Hoofdstuk 1 Historisch perspectief
Kunnen verschillende bedrijfsvormen van elkaar onderscheiden
Een fusie is na samenvoeging van bedrijven ontstaat een nieuwe
organisatie. Andere bedrijven verdwijnen.
Een overname is dat de overgenomen organisatie verdwijnt.
Een joint venture is dat de samenwerkende organisaties blijven zelfstandig.
Weten welke wetenschappelijke stromingen er zijn binnen het vakgebied
Scientific management:
‘Organisatie zonder mensen’
Benadert organisaties rationeel (Doelmatig)
Streeft naar efficiency door vergaande taakverdeling/specialisme
Managers plannen, organiseren, coördineren en controleren.
Human relations:
‘Mensen zonder organisatie’
Hawthorne experiment
De mens is meer den een verlengstuk van een machine
Revisionisme:
‘Mensen en organisatie’
Integratie van scientific management en human relations
Taakverdeling, taakverrijking en taalroulatie
Systeemtheorie en contingentiebenadering:
Organisaties sterk afhankelijk van ontwikkelingen in de omgeving
zoals, democratisering, automatisering en globalisering.
Interdisciplinair
Organisatiestructuur en managementstijl passen zich aan de omgeving aan.
Weten welke organisatiedeskundigen welke problemen onderzochten
Scientific management:
Taylor: scientific management
Weber: concept van de bureaucratische organisatie, strakke hiërarchie,
onpersoonlijke werkrelaties, werkuitvoering obv van regels en
procedures.
Revisionisme:
Herzberg: werkstructuering, taakverruiming, verrijking & roulatie.
, Marslow: hierarchie en behoeften
Mc gregor: theorie X en theorie y
Systeemtheorie en contingentiebenadering:
Mintzberg: confuguratietheorie: omgeving bepaalt de structuur.
Porter: vijfkrachtenmodel: instrument voor de markt en concurrentieanalyse
Hammer: business process redesign en streven naar zelfsturende medewerker
Kunnen het verschil aangeven tussen dirigerende en constituerende beslissingen
Constituerende taken:
- Gaat over het beleid, genomen door het topmanagement / directie
- plannen en vooruitzien, organiseren
- Vooruitkijken en het bieden van een kader waarin gewerkt wordt en zorgen dat
mensen hun werk naar behoren kunnen doen.
Dirigerende taken:
- Gaat over de uitvoering, genomen door het lager management.
- opdracht geven, coördineren en controleren.
- Het aansturen van mensen en het volgen van processen.
- Zorgen dat de juiste persoon op de juiste plek zit.
Kunnen binnen het 7S-Model interviewvragen herkennen
• Strategie: Naar welke doelen streeft de organisatie? Welke kansen en
bedreigingen zijn er?
• Structuur: Hoe zijn de taken verdeeld en wie is bevoegd?
• Systemen: Welke processen zijn er en hoe werken ze?
• Stijl: Hoe gaan managers om met fouten?
• Staf/personeel: Hoe ziet de personeelsopbouw eruit naar leeftijd, kennis
en ervaring? Is er veel ziekteverzuim en verloop?
• Skills: Waar liggen de sterke en zwakke kanten van de organisatie? Hoe wordt
daar mee omgegaan?
• Shared values(organisatiecultuur): Waar zijn de mensen in de organisatie trots
op? Welke slogan past bij het doel van de organisatie
, Hoofdstuk 2 strategy
Weten uit welke drie onderdelen het Abell-model bestaat
Vaak wordt dit model gebruikt voor een situatieanalyse door de beschrijving van het
werkterrein van de onderneming te kijken aan de hand van het model van Abell.
Hierin worden marktgrenzen afgebakend door middel van 3 polen:
- De afnemers (wie), (wie kopen het product / de dienst?)
- De behoeften (wat), (wat zijn de behoeften van je klanten?)
- De technologieën (hoe), (hoe ga je deze behoeften vervullen?)
Begrijpen de vier onderdelen van de
SWOT-matrix
Swot staat voor:
Strengths (sterktes): intern > micro
Weaknesses (zwaktes): intern > micro
Opportunities (kansen): extern > macro
Threaths (bedreigingen): extern > macro
Kunnen verschillende bedrijfsvormen van elkaar onderscheiden
Een fusie is na samenvoeging van bedrijven ontstaat een nieuwe
organisatie. Andere bedrijven verdwijnen.
