2024-2025
BIOLOGISCHE PSYCHOLOGIE I
PROF. KRIS BAETENS
ALYSÉE PEETERS
1BA PSYCHOLOGIE
VUB
1
,Biologische psychologie 2024-2025
Hoofdstuk 1: evolutie en gedragsgenetica
1. Evolutie
1.1 Definiëring perspectief
Onderscheid tussen natuurlijke selectie en evolutie, ze zijn niet hetzelfde.
- Natuurlijke selectie is een proces met evolutie als zijn consequentie.
Grondvoorwaarden natuurlijke selectie: (geldt voor al de organismen!)
1. Overerving: Er zijn overerfbare eigenschappen bv lijken op je biologische ouder(s). Er moet spraken zijn
van individuele individuen die eigenschappen hebben die (minsten gedeeltelijk) overerfbaar zijn.
2. Variatie: Er bestaat variabiliteit binnen deze (overerfbare) eigenschappen bv blauwe ogen of groene
ogen (via onder andere mutatie ontstaan nieuwe variaties.)
3. Selectie: Sommige van deze eigenschappen (die door bv mutatie zijn opgetreden) hangen in een
bepaalde context samen met een groter reproductief succes dan andere eigenschappen. Die
eigenschappen gaan meer voorkomen, omdat de individuen die de eigenschappen hebben meer
vruchtbare nakomelingen voortbrengen.
Als er aan de drie voorwaarden voldaan is; we kunne eigenschappen overerven, er bestaat variatie in
die eigenschappen en er treedt selectie op. Dan gaan de genen die samenhangen met die
eigenschappen die dat een gunstige impact hebben op het reproductief succes zich in een volgende
generatie meer gaan voordoen en in frequentie toenemen. Er gaan genetische verschillen ontstaan
tussen vorige en volgende generaties. => evolutie.
“Natuurlijke selectie is een proces dat leidt tot evolutie”
Kan leiden tot splitsing van soorten als de verschillen tussen genen zodanig groot wordt. (splitsing van
soorten wanneer ze geen vruchtbare nakomelingen kunnen produceren.)
2
,Biologische psychologie 2024-2025
Voorbeeld kevertjes:
In natuurlijke omstandigheden is de groene kever frequenter (komt meer voor) dan de oranje kever,
aangezien deze minder opvallen in hun omgeving. Bij de komst van een nieuwe predator in hun leefgebied
die selectief begint te jagen op de groene kevers. (De context en de selectie veranderen.) Een oranje kever
zijn krijgt nu meer voordeel. De voortplantende kevertjes zijn nu grotendeels oranje. Er komen dus meer en
meer oranje kevers. => evolutie
Selectie
“Survival of the fittest” => “de wet van de sterkste”
Heel er misleidend: Niet de sterkste/ slimste/… → “fit” = passen, die die het beste past in de
(veranderende) omgeving. Een eigenschap die heel erg voordelig was in het verleden kan in het heden heel
nadelig zijn doordat de context veranderd.
Betere verwoording: “natuurlijke selectie” (vb. kevertjes)
Voorbeeld peper en zout vlinders:
99% van de peper en zout vlinders vandaag zijn wit. Maar enkele decennia geleden was het omgekeerd.
Engeland → industriële revolutie → heel wat fabrieken die roet uitstoten, waardoor de bomen na enige tijd
zwart zien van het roet. Opeens vallen de witte vlinders feller op wat in hun nadeel is. Op enkele jaren tijd is
er een complete shift in aantal zwarte en witte peper en zout vlinders. Eens de bomen terug wit worden is er
opnieuw een shift in de andere richting.
“Fit” (in de zin van overlevingskansen) is maar één van de factoren die bijdragen tot reproductief succes.
• Dragen bij tot fitness/reproductief succes van een individu:
o Mortaliteitsselectie: focus op het overleven.
o Vruchtbaarheidsselectie: focus op het aantal nakomelingen men kan voortbrengen in zijn
leven. bv leeftijd waarop men vruchtbaar wordt heeft effect op aantal nakomelingen er
kunnen gemaakt worden. Nadruk op vruchtbaarheid. → men moet de kinderen ook kunnen
opvoeden tot volwassenen, er moet voor gezorgd worden. Het gaat om het aantal
vruchtbare nakomelingen men kan voortbrengen. (kleuter is niet vruchtbaar)
o Seksuele selectie: gelegenheid tot voortplanten: je wordt geselecteerd op kenmerken die
rechtstreeks je aantrekkelijkheid voor seksuele partners kan vergroten (ook al zijn die
kenmerken “onhandig”). bv pauw
Dit zijn allemaal vormen van directe fitness*, in kader van het persoonlijk reproductief succes.
