Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Strafprocesrecht / Strafrecht 3

Note
-
Vendu
-
Pages
40
Publié le
18-03-2025
Écrit en
2024/2025

Samenvatting van het boek Ons Strafsrecht van B.F Keulen en . G. Knigge over het strafprocesrecht in Nederland.

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
1 t/m 3 + 5 t/m 15
Publié le
18 mars 2025
Nombre de pages
40
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Strafrecht 3
Samenvatting

Hoofdstuk 1: Inleiding
Aard en doel van het strafproces:
Het strafprocesrecht bestaat uit een geheel van regels die betrekking hebben op de toepassing van
het strafrecht in een concreet geval. Daarin onderscheidt het strafprocesrecht zich van het materiële
strafrecht. De realisering van de strafwetgeving vraagt om procedureregels die aangeven door wie en
op welke wijze moet worden vastgesteld dat een bepaalde burger de strafwet heeft overtreden en
wat daarvan de consequenties moeten zijn. In het strafprocesrecht worden bevoegdheden toegekend
en wordt de uitoefening daarvan geregeld.
Het hoofddoel van het strafproces is het verzekeren van een juiste toepassing van het abstracte
materiële strafrecht. Dat doel is tweeledig: het doel is enerzijds te bewerkstelligen dat de schuldigen
worden gestraft, het doel is anderzijds het voorkomen van de bestraffing van onschuldigen. Het
tweede subdoel weegt hierbij zwaarder dan de eerste. Daarom geldt in ons strafprocesrecht het in
dubio pro reo-beginsel: de verdachte krijgt het voordeel van de twijfel. Meen pleegt dit aldus uit te
drukken dat het beter is dat tien verdachten ten onrechte vrijuit gaan, dan dat één verdachte ten
onrechte wordt veroordeeld. Naast het hoofddoel zijn er ook nog bijkomende doelen, doelen die
nagestreefd moeten worden zodra van een strafproces sprake is. Hierbij valt te denken aan
eerbiediging van de rechten en vrijheden van de verdachte, eerbiediging van de rechten en vrijheden
van andere betrokkenen, procedurele rechtvaardigheid en demonstratiefunctie.
De verschillende doelen staan in een moeizame spanningsverhouding met elkaar. Respectering van
het ene doel kan ten koste gaan van het andere doel. Dat vraagt om het maken van keuzes. Die
keuzes vloeien niet dwingend uit de doelen van het strafprocesrecht voort, maar zijn het resultaat
van rechtspolitieke afwegingen die voortdurend veranderen. Hoe de noodzakelijke afwegingen
dienen uit te vallen, kan derhalve niet in zijn algemeenheid worden gezegd. Wel kunnen enkele
algemene uitgangspunten worden geformuleerd: een eerste uitgangspunt is dat aan de
strafrechtspleging kosten zijn verbonden en dat de daarvoor beschikbare middelen niet onbeperkt
zijn. Er moet dus niet alleen een afweging worden gemaakt van conflicterende doelen, maar ook
tussen doelen en middelen; een tweede uitgangspunt is dat hoe meer er voor de verdachte op het
spel staat, hoe groter de waarborgen moeten zijn waarmee de berechting is omringd; een derde
uitgangspunt is dat hoe ernstiger het vermoedelijk gepleegde strafbare feit is en hoe groter derhalve
het belang is dat aan opheldering van het misdrijf toekomt, hoe ingrijpender de
onderzoeksbevoegdheden kunnen zijn; een vierde en laatste uitgangspunt is dat de verschillende
doelen wel alle moeten worden gerealiseerd. Met andere woorden: de uitkomst van de afweging
moet vanuit alle doelen van de strafvordering aanvaardbaar zijn.
De bronnen van het strafprocesrecht:
Wetgeving
Het wetboek van strafvordering neemt een centrale plaats in. Hierin treft men regels over de gehele
procedure van begin tot eind aan. Hiernaast heeft de wetgever de bevoegdheid om bepaalde
onderwerpen in afzonderlijke wetten te regelen. Deze bijzondere wetten kunnen ruwweg worden
ingedeeld in drie groepen: de eerste groep bevat de wetten die onderwerpen regelen die het
strafprocesrecht gemeen heeft met andere rechtsgebieden, of in ieder geval onderwerpen die niet
uitsluitend, maar wel ten dele op het terrein van de strafvordering liggen. Denk hierbij aan de Wet op
de rechterlijke organisatie, de Politiewet en de Algemene termijnenwet; de tweede groep bestaat uit
wetten die onderwerpen regelen die aan of net over de rand van de strafvordering liggen. Te denken
valt hierbij aan de Penitentiaire beginselenwet en de Uitleveringswet; de derde groep bestaat uit
wetten die voor bepaalde categorieën delicten een afwijkende of aanvullende strafvorderlijke
regeling geven. Zo treft met in veel bijzondere wetten opsporingsbevoegdheden aan die verder gaan
dan hetgeen op grond van het Wetboek van Strafvordering is toegestaan, bijvoorbeeld in de

