Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Vergelijkende Politiek

Note
-
Vendu
2
Pages
43
Publié le
25-04-2025
Écrit en
2024/2025

Dit is een samenvatting (van slechts 46 pagina's) van alle (off & on campus) lessen van Vergelijkende Politiek, gedoceerd door Kristof Steyvers. Alles is overzichtelijk geschematiseerd en alle gevalstudies komen aan bod. Bij vragen of een korting kan u me gerust een berichtje sturen :).

Montrer plus Lire moins











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
25 avril 2025
Nombre de pages
43
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Aperçu du contenu

BLOK 1: HET STUDIEVELD VD VERGELIJKENDE POLITIEK
Inleiding in de cursus
Vergelijkende politiek is een belangrijk studiedomein Domein heeft een enorme evolutie doorgemaakt:
van de politieke wetenschappen 1) Evolutie op vlak van cases:
= de vergelijkende studie van pol systemen: - VP was in de VS ontstaan; bestudeerden democratieën zoals
VK, FR en ook enkele die met democratic breakdown
- Diens interne structuren, instituties, actoren en geconfronteerd waren (DUI, ITA) = maar dus beperkte lens.
processen. - Behaverioural revolution: Na WO2 en dekolonisering kwam er
- Obv 3 empirische tradities een grote uitbreiding vh aantal cases. Men stelde ook vast dat
1. Landen studie mbt de inhoud andere soorten democratieën ook goed konden werken
2. Methodologische aanpak (veronderstelling dat AngelS D superieur waren zwakte af)
3. Analytisch
= aan de hand van de combinatie van inhoud & methode 2) Evolutie op vlak van inhoud:
de gelijkenissen & verschillen tussen politieke systemen - Doorgaans enkel nationale politieke systemen (193), maar
bekijken: variatie is het uitgangspunt. na de evolutie ook…
○ Beschrijven a.d.h.v. classificatie & typologie ○ Sub- en supranationale systemen (EU, Mercosur)
○ Verklaren d.m.v. hypotheses ○ Types van systemen (democratisch/ autocratisch)
○ Voorspellen door [causale] effecten bloot te leggen
Wel kritiek:
De cyclus naar behaverioural revolution en de kritiek erop leidde tot - Op de drang om te focussen op wetmatigheden en
een erfenis voor de vergelijkende politiek: abstracties en te weinig op culturen en algemene
praktijken binnen landen.
1. Er worden nu een veelheid van kenmerken van politieke systeem bestudeerd
2. Men beseft de integratieve meerwaarde van het systeemdenken. —> Daarom: ‘bringing the state back’ en focus op neo-
3. Er is meer aandacht voor het maken, de uitkomst en de impact van beleid. institutionalisme (= instellingen brengen formele
4. We bestuderen en zien een groeiende interdependentie tussen politieke systemen. regels, procedures, waarden en (informele) normen met zich
mee, die een impact hebben op wat mensen doen).
Blijvende uitdagingen voor de vergelijkende politiek:
1. Te weinig cases en te veel variabelen: te veel verklarende factoren en te weinig 3) Evolutie op vlak van de methode:
cases om te onderzoeken.
2. Bias bij het selecteren van cases (selection bias)
- Voor vergelijking bestaat een veelheid aan methodes
3. Hetzelfde fenomeen kan verschillende dingen betekenen in verschillende landen, = keuze hangt af van de OV, dimensie v vergelijking,
waardoor vergelijken moeilijk wordt (understanding meaning) analyse-eenheden, focus op gelijkenissen of
4. Staten kunnen niet volledig op zichzelf bekeken worden in de context van globalisering.
verschillen, …
Als gids door het statendoolhof kunnen we typologieën gebruiken - Keuze tussen intensief design (kleine N, veel variabelen)
als classificatiesystemen (bv democratieën, autoritarisme, hybride of extensief design (grote N, weinig variabelen).
systemen); er is nl geen universeel erkend systeem.

