H1. Bouwkunde Algemeen
1.1 Voorschriften, wetten, verordeningen en vergunningen
In de bouwsector komt men tijdens het bouwproces verschillende wet- en regelgeving tegen
die belangrijk zijn om te begrijpen en toe te passen. De meest relevante wetgeving bestaat
uit een aantal belangrijke wetten en voorschriften die de basis vormen voor het bouwen en
verbouwen van gebouwen. De meest prominente wetten zijn de volgende:
• Wet ruimtelijke ordening (Wro): Deze wet heeft als doel de beschikbare grond in
Nederland zo zorgvuldig mogelijk te verdelen. Het richt zich op de ruimtelijke
ordening van het land, zodat er op een efficiënte manier wordt omgegaan met het
gebruik van de grond. De Wro bevat onder andere regels voor bestemmingsplannen
en structuurvisies, die de richting van de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied
aangeven. Daarnaast wordt de Wro verder uitgewerkt in AMvB’s (Algemene
Maatregelen van Bestuur), die concrete regels bevatten voor de uitvoering van de
wet.
• Woningwet: Deze wet werd ingevoerd in 1901 en had als doel de bewoning van
slechte woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te
bevorderen. De Woningwet vormt het fundament van de bouwregelgeving in
Nederland en bevat de belangrijkste voorschriften voor het bouwen en verbouwen
van woningen en andere bouwwerken.
• Het Bouwbesluit: Het Bouwbesluit bevat de regels en voorschriften voor de bouw
van bouwwerken. Het richt zich vooral op de minimumvereisten waaraan een
gebouw moet voldoen, zoals het gebruiksoppervlak (GO), verblijfsgebied (VG),
verblijfsruimte (VR) en verkeersruimte (VK). Dit besluit is bedoeld om de veiligheid,
gezondheid, bruikbaarheid en energieprestatie van een gebouw te waarborgen.
• De Modelbouwverordening (MBV): De MBV bevat de bouwverordening en bevat
ook bepalingen over slopen en welstandtoezicht. Het wordt gebruikt door
gemeenten om hun eigen bouwverordeningen vast te stellen. De
modelbouwverordening geeft gemeenten richtlijnen voor stedenbouwkundige
voorschriften, voorschriften met betrekking tot verontreinigde bodem en
procedurele voorschriften met betrekking tot welstand.
Wet ruimtelijke ordening (Wro): Deze wet is essentieel om in Nederland op een
verantwoorde manier om te gaan met de schaarse grond. Het doel is om de beschikbare
ruimte zo goed mogelijk te verdelen, zodat een evenwichtige en duurzame ruimtelijke
ontwikkeling wordt bereikt. Dit gebeurt door middel van structuurvisies en
bestemmingsplannen, waarin het gebruik van de grond wordt bepaald en het beleid van de
overheid wordt vastgelegd.
,Structuurvisies: Deze visies worden door gemeenten opgesteld en zijn verplicht volgens de
Wro. Ze bevatten de beleidsdoelen van het Rijk, de provincie of de gemeente en bieden
inzicht in de uitvoering van die beleidsdoelen. Een structuurvisie heeft vaak betrekking op de
ruimtelijke ordening op lange termijn en geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van
een gebied.
Bestemmingsplannen: Een bestemmingsplan is een gedetailleerdere uitwerking van een
structuurvisie. Het verdeelt de grond in verschillende bestemmingen of functies, zoals
woonwijken, bedrijventerreinen of natuurgebieden. Bestemmingsplannen bepalen hoe en
waarvoor de grond mag worden gebruikt en vormen een belangrijk instrument voor het
reguleren van de ruimtelijke ordening.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro): Het Bro is een nadere uitwerking van de Wro en bevat
onder andere gedetailleerde regels voor de opstelling en wijziging van bestemmingsplannen.
Het geeft verder regels voor de afstemming tussen de verschillende bestuurslagen en zorgt
ervoor dat de ruimtelijke ordening goed wordt uitgevoerd.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): De Wabo vereenvoudigt de
vergunningsaanvraag door een omgevingsvergunning in te voeren. Dit betekent dat
verschillende vergunningen, zoals de bouwvergunning, milieuvergunning en
sloopvergunning, nu kunnen worden gecombineerd in één aanvraag. Dit maakt het
vergunningsproces eenvoudiger en efficiënter.