,Opiumwet en de Wet wapens en munitie. Natuurlijk zijn er ook wetten die niet goed in deze ruwe
indeling zijn te plaatsen. Hiernaast is het mogelijk dat de wetgever in formele zin de nadere
uitwerking van een strafvorderlijke regeling delegeert aan de Kroon of aan een minister. Zo kennen
we ook algemene maatregelen van bestuur en ministeriële beschikkingen op het gebied van de
strafvordering.
Beleidsregels
Een overheidsorgaan waaraan een discretionaire bevoegdheid is toegekend stelt niet zelden zijn
eigen beleidsregels op met betrekking tot de wijze waarop van die bevoegdheid gebruikgemaakt
dient te worden. Als dergelijke beleidsregels op behoorlijke wijze zijn gepubliceerd, gelden zij als
recht waarop de burger zich kan beroepen. Van een beleidsregel waarop de burger zich kan
beroepen, is alleen sprake als het gaat om een regel die afkomstig is van een orgaan dat de
bevoegdheid heeft functionarissen bindende voorschriften te geven met betrekking tot de
uitoefening van hun bevoegdheden.
Internationaal recht
In het strafprocesrecht is het EVRM een steeds belangrijkere rol gaan spelen. De rechtspraak van het
EHRM op dit gebied is steeds meer gaan fungeren als de toetssteen voor de behoorlijkheid van onze
strafrechtspleging. Ook het IVBPR en andere verdragen spelen een rol en het Europese recht zal naar
verwachting in de toekomst een factor van steeds grotere betekenis worden op het terrein van het
strafprocesrecht.
Jurisprudentierecht
Het Nederlandse strafprocesrecht is niet te begrijpen zonder kennis te nemen van de omvangrijke
jurisprudentie van de Hoge Raad. Die jurisprudentie bestaat uit wetsuitleg, invulling aan open
normen, rechtsschepping op basis van de strekking van het Wetboek van Strafvordering of de
daaraan ten grondslag liggende grondbeginselen en meer. Hiernaast is de wetgever zelf het
rechtersrecht als bindend gaan behandelen, waardoor ontwikkelingen die in de jurisprudentie zijn
begonnen, later in de wetgeving zijn vertaald.
Het legaliteitsbeginsel:
Artikel 1 Sv luidt als volgt: ‘strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij wet voorzien.’ De
waarborgfunctie van dit artikel beoogt een opdracht aan de wetgever te geven om het strafproces op
zodanige wijze bij wet in formele zin te regelen, dat het gevaar voor willekeur beperkt is. Het artikel
houdt hiernaast in dat de overheid niet buiten de wet om aan strafvordering mag doen. Maar dat
betekent niet dat de wet de door haar aangewezen functionarissen geen enkele beleidsvrijheid zou
mogen laten. Het betekent wél dat de wet moet voorzien in voldoende waarborgen dat van de
vrijheid een behoorlijk gebruik wordt gemaakt. Uit het artikel wordt eveneens afgeleid dat de lagere
wetgever niet de bevoegdheid heeft om regelingen van strafvorderlijke aard te scheppen.

Hoofdstuk 2: Karakter en gang van het Nederlandse strafproces
Het inquisitoire en het accusatoire procesmodel:
In de literatuur plegen twee procesmodellen te worden onderscheiden, namelijk: het inquisitoire
procesmodel en het accusatoire procesmodel. Noch het inquisitoire, noch het accusatoire model is
ergens ter wereld in zuivere vorm gerealiseerd. Wel kan het processtelsel van een bepaald land
kenmerken vertonen die typisch zijn voor het ene of het andere model. De belangrijkste elementen
van het inquisitoire procesmodel zijn als volgt: De rechters hebben een actieve rol bij het
onderzoeken van de zaak. Zij oordelen daarbij op basis van de materiële waarheid. Van een
partijenproces is voorts geen sprake. Vervolging en berechting zijn namelijk in één hand verenigd; de
gerechtelijke autoriteiten die de zaak onderzoeken zijn bij wijze van spreken aanklager en rechter
tegelijk. Bovendien is de verdachte geen procespartij met eigen rechten en bevoegdheden, maar
voorwerp van onderzoek. De belangrijkste elementen van het accusatoire model zijn als volgt:
Kenmerkend is dat de inzet van het geding wordt gezien als een conflict tussen twee partijen. Aan de
ene kant staat een private openbare aanklager, aan de andere kant de aangeklaagde. De aanklager
formuleert de beschuldiging en moet die zien te bewijzen. De aangeklaagde verdedigt zich tegen de

