Sociale Instituties
1. Welzijn in de verzorgingsstaat
1.1. Begrip verzorgingsstaat/welvaartsstaat
1.1.1. Betekenis
DEF: welvaartsstaat (Professor Deleeck):
De samenlevingsvorm v. sommige rijke geïndustrialiseerde landen waarbij aantal grondrechten
v.d. burger effectief gewaarborgd worden
- grondrechten bedoeld om materiële welvaart en kansen tot ontplooiing te bevorderen
1.1.2. Kenmerken v.d. welvaartsstaat
meer dan staat waar welvaart leeft
staat die welvaart van burgers beschermt en waar nodig uitbouwt
Hoog welvaartspeil
- hoge levensstandaard (voor iedereen toegankelijk)
- economische groei
Overheidsoptreden
- Sociale uitkering die de financiële zekerheid van burgers helpen waarborgen
Vb. bij ziekte, werkeloosheid, invaliditeit of ouderdom.
- Dienstverlening
vb. onderwijs, welzijnszorg, gezondheidszorg
Grondrechten
- Gericht op voorkomen van problemen
o Preventief organiseren van solidariteit (sociale zekerheid)
o Uitbouwen van zorgapparaat (sociale instituties/voorzieningen)
Vrije markt en overleg
- Binnen economisch systeem
- Sociaal overleg tussen vertegenwoordigers v.d. ondernemingen/organisaties
tot beslissing komen
Democratie
- Via overleg en inspraak beslissingen nemen
- Nt autoritair
- Inwoners hebben inspraak
1.1.3. De welvaartsstaat is niet-staats en is verzuild
welvaartsstaat heeft nt-staats karakter
sociale organisaties (= middenveld) spelen een belangrijke rol, zijn sterk betrokken
vb. vakbonden, ziekenfondsen
- bij besluitvorming (vb. sociaal overleg, inspraak tot stand komen adviezen en wetten)
, - bij uitvoering v. sociaal beleid/wetgeving
(vb. uitbetaling ziekenbond door ziekenfonds)
bij sociaal overleg (besluitvorming)
- Tweeledig/paritair overleg: (deelnemers)
o Vertegenwoordigers v. werknemers
o Vertegenwoordigers v. werkgevers
- Drieledig/tripartiet overleg: (deelnemers)
o Vertegenwoordigers v. werknemers
o Vertegenwoordigers v. werkgevers
o Vertegenwoordigers v. overheid
Uitvoering is niet-staats
- overheid vertrouwt uitvoering toe aan verenigingen en organisaties
staan in voor uitbetalen van sociale uitkeringen
- overheid heeft hier controleerde taak
verzuild middenveld:
- middenveld = sociale organisaties
- verzuiling = Levensbeschouwing (religie, ideologie) is nauw verbonden met organisatie v.
enkele maatschappelijke activiteiten
zo christelijke, socialistische en liberale vakbonden en ziekenfondsen
ontzuiling middenveld:
- niet meer kiezen voor vereniging omwille van levensbeschouwing, kiezen voor vereniging
omwille van inhoud
- verzuilde middenveldorganisaties evolueren naar aanbieder v. kwalitatieve
dienstverlening
verzuiling afgebrokkeld maar organisatorische bouwstenen blijven
1.1.4. Korte historische schets
5 fasen onderscheiden
- Eerste fase: 1800 - 1880
o De sociale kwestie
arbeiders uitgebuit, gn rechten, kinderarbeid, hongersnood
o Industrialisatie betere levensstandaard
o Weinig overheidstussenkomst
o Door solidariteit: ontstaat coöperatieven
voorlopers ziekenfondsen en vakbonden
- Tweede fase: 1880 - 1919
o eerste sociale wetten ter bescherming v. arbeiders
zondagsrust, leerplicht, verbod kinderarbeid
o meervoudig stemrecht
o oprichting vakbonden en landsbonden ziekenbonden
nt verplicht te verzekeren, is vrijwillig
, - Derde fase: tussen WO1 en WO2
o Economische crisis werkloosheid
o Opkomst totalitaire regimes in Europa
o Groeiend besef belang overheidsingrijpen in economie
o Groeiend belang sociaal overleg
o Pensioenen en de kinderbijslag verplicht
o Ziekte- en invaliditeitsuitkering en werkeloosheidsvergoeding vrijwillig
- Vierde fase: WO2 – 1973
o Uitbouw sociale zekerheid: verplicht voor alle werknemers
o Uitbouw overleg werkgevers-werknemers
o Uitbouw zorgvoorzieningen
o Vrouwenstemrecht
o Optrekken leerplicht (14-16-18j)
o 1973: oliecrisis eco groei aangetast stijgende werkloosheid en armoede
gevolg: traditionele welvaartsstaat opnieuw bekijken
- Vijfde fase: eind 20ste eeuw
o Welvaartsstaat biedt bescherming
o Druk op betaalbaarheid sociale zekerheid door veranderingen in bevolking
vb. vergrijzing, meer eenoudergezinnen
o Globalisering
vb. flexibelere jobs, productiebedrijven naar lageloonlanden
o Gevolg: besparingsregeringen betaalbaarheid sociale zekerheid
o Het idee = actieve welvaartsstaat
1.1.5. De actieve welvaartsstaat
