Doelgroepen 2
1. Personen met een visuele beperking
Geschiedenis
1785: start van zorg voor personen met visuele beperking in Europa
Valentin Hauy ontwikkelde school voor blinden (Europa)
Louis Braille ontwikkelde brailleschrift (erkend in 1854)
1882 : 1ste school voor blinden in Midden-Oosten
1913 : 1ste school voor blinden in Afrika
(uitvinding brailleschrift had enorme invloed)
Terminologie
blind = totaal verlies van gezichtsvermogen (soms negatieve stempel)
visueel beperkt
filmfragment: voordeel van blind zijn?
niet bang zijn in donker, geen hoogtevrees, je mag veel zaken in musea aanraken, bepaalde zaken
op tv niet zien, andere zintuigen beter ontwikkelen, blind typen
wat is “zien”
= visueel systeem ontvang informatie uit de omgeving
(visueel systeem : ogen, oogzenuwbanen, hersengebieden die prikkels verwerken & doorsturen)
beelden die binnekomen worden geprojecteerd op vlies aan binnenzijde van oog (= netvlies)
wat is visueel waarnemen?
- lichtzien en licht(over)gevoeligheid
- gezichtsscherpte (waarnemen van vormen & details)
- kleurenzien
- gezichtsveld (datgeen wat je in 1 oogopslag kan zien)
- accommoderen (kunnen scherpstellen)
- licht – donker adaptie
- contrastgevoeligheid
- binoculair zien
- oogbewegingen (volgen van bewegende objecten & verleggen van focus)
1
,oftalmologische indeling
gezichtsscherpte / visus
= maakt het mogelijk om de details & vormen van objecten te onderscheiden
(maatstaf voor de kleinste details die iemand kan onderscheiden)
grootte & afstand waarop object zich bevindt spelen een rol
(ogen worden afzonderlijk & samen getest)
veelgebruikt screeningsinstrument : E – figuren & onderbroken cirkels
visus 6/6 of 1 de letter met waarde 6 op 6 meter kan herkennen
visus 6/36 alleen letter met waarde 36 op 6 meter kan zien
(afstand waarop iemand voorwerp kan zien / afstand waarop iemand met normaal zicht het ziet)
meten van visus bij zeer jonge kinderen (0-12m.) auto – en photorefractometer
= testresultaten geven indicatie van de ernst van de problemen
(belangrijk om test doorheen de jaren te herhalen)
gezichtsveld = gebied dat de persoon kan zien zonder ogen te bewegen
(normaal: horizontaal 160° & verticaal 130°, blind 10° of minder)
screening & onderzoek
- bij geboorte oogcontrole (geboortegewicht is ook indicatie)
- kind & gezin (oogtest op amblyogene factoren & doorverwijzing) = signaalfunctie
- CLB (opvolging)
voorbereiding oogmeting
(vb. belangrijk om te weten dat kind weet dat het een appel is)
blind volgens WHO
totaal blind : helemaal geen lichtwaarneming
blind : gezichtsscherpte is maximaal 2%
maatschappelijk blind : gezichtsscherpte tussen 2 – 5 %
Gezichtsscherpte met Gezichtsveld
optimale brilcorrectie
Matig slechtziend 3/10 – 1/10 20° rond het centrale
fixatiepunt of minder
Ernstig slechtziend 1/10 – 1/20 20° rond het centrale
fixatiepunt of minder
Blind 1/20 of minder 10° rond het centrale
fixatiepunt of minder
grens tussen blind & slechtziendheid is in praktijk niet altijd even duidelijk
2
,gezichtsveld
= het totale gebied dat overzien kan worden wanneer hoofd & ogen volkomen worden stil gehouden
(gezichtsvelden van beide ogen overlappen elkaar deels)
we zien alleen scherp in centrale gezichtsveld (gele vlek met voornamelijk kegeltjes)
beeld valt steeds op gele vlek om scherp te kunnen zien
meetinstrument : perimeter
= een koepel met in midden spiegeltje waar persoon blik op moet richten waar ondertussen een
lichtje beweegt (persoon geeft aan wanneer die dit ziet)
normaal gezichtsveld : horizontaal 160°, verticaal 130°
blind : 10° of minder
zwaar slechtziend : tussen 10° en 20°
matig of licht slechtziend : meer dan 20°
in België wordt persoon blind beschouwd als :
- gezichtsscherpte minder dan 1/20 van het beste oog is
- gezichtsveld gereduceerd is tot 10° of minder
filmfragment : durf te vragen : blind of slechtziend
…
indeling volgens lokalisatie van het letsel
- oculair (OVS) = aan de ogen zelf
- cerebraal (CVS of CVI) = heeft te maken met de hersenen
- beide
oculair (ogen & oogspieren)
maculadegeneratie, abliato retina, cataract, glaucoom, retinitis pigmentosa,…
CVI : cerebrale visuele inperking (gezichtszenuwbanen & optisch centrum hersenen)
= probleem met verwerking van het zien in de hersenen (alle leeftijden)
zeer divers in uitingsvorm:
- richt blik
- aandachtspanne
- houding
- omgeving
filmfragment : onderdelen hersenen & waarnemen
…
3
, functionele indeling
= indeling die zich baseert op het resterende gezichtsvermogen & de nodige begeleiding
(wat iemand nog wel kan)
1. geen enkele visuele reactie
2. minimale visuele reactie (verbetering visueel functioneren mogelijk)
3. visueel oriënteren maar verstoord
filmfragment : echolokalisatie
gebruik maken van echo om zaken te kunnen lokaliseren, ze gaat horen of de luchtrillingen
weerkaatst worden of niet (vergt wel wat training)
visueel profiel
= ordent alle aspecten die te maken hebben met het zien & de slechtziendheid van een persoon
bevat gegevens over verschillende aspecten :
ziekten/ aandoeningen, functiestoornissen, activiteiten, omgevingsfactoren, externe & persoonlijke
factoren
4
1. Personen met een visuele beperking
Geschiedenis
1785: start van zorg voor personen met visuele beperking in Europa
Valentin Hauy ontwikkelde school voor blinden (Europa)
Louis Braille ontwikkelde brailleschrift (erkend in 1854)
1882 : 1ste school voor blinden in Midden-Oosten
1913 : 1ste school voor blinden in Afrika
(uitvinding brailleschrift had enorme invloed)
Terminologie
blind = totaal verlies van gezichtsvermogen (soms negatieve stempel)
visueel beperkt
filmfragment: voordeel van blind zijn?
niet bang zijn in donker, geen hoogtevrees, je mag veel zaken in musea aanraken, bepaalde zaken
op tv niet zien, andere zintuigen beter ontwikkelen, blind typen
wat is “zien”
= visueel systeem ontvang informatie uit de omgeving
(visueel systeem : ogen, oogzenuwbanen, hersengebieden die prikkels verwerken & doorsturen)
beelden die binnekomen worden geprojecteerd op vlies aan binnenzijde van oog (= netvlies)
wat is visueel waarnemen?
