De bekeerlinge - VERHAALANALYSE
1. Titel
Titel wijst naar de hoofdpersoon, een bekeerlinge. Maar ook naar de thema van het boek: geloof,
verhoudingen tussen religieuze overtuigingen, de problematiek die er kunnen ontstaan en het bekeer
naar jodendom.
Het boek gaat namelijk over het leven van een christelijke jonge vrouw (Vigdis, Hamoutal en Sarah
zijn de drie verschillende namen van de hoofdpersoon) die bekeert zich als ze verliefd wordt op een
joodse jongeman en de dramatische consequenties ervan.
In de tekst wordt Hamoutal ook wel aangekondigd als 'proseliet'.
Proseliet is een Grieks woord dat zoveel ‘nieuwkomer’ als 'erbij-gekomene' betekent, in dit geval
wordt bedoeld bij het Jodendom gekomen. Het woord wordt in de Bijbel vertaald met ‘Joden-genoot’
(b.v. Mat. 23:15; Hand. 2:10): een heiden die zijn vorige godsdienst verlaten heeft en volledig tot het
Jodendom is overgegaan. Daarom wordt hetzelfde woord in de nieuwe vertaling in Mat. 23:15
vertaald met 'bekeerling'.
Om officieel 'proseliet' te worden moest je je onderwerpen aan een nauwkeurig onderzoek naar je
motieven. Bij acceptatie moesten de mannen, die proseliet werden, worden besneden.
Zowel mannen als vrouwen moesten een offer brengen. Daarna werden ze geacht te delen in de
voorrechten van het volk Israël en zich te houden aan de Wetten van God, zoals Mozes die had
doorgegeven.
2. Opdracht
Voor de vrouw die een huis kuste
De opdracht verwijst naar een passage op blz. 135 van het boek, waarin Hamoutal een huis kust.
Dat gebeurt in Monieux vlak nadat haar eerste kind Yaakov is geboren en het liefdeskoppel die huis
krijgt toegewezen.
De schrijver draagt het boek dus op aan zijn vrouwelijke hoofdpersoon die hij in zijn tot de
verbeelding sprekende roman zelf in het leven heeft geroepen.
Let op: Net voor de opdracht staan de letters mem, nun, yod, vav in het Hebreeuws:
mnyw (Monieux, in Provénce – FR, zeer waarschijnlijk)
, 3. Motto
Het boek heeft als motto een citaat van Thomas Mann meegekregen:
De vorm van de tijdloosheid is het hier en nu.
Het begrip tijd is inderdaad van groot belang in deze roman waar voortdurend gewisseld wordt van
het nu naar de middeleeuwen.
Het verhaal van deze vrouw is aan de ene kant heel sterk verbonden met de historische figuur die in
de elfde eeuw heeft geleefd, maar is aan de andere kant voor het grootste deel ontsproten aan de
verbeelding van de auteur die leeft in het hier en nu, en die dus haar als een tijdloos personage heeft
geschetst. Vigdis is uiteindelijk een vrouw die je in elke vluchtelingkamp kunt tegenkomen.
De tijd in het hele boek kruist door elkaar (zie ook volgende stuk), dan voel je dat eigenlijk
eindloosheid en het nu overlappen, ontmoeten zich in het leven.
Alles verandert, alles draait, gaat door, maar toch cyclisch en met een tijdloos kern die eindeloos zal
ervaren worden in het nu. Dat is ook wat staat in de laatste zin van het boek die eigenlijk samen
komt, als in een cirkel, met de motto :
De wereld tolt, maar als je even je adem inhoudt, staat hij stil.
4. Tijd, Opbouw
In het verhaal lopen de verschillende tijdlijnen voortdurend door elkaar.