Bouwbesluit: Het Bouwbesluit is een verzameling van regels en voorschriften die betrekking
hebben op de bouw van een gebouw. Het doel van het Bouwbesluit is het harmoniseren van
de regelgeving en het reduceren van de complexiteit. Het bevat regels over zaken als
brandveiligheid, toegankelijkheid, en energieprestaties van gebouwen.
Verblijfsruimte: Dit is een besloten ruimte die bestemd is voor het verblijf van mensen.
Verblijfsruimten bevinden zich altijd binnen een verblijfsgebied, zoals een kamer, keuken of
kantoorruimte. De minimumvereisten voor een verblijfsruimte zijn een vloeroppervlakte van
minimaal 5 m², een breedte van minimaal 1,80 meter en een hoogte van minimaal 2,60
meter boven het vloeroppervlak.
Verblijfsgebied: Een verblijfsgebied bestaat uit een of meer met elkaar in verbinding staande
ruimten die allemaal op dezelfde bouwlaag liggen. Het kan bijvoorbeeld een combinatie zijn
van een woonkamer, keuken of slaapkamer. Een verblijfsgebied moet voldoen aan bepaalde
eisen qua ruimte, waarbij de vloeroppervlakte minimaal 5 m² moet zijn en de hoogte boven
het vloeroppervlak minimaal 2,60 meter.
Gebruiksoppervlakte (GO): De gebruiksoppervlakte is het netto vloeroppervlak van een
gebouw. Het is doorgaans tussen de 83% en 88% van het bruto vloeroppervlak (BVO) van het
gebouw. Het GO is belangrijk voor de berekening van de bruikbare ruimte in een gebouw en
wordt gebruikt voor het berekenen van bijvoorbeeld de huurprijs of de waarde van een
woning.
Functiegebied: Dit is een gebied binnen een gebouw dat bestemd is voor specifieke
activiteiten, zoals slapen, koken of werken. Het is niet bedoeld voor langdurig verblijf van
,mensen, tenzij het verblijf van korte duur is. In een functiegebied gelden geen specifieke
eisen voor de afmetingen of daglichttoetreding, maar het moet voldoen aan de functionele
eisen van de ruimte.
Functieruimte: Een functieruimte is een ruimte binnen een functiegebied die bestemd is
voor een specifieke activiteit. Voor functieruimten gelden geen specifieke eisen wat betreft
afmetingen of daglichttoetreding.
Verkeersruimte: Dit zijn ruimtes die dienen voor het verplaatsen van mensen binnen een
gebouw, zoals gangen, hallen of overloopruimten. Ze moeten minimaal voldoen aan
bepaalde afmetingen om toegankelijk te zijn voor mensen, zoals een minimale breedte van
1,80 meter en een hoogte van minimaal 2,60 meter.
Modelbouwverordening (MBV): De MBV is een adviesdocument dat door de overheid is
opgesteld en door gemeenten kan worden gebruikt om hun eigen bouwverordening op te
stellen. Het bevat drie belangrijke onderwerpen: stedenbouwkundige voorschriften, regels
voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem en procedurele voorschriften
voor het welstandstoezicht.
1.2 Milieu en Duurzaamheid
Milieu: Het milieu verwijst naar de omgeving waarin mensen leven en waarmee ze in een
wederzijdse relatie staan. Dit betreft zowel de interne omgeving van een gebouw (zoals
luchtkwaliteit en temperatuur) als de externe omgeving (zoals de luchtkwaliteit en het
gebruik van natuurlijke hulpbronnen). Externe milieuregels worden beschreven in het
nationaal Milieubeleidsplan en zijn gericht op het beperken van de negatieve effecten van
menselijke activiteiten op het milieu.