- lichtzien en licht(over)gevoeligheid
- gezichtsscherpte (waarnemen van vormen & details)
- kleurenzien
- gezichtsveld (datgeen wat je in 1 oogopslag kan zien)
- accommoderen (kunnen scherpstellen)
- licht – donker adaptie
- contrastgevoeligheid
- binoculair zien
- oogbewegingen (volgen van bewegende objecten & verleggen van focus)
1
,oftalmologische indeling
gezichtsscherpte / visus
= maakt het mogelijk om de details & vormen van objecten te onderscheiden
(maatstaf voor de kleinste details die iemand kan onderscheiden)
grootte & afstand waarop object zich bevindt spelen een rol
(ogen worden afzonderlijk & samen getest)
veelgebruikt screeningsinstrument : E – figuren & onderbroken cirkels
visus 6/6 of 1 de letter met waarde 6 op 6 meter kan herkennen
visus 6/36 alleen letter met waarde 36 op 6 meter kan zien
(afstand waarop iemand voorwerp kan zien / afstand waarop iemand met normaal zicht het ziet)
meten van visus bij zeer jonge kinderen (0-12m.) auto – en photorefractometer
= testresultaten geven indicatie van de ernst van de problemen
(belangrijk om test doorheen de jaren te herhalen)
gezichtsveld = gebied dat de persoon kan zien zonder ogen te bewegen
(normaal: horizontaal 160° & verticaal 130°, blind 10° of minder)
screening & onderzoek
- bij geboorte oogcontrole (geboortegewicht is ook indicatie)
- kind & gezin (oogtest op amblyogene factoren & doorverwijzing) = signaalfunctie
- CLB (opvolging)
voorbereiding oogmeting
(vb. belangrijk om te weten dat kind weet dat het een appel is)
blind volgens WHO
totaal blind : helemaal geen lichtwaarneming
blind : gezichtsscherpte is maximaal 2%
maatschappelijk blind : gezichtsscherpte tussen 2 – 5 %
Gezichtsscherpte met Gezichtsveld
optimale brilcorrectie
Matig slechtziend 3/10 – 1/10 20° rond het centrale
fixatiepunt of minder
Ernstig slechtziend 1/10 – 1/20 20° rond het centrale
fixatiepunt of minder
Blind 1/20 of minder 10° rond het centrale
fixatiepunt of minder
grens tussen blind & slechtziendheid is in praktijk niet altijd even duidelijk
2
,gezichtsveld
= het totale gebied dat overzien kan worden wanneer hoofd & ogen volkomen worden stil gehouden
(gezichtsvelden van beide ogen overlappen elkaar deels)
we zien alleen scherp in centrale gezichtsveld (gele vlek met voornamelijk kegeltjes)
beeld valt steeds op gele vlek om scherp te kunnen zien
meetinstrument : perimeter
= een koepel met in midden spiegeltje waar persoon blik op moet richten waar ondertussen een
lichtje beweegt (persoon geeft aan wanneer die dit ziet)
normaal gezichtsveld : horizontaal 160°, verticaal 130°
blind : 10° of minder
zwaar slechtziend : tussen 10° en 20°
matig of licht slechtziend : meer dan 20°
in België wordt persoon blind beschouwd als :
- gezichtsscherpte minder dan 1/20 van het beste oog is
- gezichtsveld gereduceerd is tot 10° of minder
filmfragment : durf te vragen : blind of slechtziend
…
indeling volgens lokalisatie van het letsel
- oculair (OVS) = aan de ogen zelf
- cerebraal (CVS of CVI) = heeft te maken met de hersenen
- beide
oculair (ogen & oogspieren)
maculadegeneratie, abliato retina, cataract, glaucoom, retinitis pigmentosa,…
CVI : cerebrale visuele inperking (gezichtszenuwbanen & optisch centrum hersenen)
= probleem met verwerking van het zien in de hersenen (alle leeftijden)
zeer divers in uitingsvorm:
- richt blik
- aandachtspanne
- houding
- omgeving
filmfragment : onderdelen hersenen & waarnemen
…
3
, functionele indeling
= indeling die zich baseert op het resterende gezichtsvermogen & de nodige begeleiding
(wat iemand nog wel kan)
1. geen enkele visuele reactie
2. minimale visuele reactie (verbetering visueel functioneren mogelijk)
3. visueel oriënteren maar verstoord
filmfragment : echolokalisatie
gebruik maken van echo om zaken te kunnen lokaliseren, ze gaat horen of de luchtrillingen
weerkaatst worden of niet (vergt wel wat training)
visueel profiel
= ordent alle aspecten die te maken hebben met het zien & de slechtziendheid van een persoon
bevat gegevens over verschillende aspecten :
ziekten/ aandoeningen, functiestoornissen, activiteiten, omgevingsfactoren, externe & persoonlijke
factoren
4