- Historische voorbeelden hiervan: - Er zijn drie hedendaagse varianten:
Aristoteles met 6 types, Montesquieu met republiek, 1. Freedom in the World: met een score (0-100) en
monarchie, despotisme en tijdens de Koude Oorlog had je ranking (1-7) op political rights & civil liberties en een
de eerste, tweede en derde wereld. status: free, partly free & not free.
2. Democracy Index: met een score (0-10) op electoral
process and pluralism, civil liberties, functioning of
BLOK 2: HISTORISCHE CONTEXT government, political participation, & political culture
en categorieën: full D, flawed D, hybrid regimes &
2.1. De staat authoritarian regimes
1. Staten in de wereld 3. Verfijnen doet men in de politieke economie (GDP/
capita) of met de HDI.
De VN heeft vandaag 193 leden (= staten met soevereiniteit die
erkend zijn in het INT statensysteem). 2. Een moderne wereld van staten
Let op! Onder die 193 leden zitten enkele speciale gevallen: Voor de VP is een indeling van de wereld in staten
- Er zijn quasistaten die formeel soeverein zijn, maar in de vanzelfsprekend,
praktijk niet als staat functioneren (bv Monaco, San Marino). —> maar dat is niet altijd zo geweest en zal niet altijd blijven:
- Er zijn ook de facto staten die wel functioneren als staten in - Ervoor bestonden er koninkrijken (met vrije steden
de praktijk, maar niet als dusdanig erkend zijn (bv Taiwan). errond) met een persoonsgebonden &
gedecentraliseerd bestuur en een omvangrijke
Zonder deze uitzonderingen komen we eigenlijk op 189 leden. bevolking/ opp.
(Maar dat precieze cijfer is eig minder belangrijk: helpt gewoon om uit te maken wat
—> Echter geen abstracte politieke gemeenschap.
een staat onderscheidt van andere politieke fenomenen en dat de indeling minder
voor zich spreekt dan ze op het eerste zicht lijkt). Dit is wat ze van staten onderscheid: een moderne
staat is de soevereine (wettelijke en feitelijke)
3. Wat is een staat? autoriteit over een terr met bevolking & grenzen.
‘Staat’ is een gecontesteerd begrip: sommigen proberen het te definiëren —> Dit model ontstond id 16e-18e eeuw en groeide
(bv Weber’s ‘monopolie op het legitiem gebruik van geweld), anderen enorm na WO2, wanneer er meer en
proberen het te omschrijven als een entiteit met basiskenmerken: complexere relaties tussen staten ontstonden.

Territory over population, naar government en legitimacy, tot sovereignty. - Relevantie voor de VP?
De bevolking ve staat vormt de politieke Elke staat heeft een bestuur, maar is er niet Dit maakt de staat de ultieme (de = die interacties hebben ook impact op het BinnenL
gemeenschap van burgers. aan gelijk te stellen! belangrijkste en laatste) bron van autoriteit.
= die burgers zijn ook volledig en = de staat definieert de politieke - Begrip ontw door Bodin (16e eeuw) dat politieke systeem
gelijkwaardig lid van die staat, met
daarbij horende R&P.
gemeenschap en het bestuur beheert deze
gewoon (Ook onderscheid staatshoofd en
diende tot rechtvaardiging vr het
consolideren vd macht v monarchen. bv discussie over het bereik en effect van de
(Quid dubbel staatsburgerschap, staatloosheid, regeringsleider is belangrijk hierbij).
immigranten, …)
(Onder impuls vd democratisering verschoof dit
later naar verkozen raden)
globalisering is een actuele toepassing hiervan.

,4. Opkomst van het statensysteem
Voor er moderne staten waren: In het middeleeuws Europa deelden monarchen (die de transnationale autoriteit had/ soort van
wereldlijke agent) hun macht met vazallen in hun territorium (feodalisme).


Nieuwe technologieën leiden tot grote legers en Maar nog belangrijker: Ook de kerk verloor macht:
wapenwedlopen. Er ontstonden ook bureaucratieën, - Luther uitte kritiek op de corruptie en privileges vd kerk = dit
grotere bestuursentiteiten, handel en diplomatie. denkbeeld holden de transnationale autoriteit vd kerk uit.
—> Daardoor centraliseerden enkele vorsten —> leidde tot een tegenstelling katholieken-protestanten die in
hun macht (bv FR, ENG, SPAid 16e/ 17e eeuw). verschillende godsdienstoorlogen werd uitgevochten.
(bv de 30jarige oorlog vanaf 1618)
Oorlog en reformatie waren op die manier eig een
katalysator voor het ontstaan van de moderne staat.

Eindigde met de vrede van Westfalen (1648) dat de bestaande grenzen aanpaste: Vorsten kregen autonomie over de uitoefening
van religie in hun gebied (seculiere autoriteit kwam dus boven religieuze autoriteit te staan).

Dit was het fundament voor het moderne statensysteem; om dit
verder te doen ontwikkelen waren er 2 belangrijke hefbomen nodig.