,aanklacht. De beide procespartijen gaan daarbij op basis van gelijkwaardigheid de rechtsstrijd met
elkaar aan. De strijd wordt gevoerd ten overstaan van een onafhankelijke en onpartijdige rechter, die
uiteindelijk beslist wie er gewonnen heeft. De rechter heeft hierbij een passieve, lijdelijke rol. Hij
beslist niet op basis van een eigen onderzoek naar de ware toedracht, maar op basis van hetgeen de
procespartijen aandragen. De vraag welk procesmodel de voorkeur verdient is niet eenvoudig te
beantwoorden. Dat komt omdat beide procesmodellen sterke en zwakke kanten hebben. Gemengde
stelsels, met de pluspunten van beide modellen, verdienen daarom de voorkeur.
In de hoofdrollen:
In het strafproces figureren tal van personen en instanties. Zij nemen aan het proces deel of worden
daarbij betrokken. Hierna vind een korte beschrijving en karakteristiek van de hoofdrolspelers plaats.
De rechter
De rechter vervult een onafhankelijke en onpartijdige rol bij het proces. De rechter is in Nederland
actief bij het onderzoek betrokken. Hij is eindverantwoordelijk voor de uitkomst van het geding,
hetgeen betekent dat het zijn taak is te zorgen dat de uitspraak in overeenstemming is met het recht
en de feiten. Dat brengt niet alleen mee dat hij nader onderzoek naar de werkelijke toedracht mag
gelasten, maar ook dat hij bij zijn oordeel niet aan standpunten van de partijen is gebonden. De
actieve rol van de rechter behoeft overigens wel enige relativering. Doordat de OvJ is uitgegroeid tot
dominus litis en de verdachte als volwaardige procespartij is erkend, is de rechter minder dominant
geworden. Hoe beter de procespartijen hun rol vervullen, hoe passiever de opstelling van de rechter
kan zijn.
De officier van justitie
De OvJ vertegenwoordigt bij de rechtbank het OM, welke deel uitmaakt van de rechterlijke macht. De
OvJ is belast met de vervolging van strafbare feiten. Hij is niet verplicht elk strafbaar feit te vervolgen
dat bewezen zou kunnen worden. In Nederland geldt het zogenaamde opportuniteitsbeginsel: van
vervolging mag ook worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Aan de
vervolgingsbeslissing van de OvJ is de rechter gebonden. Hij moet oordelen over de feiten die door de
OvJ worden ten laste gelegd. De OvJ is partijdig in die zin dat hij primair belast is met de behartiging
van het algemene belang dat strafbare feiten vervolgd en bestraft worden. Die taak brengt mee dat
van hem wordt verwacht dat hij het bewijsmateriaal aandraagt waarop de vervolgingsbeslissing
steunt. Hoewel de OvJ in zekere zin partijdig is, is hij toch niet de tegenstander van de verdachte. Zijn
magistratelijke positie brengt mee dat hij rekening moet houden met de belangen van de verdachte.
De vervolging van strafbare feiten is niet de enige taak van het OM en de OvJ. Een uiterst belangrijke
taak vervult de OvJ met betrekking tot de opsporing van strafbare feiten. Het opsporingsonderzoek
wordt onder zijn leiding en verantwoordelijkheid verricht. Er is ook een taak voor de OvJ bij de
tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen.
De verdachte
De verdachte heeft in het strafproces een vrije rol. De verdachte behoeft zijn onschuld niet te
bewijzen en hij behoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dit brengt mee dat de
verdachte zich aan de belangen van de overheid niets gelegen behoeft te laten liggen. Uitsluitend zijn
eigen particuliere belang mag bepalend zijn voor zijn procesopstelling. De verdachte neemt aan het
proces als volwaardig procespartij deel. Tot die volwaardigheid behoort dat er sprake moet zijn van
equality of arms: de juridische middelen van de verdachte om de aanklacht te bestrijden moeten
gelijkwaardig zijn aan de middelen die de OvJ heeft om die aanklacht te onderbouwen. Tot de
volwaardigheid van de partijpositie behoort ook dat de verdachte de vrijheid toekomt om de eigen
verdedigingsstrategie te bepalen. De kern van die vrijheid wordt gevormd door het zwijgrecht. De
vrijheid van de verdachte is echter niet onbegrensd. Zo mag hij zich niet verzetten tegen de
toepassing van dwangmiddelen.
De raadsman
De verdachte heeft recht op rechtsbijstand. Die rechtsbijstand wordt gegeven door een professionele
raadsman. De raadsman moet aan bepaalde eisen voldoen. Die door de wet gestelde kwaliteitseis
onderstreept het publieke belang van een goede rechtsbijstand in strafzaken. De raadsman is
beoefenaar van een vrij beroep. Dat verschaft hem ten opzichte van de overheid een onafhankelijke

