Week 1 = ontwikkeling van de organisatiekunde
Er vallen in de ontwikkeling van de organisatiekunde drie verschillende periodes te
onderscheiden: de periode eind 19e eeuw tot circa 1935, de periode van circa 1935 tot circa
1955 en de periode van circa 1955 tot heden.
Klassieke organisatiekunde
1. Scientific management = wetenschappelijke benadering van werk in de
productieafdeling, verregaande taakverdeling, zorgvuldige selectie van werknemers,
prestatiebeloning. (grondlegger van theorie Frederick Taylor) = doel van Taylor
hogere productiviteit in productieomgeving efficiency. De mens werd gezien als
verlengstuk van de machine. Draait er dus eigenlijk om hoe kunnen we mensen zo
efficiënt mogelijk inzetten dat ze met behulp van de machines zoveel mogelijk
gedaan kregen. Productieproces is opgeknipt, mensen doen vaak eentonig werk
2. General management theory = leidinggevende binnen een organisatie.
Besturing is het belangrijkste onderdeel van de functie van managers en bestaat uit
vijf taken: plannen/vooruitzien, organiseren, bevel voeren, coördineren en
controleren. Eenheid van bevel was het belangrijkste principe: iedereen 1 baas. Dus
mensen worden op autoritaire manier aangestuurd (grondlegger van theorie Henry
Fayol)
De human Relationsbenadering (grondlegger Elton Mayo) ontstond als een reactie op de
scientific en general management theory. Vanuit deze theorie werd veel meer benadrukt dat
de mens en menselijke relaties van belang zijn voor het productieproces. Conclusie en
uitgangspunt = aandacht geven, waardering laten blijken is belangrijk voor effectiviteit van
organisaties. (op die manier gaan mensen veel effectiever en efficiënter werken)
Revisionisme (Bennis)
Als reactie op kritiek op human relations en scientific management. Revisionisme is een
synthese: afstemming tussen mens en organisatie.
Systeembenadering
Alle activiteiten in een organisatie hangen samen EN er is een wisselwerking met de
omgeving. De omgeving van een organisatie heeft heel veel invloed op hoe de organisatie
uiteindelijk word gestructureerd wordt. (de organisatie beïnvloed de omgeving en word door
de omgeving beïnvloed)
Contingentiebenadering
‘Er is niet een beste manier om te organiseren, het hangt er vanaf’. De ideale situatie is sterk
afhankelijk van de situatie. Belangrijkste opgave is het kunnen doorgronden van de situatie
van de organisatie. (belangrijkste is doorgronden wat is nu precies de relatie tussen de
organisatie en omgeving)
Wat is nu precies de omgeving van een organisatie? Bijvoorbeeld
Wet en regelgeving (die invloed heeft op de organisatie)
Type klanten
Leveranciers
Concurrenten
Economische crisis
, Samenleving
Banken
Europese Unie
Op basis wat er in de omgeving afspeelt of veranderd, pas je de manier hoe je organiseert
aan.
Leerdoelen theorie boek.
>> Wat is een organisatie?
>> Hoe het denken over organiseren zich in grote lijnen heeft ontwikkeld
>> Wat het belang van organiseren in de hedendaagse economie en samenleving
>> wat is de betekenis van het managementprocessen
Organisaties kunnen sterk van elkaar verschillen, maar hebben drie dingen met elkaar
gemeen: ze beschikken over doelstellingen, mensen en middelen. De mensen werken samen
om de doelstellingen te behalen en maken daarbij vrijwel altijd gebruik van
middelen(gebouwen, machines, grondstoffen…). We definiëren organisaties dan ook wel als
doelgerichte samenwerkingsverbanden.
Onder het begrip ‘organisatie’ vallen bedrijven en overige organisaties:
Bedrijven zijn erop gericht producten of diensten op een markt te verkopen. Wanneer dat
gebeurt met het doel winst te maken, spreken we van ondernemingen. Naast deze
proforganisaties zijn er ook bedrijven die tot de categorie non-profitorganisaties behoren.
Deze hebben niet het vooropgezette doel om winst te maken. Zij zijn er in eerste instantie op
gericht te voorzien in de behoefte in de markt en streven ernaar hun diensten aan te bieden
tegen zo laag mogelijke kosten. Tot
de categorie overige organisaties behoren de organisaties die geen producten en/of
diensten op een markt aanbieden (de amateurstoneelvereniging)
Organisaties kunnen ook worden ingedeeld volgens juridische c riteria = de organisaties
zonder rechtspersoonlijkheid (= en de organisaties met rechtspersoonlijkheid. (= een
organisatie die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt en als zodanig rechten en
plichten heeft)
Leerdoelen (moet je weten voor de toets)
Leerdoelen (moet je weten voor de toets)
1. Duiden van organisatiekundig belang bij een maatschappelijk vraagstuk
1. Duiden van organisatiekundig belang bij een maatschappelijk vraagstuk
2. Weten hoe het denken over organiseren zich in grote lijnen heeft ontwikkeld
2. Weten hoe het denken over organiseren zich in grote lijnen heeft ontwikkeld
3. Het kunnen maken van een organisatiekundige analyse van een organisatie binnen het
3. Het kunnen maken van een organisatiekundige analyse van een organisatie binnen
bestuurskundige werkveld
het bestuurskundige werkveld
7-s model
7-s model
structure een organogram construeren en herkennen van de verschillende organisatiestelsel
Systems het verschil tussen primaire, secundaire en bestuurlijke processen begrijpen
Style verschillende leiderschapsstijlen uit de organisatiekunde beschrijven
Shared values de verschillende organisatieculturen en hun kenmerken beschrijven