1) Ideologische hefboom: enkele denkbeelden ontwikkelden die cruciaal waren voor het staatsbegrip ontwikkelden.
- bv Idee soevereiniteit en de locus van de hoogste autoriteit.
- bv Idee voorwaardelijke overdracht van macht (toestemming mits bescherming vd onvervreemdbare natuurrechten) id
vorm van een contract (Leviathan)

2) Prototypische hefbomen: Revolutionaire episodes (de Amerikaanse en Franse revoluties) die de staatspraktijk beïnvloeden.
- Amerikaanse revolutie die tot de liberale staat leidde: Was een onafHstrijd tegen GB, waardoor id nieuwe republiek het
beperken van de staatsmacht centraal stond (dmv principes zoals the SdM, checks & balances, bill of rights, …).
- Franse revolutie die tot de democratische staat leidde: De staat werd neergezet als (1) een pol gemeenschap van
burgers met gelijke rechten (déclaration des droits de l’homme et du citoyen) en (2) een Volonté Générale (waarin
beslissingen vr de hele SLV genomen werden).
—> De facto ontwikkelde zich dit in een gecentraliseerde eenheidstaat met reflexen van gewelddadig autoritarisme,
maar de verbinding tussen staat en natie was wel gelegd. Deze vormde de basis voor de ontw v volkssoevereiniteit
5. Expansie van staten
In Europa In de rest van de wereld
- Nationalisme werd ingezet als cement vr de verdere ontwikkeling vd - De ‘staat’ w verder verspreid: gebeurde in verschillende stappen.
staat (nationalisme leeft in een gemeenschap met een thuisland die = De Europese traditie van ‘staten’ w aangepast naar andere
zelfbeschikking wilt, maar soms valt dit niet samen met de effectieve omgevingen, ze is wel herkenbaar, maar minder uitgesproken.
staat waarin men leeft).
- In de 19e eeuw werd de staat extern afgebakend en intern uitgebreid - Vooral de dekolonisatie zorgde voor een verspreiding van ‘staten’:
1) Latijns-Amerika id 19e eeuw: eerste golf v dekolonisatie is vooral
Dmv bv handelsbarrières, protectionisme, Dmv bv meer gemeenSC een revolutionaire en republikeinse beweging tegen de Europese
Gereguleerde nationale markten, … Functies op te nemen. koninkrijken (SPA en POR).
(hoewel deze nieuwe staten minder liberale/ egalitaire
- Id 20e eeuw dringt de staat steeds dieper door id SLV, aangedreven aspiraties hebben: de eco exploitatie w nu vooral door de
door de (totale) mobilisatie voor de wereldoorlogen. binnenlandse elite gedaan).
- Na de oorlogen was de opkomst van de welvaartsstaat cruciaal: men 2) Na WO1: nog meer gebieden in Europa en het Midden-Oosten
gaat van warfare naar welfare. verwerven onafhankelijkheid.
(na de oorlogen kwam er dus geen reductie id rol vd staat, 3) Na WO2: ook gebieden in Afrika, Azië en de Caraïben volgen.
gewoon een aanpassing naar de nieuwe binnenlandse noden).
—> Bestuur w verantW voor SocEco veiligheid & het welzijn v In deze 2e en 3e golven wordt de staatsvorm opgelegd bovenop de
burgers: bestaande conflictlijnen:
- Hiervoor kwamen er publieke programma’s zoals - Deze staten hadden geen ervaring met het functioneren als
sociale zekerheid. samenhangende entiteit. Er was nog veel competitie tss
- Er kwam ook consensus rond het Keynesiaanse traditionele MS groepen.
economische paradigma = anticyclisch beleid, volledige —> Daardoor gebruikten de winnaars de staat om een pers
tewerkstelling, publieke welvaartverdeling en een heerschappij te ontw en het eigen cliënteel te bedienen
betekenisvolle rol voor de private sector. met OVHmiddelen.
- De welvaartsstaat ontwikkelde zich in verschillende varianten. Vanaf de = Resulteerde in een dwingende, maar zeer zwakke staat.
jaren 1970 ontstaat het neoliberalisme als tegenkracht die de
welvaartsstaat wat wou terugrollen. 4) Na de val vd SU kwam er nog een 4e golf met oude satellietstaten


6. Diversiteit van staten
Huidige aantal staten omvat erg verschillende entiteiten: kan geïllustreerd w met enkele variabelen (die telkens ook geen volledigheid
bieden en daardoor debat oproepen).