Duurzaam Bouwen: Duurzaam bouwen is een benadering waarbij de nadruk ligt op het
efficiënt gebruiken van ruimte, energie, water en materialen. Duurzaam bouwen gaat verder
dan enkel energiezuinigheid, het richt zich ook op het gebruik van milieuvriendelijke
materialen en het minimaliseren van de impact van de bouw op het milieu.
Wet- en regelgeving op milieugebied:
• Bouwbesluit: Het Bouwbesluit bevat regels die gericht zijn op het verminderen van
de schadelijke milieueffecten van de materialen die worden gebruikt bij de bouw van
gebouwen. Het richt zich op zaken zoals energieverbruik, luchtkwaliteit en
afvalbeheer.
• Wet Milieubeheer: Deze wet is de belangrijkste milieuwet in Nederland en heeft als
doel om milieubelasting door bedrijven en instellingen te voorkomen en te beperken.
De wet richt zich op het beheersen van luchtvervuiling, waterverontreiniging en
andere vormen van milieuvervuiling die schadelijk kunnen zijn voor mens en natuur.
• Bouwstoffenbesluit: Dit besluit bevat regels voor bouwmaterialen die in contact
kunnen komen met water, zoals regenwater, grondwater of oppervlaktewater. Het
heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen en het gebruik van schadelijke
materialen te beperken.
, • Besluit Bodemkwaliteit: Dit besluit richt zich op de bescherming van de bodem en
bevat regels over de kwaliteit van de bodem in relatie tot het bouwen en het
toepassen van bepaalde materialen. Het heeft als doel verontreiniging van de bodem
te voorkomen.
• Wet Bodembescherming: Deze wet is gericht op de bescherming van de bodem en is
bedoeld om bodemverontreiniging te voorkomen en te herstellen. Het bevat regels
voor het saneren van verontreinigde bodems en het beperken van verdere schade
aan de bodem.
• Waterwet: De Waterwet is gericht op het bevorderen van een doelmatig
waterbeheer, wat bijdraagt aan een beter milieu en een betere leefomgeving. Het
bevat regels voor de bescherming van waterbronnen en het beheer van waterlopen
en waterhuishouding in Nederland.
Hoofdstuk 2. Tekeningen en bestek
2.1 Van Schets tot Ontwerp
Het ontwerptraject van een bouwproject begint met het opstellen van de eerste ideeën door
de architect. Dit proces verloopt in verschillende fasen die leiden tot het definitieve
ontwerp, wat essentieel is voor de uitvoering van het bouwproject.
• Schetsontwerp: Het schetsontwerp is de eerste fase van het ontwerp, waarin de
architect zijn ideeën visueel vastlegt. Dit ontwerp wordt meestal gebruikt om de
belangrijkste plannen en concepten te presenteren aan de opdrachtgever, ook wel
de principaal genoemd. Het schetsontwerp is vaak een eerste visuele weergave van
het toekomstige gebouw, zonder gedetailleerde technische informatie. In deze fase
worden ook voorlopige kostenramingen en technische toelichtingen gepresenteerd,
gebaseerd op het Programma van Eisen (PvE), dat de functionele wensen en eisen
van de opdrachtgever beschrijft. Na goedkeuring van dit schetsontwerp wordt de
architect gevraagd het ontwerp verder te ontwikkelen naar een meer gedetailleerd
voorontwerp.
• Voorlopig Ontwerp: Het voorlopig ontwerp bouwt voort op het schetsontwerp en
wordt verder uitgewerkt. Hier worden de eerste schetsen omgezet in een concreter
ontwerp, met een duidelijker beeld van de indeling en uitstraling van het gebouw.
Tijdens deze fase wordt ook een eerste kostenraming gemaakt, vaak op basis van
inhoudsmaten (m³) of via een elementenbegroting. Bij sommige projecten kan het
ontwerp ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie, een groep
van onafhankelijke architecten die de inpasbaarheid van het ontwerp in de omgeving
beoordelen.
• Definitief Ontwerp: Nadat het voorlopig ontwerp is goedgekeurd door de principaal,
wordt het ontwerp verder uitgewerkt naar het definitieve ontwerp. In deze fase
worden alle plattegronden, gevels en doorsneden op schaal getekend (meestal op