocht
° bufferfunc=e bij behoud pH op 7.4
° transpordunc=e
→ Globuline
° Alfa-globulinen (lever): transpordunc=e
° Beta-globulinen (lever): transpordunc=e, eiwieen betrokken bij de bloedstolling en
Immuniteit
, ° Gamma-globulinen: an=stoffen, geproduceerd door plasmacellen
- Andere elementen (3%)
→ electrolyten
→ voedingsstoffen (glucose, aminozuren, lipiden, vitaminen en spoorelementen)
→ afvalproducten (ureum, crea8ne, urinezuur, bilirubine)
→ hormonen
Bloedcellen
- RBC
- Plaatjes
- WBC
→ Polynucleair
° Neutrofielen
° Basofielen
° Eosinofielen
→ Mononucleair
° Monocyten
° Lymfocyten
Bloedcellen worden gevormd in het beenmerg
- Beenmerg is een visceuzer materie (lijkt op bloed maar is ‘dikker’)
→ weefsel waar vorming van bloedcellen plaatsvindt
- Bij volwassen is het meest ac=eve beenmerg aanwezig in het axiaal skelet
→ sternum
→ wervelzuil
→ ribben
→ bekken
Hematopoiese: aanmaak van bloed
- Func=onele cellen in beenmerg zijn stamcellen
- Pluripotente stamcel die in staat is tot zelf-hernieuwing en differen=a=e in meer ‘commieed’
stamcellen waarvan differen=a=elijn al vaster ligt
- Verschillende soorten stamcellen kunnen morfologisch niet onderscheiden worden maar wel
func=oneel door zgn stamcelkweken of assays (Colony Forming Units – CFU’s of Burst Forming Units
– BFU)
- Minimum aantal stamcellen is in staat om een volledig nieuwe beenmergfunc=e op te bouwen
,Func:es van wi<e bloedcellen
Granulocyten
- Neutrofielen: neutrofielen spelen belangrijke rol bij verdediging tegen bacteriële infec=es
→ Fagocytose
→ Penetreren in weefsels
→ Blijven 10-tal uren in circula=e, overleven 3-5 dagen
→ Toename igv bacteriële infec=es en inflamma=e
- Eosinofielen
→ Rol in allergische respons, parasitaire infec=es, fibrine ruimers
- Basofielen
→ Rol bij allergische reac=es
Monocyten
- Spelen een belangrijke rol bij verdediging tegen bacteriële infec=es
→ Func=es als macrofagen, dendri=sche cellen
→ 20-40h circula=e → weefsels
Lymfocyten
- T-cellen, B-cellen, NK (natural killer) cellen
- Kunnen dagen tot jaren overleven
- Talrijke func=es in cellulaire en humorale immuniteit
Normale waarden
Rode bloedcellen: erythropoiese
- Levensduur van RBC bedraagt ongeveer 120 dagen
- Produc=e vindt plaats in beenmerg
→ staat onder controle van erythropoie8ne (EPO)
- Turn-over van RBC is enorm
→ 1% van RBC w dagelijks vervangen
→ 2 à 3 x 106 cellen per seconde
- EPO werkt vooral in op niveau van commieed stamcellen (CFU-e) en pro-erythroblasten
- Vanaf pro-erythroblast begint de hemoglobine synthese die maximaal is op niveau van normoblast
- Laatste matura=estadium voor RBC is re8culocyt
→ zijn kern verliest maar nog een beetje mRNA in cytoplasma
- Normaliter circuleren er 1-2% (van totaal aantal circulurende bloedcellen) re=culocyten in
bloedbaan
- Percentage neemt toe als produc=e van RBC, onder invloed van EPO, toeneemt bv na een bloeding
- Percentrage re=culocyten is goede parameter om de respons van beenmerg op EPO in te schaeen
, Erythropoiese: fysiologie
- Synthese van EPO vindt plaats in nier
- Peritubulaire cellen in nier inters==um beschikken over zuurstofsensor
- Bij lage zuurstofspanning in de weefsels (op grote hoogte, cardiopulmonale aandoeningen,
bloedarmoede) zal de nier MEER EPO aanmaken waardoor de produc=e van RBC thv het beenmerg
ges=muleerd w
- Bij normale beenmergfunc=e zal aldus de re=culocytose toenemen
→ zullen er meer RBC in circula=e komen waardoor de zuurstoVransportcapaciteit van bloed
toeneemt
- Daardoor zal zuurstofspanning in weefsels opnieuw toenemen
- Bij nierinsufficien=e, zal er minder EPO geproduceerd worden waardoor bloedarmoede ontstaat
Rol VitB12 en foliumzuur in DNA synthese