, positie. Geheel ‘vrij’ in zijn beroepsbeoefening is de advocaat echter niet. Hij is gebonden aan
gedragsregels van de Orde van Advocaten en onderworpen aan tuchtrechtelijk toezicht. De raadsman
staat de verdachte bij. Daaruit vloeit voort dat de opstelling van de raadsman even eenzijdig mag zijn
als die van de verdachte zelf. Voor de wijze waarop hij de verdediging voert, is de wil van de
verdachte dan ook bepalend. Het overleg tussen raadsman en verdachte is vertrouwelijk. Dat overleg
valt onder het beroepsgeheim en het verschoningsrecht van de advocaat. Ook de rechter die de zaak
behandelt, dient het vertrouwelijke karakter van het verkeer tussen raadsman en verdachte te
respecteren.
Het slachtoffer
Het slachtoffer heeft geen hoofdrol in het strafproces, maar zijn positie is in de loop der tijd wel erg
belangrijk geworden. Inmiddels wordt vrij algemeen erkend dat de belangen van het slachtoffer
mogen meewegen bij de inrichting van het strafproces. Hiernaast heeft het slachtoffer bepaalde
rechten bij het strafproces.
Het strafproces in fasen:
Opsporing
De strafvordering begint met het opsporingsonderzoek. Een moeilijke vraag is wanneer de opsporing
precies begint. Maar vaststaat dat van opsporing kan worden gesproken vanaf het moment waarop
het vermoeden rijst dat een strafbaar feit is begaan. Dat vermoeden kan ok verschillende manieren
rijzen. Het kan zijn dat het feit onder de aandacht van de autoriteiten is gebracht doordat een burger
daarvan aangifte doet, het kan ook zijn dat het feit door die autoriteiten zelf is ontdekt. Soms kan
meteen iemand als verdachte van het strafbare feit worden aangemerkt. De artikelen 141 en 142 Sv
geven een opsomming van de personen die met de opsporing zijn belast. De belangrijkste categorie
personen wordt daarbij gevormd door de ambtenaren van de politie. De OvJ is echter
verantwoordelijk voor de opsporing. Opsporing beperkt zich niet tot het voorbereidend onderzoek. In
elk stadium van het geding kan nieuw bewijsmateriaal opduiken waarnaar nieuw onderzoek moet
worden verricht, of kunnen onduidelijkheden rijzen die moeten worden opgehelderd.
Vervolging
Het vervolgen van strafbare feiten is al lange tijd de uitsluitende bevoegdheid van het OM. Dit
vervolgingsmonopolie brengt niet alleen mee dat andere overheidsinstanties dan het OM geen
strafbare feiten bij de strafrechter kunnen aanbrengen, maar ook dat het slachtoffer niet zelf het
recht heeft de dader te vervolgen. Artikel 167 Sv bepaalt dat het OM zo spoedig mogelijk tot
vervolging overgaat als het op grond van het opsporingsonderzoek van oordeel is dat die vervolging
moet plaatshebben. De vervolging duurt voort tot en met de (eventuele) behandeling in cassatie.
Alleen een onherroepelijke einduitspraak kan aan de vervolging een einde maken. Het OM is niet
verplicht elk strafbaar feit te vervolgen dat tot een veroordeling zou kunnen leiden. Van (verdere)
vervolging kan worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend. Dit betekent dat niet
alleen naar de haalbaarheid van de vervolging moet worden gekeken, maar ook naar de opportuniteit
daarvan. Bekeken moet ook worden of de zaak zich leent voor buitengerechtelijke afdoening. Daarbij
zijn drie vormen te onderscheiden: de eerste is die van de strafbeschikking, de tweede is die van de
transactie en de derde is die van het voorwaardelijk sepot.
Berechting in eerste aanleg
De berechting vormt het meest zichtbare onderdeel van het strafproces. Met de in het openbaar
gehouden terechtzitting treedt het geding in de publiciteit. De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig
gemaakt door de dagvaarding, waardoor het rechtsgeding een aanvang neemt. Het rechtsgeding
duurt voort zolang de uitspraak aanhangig is, dat wil in het normale geval zeggen, tot aan de
einduitspraak. Soms echter eindigt het rechtsgeding voortijdig.
Binnen het rechtsgeding kunnen verschillende subfasen worden onderscheiden: de eerste fase is die
waarin de zaak al wel ter terechtzitting aanhangig is, maar waarin het onderzoek op de terechtzitting
nog niet is begonnen; de tweede fase vangt aan met het uitroepen van de zaak en is die van de
behandeling van de zaak door de rechtbank, die zelf ook weer onderverdeeld is in verschillende
fasen: het onderzoek op de terechtzitting, de beraadslaging en de einduitspraak.
Hoger beroep en cassatie
€9,68
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
sbaron1

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
sbaron1 Rijksuniversiteit Groningen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
9 mois
Nombre de followers
0
Documents
1
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions