tt → 60mc, 42 goed voor voldoende
Week 1
Theorie kennisclips:
Materieel recht:
inhoud van alle rechten en plichten die mensen in de samenleving hebben
Formeel recht
Regels over het proces van het recht. Bvb rechter beslist dat dief fiets moet teruggeven
➢ procesrecht
Publiekrecht:
verhouding tussen overheid en burger centraal
➢ staatsrecht → regels organisatie van staat en organen daarvan
➢ bestuursrecht → hoe de overheid haar uitvoerende taak moet invullen
➢ volkenrecht →
➢ strafrecht → om gedrag van mensen te beïnvloeden en strafbaar te stellen →
eigenrichting verboden
Privaatrecht:
verhouding tussen burgers onderling
➢ burgerlijk recht → regels over personen en het vermogen van die personen
Objectief recht:
De bevoegdheden en verplichtingen die iedereen heeft en die in rechtsregels zijn
beschreven
Subjectief recht:
de individuele bevoegdheid of het individuele recht dat een bepaald persoon in een
concreet geval heeft
,5 rechtsbronnen
1. wet
➢ wet in formele zin
➢ wet in materiële zin
2. jurisprudentie
➢ rechtersrecht
➢ uitspraken waarin rechters het recht nader uitleggen
➢ is voor iedereen kenbaar, wordt opgeschreven
3. gewoonte
➢ staat nergens beschreven
➢ afdwingbaar bij de rechter
4. verdragen
➢ afspraken tussen staten onderling
➢ hierna wordt verdrag geratificeerd
➢ na ratificatie is land partij geworden van verdrag
➢ als verdrag algemeen verbindend bepalingen is opgenomen, dan hebben
verdragsregels rechtstreekse werking
➢ mocht een rechtsregel uit verdrag botsen met een nationale regel, dan
gaat verdragsregel voor
5. sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties
Theorie uit boek:
4 functies van het recht
1. Normatieve functie
- Gedragsregels waarvan nagenoeg iedereen vindt dat zij moeten worden
nageleefd en opgevolgd
- Deze normen zijn niet alleen ethische normen, maar zijn ook
rechtsnormen
2. Geschiloplossing functie
- Eigenrichting is verboden in Nl
- Wij kennen een rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt of
iemand moet worden gestraft, en zo ja welke.
, 3. Additionele functie
- Als partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken, geeft
het recht aan welke regel geldt
4. Instrumentele functie
- De wetgever hakt de knoop door: zo doen we het, en niet anders
Rechtsbronnen
1. De wet
2. Het verdrag
- gesloten tussen 2 of meer staten
3. De jurisprudentie
- Een vonnis wordt als hoofdregel door de rechtbank gegeven
- Een arrest wordt gewezen door een gerechtshof en de Hoge Raad
4. De gewoonte
Rechtsgebieden
Privaatrecht
- Personen- en familierecht
- Vermogensrecht
- Ondernemingsrecht
Publiekrecht
- Strafrecht
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
Regelgeving
1. Op centraal niveau
- Regering en Staten-Generaal → Wet
2. Op decentraal niveau
- Provinciale Staten → Verordening
- Gemeenteraad → Verordening
,Rangorde tussen wetgevende organen
1. Hogere regels gaan boven lagere regels
2. Bijzondere regels gaan boven algemene regels
3. Jongere regels gaan boven oudere regels
→ regel 1 is belangrijker dan de andere twee regels
Wetten in formele en materiële zin
Wet in formele zin
- Is een wet die tot stand is gekomen door regering en Staten-Generaal
gezamenlijk
Wet in materiële zin
- Is iedere regeling van een wetgever die geschreven is voor een onbepaald
aantal en dus niet bij een naam genoemde persoon
- Als Provinciale staten of gemeenteraad besluiten nemen die op alle inwoners
van de betreffende provincie of gemeente betrekking hebben, zijn dit wetten in
materiële zin
● De meeste wetten zijn een wifz en een wimz
● Sommige wetten zijn wel wifz, maar geen wimz, want wetten afkomstig van een
centrale wetgever richten zich soms tot bij name genoemde personen of
concreet gemaakte onderwerpen
● Een groot aantal wetten is geen wifz, maar wel een wimz. Want veel wetten op
provinciaal en gemeentelijk niveau richten zich tot een onbepaald aantal mensen
● Een besluit niet afkomstig van de regering en Staten-Generaal en niet richt tot
een onbepaald aantal mensen is noch een wifz, noch een wimz. Vb: Verstrekken
van een vergunning aan de eigenaar van een stuk grond om daarop een huis te
bouwen.