- Grote turn-over van RBC impliceert een belangrijke DNA-synthese
→ essen=eel voor DNA-synthese zijn foliumzuur en vitamine B12
- Folaten uit voeding worden omgezet in methyltetrahydrofolaat
→ w omgezet in THF via omzerng van homocysteïne in methionine
→ vitB12 als cofactor
- Tekort van deze vitamines zal leiden tot gebrekkige DNA-synthese en tekort aan RBC produc=e
waardoor bloedarmoede of anemie ontstaat
→ aantal celdingen is door gestoorde DNA-synthese kleiner
→ RBC groter dan normaal
→ anemie = macrocytaire type
Fe-cyclus
- Thv duodenum
- Fe uit voeding
- Na absorp=e gebonden op transferine
- Naar weefsels getransporteerd
→ vooral beenmerg waar het dient voor hemoglobine-synthese
- Ook naar andere weefsels
→ waar enzyma=sche processen Fe nodig hebben
- Naar spieren voor incorpora=e in myoglobine
- Absorp=ecapaciteit
→ eerder beperkt
- Fe tekort komt frequent voor
→ door chronisch bloedverlies
→ malabsorp=e
→ dieet tekort
→ ferriprieve bloedarmoede, met kleine RBC (microcytair) ontstaat
Samenstelling bloed
- Bloed = bloedcellen + plasma
- RBC = 99% van bloedcellen
- Plasma bevat stollingsfactoren
- Bloed afgenomen zonder an=coagulans
→ klontert
→ vloeistof die zich boven klonter vormt = serum = plasma zonder stollingsfactoren
- Bloedcellen goed onderzoeken
→ bloedstaal afgenomen met an=-coagulans waardoor bloed niet kan stollen
→ veel gebruikte an=-coagulan=e zijn EDTA en citraat
→ binden calcium ionen waardoor ze niet meer ter beschikking zijn voor rol in ac=va=e van
stollingsfactoren
Eigenschappen van bloed
Bloed viscositeit
- Factoren die viscositeit verhogen
→ toename RBC concentra=e vb: polycythemie
→ verhoogde eiwitconcentra=e vb: verhoogd fibrinogeen en verhoogde immuunoglobuline
concentra8e
Bloed volume
- 70 mL/kg LG
- 7% van het totaal LG
Bezinkingssnelheid (na 1h of 2h)
- RBC zullen in citraat (= an=coagulans) onder invloed van zwaartekracht sedimenteren of bezinken
- Normaal < 15 (mannen) en < 20 (vrouwen)
- Factoren die bezinkingssnelheid doen toenemen
→ Hogere leeVijd
→ Zwangerschap (vooral derde trimester)
→ toename van plasmaviscositeit
→ verhoogde aggrega=eneiging van RBC (oa door auto-an8stoffen)
→ acidose
→ bij infec=e of inflammatoire toestanden verhogen fibrinogeen en immuunoglobulines, waardoor
plasmaviscositeit toeneemt en daardoor zal bezinkingssnelheid toenemen
→ verhoogde bezinkingssnelheid is vrij gevoelige parameter van infec=e/inflamma=e
Samenstelling van het plasma
- H2O: 90%
- Plasmaproteïnen: 7%
→ Albumine
° geproduceerd in de lever
° belangrijk voor onco=sche druk die een grote rol speelt bij de distribu=e van extracellulair
Vocht
° bufferfunc=e bij behoud pH op 7.4
° transpordunc=e
→ Globuline
° Alfa-globulinen (lever): transpordunc=e
° Beta-globulinen (lever): transpordunc=e, eiwieen betrokken bij de bloedstolling en
Immuniteit
, ° Gamma-globulinen: an=stoffen, geproduceerd door plasmacellen
- Andere elementen (3%)
→ electrolyten
→ voedingsstoffen (glucose, aminozuren, lipiden, vitaminen en spoorelementen)
→ afvalproducten (ureum, crea8ne, urinezuur, bilirubine)
→ hormonen
Bloedcellen
- RBC
- Plaatjes
- WBC
→ Polynucleair
° Neutrofielen
° Basofielen
° Eosinofielen
→ Mononucleair
° Monocyten
° Lymfocyten
Bloedcellen worden gevormd in het beenmerg
- Beenmerg is een visceuzer materie (lijkt op bloed maar is ‘dikker’)
→ weefsel waar vorming van bloedcellen plaatsvindt
- Bij volwassen is het meest ac=eve beenmerg aanwezig in het axiaal skelet
→ sternum
→ wervelzuil
→ ribben
→ bekken
Hematopoiese: aanmaak van bloed
- Func=onele cellen in beenmerg zijn stamcellen
- Pluripotente stamcel die in staat is tot zelf-hernieuwing en differen=a=e in meer ‘commieed’
