Hoofdstuk 1: De bekoring van de revolutie 1750 - 1815
1. Precondities industriële revolutie
a. Vernieuwing landbouw
b. Nieuw demografisch patroon
i. Malthus
c. Verspreiding van het handelskapitalisme
i. Putting Out-systeem
ii. Adam Smith
d. Psychologische factor
i. Geest van het kapitalisme
2. Sociale gevolgen
a. Ontstaan Bourgeoisie
b. Arbeiders concentratie in industriegebied (Friedrich engels en de klassenstrijd)
3. De verlichting
a. wetenschappelijk denken, vertrouwen in menselijke rede en vooruitgangsgeloof
b. Eiste vrijheid en gelijkheid, rechten van de burger
4. Belangrijke denkers
a. Thomas Hobbes → pro-monarchie, leviathan, mensen niet in staat om zelf te besturen
b. John Locke → pro-parlement, mensen kunnen zichzelf besturen
c. Montesquieu → scheiding der machten
d. Voltaire → verlicht absolutisme:
i. vorst in samenwerking met filosofen
ii. monarchie niet meer door god gegeven, maar door natuurrecht
iii. monarchie aan de zijde van de vooruitgang
e. Jean-Jacques Rousseau → vrijheid, volonté générale, sociaal contract tussen burgers
f. Immanuel Kant → onmondigheid van de mens
5. Zevenjarige oorlog (1756-1763)
6. De Amerikaanse revolutie 1776
7. Franse revolutie 1789
a. Fase 1
i. verlichting, ontevreden over conservatief absolutisme en de VS revolutie
ii. Staten-generaal bijeengeroepen: 3de stand eist een gemeenschappelijke zitting als
vertegenwoordiger van de natie (Emmanuel-Joseph Sieyès: Qu’est-ce que le tiers
état?), clerus en adel weigerde
iii. → 17 juni 1789 3de stand richt Nationale vergadering op en stelt een grondwet op,
verklaring van de rechten van de mens, scheiding der machten en scheiding kerk en
staat
iv. → 14 juli 1789 bestorming van de Bastille
b. Fase 2
i. EU vorsten vreesde voor opstanden in eigen regio → Oost verklaarde in 1792 oorlog
, aan FR: Eerste coalitieoorlog 1792-1797
ii. → 10 aug 1792 Staatsgreep tegen de monarchie: Republiek opgericht o.l.v
Robespierre (dictatuur)
c. Fase 3
i. Staatsgreep: Robespierre geëxecuteerd
ii. Oprichting Directoire: UM verdeeld over 5 directeurs, WM tweekamerstelsel, verkozen
rechterlijke macht, cijnskiesrecht
iii. Sieyès was een van de directeurs geworden
8. Napoleon Bonaparte (deel 1)
a. 9 november Staatsgreep in 1799 samen met Sieyes
b. Oprichting Driehoofdig consulaat → 1804 riep hij zich uit tot keizer van het Franse rijk
c. verleende amnestie aan adellijke émigrés en fixte relatie met Paus door het concordaat in
1801
9. Verenigde Nederlandse staten 1790
a. Opgericht door Van der Noot
b. Een congres neemt de leiding, hield echter niet lang vol door:
i. machtsstrijd tussen statisten en vonckisten
ii. zwak centraal gezag
iii. Fr steunde het conservatieve regime niet
iv. Leger slecht georganiseerd
c. Oostenrijk neem terug de macht over in 1790
i. er ontstond een belgisch nationaliteitsgevoel
d. Oorlog: FR vs Oost 1792: Zuidelijke Nederlanden ingelijfd bij FR
10. Napoleon (deel 2)
a. Tweede coalitieoorlog 1789-1801
i. Oost, Ru en andere EU monarchen vs FR
b. Derde coalitieoorlog 1805-1806
i. Oost, Ru, EN en andere EU monarchen vs FR
ii. Heilige roomse rijk → Rijnbond: buffer tegen Oostenrijk en Pruisen
c. Continentale blokkade 1806
i. EN deed tegenoffensief: handel tussen VS en FR blokkeren → 1812 VS
verklaarde oorlog aan EN, vernederende nederlaag VS
d. Zesde coalitieoorlog 1812-1814
i. RU zoekt toenadering tot EN, FR veldtocht naar Rusland
ii. techniek van de verschroeide aarde
iii. Grande armee zwaar gewond
iv. Vazallen kwamen in opstand → Napoleon verbannen naar Elba
e. Zevende coalitieoorlog 1815
i. Napoleon neemt op 1 maart 1815 terug de macht
ii. Verslagen in Waterloo