Interpretatiemethodes
1. de grammaticale interpretatiemethode
- Bij de uitleg van een woord knoopt de rechter aan bij de betekenis die het
heeft in het alledaagse spraakgebruik
2. de wetshistorische interpretatiemethode
- De rechter beroept zich bij dit hulpmiddel op een passage uit de
parlementaire geschiedenis van de betreffende wet
3. de anticiperende interpretatiemethode
, - Bij het formuleren van zijn regel baseert de rechter zich in dit geval op
toekomstig recht, op bijna-recht dus. Als bijna zeker is dat een
wetsvoorstel wet zal worden, kan een rechter zich in zijn oordeel alvast op
de inhoud van die nieuwe regeling beroepen
4. de rechtsvergelijkende interpretatiemethode
- Dan verwijst de rechter bij de beantwoording van de vraag hoe je een
vaag woord of onduidelijke zin in een wet moet lezen, maar een
buitenlands rechtsstelsel waarin de desbetreffende materie ook is
geregeld.
5. de systematische interpretatiemethode
- Dan legt de rechter een woord of zinsnede uit een wettelijke bepaling uit
aan de hand van de regeling waarvan die bepaling onderdeel uitmaakt
6. de teleologische interpretatiemethode
- De rechter doet een beroep op de bedoeling die een wetgever met de
regeling heeft gehad (telos)
7. overige interpretatiemethoden
- precedenten interpretatie
- interpretatie naar redelijkheid en billijkheid
Redeneerwijzen
1. a- contrario redenering
- De rechter gaat ervan uit dat een bepaalde rechtsregel niet van
toepassing is, omdat die regel uitsluitend geschreven is voor gevallen die
uitdrukkelijk in die regel worden genoemd
2. redenering naar analogie
Materieel recht en formeel recht
Materieel recht
- Heeft betrekking op datgene wat men mag en niet mag, welke rechten en
plichten men heeft
- Inhoudelijk van aard
Formeel recht
- Houdt de regels in die men moet volgen om het materiële recht te effectueren.
Het geeft aan waar men moet procederen, hoe men moet procederen etc
, - Tot het formele recht worden het burgerlijk procesrecht, het strafprocesrecht en
het bestuursrecht gerekend.
Week 2
`Kennisclips:
Regering
- Ministers en de koning
- Art 42. lid 1 Gw
Ministerraad
- Alle ministers samen
- Art 45. lid 1 Gw
Kabinet
- Alle ministers en staatssecretarissen
- wordt geleid door de Mp
Staten- Generaal
- Ook wel parlement genoemd
- De eerste en de tweede kamer samen
- art 51 lid 1 Gw
Eerste kamer
- 75 leden
- worden indirect gekozen via leden van de Provinciale Staten
- ook wel getrapte verkiezingen
Tweede kamer
- 150 kamerleden
In Nl sprake van parlementaire democratie
Week 1
Theorie kennisclips:
Materieel recht:
inhoud van alle rechten en plichten die mensen in de samenleving hebben
Formeel recht
Regels over het proces van het recht. Bvb rechter beslist dat dief fiets moet teruggeven
➢ procesrecht
Publiekrecht:
verhouding tussen overheid en burger centraal
➢ staatsrecht → regels organisatie van staat en organen daarvan
➢ bestuursrecht → hoe de overheid haar uitvoerende taak moet invullen
➢ volkenrecht →
➢ strafrecht → om gedrag van mensen te beïnvloeden en strafbaar te stellen →
eigenrichting verboden
Privaatrecht:
verhouding tussen burgers onderling
➢ burgerlijk recht → regels over personen en het vermogen van die personen
Objectief recht:
De bevoegdheden en verplichtingen die iedereen heeft en die in rechtsregels zijn
beschreven
Subjectief recht:
de individuele bevoegdheid of het individuele recht dat een bepaald persoon in een
concreet geval heeft
,5 rechtsbronnen
1. wet
➢ wet in formele zin
➢ wet in materiële zin
2. jurisprudentie
➢ rechtersrecht
➢ uitspraken waarin rechters het recht nader uitleggen
➢ is voor iedereen kenbaar, wordt opgeschreven
3. gewoonte
➢ staat nergens beschreven
➢ afdwingbaar bij de rechter
4. verdragen
➢ afspraken tussen staten onderling
➢ hierna wordt verdrag geratificeerd
➢ na ratificatie is land partij geworden van verdrag
➢ als verdrag algemeen verbindend bepalingen is opgenomen, dan hebben
verdragsregels rechtstreekse werking
➢ mocht een rechtsregel uit verdrag botsen met een nationale regel, dan
gaat verdragsregel voor
5. sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties
Theorie uit boek:
4 functies van het recht
1. Normatieve functie
- Gedragsregels waarvan nagenoeg iedereen vindt dat zij moeten worden
nageleefd en opgevolgd
- Deze normen zijn niet alleen ethische normen, maar zijn ook
rechtsnormen
2. Geschiloplossing functie
- Eigenrichting is verboden in Nl
- Wij kennen een rechterlijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt of
iemand moet worden gestraft, en zo ja welke.