1) Bevolking: Grote staten zoals China zijn eerder uitzonderlijk 2) Politieke autoriteit: een aantal geb voldoen niet aan de
(slechts 12% vd staten heeft meer dan 50mil inw). De meeste kernelementen (legitimiteit en effectiviteit) van staten.
staten hebben dus een rel beperkt aantal inwoners (60% vd staten (zie eerder (P1): Quasistaten en de facto staten).
minder dan 10mil en 20% vd staten minder dan 1mil inw).

,3) Inkomen: traditionele tegenstellingen zoals rijk-arm zijn vandaag wat achterhaald: naast de Westerse wereld zijn een aantal
andere economieën opgekomen.
—> Wereldbank maakte een actuelere indeling - high, upper, lower-middle & lower income - obv het BNP per capita.
- Hoge inkomens wel vooral in West-Europa, Noord-Amerika, Australië en delen v Azië te vinden.
—> Behoren meestal tot de OECD en beginnen nu meer concurrentie te ondervinden v hun tegenstanders uit de upper
en lower-middle groep (bv de BRICS).
- Lage inkomens zijn vooral Afrikaanse en Aziatische landen: gaat vaak ook gepaard met grote inkomensongelijkheid en
massa-armoede.
7. Toekomst van de staat: de staat als default voor bestuurlijke organisatie
De indeling vd wereld in staten is het gevolg ve lange ontwikkeling die een verscheidenheid aan entiteiten heeft meegebracht.
—> in heel dat proces bleek ‘de staat’ ook minder statisch dan verwacht. Ook vandaag is er debat over waar de staat in de
toekomst zal staan: daarin kunnen we 3 scholen onderscheiden…

1) Sterk zoals altijd: Sommigen zien weinig evolutie. De staat behoudt haat kern kenmerken en zal dit blijven doen.
—> Oa door geweldsmonopolie, de kern vd eco productie & internationale handel, referentiepunt voor burgerschap, subject van autoriteit, …

2) Sterker dan ooit: Anderen zien het belang van de staat zelfs nog meer toenemen:
- Veiligheidsstaat: terrorisme dwing de staat bv om Bep burgers nabijer te monitoren —> Staat moet dus verder doordringen id prive sfeer.
(leidt tt discussies over de surveillance state en de beschikking van burgerlijke vrijheden).
- Nationalisme: In heel wat landen duiken er populistische bewegingen op voor wie de belangen vd eigen natie voorop staan (bv trump).

3) Op weg naar de uitgang: Nog anderen zien indicaties voor een verminderde macht/ geloofwaardigheid v staten:
1) kritiek op staten die onnodige verdeeldheid id SLV zaaien, neigen tot oorlog, vrijheid van mens en kapitaal + handel limiteren, staatsbelang
boven menselijk belang zetten, nauwe identiteit boven brede identiteit zetten, …
2) Globalisering als praktisch vb dat ingrijpt in staten: toenemen interdependentie die integratie over de grenzen heen bewerkstelligt.
—> Staten verliezen deel vd controle over hun interne werking/ vermogen om zelf verandering te realiseren.
(Leidt ook tt discussies over hoe staten zich hiertov moeten verhouden)
3) Interstatelijke samenwerking neemt ook toe, ten koste van staten: toenemende belang v akkoorden/ verdragen in interG organisaties of
supraN instellingen.
4) Er zijn falende/ fragiele staten die voor verregaande uitdagingen staan.
- autoriteiten kunnen moeilijk controle houden; resulterend in opstanden, revoluties, crimineel geweld, …
- Instellingen schieten tekort en militairen houden het langst stand.
- Het Fund for peace heeft een index ontwikkeld om de mate van fragiliteit in kaart te brengen (zie laatste slide W2)


2.2. Democratie
1. Inleiding
Democratie heeft verschillende betekenissen op het continuüm
tussen historisch ideaal en hedendaagse realiteit.

democratie als norm id zin Maar principe kan erg uiteenlopend w ingevuld:
Ve gewenst systeem v MS org - D werd lang vereenzelvigd met praktijken vd Atheense voorloper.
= dominante principe om politiek (had vele tekortkomingen en kreeg daardoor id 18e eeuw ook enkele negatieve connotaties)
binnen staten vorm te geven dat - Vandaag kijken we nr hoe de D gestalte kreeg id 19e en 20e eeuw
ook legitimiteit ah systeem geeft = Cf. Pérez-Liñán de mass liberal republic (zie later)
(zelf autoritaire besturen roepen vaak
democratische geloofsbrieven in).
Vandaag is democratie een empirische norm geworden (een meerderheid vd
wereldbevolking leeft in een staat die we (in zekere zin) democratisch kunnen
Daardoor is er ook meer nood aan noemen) (al is dit een recente evolutie die dateert vh laatste kwart vd 20e eeuw -
bruikbare classificaties en typologieën daarvoor was dit een homogene categorie met maar een kwart vd staten; toename
die toelaten democratieën te differentiëren: was gevolg v brede promotie vh principe).

- Dit werd id hand gewerkt door de hernieuwde nadruk binnen de VP op het belang van instellingen en de verschillende mates waarin
deze inwerking op de D.
- Ook institutional engineering kwam hierdoor op = beleidsmakers wilden advies over welke inrichtingskeuzes welke gevolgen hadden
voor de stabiliteit/ performantie vh D systeem.
- Tot slot groeide de aandacht voor democratisering = in heel wat staten is het een kwestie van bouwen aan de instellingen en cultuur om
een stabiele democratie te worden (en dat ook te blijven).

TOCH blijft er behoorlijk wat conceptuele verwarring: er is geen vaste, door ied geaccepteerde omschrijving en de interpretatie van wat D
betekent in de praktijk moet ook genuanceerd worden.

Als we enkele minimale kenmerken opzoeken, gaat Maar er is dus verdere verfijning nodig; hiervoor kunnen we versch
Democratie in de kern over… S.vragen stellen:

1. Bestuur door (& in VTW voor) het volk. 1. Reguleringsmodus: direct of vertegenwoordigd?
2. Vrije verkiezingen 2. Vorm of inhoud: proceduralisme of doelmatigheid?
3. Vrije meningsuiting 3. Dik of dun (Polyarchie als dik proceduralisme?)
4. Bescherming v individuele rechten 4. Liberaal vs Iliberaal
en vrijheden. 5. Vormen van liberale democratie (majoritarian vs consensus model)

,2. Hoeveel democratieën? 3. Reguleringsmodus: direct of vertW?
Het polity project probeert dit te beantwoorden: 1) DIRECT
- Het geeft scores op 6 maten (bv rekrutering in, en grondwettelijke = er is geen OS tussen regeerders en geregeerden.
beperkingen op de UM, politieke competitie) die gaan van -10 (de Burgers debatteren zelf en komen zelf tot
erfelijke monarchie) tot +10 (de geconsolideerde democratie). beslissingen.
(volgt het prototype vd Atheense stadstaat, en
—> Vanaf de jaren 1990 worden de democracies de grootste groep. komt dus vandaag minder voor)
Maar in lijn met het debat over de toekomst van de democratie is Al zijn er sommige lokale bestuursvormen
er ook aandacht vr het stoppen (van de verspreiding) of het falen die id buurt komen en kennen sommige
landen mogelijkheden tot burgerinitiatieven
(in het bereiken of behouden) van die democratie. en (bindende referenda).


2) REPRESENTATIEVE
= Burgers verkiezen een vertegenwoordiger voor een bepaalde 3) DELIBERATIEVE DEMOCRATIE
legislatuur (een president ofwel volksvertegenwoordigers). = variant waarbij de nadruk ligt op het debat tussen
vrije, gelijke en rationele burgers.
Vertegenwoordiging is een reactie op de ontwikkelingen vd moderne
staat en de veralgemening vh burgerschap. Dit zou de kwaliteit van beslissingen verbeteren,
—> De schaal waarop er vandaag bestuurt moet w vraagt dit type D. het beleid legitiemer maken en burgers meer
(idee mass liberal republic van Pérez-Liñán - zie hieronder). betrekken.

4. Democratie voorbij: dik vs dun & liberaal vs illiberaal
Heel wat auteurs gaan voorbij de vertegenwoordigende vorm of regeringsmodus
—> Zij zien D meer als hoe Schumpeter die samenvat, maar elk op een andere manier…