iii. verbannen naar Sint-Helena, sterft in 1821
1. Precondities industriële revolutie
a. Vernieuwing landbouw
b. Nieuw demografisch patroon
i. Malthus
c. Verspreiding van het handelskapitalisme
i. Putting Out-systeem
ii. Adam Smith
d. Psychologische factor
i. Geest van het kapitalisme
2. Sociale gevolgen
a. Ontstaan Bourgeoisie
b. Arbeiders concentratie in industriegebied (Friedrich engels en de klassenstrijd)
3. De verlichting
a. wetenschappelijk denken, vertrouwen in menselijke rede en vooruitgangsgeloof
b. Eiste vrijheid en gelijkheid, rechten van de burger
4. Belangrijke denkers
a. Thomas Hobbes → pro-monarchie, leviathan, mensen niet in staat om zelf te besturen
b. John Locke → pro-parlement, mensen kunnen zichzelf besturen
c. Montesquieu → scheiding der machten
d. Voltaire → verlicht absolutisme:
i. vorst in samenwerking met filosofen
ii. monarchie niet meer door god gegeven, maar door natuurrecht
iii. monarchie aan de zijde van de vooruitgang
e. Jean-Jacques Rousseau → vrijheid, volonté générale, sociaal contract tussen burgers
f. Immanuel Kant → onmondigheid van de mens
5. Zevenjarige oorlog (1756-1763)
6. De Amerikaanse revolutie 1776
7. Franse revolutie 1789
a. Fase 1
i. verlichting, ontevreden over conservatief absolutisme en de VS revolutie
ii. Staten-generaal bijeengeroepen: 3de stand eist een gemeenschappelijke zitting als
vertegenwoordiger van de natie (Emmanuel-Joseph Sieyès: Qu’est-ce que le tiers
état?), clerus en adel weigerde
iii. → 17 juni 1789 3de stand richt Nationale vergadering op en stelt een grondwet op,
verklaring van de rechten van de mens, scheiding der machten en scheiding kerk en
staat
iv. → 14 juli 1789 bestorming van de Bastille
b. Fase 2
i. EU vorsten vreesde voor opstanden in eigen regio → Oost verklaarde in 1792 oorlog
, aan FR: Eerste coalitieoorlog 1792-1797
ii. → 10 aug 1792 Staatsgreep tegen de monarchie: Republiek opgericht o.l.v
Robespierre (dictatuur)
c. Fase 3
i. Staatsgreep: Robespierre geëxecuteerd
ii. Oprichting Directoire: UM verdeeld over 5 directeurs, WM tweekamerstelsel, verkozen
rechterlijke macht, cijnskiesrecht
iii. Sieyès was een van de directeurs geworden
8. Napoleon Bonaparte (deel 1)
a. 9 november Staatsgreep in 1799 samen met Sieyes
b. Oprichting Driehoofdig consulaat → 1804 riep hij zich uit tot keizer van het Franse rijk
c. verleende amnestie aan adellijke émigrés en fixte relatie met Paus door het concordaat in
1801
9. Verenigde Nederlandse staten 1790
a. Opgericht door Van der Noot
b. Een congres neemt de leiding, hield echter niet lang vol door:
i. machtsstrijd tussen statisten en vonckisten
ii. zwak centraal gezag
iii. Fr steunde het conservatieve regime niet
iv. Leger slecht georganiseerd
c. Oostenrijk neem terug de macht over in 1790
i. er ontstond een belgisch nationaliteitsgevoel
d. Oorlog: FR vs Oost 1792: Zuidelijke Nederlanden ingelijfd bij FR
10. Napoleon (deel 2)
a. Tweede coalitieoorlog 1789-1801
i. Oost, Ru en andere EU monarchen vs FR
b. Derde coalitieoorlog 1805-1806
i. Oost, Ru, EN en andere EU monarchen vs FR
ii. Heilige roomse rijk → Rijnbond: buffer tegen Oostenrijk en Pruisen
c. Continentale blokkade 1806
i. EN deed tegenoffensief: handel tussen VS en FR blokkeren → 1812 VS
verklaarde oorlog aan EN, vernederende nederlaag VS
d. Zesde coalitieoorlog 1812-1814
i. RU zoekt toenadering tot EN, FR veldtocht naar Rusland
ii. techniek van de verschroeide aarde
iii. Grande armee zwaar gewond
iv. Vazallen kwamen in opstand → Napoleon verbannen naar Elba
e. Zevende coalitieoorlog 1815
i. Napoleon neemt op 1 maart 1815 terug de macht
ii. Verslagen in Waterloo
iii. verbannen naar Sint-Helena, sterft in 1821