PSYCHOGERONTOLOGIE
Academiejaar 2024-2025
Beoordelingsinformatie:
• Examen schriftelijk = 70% eindcijfer
o Met open vragen: 3 a 4 grote open vragen met deelvragen
• WPO praktijkopdracht = 30% eindcijfer
• Je moet in totaal erdoor zijn
• Deelcijfers (min. 10/20) mogen overgedragen worden van 1ste naar
2de zittijd
Jana Vanhoof
,Inhoudsopgave
Belangrijke thema’s en begrippen bij veroudering ............................................................ 2
Fysieke veranderingen bij veroudering .......................................................................... 13
Fysieke gezondheid (ziektebeelden).............................................................................. 20
Cognitie en gezond ouder worden ................................................................................. 24
Cognitie en pathologisch ouder worden (verschillende ziektebeelden) ........................... 36
Vroegtijdige detectie van Alzheimerdementie: een neuropsychologische benadering ...... 50
Persoonlijkheid ........................................................................................................... 59
Succesfull Aging ......................................................................................................... 70
Zelfbeschadiging bij oudere volwassenen ..................................................................... 72
Levenseinde en rouw ................................................................................................... 81
1
,Belangrijke thema’s en begrippen bij
veroudering
Psychogerontologie
Psychogerontologie De psychologie van het ouder worden en het sociaal-emotioneel
functioneren van ouderen
Video:
• Er is een toegenomen levensverwachting dankzij betere behandeling van acute ziektes
• Naarmate men ouder wordt is de kans op chronische ziekte groter
o Verouderingsproces kan niet gelijkgesteld worden aan pathologie
o Slechts een beperkt aantal mensen zal ziekte krijgen
• Bijkomende jaren na 80j zijn niet noodzakelijk ‘healthy’ jaren
• Sandwich generatie: mantelzorgers dragen zorg voor hun ouders én (klein)kinderen
• Kwetsbaarheid = multidimensioneel: fysieke, psychologische, emotionele, sociale en
omgevingskwetsbaarheid
o Men is in staat om evenwicht te behouden, maar bij de minste tegenslag is dat in
onbalans
• Veel comorbiditeit bij ouderen, maar gezondheidszorg nog sterk gefocust op het
diagnosticeren van 1 ding
o Ouderen moeten vaak verschillende zorgpaden tegelijk bewandelen, zie je bv. aan
dat ze veel verschillende soorten medicatie innemen (verhoogt bv. kans op delier)
o Dus dringend nood aan geïntegreerde of geconnecteerde zorg
Vergrijzing: ouderen, wie zijn ze ?
Verschillende termen: Senioren, bejaarden, … ➔ OUDEREN
Welke leeftijd?
Chronologische leeftijd: kalenderleeftijd = tellen van de geboorte tot nu
• 65-74 jaar: “jonge” ouderen
• 75-84 jaar: “oude” ouderen
• > 85 jaar: “oudste” ouderen
• > 100 jaar: “centenarian”
• > 110 jaar: “super centenarian”
➔ Je kan niet alle 65-plussers onder één noemer plaatsen = heterogeniteit
Groei van de centenarians
Er is een groot aantal 100 jarigen, want steeds meer mensen worden 100 jaar. Het is dus geen
unicum meer.
Functionele leeftijd: er is een grote heterogeniteit binnen ouderen met dezelfde leeftijd, dus
heterogeniteit wordt in kaart gebracht via de functionele leeftijd. Onderdelen van functionele leeftijd:
• Biologische leeftijd
2
, • Psychologische leeftijd
• Sociale leeftijd
Biologische Gebaseerd op de kwaliteit van de werking van de lichaamssystemen/organen
leeftijd
Bv. “Biologische leeftijdstest” (nagaan levensverwachting + hoe gezond men gaat ouder worden)
Psychologische Gebaseerd op het functioneren op psychologische/cognitieve tests
leeftijd (geheugen, intelligentie, leercapaciteit,…)
Bv. Jongdementie: waar de psychologische leeftijd niet overeenkomt met de chronologische leeftijd
Sociale Gebaseerd op welke sociale rollen een persoon inneemt (familie, werk, gemeenschap)
leeftijd
Bv. een grootouder heeft een hogere sociale leeftijd dan een ouder; een gepensioneerde is “ouder”
dan een werkende persoon
Let op: discrepantie: een topsporter die op pensioen gaat op 30j
Moeilijk: deze leeftijd ligt niet vast. Deze
‘leeftijden’ kunnen van vandaag op morgen
veranderen
Functionele leeftijd is zeer belangrijk om
heterogeniteit binnen de ouderen beter te
capteren. MAAR functionele leeftijd
communiceert niet gemakkelijk én is heel
flexibel/variabel.