1) Polyarchie van Dahl 2) Mass liberal republic van Pérez-Liñán
= Dvorm dat meer is dan het dunne proceduralisme - Mass = slaat op de schaal expansie vd D door het
en slaat vooral op de burgerlijke en politieke rechten v burgers insluiten van steeds meer burgers (door bv
1. Die moeten grondwettelijk verankerd zijn en afgedwongen uitbreiding stemrecht).
kunnen worden. - Liberal = slaat op de rechten en vrijheden die
2. Democratie is meer dan het electorale proces: gecodificeerd en beschermd moeten w.
= steunt vooral op inclusief burgerschap (participatie) - Republic = slaat op het feit dat de belangrijkste
waarbij VTW’ers kunnen w tegengesproken (contestatie) beslissingen gedelegeerd w naar verkozenen die
3. Hiervoor zijn er institutionele voorwaarden noodzakelijk: verantwoording moeten afleggen bij de kiezer.
bv verkozen bestuurders, vrije en eerlijke VKZ, inclusief —> VKZ moeten daarom dus regelmatig gehouden
stemrecht, vrijheid meningsuiting, vrijheid v vereniging, … en verlopen langs een level playing field
(zonder fraude of intimidatie).


Liberale democratie slaat dus op een combinatie van politieke rechten en burgerlijke vrijheden en voorziet ook in grondwettelijke
limieten op de macht & bereik van het verkozen bestuur.

Met deze omschrijving kunnen we dan ook iliberale democratieën onderscheiden (term die vaak gebruikt werd id 3e golf v
democratisering):
Wanneer een aantal regimes electoraal de omslag maakten naar D, Leidde ook tot debat:
maar de BUPO rechten eerder restrictief opgelegd werden en - Sommige auteurs suggereerden dat de illiberale variant eerder een
er weinig Gw’e limieten op het OVHoptreden waren. transitiefase was. In de praktijk zouden de democratische en
liberale dimensie samenhangen. Stelsels worden
dan ofwel volwaardige liberale D ofwel autocratieën.
5. Balans id liberale D: liberale vs democratische component - Anderen wezen op blijvende hybrides.
—> In de actuele literatuur lijkt dit in opmars.

De VS en de nadruk op de liberale component: Het VK en de nadruk op de democratische component:
1) Vanuit de historische oorsprong vd VS was het principe v bestuur door Westminster systeem gaat uit van het principe van parliamentary sovereignty,
het volk (‘government by the people’) altijd belangrijk. De VS wou geen waarbij de hoogste autoriteit bij House of Commons ligt
—> is het gevolg van de lange historische ontwikkeling waarbij het
eliterepubliek worden en de pioniers waren redelijk egalitair.
parlement aan macht heeft gewonnen tegenover de vorst.
—> Stemrecht werd ook snel uitgebreid (evenwel enkel witte mannen) —> De monarchie werd snel geconstitutionaliseerd (hier was al
—> Idee van volkssoevereiniteit en pol rechten w al snel vertaald in sprake van in de 18de eeuw).
een sterke vertegenwoordigende democratie.
In de praktijk wordt de parlementaire soevereiniteit uitgeleend aan de partij aan de
macht: Door het electoraal systeem (FPTP) is dit er meestal 1.
2) Tegelijk was ook bestuur voor het volk (‘government for the people’)
- Dit is het fundament van democratic party government.
belangrijk. Minderheden moeten beschermd w tegen de tirannie van de = Het systeem wordt aangestuurd door partijen die gedisciplineerd optreden
meerderheid. en in OL (vrije en eerlijke) competitie verkeren.
—> Daarom kwamen er zowel institutioneel als individueel garanties —> Daarbij hoort het idee van throwing the rascals out.
die het OVHoptreden aan banden leggen. = Bij ontevredenheid over de zetelende meerderheidspartij heeft de
kiezer de oppositie als alternatief.
- Er is een duidelijke separation of powers, zowel horizontaal
(tussen de WM, UM en RM op eenzelfde bestuursniveau) De keerzijde is dat er…
als verticaal (tussen de verschillende bestuursniveaus). - Weinig uitgesproken instellingen zijn die de UM beperken.
- De scheiding gaat ook gepaard met een verdeling. - Minder codificatie en afdwingbaarheid van individuele rechten en vrijheden zijn
—> checks and balances: Voor elke macht wordt weer een
Toch treedt de machtspartij doorgaans wel met de nodige terughoudendheid op.
tegenmacht opgezet (bv veto congres door president
& Recent kwam er ook een liberale tegenbeweging (RM werd onafhankelijker en
____________ ophefbaar door een ruime MdH in beide kamers)
actiever.
—> gevolg: systeem is bespeelbaar door goed georganiseerde minderheid: kan blokkerend
optreden waardoor breed gedragen hervormingen moeilijk doorgevoerd kunnen worden.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Student1256 Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
143
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
51
Documents
25
Dernière vente
8 heures de cela

4,3

24 revues

5
15
4
6
3
1
2
0
1
2

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions