DEEL 2 KINDZORG EN PEDIATRIE
HOOFDSTUK 7: DE SYSTEMATISCHE ABCDE-BENADERING BIJ HET KIND
7.1 HERKENNEN VAN HET ACUUT ZIEK KIND
1) QUICK LOOK: “niet-pluisgevoel”BBB (30 sec)
1) Behaviour: tonus, mentale status, extreme agitatie, zeer zwakke schrei, abnormale
lichaamshouding
2) Body Colour: huidperfusie (bleek, gemarbreerd, cyanose)
3) Breathing: abnormale geluiden, intrekkingen, kreunen, neusvleugelen
2) 2) uitgebreidere gestructureerde pt- benadering: ABCDE!
• Neusvleugelen: lichaam doet er alles aan om te compenseren
• Bij decompenseren: hartslag en AH gaan dalen, We gaan snel naar apneu
•
7.2 A = AIRWAY
• Anatomische verschillen → sneller obstructie en respiratoire problemen
• Ballonbeademing bij jong kind is moeilijker
• Kenmerken luchtwegobstructie bij het kind:
o LOOK – LISTEN – FEEL (10sec.)
o Agitatie door hypoxie? Versuft door
hypercapnie?
o Obstructief AH-geluid? Geen geluid?
Snurken? Stridor? Kreunen!?
o Luchtstroom waarneembaar?
7.3 B = BREATHING
• open luchtweg ( goede A) ≠ adequate ventilatie (B)
• Zuigeling versus volwassene:
o 10x kleiner opp van luchtwegen
o Veel minder alveoli
o smalle luchtwegdiameters
o Trachea is smaller & buigzamer
o Relatief kleine thoraxuitzetting
Pagina 1 van 71
,• → bij geringste obstructie significant hogere weerstand, toegenomen AH-arbeid, zuurstofnood,…
• Is er een adequate ademhaling? Inschatting op basis van: RWTO
o R = respiratory rate (ademhalingsfrequentie)
▪ Afh. Van leeftijd (zie normaalwaarden), agitatie, koorts
▪ AH = inspiratoire en expiratoire fase
▪
o W = work of breathing (hoeveel moeite? mate van ademarbeid?
▪ (inter-, subcostale of sternale) intrekkingen1 intrekkingen2
▪ gebruik van hulpademhalingsspieren = toename ademarbeid vb. bobbing
▪ In - of expiratoire bijgeluiden (stridor, wheezing)
▪ Auscultatie: crepitaties,ronchi
▪ Kreunen: positieve druk opbouwen zodat de alveoli niet dichtklappen
▪ Neusvleugelen: neusvleugels worden opvallend gespreid tijdens inademing om meer
lucht naar binnen te zuigen
▪ Gaspen ➜ alarmteken!
▪ Uitputting ➜ alarmteken!
▪ Let op! weinig ademarbeid is geen garantie op een goede ademhaling (denk aan
neuromusculaire aandoeningen of uitputting)
o T = Tidal volume = teugvolume (effectiviteit van de AH)
▪ hoeveelheid lucht die bij een rustige ademhaling in –of uitgeademd wordt.
▪ Regelmatigheid + diepte ademteug (hypoventilatie ⬌ hyperventilatie)
▪ Thoraxexcursies, symmetrie van de
borstkas -> let op! Thoraxbeweging ≠ vrije
luchtweg (Look, LISTEN, FEEL)
▪ Via auscultatie: ademgeruis (stille thorax =
alarmsymptoom!)
o O = oxygenatie (saturatie)
• Evaluatie van RWTO (ademhaling)?
o Stabiele respiratoire status
o Gecompenseerd respiratoir falen
o Gedecompenseerd respiratoir falen
• Insufficiënte ademhaling → systemische effecten op circulatie (C ) en bewustzijn (D)
o C: Hartfrequentie stijgt bij een hypoxie (COMPENSATIE)
▪ ! ernstige/langdurige hypoxie → bradycardie = preterminaal teken!
o D: veranderend Bewustzijn: angstig en onrustig en/of slaperig
▪ Tekortschietende oxygenatie van de hersenen(DECOMPENSATIE):
▪ bewustzijn daalt: sufheid en hypotoon → alarmsymptoom!