, 3. Additionele functie
- Als partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken, geeft
het recht aan welke regel geldt
4. Instrumentele functie
- De wetgever hakt de knoop door: zo doen we het, en niet anders
Rechtsbronnen
1. De wet
2. Het verdrag
- gesloten tussen 2 of meer staten
3. De jurisprudentie
- Een vonnis wordt als hoofdregel door de rechtbank gegeven
- Een arrest wordt gewezen door een gerechtshof en de Hoge Raad
4. De gewoonte
Rechtsgebieden
Privaatrecht
- Personen- en familierecht
- Vermogensrecht
- Ondernemingsrecht
Publiekrecht
- Strafrecht
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
Regelgeving
1. Op centraal niveau
- Regering en Staten-Generaal → Wet
2. Op decentraal niveau
- Provinciale Staten → Verordening
- Gemeenteraad → Verordening
,Rangorde tussen wetgevende organen
1. Hogere regels gaan boven lagere regels
2. Bijzondere regels gaan boven algemene regels
3. Jongere regels gaan boven oudere regels
→ regel 1 is belangrijker dan de andere twee regels
Wetten in formele en materiële zin
Wet in formele zin
- Is een wet die tot stand is gekomen door regering en Staten-Generaal
gezamenlijk
Wet in materiële zin
- Is iedere regeling van een wetgever die geschreven is voor een onbepaald
aantal en dus niet bij een naam genoemde persoon
- Als Provinciale staten of gemeenteraad besluiten nemen die op alle inwoners
van de betreffende provincie of gemeente betrekking hebben, zijn dit wetten in
materiële zin
● De meeste wetten zijn een wifz en een wimz
● Sommige wetten zijn wel wifz, maar geen wimz, want wetten afkomstig van een
centrale wetgever richten zich soms tot bij name genoemde personen of
concreet gemaakte onderwerpen
● Een groot aantal wetten is geen wifz, maar wel een wimz. Want veel wetten op
provinciaal en gemeentelijk niveau richten zich tot een onbepaald aantal mensen
● Een besluit niet afkomstig van de regering en Staten-Generaal en niet richt tot
een onbepaald aantal mensen is noch een wifz, noch een wimz. Vb: Verstrekken
van een vergunning aan de eigenaar van een stuk grond om daarop een huis te
bouwen.
Interpretatiemethodes
1. de grammaticale interpretatiemethode
- Bij de uitleg van een woord knoopt de rechter aan bij de betekenis die het
heeft in het alledaagse spraakgebruik
2. de wetshistorische interpretatiemethode
- De rechter beroept zich bij dit hulpmiddel op een passage uit de
parlementaire geschiedenis van de betreffende wet
3. de anticiperende interpretatiemethode
, - Bij het formuleren van zijn regel baseert de rechter zich in dit geval op
toekomstig recht, op bijna-recht dus. Als bijna zeker is dat een
wetsvoorstel wet zal worden, kan een rechter zich in zijn oordeel alvast op
de inhoud van die nieuwe regeling beroepen
4. de rechtsvergelijkende interpretatiemethode
- Dan verwijst de rechter bij de beantwoording van de vraag hoe je een
vaag woord of onduidelijke zin in een wet moet lezen, maar een
buitenlands rechtsstelsel waarin de desbetreffende materie ook is
geregeld.
5. de systematische interpretatiemethode
- Dan legt de rechter een woord of zinsnede uit een wettelijke bepaling uit
aan de hand van de regeling waarvan die bepaling onderdeel uitmaakt
6. de teleologische interpretatiemethode
- De rechter doet een beroep op de bedoeling die een wetgever met de
regeling heeft gehad (telos)
7. overige interpretatiemethoden
- precedenten interpretatie
- interpretatie naar redelijkheid en billijkheid
Redeneerwijzen
1. a- contrario redenering
- De rechter gaat ervan uit dat een bepaalde rechtsregel niet van
toepassing is, omdat die regel uitsluitend geschreven is voor gevallen die
uitdrukkelijk in die regel worden genoemd
2. redenering naar analogie
Materieel recht en formeel recht
Materieel recht
- Heeft betrekking op datgene wat men mag en niet mag, welke rechten en
plichten men heeft
- Inhoudelijk van aard
Formeel recht
- Houdt de regels in die men moet volgen om het materiële recht te effectueren.
Het geeft aan waar men moet procederen, hoe men moet procederen etc
, - Tot het formele recht worden het burgerlijk procesrecht, het strafprocesrecht en
het bestuursrecht gerekend.
Week 2
`Kennisclips:
Regering
- Ministers en de koning
- Art 42. lid 1 Gw
Ministerraad
- Alle ministers samen
- Art 45. lid 1 Gw
Kabinet
- Alle ministers en staatssecretarissen
- wordt geleid door de Mp
Staten- Generaal
- Ook wel parlement genoemd
- De eerste en de tweede kamer samen
- art 51 lid 1 Gw
Eerste kamer
- 75 leden
- worden indirect gekozen via leden van de Provinciale Staten
- ook wel getrapte verkiezingen
Tweede kamer
- 150 kamerleden
In Nl sprake van parlementaire democratie