Daarom wordt er in onderzoek vooral gewerkt
met chronologische leeftijd.
Functionele vs. chronologische leeftijd
Chronologische leeftijd = meest gehanteerd (= “leeftijd volgens de jaren”)
• Bevolkingspiramides
• Bevolkingsvooruitzichten
Vergrijzing: enkele cijfers
Vergrijzing van de bevolking
Dubbele vergrijzing De oudste groep ouderen neemt ook sterk toe
Voornamelijk komt psychopathologie op vanaf 85j. Zorg zal dus ook
moeten toenemen
De bevolkingspiramide heeft al niet meer de vorm van een
piramide, maar zeker in het midden en naar boven toe wordt deze
breder, nl. de babyboomers worden nu gerekend tot de groep ouderen
3
, De faciliteiten voor ouderen zijn niet gelijk
verdeeld.
Donkere gebieden, waar veel ouderen wonen.
Meeste ouderen wonen aan de kust. Hier zijn veel
eenzame ouderen, want de kinderen wonen
voornamelijk nog in het binnenland.
Vergrijzing: levensverwachting (BE)
Het levensverwachting verschil tussen M
en V daalt.
Corona heeft ervoor gezorgd dat veel ouderen
stierven = knikje in grafiek
Als men op 65j op pensioen gaat
en de levensverwachting 85j is,
dan zal deze persoon 20j lang
zijn dagen nuttig moeten invullen
➔ Men heeft moeite met het leven op een zinvolle
manier in te vullen (bv. ergens bij horen = belangrijk
voor QoL)
Land met % meeste ouderen is Japan door hun
aangepaste infrastructuur
Biopsychosociaal perspectief
Biopsychosociaal perspectief Ontwikkeling/veroudering is een complex samenspel van
biologische, psychologische en sociale processen
• Biologische: werking van de lichaamsfuncties en structuren doorheen het
verouderingsproces
4
, • Psychologische: cognities, gevoelens, emoties, persoonlijkheid
• Sociale: positie binnen sociale structuren (familie, cultuur, wereld, land, gemeenschap,…)
Zeker op oudere leeftijd moeten we in behandeling oog hebben voor het biopsychosociale want die
werken op elkaar in.
Bv. video waarin man incontinentieproblemen heeft (biologisch). Hij voelde zich daar slecht en
beschaamd over (psychologisch). Gaat zich mogelijks terugtrekken (sociaal).
Verschillende domeinen staan dus sterk in interactie en beïnvloeden elkaar.
4 principes van ouder worden
1. Veranderingen in de levensloop verlopen continu
Continuïteitsprincipe Hetgene dat gebeurt op oudere leeftijd bouwt voort op gebeurtenissen
uit het verleden
➔ Wat we meemaken op oudere leeftijd bouwt voort op hoe we ons gedragen hebben in het
verleden leven. Als mensen ouder worden, worden ze niet ineens een ander persoon
2. Enkel de “overlevenden” zijn diegenen die oud worden
• De enige voorwaarde om oud te worden = NIET DOODGAAN
• Onderzoek: jongeren vergelijken met ouderen
o Zij die 80 zijn, zijn degene die op biologisch vlak goede genen hebben, op
psychologisch vlak zich emotioneel op evenwicht hebben kunnen houden en sociaal
vlak zich goed hebben kunnen omringen met een sociaal netwerk
➔ Bias in onderzoek naar risicovol gedrag. Bv. zij die het meeste risicovol gedrag
vertoonden zijn er misschien gewoon al niet meer
3. Individualiteit doet ertoe
Mythe: als mensen ouder worden lijken ze steeds meer en meer op elkaar
• Het is niet zo dat als we oud worden en dan wat meer op elkaar lijken, dat we dan allemaal
dezelfde kenmerken hebben. Op oudere leeftijd zijn er net grotere intra- en interindividuele
verschillen dan wanneer we jongeren met elkaar vergelijken. Net omdat ouderen een hele
levensloop en keuzes achter de rug hebben.
4. Normaal verouderen is verschillend van ziekte
Normaal verouderen (primair), pathologisch verouderen (secundair en tertiair) en optimaal
(succesvol) ouder worden
• Niet alle ouderen worden dement, niet alle ouderen krijgen ziekten, ….
• Normaal verouderen: grijs worden, ogen achteruit,… . Optimaal verouderen: mensen die
goede compensatie mechanismen om zo lang mogelijk zo goed mogelijk te functioneren
ondanks het normale verouderingsproces
• Slechts een paar ontwikkelen aandoeningen.
• Tertiair verouderen: op een bepaald punt gaat
men richting sterven. Op heel korte tijd
pathologisch achteruit gaan = ziekteproces
gaat heel vlug achteruit
5