Pagina 2 van 71
,7.4 C = CIRCULATION
• Circulerend volume bloed zuigeling versus volwassene
• 75-85ml/kg G versus 65 – 70ml/kg G
• Baby 5 kg? versus 70 kg?
• = 400 ml totaal volume versus = 4,9 l ( 4900 ml) totaal volume
• Wat bij frequente bloedafnames ( dgls?), felle diarree, fel braken, bloeding door trauma, post-op?
• Zuigeling: klein slagvolume/ contractie → basaal ligt HF al hoger
• Bij inspanning/problemen/verhoogde nood: beperkte compensatie van HF mogelijk! → sneller
decompensatie → aritmie!
• ALTIJD ALERT ZIJN ALS Verpleegkundige!!!!! Kan snel gaan
• Is er een adequate circulatie? Inschatting: 5P
• 5P’s observeren:
o P1 = ‘Pols’frequentie
▪ Hartfrequentie
▪ Tachycardie (compensatie) aspecifiek -> ook door koorts, angst, huilen/pijn/ongemak
▪ !! bradycardie (= pre terminaal teken!)
o P2 = Perifere perfusie
▪ Capillaire refill
o P3 = Polsvolume = kracht waarmee bloed door bldvatenstelsel stroomt = sterkte van pulsaties
▪ Verzwakte centrale pulsaties: alarm! ( vnl thv femoralis goed voelbaar)
o P4 = Pressure = bloeddruk
▪ Hypotensie (decompensatie-teken!). Let op: erg laattijdig teken (pas bij verlies van 40%
van circulerend volume daalt RR)
o P5 = Preload = geeft weer hoeveel bloed toekomt in het hart (vullingsdruk) (via CVD-bepaling)
▪ Gedaalde pre-load bij hypovolemie
▪ Gestegen pre-load bij hartfalen, overvulling (kenmerken?)
• Evaluatie van 5P’s (circulatie)?
o Stabiele circulatoire status
o Gecompenseerde circulatoire status
o Gedecompenseerd circulatoire status
• Afwijkende circulatie heeft impact op andere organen!
o Huidskleur: een koude, bleke, gemarmerde huid (zowel teken vasoconstrictie als slechte
perfusie)
o Tachypneu
o Diurese gedaald (afwijkend: <2ml/kg/u bij zuigelingen, <1ml/kg/u bij jonge kids)
o Gedaald BWZ, agitatie, convulsies,…
7.5 D = DISABILITY
• = neurologische toestand
• Afwijkingen thv centraal zenuwstelsel kunnen gevolg zijn van:
o Oxygenatieproblemen ( A – B problemen)
o Circulatieproblemen ( C-problemen)
Pagina 3 van 71
, ▪ = secundaire neurologische afwijkingen
• Primaire neurologische afwijkingen: Hersenoedeem, trauma, infectie, epileptiehaarden,…
o Bewustzijnniveau: beoordeling? AVPU of PGCS -> zie volgende slides
o Pupilreactie
o Pijn en discomfort: gepaste pijnschaal kiezen!
o Don’t ever forget glucose: glycemie!
• Evaluatie van bewustzijnsniveau: AVPU (of WAPA-score):
o A: Alert ‒ het kind reageert alert; spreekt met hulpverlener
o V: Verbal ‒ het kind reageert op aanspreken;
o P: Pain ‒ het kind reageert op een pijnprikkel; door plaats van pijn aan te geven, te bewegen, terug
te trekken, te kreunen
o U: Unresponsive ‒ het kind reageert niet, ook niet op prikkels
• =Wakker zijn, Aanspreekbaarheid, Pijngevoeligheid en A-reactiviteit
7.6 E = EXPOSURE = UITERLIJKE KENMERKEN EN TEMPERATUUR
• Kind altijd volledig ontkleden om full inspection te kunnen maken
o Huid volledig inspecteren: Huiduitslag (vb. urticaria bij anafylaxie), hematomen, petechien,…
o Ledematen volledig inspecteren: beweging normaal?
o Voorkom afkoeling
• Bekijk omgeving bij onverklaarbare kritische situatie ( intoxicatie? Verstikking?...)