stamcellen waarvan differen=a=elijn al vaster ligt
- Verschillende soorten stamcellen kunnen morfologisch niet onderscheiden worden maar wel
func=oneel door zgn stamcelkweken of assays (Colony Forming Units – CFU’s of Burst Forming Units
– BFU)
- Minimum aantal stamcellen is in staat om een volledig nieuwe beenmergfunc=e op te bouwen
,Func:es van wi<e bloedcellen
Granulocyten
- Neutrofielen: neutrofielen spelen belangrijke rol bij verdediging tegen bacteriële infec=es
→ Fagocytose
→ Penetreren in weefsels
→ Blijven 10-tal uren in circula=e, overleven 3-5 dagen
→ Toename igv bacteriële infec=es en inflamma=e
- Eosinofielen
→ Rol in allergische respons, parasitaire infec=es, fibrine ruimers
- Basofielen
→ Rol bij allergische reac=es
Monocyten
- Spelen een belangrijke rol bij verdediging tegen bacteriële infec=es
→ Func=es als macrofagen, dendri=sche cellen
→ 20-40h circula=e → weefsels
Lymfocyten
- T-cellen, B-cellen, NK (natural killer) cellen
- Kunnen dagen tot jaren overleven
- Talrijke func=es in cellulaire en humorale immuniteit
Normale waarden
Rode bloedcellen: erythropoiese
- Levensduur van RBC bedraagt ongeveer 120 dagen
- Produc=e vindt plaats in beenmerg
→ staat onder controle van erythropoie8ne (EPO)
- Turn-over van RBC is enorm
→ 1% van RBC w dagelijks vervangen
→ 2 à 3 x 106 cellen per seconde
- EPO werkt vooral in op niveau van commieed stamcellen (CFU-e) en pro-erythroblasten
- Vanaf pro-erythroblast begint de hemoglobine synthese die maximaal is op niveau van normoblast
- Laatste matura=estadium voor RBC is re8culocyt
→ zijn kern verliest maar nog een beetje mRNA in cytoplasma
- Normaliter circuleren er 1-2% (van totaal aantal circulurende bloedcellen) re=culocyten in
bloedbaan
- Percentage neemt toe als produc=e van RBC, onder invloed van EPO, toeneemt bv na een bloeding
- Percentrage re=culocyten is goede parameter om de respons van beenmerg op EPO in te schaeen
, Erythropoiese: fysiologie
- Synthese van EPO vindt plaats in nier
- Peritubulaire cellen in nier inters==um beschikken over zuurstofsensor
- Bij lage zuurstofspanning in de weefsels (op grote hoogte, cardiopulmonale aandoeningen,
bloedarmoede) zal de nier MEER EPO aanmaken waardoor de produc=e van RBC thv het beenmerg
ges=muleerd w
- Bij normale beenmergfunc=e zal aldus de re=culocytose toenemen
→ zullen er meer RBC in circula=e komen waardoor de zuurstoVransportcapaciteit van bloed
toeneemt
- Daardoor zal zuurstofspanning in weefsels opnieuw toenemen
- Bij nierinsufficien=e, zal er minder EPO geproduceerd worden waardoor bloedarmoede ontstaat
Rol VitB12 en foliumzuur in DNA synthese
- Grote turn-over van RBC impliceert een belangrijke DNA-synthese
→ essen=eel voor DNA-synthese zijn foliumzuur en vitamine B12
- Folaten uit voeding worden omgezet in methyltetrahydrofolaat
→ w omgezet in THF via omzerng van homocysteïne in methionine
→ vitB12 als cofactor
- Tekort van deze vitamines zal leiden tot gebrekkige DNA-synthese en tekort aan RBC produc=e
waardoor bloedarmoede of anemie ontstaat
→ aantal celdingen is door gestoorde DNA-synthese kleiner
→ RBC groter dan normaal
→ anemie = macrocytaire type
Fe-cyclus
- Thv duodenum
- Fe uit voeding
- Na absorp=e gebonden op transferine
- Naar weefsels getransporteerd
→ vooral beenmerg waar het dient voor hemoglobine-synthese
- Ook naar andere weefsels
→ waar enzyma=sche processen Fe nodig hebben
- Naar spieren voor incorpora=e in myoglobine
- Absorp=ecapaciteit
→ eerder beperkt
- Fe tekort komt frequent voor
→ door chronisch bloedverlies
→ malabsorp=e
→ dieet tekort
→ ferriprieve bloedarmoede, met kleine RBC (microcytair) ontstaat