* De mate waarin een individu zijn eigen genen direct doorgeeft aan de volgende generatie via eigen
nakomelingen. Dus: hoe meer gezonde, vruchtbare kinderen een organisme zelf voortbrengt, hoe
hoger zijn directe fitness.
Inclusieve fitness* = directe fitness + indirecte fitness
*De totale evolutionaire winst die je behaalt door:
1. Jezelf voort te planten (directe fitness).
2. Verwanten te helpen voortplanten (indirecte fitness).
Voorbeeld: honingbijen:
Koningin, werksters en mannetjes. De werksters zijn steriel, hun persoonlijk reproductief succes is
onbestaand. Zij kunnen hun genen niet doorgeven. Maar de werksters zijn heel verwant aan elkaar en aan
de koningin. Een koningin legt heel wat eitjes en de werksters zorgen ervoor dat deze eitjes kunnen
uitgroeien tot nieuwe bijen. Deze nieuwe bijen gaan grotendeels dezelfde genen hebben als zij (de
3
, Biologische psychologie 2024-2025
werksters). De werksters geven dus zelf hun eigen genen niet door maar ze dragen wel bij aan een
systeem dat er toe leidt dat hun genen doorgegeven worden aan een volgende generatie. → Hoe verwant
men is, hoeveel genen men deelt met een ander individu speelt een belangrijke rol in hoe we ons gaan
gedragen t.o.v. een ander individu. Bv bij van een andere bijenkorf wordt onmiddellijk van kant gemaakt.
o Verwantenselectie: “Ik zou met plezier het leven geven voor twee broers, twee kinderen of
acht kozijnen” (je deelt 50% van je genen met een gewone broer (geen tweelingbroer) twee
broers die zich voorplanten gaan evenveel van u genen doorgeven aan een volgende
generatie als dat je zelf zou doorgeven. Zelfde met acht kozijnen.)
▪ Evolutieproces waarbij de toe- of afname van de populatie wordt bepaald door;
• Het voor- of nadeel dat het allel aan 1 individu verleent.
• Het voor- of nadeel verleend aan andere individuen.
▪ Geen selectie van individuen, maar van genen. Enkel interesse in welke genen het
best fitten in de omgeving, niet in de persoonlijke overleving. bv steriele honingbij
(werkers)
▪ Belangrijke psychologische implicaties: herkennen van verwanten, psychologie van
het altruïsme, ...
! Belangrijke psychologische implicaties: herkennen van verwanten, psychologie
van het altruïsme, zorg…
Dit is een vorm van indirecte fitness*.
* De toename van jouw genetisch succes door het helpen van verwanten (vb. broers, zussen, neven)
om zich voort te planten. Je draagt dan niet zelf genen direct over via nakomelingen, maar je helpt
familieleden, die jouw genen delen, om dat te doen.
Psychologische relevantie
Indien belangrijke psychische kenmerken ook geworteld zijn in ons lichaam: rechtstreekse erfelijke invloed
op deze kenmerken, we kunnen ze dus overerven. bv grootte brein in belangrijke mate genetisch bepaald,
correleert met IQ (hierin bestaat ook “variabiliteit”).
• Erfelijke invloed kan ook lopen via “banale” (niet rechtstreeks betrokken bij het functioneren van
het ZS of informatieverwerkingscapaciteit etc.) fysieke eigenschappen bv link extraversie met
lichaamslengte en/of attractiviteit. (groter persoon trekt meer aandacht waardoor deze persoon
over tijd zich zo ontwikkeld naar de aandacht dat hij krijgt.)
Leer van de overerfbaarheid van gedrag = gedragsgenetica → Discipline met een “kwalijke
Reputatie”/ zwarte geschiedenis, omdat het een ‘racistische mantel’ kan hebben. (bv. nazi: individuen
worden op basis van hun afkomst geselecteerd, erfelijke aanleg >< rechten).
→ Sterke negatieve ondertoon via o.a. eugenetica.
Tree of life = Een evolutionaire stamboom die laat zien hoe alle levensvormen met elkaar verbonden zijn
via gemeenschappelijke voorouders. Net zoals een echte boom vertakkingen heeft, zo vertakt het leven
zich van een oercel naar miljoenen
soorten. Alle levensvormen stammen af
van een laatste universele
gemeenschappelijke voorouder (LUCA),
eencellige organismen. Vanuit LUCA
splitsten zich drie grote domeinen van
leven af: Bacteria, Archaea en Eukarya
(alle organismen met cellen met een
4