• Temperatuur
o Hypothermie: enorm uitputtend! Vraagt veel extra energie van het kind
o Hyperthermie: infectie? Nevenwerking? …
• Volledig E evalueren: AMPLE = Allergy, Medication, Past history, Last meal, Environment
Pagina 4 van 71
HOOFDSTUK 7: DE SYSTEMATISCHE ABCDE-BENADERING BIJ HET KIND
7.1 HERKENNEN VAN HET ACUUT ZIEK KIND
1) QUICK LOOK: “niet-pluisgevoel”BBB (30 sec)
1) Behaviour: tonus, mentale status, extreme agitatie, zeer zwakke schrei, abnormale
lichaamshouding
2) Body Colour: huidperfusie (bleek, gemarbreerd, cyanose)
3) Breathing: abnormale geluiden, intrekkingen, kreunen, neusvleugelen
2) 2) uitgebreidere gestructureerde pt- benadering: ABCDE!
• Neusvleugelen: lichaam doet er alles aan om te compenseren
• Bij decompenseren: hartslag en AH gaan dalen, We gaan snel naar apneu
•
7.2 A = AIRWAY
• Anatomische verschillen → sneller obstructie en respiratoire problemen
• Ballonbeademing bij jong kind is moeilijker
• Kenmerken luchtwegobstructie bij het kind:
o LOOK – LISTEN – FEEL (10sec.)
o Agitatie door hypoxie? Versuft door
hypercapnie?
o Obstructief AH-geluid? Geen geluid?
Snurken? Stridor? Kreunen!?
o Luchtstroom waarneembaar?
7.3 B = BREATHING
• open luchtweg ( goede A) ≠ adequate ventilatie (B)
• Zuigeling versus volwassene:
o 10x kleiner opp van luchtwegen
o Veel minder alveoli
o smalle luchtwegdiameters
o Trachea is smaller & buigzamer
o Relatief kleine thoraxuitzetting
Pagina 1 van 71
,• → bij geringste obstructie significant hogere weerstand, toegenomen AH-arbeid, zuurstofnood,…
• Is er een adequate ademhaling? Inschatting op basis van: RWTO
o R = respiratory rate (ademhalingsfrequentie)
▪ Afh. Van leeftijd (zie normaalwaarden), agitatie, koorts
▪ AH = inspiratoire en expiratoire fase
▪
o W = work of breathing (hoeveel moeite? mate van ademarbeid?
▪ (inter-, subcostale of sternale) intrekkingen1 intrekkingen2
▪ gebruik van hulpademhalingsspieren = toename ademarbeid vb. bobbing
▪ In - of expiratoire bijgeluiden (stridor, wheezing)
▪ Auscultatie: crepitaties,ronchi
▪ Kreunen: positieve druk opbouwen zodat de alveoli niet dichtklappen
▪ Neusvleugelen: neusvleugels worden opvallend gespreid tijdens inademing om meer
lucht naar binnen te zuigen
▪ Gaspen ➜ alarmteken!
▪ Uitputting ➜ alarmteken!
▪ Let op! weinig ademarbeid is geen garantie op een goede ademhaling (denk aan
neuromusculaire aandoeningen of uitputting)
o T = Tidal volume = teugvolume (effectiviteit van de AH)
▪ hoeveelheid lucht die bij een rustige ademhaling in –of uitgeademd wordt.
▪ Regelmatigheid + diepte ademteug (hypoventilatie ⬌ hyperventilatie)
▪ Thoraxexcursies, symmetrie van de
borstkas -> let op! Thoraxbeweging ≠ vrije
luchtweg (Look, LISTEN, FEEL)
▪ Via auscultatie: ademgeruis (stille thorax =
alarmsymptoom!)
o O = oxygenatie (saturatie)
• Evaluatie van RWTO (ademhaling)?
o Stabiele respiratoire status
o Gecompenseerd respiratoir falen
o Gedecompenseerd respiratoir falen
• Insufficiënte ademhaling → systemische effecten op circulatie (C ) en bewustzijn (D)
o C: Hartfrequentie stijgt bij een hypoxie (COMPENSATIE)
▪ ! ernstige/langdurige hypoxie → bradycardie = preterminaal teken!
o D: veranderend Bewustzijn: angstig en onrustig en/of slaperig
▪ Tekortschietende oxygenatie van de hersenen(DECOMPENSATIE):
▪ bewustzijn daalt: sufheid en hypotoon → alarmsymptoom!