Een overname is dat de overgenomen organisatie verdwijnt.
Een joint venture is dat de samenwerkende organisaties blijven zelfstandig.
Weten welke wetenschappelijke stromingen er zijn binnen het vakgebied
Scientific management:
‘Organisatie zonder mensen’
Benadert organisaties rationeel (Doelmatig)
Streeft naar efficiency door vergaande taakverdeling/specialisme
Managers plannen, organiseren, coördineren en controleren.
Human relations:
‘Mensen zonder organisatie’
Hawthorne experiment
De mens is meer den een verlengstuk van een machine
Revisionisme:
‘Mensen en organisatie’
Integratie van scientific management en human relations
Taakverdeling, taakverrijking en taalroulatie
Systeemtheorie en contingentiebenadering:
Organisaties sterk afhankelijk van ontwikkelingen in de omgeving
zoals, democratisering, automatisering en globalisering.
Interdisciplinair
Organisatiestructuur en managementstijl passen zich aan de omgeving aan.
Weten welke organisatiedeskundigen welke problemen onderzochten
Scientific management:
Taylor: scientific management
Weber: concept van de bureaucratische organisatie, strakke hiërarchie,
onpersoonlijke werkrelaties, werkuitvoering obv van regels en
procedures.
Revisionisme:
Herzberg: werkstructuering, taakverruiming, verrijking & roulatie.
, Marslow: hierarchie en behoeften
Mc gregor: theorie X en theorie y
Systeemtheorie en contingentiebenadering:
Mintzberg: confuguratietheorie: omgeving bepaalt de structuur.
Porter: vijfkrachtenmodel: instrument voor de markt en concurrentieanalyse
Hammer: business process redesign en streven naar zelfsturende medewerker
Kunnen het verschil aangeven tussen dirigerende en constituerende beslissingen
Constituerende taken:
- Gaat over het beleid, genomen door het topmanagement / directie
- plannen en vooruitzien, organiseren
- Vooruitkijken en het bieden van een kader waarin gewerkt wordt en zorgen dat
mensen hun werk naar behoren kunnen doen.
Dirigerende taken:
- Gaat over de uitvoering, genomen door het lager management.
- opdracht geven, coördineren en controleren.
- Het aansturen van mensen en het volgen van processen.
- Zorgen dat de juiste persoon op de juiste plek zit.
Kunnen binnen het 7S-Model interviewvragen herkennen
• Strategie: Naar welke doelen streeft de organisatie? Welke kansen en
bedreigingen zijn er?
• Structuur: Hoe zijn de taken verdeeld en wie is bevoegd?
• Systemen: Welke processen zijn er en hoe werken ze?
• Stijl: Hoe gaan managers om met fouten?
• Staf/personeel: Hoe ziet de personeelsopbouw eruit naar leeftijd, kennis
en ervaring? Is er veel ziekteverzuim en verloop?
• Skills: Waar liggen de sterke en zwakke kanten van de organisatie? Hoe wordt
daar mee omgegaan?
• Shared values(organisatiecultuur): Waar zijn de mensen in de organisatie trots
op? Welke slogan past bij het doel van de organisatie
, Hoofdstuk 2 strategy
Weten uit welke drie onderdelen het Abell-model bestaat
Vaak wordt dit model gebruikt voor een situatieanalyse door de beschrijving van het
werkterrein van de onderneming te kijken aan de hand van het model van Abell.
Hierin worden marktgrenzen afgebakend door middel van 3 polen:
- De afnemers (wie), (wie kopen het product / de dienst?)
- De behoeften (wat), (wat zijn de behoeften van je klanten?)
- De technologieën (hoe), (hoe ga je deze behoeften vervullen?)
Begrijpen de vier onderdelen van de
SWOT-matrix
Swot staat voor:
Strengths (sterktes): intern > micro
Weaknesses (zwaktes): intern > micro
Opportunities (kansen): extern > macro
Threaths (bedreigingen): extern > macro