Verhoging activeringsgraad
- Meer aandacht arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding en maatregelen om tewerkstelling
te bevorderen
- = meer mensen activeren minder uitkeringen
- Meer mensen aan het werk jongeren sneller a.h. werk
Moeilijkheden:
- Onvoldoende aandacht kwaliteit arbeider
- verhoogde werkzaamheidsgraad
ondergeschikte combinatie gezin en arbeid
- onvoldoende aandacht vrijwilligerswerk
- onbetaalde zorgarbeid
- 50+ moeilijker werk vinden
1.1.6. De nieuwe sociale kwestie en de risicosamenleving
Belang v. kennis
- Kennis- of informatiemaatschappij in postindustrie
- Meer kennis hooggeschoold goede job
, Nieuwe sociale kwestie (probleem)
- Kloof tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden (stijgt)
noodzaak = levenslang leren
Risicosamenleving:
minder kansen voor mensen met beperking of lage scholing
Kwetsbaarheid laaggeschoolden/beperking, groeiende ongelijkheid, armoede = problematiek
vraagt oplossing
Risico voorspelling:
Laaggeschoolden en mensen met beperking langer werkloos, moeten blij zijn met lage loon
1.2. Welzijn en welzijnsbeleid, welzijnszorg en welzijnszorgbeleid
1.2.1. Betekenis
1.2.1.1. Welzijn
toestand v. welbevinden bij h. ontplooien met respect voor ontplooiing v. anderen
welzijn en welbevinden gaat over:
- lichamelijke conditie
- psychische gezondheid
- relaties met anderen
- deelname aan samenleving
- materiële mogelijkheden
om menswaardig bestaan te leiden
levenskwaliteit
= gezond leven en zich goed voelen
welzijn is meer dan welvaart
1.2.1.2. Welzijnsbeleid
= sociaal beleid
wordt gemeten en opgevolgd
via beleid welzijn bevorderen, realisatie v. welzijn
Verantwoordelijkheid v. overheid
verantwoordelijkheid v. diverse beleidsniveaus en instanties
voeren taken uit die invloed hebben
1.2.1.3. Welzijnszorg
h. antwoord v. omgeving op noodsituatie v. individu
noden bevolking helpen vervullen
noden veranderen doorheen tijd
snelle evolutie v. zorgsectoren
vroeger gebeurde kinderopvang, ouderenopvang,… binnen gezin, nu nt meer
1. Welzijn in de verzorgingsstaat
1.1. Begrip verzorgingsstaat/welvaartsstaat
1.1.1. Betekenis
DEF: welvaartsstaat (Professor Deleeck):
De samenlevingsvorm v. sommige rijke geïndustrialiseerde landen waarbij aantal grondrechten
v.d. burger effectief gewaarborgd worden
- grondrechten bedoeld om materiële welvaart en kansen tot ontplooiing te bevorderen
1.1.2. Kenmerken v.d. welvaartsstaat
meer dan staat waar welvaart leeft
staat die welvaart van burgers beschermt en waar nodig uitbouwt
Hoog welvaartspeil
- hoge levensstandaard (voor iedereen toegankelijk)
- economische groei
Overheidsoptreden
- Sociale uitkering die de financiële zekerheid van burgers helpen waarborgen
Vb. bij ziekte, werkeloosheid, invaliditeit of ouderdom.
- Dienstverlening
vb. onderwijs, welzijnszorg, gezondheidszorg
Grondrechten
- Gericht op voorkomen van problemen
o Preventief organiseren van solidariteit (sociale zekerheid)
o Uitbouwen van zorgapparaat (sociale instituties/voorzieningen)
Vrije markt en overleg
- Binnen economisch systeem
- Sociaal overleg tussen vertegenwoordigers v.d. ondernemingen/organisaties
tot beslissing komen
Democratie
- Via overleg en inspraak beslissingen nemen
- Nt autoritair
- Inwoners hebben inspraak
1.1.3. De welvaartsstaat is niet-staats en is verzuild
welvaartsstaat heeft nt-staats karakter
sociale organisaties (= middenveld) spelen een belangrijke rol, zijn sterk betrokken
vb. vakbonden, ziekenfondsen
- bij besluitvorming (vb. sociaal overleg, inspraak tot stand komen adviezen en wetten)
, - bij uitvoering v. sociaal beleid/wetgeving
(vb. uitbetaling ziekenbond door ziekenfonds)
bij sociaal overleg (besluitvorming)
- Tweeledig/paritair overleg: (deelnemers)
o Vertegenwoordigers v. werknemers
o Vertegenwoordigers v. werkgevers
- Drieledig/tripartiet overleg: (deelnemers)
o Vertegenwoordigers v. werknemers
o Vertegenwoordigers v. werkgevers
o Vertegenwoordigers v. overheid
Uitvoering is niet-staats
- overheid vertrouwt uitvoering toe aan verenigingen en organisaties
staan in voor uitbetalen van sociale uitkeringen
- overheid heeft hier controleerde taak
verzuild middenveld:
- middenveld = sociale organisaties
- verzuiling = Levensbeschouwing (religie, ideologie) is nauw verbonden met organisatie v.