Pagina 2 van 71
,7.4 C = CIRCULATION
• Circulerend volume bloed zuigeling versus volwassene
• 75-85ml/kg G versus 65 – 70ml/kg G
• Baby 5 kg? versus 70 kg?
• = 400 ml totaal volume versus = 4,9 l ( 4900 ml) totaal volume
• Wat bij frequente bloedafnames ( dgls?), felle diarree, fel braken, bloeding door trauma, post-op?
• Zuigeling: klein slagvolume/ contractie → basaal ligt HF al hoger
• Bij inspanning/problemen/verhoogde nood: beperkte compensatie van HF mogelijk! → sneller
decompensatie → aritmie!
• ALTIJD ALERT ZIJN ALS Verpleegkundige!!!!! Kan snel gaan
• Is er een adequate circulatie? Inschatting: 5P
• 5P’s observeren:
o P1 = ‘Pols’frequentie
▪ Hartfrequentie
▪ Tachycardie (compensatie) aspecifiek -> ook door koorts, angst, huilen/pijn/ongemak
▪ !! bradycardie (= pre terminaal teken!)
o P2 = Perifere perfusie
▪ Capillaire refill
o P3 = Polsvolume = kracht waarmee bloed door bldvatenstelsel stroomt = sterkte van pulsaties
▪ Verzwakte centrale pulsaties: alarm! ( vnl thv femoralis goed voelbaar)
o P4 = Pressure = bloeddruk
▪ Hypotensie (decompensatie-teken!). Let op: erg laattijdig teken (pas bij verlies van 40%
van circulerend volume daalt RR)
o P5 = Preload = geeft weer hoeveel bloed toekomt in het hart (vullingsdruk) (via CVD-bepaling)
▪ Gedaalde pre-load bij hypovolemie
▪ Gestegen pre-load bij hartfalen, overvulling (kenmerken?)
• Evaluatie van 5P’s (circulatie)?
o Stabiele circulatoire status
o Gecompenseerde circulatoire status
o Gedecompenseerd circulatoire status
• Afwijkende circulatie heeft impact op andere organen!
o Huidskleur: een koude, bleke, gemarmerde huid (zowel teken vasoconstrictie als slechte
perfusie)
o Tachypneu
o Diurese gedaald (afwijkend: <2ml/kg/u bij zuigelingen, <1ml/kg/u bij jonge kids)
o Gedaald BWZ, agitatie, convulsies,…
7.5 D = DISABILITY
• = neurologische toestand
• Afwijkingen thv centraal zenuwstelsel kunnen gevolg zijn van:
o Oxygenatieproblemen ( A – B problemen)
o Circulatieproblemen ( C-problemen)
Pagina 3 van 71
, ▪ = secundaire neurologische afwijkingen
• Primaire neurologische afwijkingen: Hersenoedeem, trauma, infectie, epileptiehaarden,…
o Bewustzijnniveau: beoordeling? AVPU of PGCS -> zie volgende slides
o Pupilreactie
o Pijn en discomfort: gepaste pijnschaal kiezen!
o Don’t ever forget glucose: glycemie!
• Evaluatie van bewustzijnsniveau: AVPU (of WAPA-score):
o A: Alert ‒ het kind reageert alert; spreekt met hulpverlener
o V: Verbal ‒ het kind reageert op aanspreken;
o P: Pain ‒ het kind reageert op een pijnprikkel; door plaats van pijn aan te geven, te bewegen, terug
te trekken, te kreunen
o U: Unresponsive ‒ het kind reageert niet, ook niet op prikkels
• =Wakker zijn, Aanspreekbaarheid, Pijngevoeligheid en A-reactiviteit
7.6 E = EXPOSURE = UITERLIJKE KENMERKEN EN TEMPERATUUR
• Kind altijd volledig ontkleden om full inspection te kunnen maken
o Huid volledig inspecteren: Huiduitslag (vb. urticaria bij anafylaxie), hematomen, petechien,…
o Ledematen volledig inspecteren: beweging normaal?
o Voorkom afkoeling
• Bekijk omgeving bij onverklaarbare kritische situatie ( intoxicatie? Verstikking?...)
• Temperatuur
o Hypothermie: enorm uitputtend! Vraagt veel extra energie van het kind
o Hyperthermie: infectie? Nevenwerking? …
• Volledig E evalueren: AMPLE = Allergy, Medication, Past history, Last meal, Environment
Pagina 4 van 71