De tijdlijnen wisselen elkaar niet alleen af, maar ze raken elkaar ook af en toe, zoals helemaal in het
begin van de roman waarbij het sterk lijkt dat de schrijver, die zich bevindt in het dorpje waar David
en Hamoutal uiteindelijk onderdak vinden, Mons Jovis (de berg van Jupiter), beide vluchtelingen
werkelijk ziet naderen. Het is alsof de schrijver hier zijn eigen verhaal in kijkt, want hij bevindt zich in
het nu en de twee vluchtelingen zijn David en Hamoutal die in de elfde eeuw het kleine dorp
naderen, zij hoogzwanger:
“Ik stel de verrekijker bij en merk nu ook dat ze hoogzwanger is. De man draagt een ruime boezeroen
en hij heeft een primitief soort hoed op zijn hoofd. Soms helpt hij de vrouw over iets heen te stappen
door haar bij de elleboog te nemen.”
Soms daal je als lezer helemaal af in de middeleeuwen en volg je zelfs gesprekken die Hamoutal voert
met haar tijdgenoten. Op andere plekken neemt de auteur je mee in zijn gissingen: “De synagoge en
het huis van David Todros moeten dicht bij elkaar hebben gelegen – hoogstens tweehonderd meter
van de plek waar het oude huis staat waar ik dit schrijf.” Hij is dan zichtbaar voor de lezer het verhaal
aan het reconstrueren en geeft argumenten voor zijn vermoedens. Dat zorgt ervoor dat je regelmatig
uit het verhaal getrokken wordt en gedwongen wordt in te zien dat het slechts een reconstructie is,
op basis van beperkt feitenmateriaal. En soms verteld de auteur wat hij in het nu ziet/ervaart.
Qua verteldetijd, het verhaal speelt tijdens:
Middeleeuw (11de eeuw) de tijd van de standenmaatschappij, het feodale systeem en
uiteindelijk de kruistochten om Jeruzalem te heroveren: de heilige oorlog gestart door Paus
Urbanus II op 27 november 1095.
Nu (1994-2016, als de auteur schrijft)
Als Vigdis bij Monieux aankomt is ze zwanger van David en het is 1091. Er volgt een hele reeks
tragische gebeurtenissen die beëindigt met haar overleiden, die plaats vindt ergens in de maand
1. Titel
Titel wijst naar de hoofdpersoon, een bekeerlinge. Maar ook naar de thema van het boek: geloof,
verhoudingen tussen religieuze overtuigingen, de problematiek die er kunnen ontstaan en het bekeer
naar jodendom.
Het boek gaat namelijk over het leven van een christelijke jonge vrouw (Vigdis, Hamoutal en Sarah
zijn de drie verschillende namen van de hoofdpersoon) die bekeert zich als ze verliefd wordt op een
joodse jongeman en de dramatische consequenties ervan.
In de tekst wordt Hamoutal ook wel aangekondigd als 'proseliet'.
Proseliet is een Grieks woord dat zoveel ‘nieuwkomer’ als 'erbij-gekomene' betekent, in dit geval
wordt bedoeld bij het Jodendom gekomen. Het woord wordt in de Bijbel vertaald met ‘Joden-genoot’
(b.v. Mat. 23:15; Hand. 2:10): een heiden die zijn vorige godsdienst verlaten heeft en volledig tot het
Jodendom is overgegaan. Daarom wordt hetzelfde woord in de nieuwe vertaling in Mat. 23:15
vertaald met 'bekeerling'.
Om officieel 'proseliet' te worden moest je je onderwerpen aan een nauwkeurig onderzoek naar je
motieven. Bij acceptatie moesten de mannen, die proseliet werden, worden besneden.
Zowel mannen als vrouwen moesten een offer brengen. Daarna werden ze geacht te delen in de
voorrechten van het volk Israël en zich te houden aan de Wetten van God, zoals Mozes die had
doorgegeven.
2. Opdracht
Voor de vrouw die een huis kuste
De opdracht verwijst naar een passage op blz. 135 van het boek, waarin Hamoutal een huis kust.
Dat gebeurt in Monieux vlak nadat haar eerste kind Yaakov is geboren en het liefdeskoppel die huis
krijgt toegewezen.