enkele maatschappelijke activiteiten
zo christelijke, socialistische en liberale vakbonden en ziekenfondsen
ontzuiling middenveld:
- niet meer kiezen voor vereniging omwille van levensbeschouwing, kiezen voor vereniging
omwille van inhoud
- verzuilde middenveldorganisaties evolueren naar aanbieder v. kwalitatieve
dienstverlening
verzuiling afgebrokkeld maar organisatorische bouwstenen blijven
1.1.4. Korte historische schets
5 fasen onderscheiden
- Eerste fase: 1800 - 1880
o De sociale kwestie
arbeiders uitgebuit, gn rechten, kinderarbeid, hongersnood
o Industrialisatie betere levensstandaard
o Weinig overheidstussenkomst
o Door solidariteit: ontstaat coöperatieven
voorlopers ziekenfondsen en vakbonden
- Tweede fase: 1880 - 1919
o eerste sociale wetten ter bescherming v. arbeiders
zondagsrust, leerplicht, verbod kinderarbeid
o meervoudig stemrecht
o oprichting vakbonden en landsbonden ziekenbonden
nt verplicht te verzekeren, is vrijwillig
, - Derde fase: tussen WO1 en WO2
o Economische crisis werkloosheid
o Opkomst totalitaire regimes in Europa
o Groeiend besef belang overheidsingrijpen in economie
o Groeiend belang sociaal overleg
o Pensioenen en de kinderbijslag verplicht
o Ziekte- en invaliditeitsuitkering en werkeloosheidsvergoeding vrijwillig
- Vierde fase: WO2 – 1973
o Uitbouw sociale zekerheid: verplicht voor alle werknemers
o Uitbouw overleg werkgevers-werknemers
o Uitbouw zorgvoorzieningen
o Vrouwenstemrecht
o Optrekken leerplicht (14-16-18j)
o 1973: oliecrisis eco groei aangetast stijgende werkloosheid en armoede
gevolg: traditionele welvaartsstaat opnieuw bekijken
- Vijfde fase: eind 20ste eeuw
o Welvaartsstaat biedt bescherming
o Druk op betaalbaarheid sociale zekerheid door veranderingen in bevolking
vb. vergrijzing, meer eenoudergezinnen
o Globalisering
vb. flexibelere jobs, productiebedrijven naar lageloonlanden
o Gevolg: besparingsregeringen betaalbaarheid sociale zekerheid
o Het idee = actieve welvaartsstaat
1.1.5. De actieve welvaartsstaat
Verhoging activeringsgraad
- Meer aandacht arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding en maatregelen om tewerkstelling
te bevorderen
- = meer mensen activeren minder uitkeringen
- Meer mensen aan het werk jongeren sneller a.h. werk
Moeilijkheden:
- Onvoldoende aandacht kwaliteit arbeider
- verhoogde werkzaamheidsgraad
ondergeschikte combinatie gezin en arbeid
- onvoldoende aandacht vrijwilligerswerk
- onbetaalde zorgarbeid
- 50+ moeilijker werk vinden
1.1.6. De nieuwe sociale kwestie en de risicosamenleving
Belang v. kennis
- Kennis- of informatiemaatschappij in postindustrie
- Meer kennis hooggeschoold goede job
, Nieuwe sociale kwestie (probleem)
- Kloof tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden (stijgt)
noodzaak = levenslang leren
Risicosamenleving:
minder kansen voor mensen met beperking of lage scholing
Kwetsbaarheid laaggeschoolden/beperking, groeiende ongelijkheid, armoede = problematiek
vraagt oplossing
Risico voorspelling:
Laaggeschoolden en mensen met beperking langer werkloos, moeten blij zijn met lage loon
1.2. Welzijn en welzijnsbeleid, welzijnszorg en welzijnszorgbeleid
1.2.1. Betekenis
1.2.1.1. Welzijn
toestand v. welbevinden bij h. ontplooien met respect voor ontplooiing v. anderen
welzijn en welbevinden gaat over:
- lichamelijke conditie
- psychische gezondheid
- relaties met anderen
- deelname aan samenleving
- materiële mogelijkheden
om menswaardig bestaan te leiden
levenskwaliteit
= gezond leven en zich goed voelen
welzijn is meer dan welvaart
1.2.1.2. Welzijnsbeleid
= sociaal beleid
wordt gemeten en opgevolgd
via beleid welzijn bevorderen, realisatie v. welzijn
Verantwoordelijkheid v. overheid
verantwoordelijkheid v. diverse beleidsniveaus en instanties
voeren taken uit die invloed hebben
1.2.1.3. Welzijnszorg
h. antwoord v. omgeving op noodsituatie v. individu
noden bevolking helpen vervullen
noden veranderen doorheen tijd
snelle evolutie v. zorgsectoren
vroeger gebeurde kinderopvang, ouderenopvang,… binnen gezin, nu nt meer