De schrijver draagt het boek dus op aan zijn vrouwelijke hoofdpersoon die hij in zijn tot de
verbeelding sprekende roman zelf in het leven heeft geroepen.
Let op: Net voor de opdracht staan de letters mem, nun, yod, vav in het Hebreeuws:
mnyw (Monieux, in Provénce – FR, zeer waarschijnlijk)
, 3. Motto
Het boek heeft als motto een citaat van Thomas Mann meegekregen:
De vorm van de tijdloosheid is het hier en nu.
Het begrip tijd is inderdaad van groot belang in deze roman waar voortdurend gewisseld wordt van
het nu naar de middeleeuwen.
Het verhaal van deze vrouw is aan de ene kant heel sterk verbonden met de historische figuur die in
de elfde eeuw heeft geleefd, maar is aan de andere kant voor het grootste deel ontsproten aan de
verbeelding van de auteur die leeft in het hier en nu, en die dus haar als een tijdloos personage heeft
geschetst. Vigdis is uiteindelijk een vrouw die je in elke vluchtelingkamp kunt tegenkomen.
De tijd in het hele boek kruist door elkaar (zie ook volgende stuk), dan voel je dat eigenlijk
eindloosheid en het nu overlappen, ontmoeten zich in het leven.
Alles verandert, alles draait, gaat door, maar toch cyclisch en met een tijdloos kern die eindeloos zal
ervaren worden in het nu. Dat is ook wat staat in de laatste zin van het boek die eigenlijk samen
komt, als in een cirkel, met de motto :
De wereld tolt, maar als je even je adem inhoudt, staat hij stil.
4. Tijd, Opbouw
In het verhaal lopen de verschillende tijdlijnen voortdurend door elkaar.
De tijdlijnen wisselen elkaar niet alleen af, maar ze raken elkaar ook af en toe, zoals helemaal in het
begin van de roman waarbij het sterk lijkt dat de schrijver, die zich bevindt in het dorpje waar David
en Hamoutal uiteindelijk onderdak vinden, Mons Jovis (de berg van Jupiter), beide vluchtelingen
werkelijk ziet naderen. Het is alsof de schrijver hier zijn eigen verhaal in kijkt, want hij bevindt zich in
het nu en de twee vluchtelingen zijn David en Hamoutal die in de elfde eeuw het kleine dorp
naderen, zij hoogzwanger:
“Ik stel de verrekijker bij en merk nu ook dat ze hoogzwanger is. De man draagt een ruime boezeroen
en hij heeft een primitief soort hoed op zijn hoofd. Soms helpt hij de vrouw over iets heen te stappen
door haar bij de elleboog te nemen.”
Soms daal je als lezer helemaal af in de middeleeuwen en volg je zelfs gesprekken die Hamoutal voert
met haar tijdgenoten. Op andere plekken neemt de auteur je mee in zijn gissingen: “De synagoge en
het huis van David Todros moeten dicht bij elkaar hebben gelegen – hoogstens tweehonderd meter
van de plek waar het oude huis staat waar ik dit schrijf.” Hij is dan zichtbaar voor de lezer het verhaal
aan het reconstrueren en geeft argumenten voor zijn vermoedens. Dat zorgt ervoor dat je regelmatig
uit het verhaal getrokken wordt en gedwongen wordt in te zien dat het slechts een reconstructie is,
op basis van beperkt feitenmateriaal. En soms verteld de auteur wat hij in het nu ziet/ervaart.
Qua verteldetijd, het verhaal speelt tijdens:
Middeleeuw (11de eeuw) de tijd van de standenmaatschappij, het feodale systeem en
uiteindelijk de kruistochten om Jeruzalem te heroveren: de heilige oorlog gestart door Paus
Urbanus II op 27 november 1095.
Nu (1994-2016, als de auteur schrijft)
Als Vigdis bij Monieux aankomt is ze zwanger van David en het is 1091. Er volgt een hele reeks
tragische gebeurtenissen die beëindigt met haar overleiden, die plaats vindt ergens in de maand