Deel 1: hormonen
Inleiding =
- Hormoon = in beweging brengend ---> eerst ontdekt dr Ernest Starling
- Soorten transport =
Endocrien Paracrien Autocrien
= doelwitcel = verafgelegen Onmiddellijke omgeving Secreterende cel = doelwitcel
Bv. adrenaline geproduceerd in Doel = signaal blijft beperkt tot = gaat aak samen met paracriene
bijnier ---> naar spieren + omgeving van secreterende cel overdracht
ademhaling + GI stelsel
Bv. ontsteking bij teen ---> zorgen ---> ook signalen die effectief enkel
---> moet kortstondig zijn dat er geen ontsteking in hersenen autocrien zijn
---> = door bloedstroom vervoeren komt
Receptoren =
Figuur =
- Blauw = receptoren
- Rood = liganden = hormonen
---> verschillende plaatsen receptoren =
- In plasmamembraan = transmembranaire receptoren =
herkennen extracellulaire liganden
-
- Receptoren binnen in cel ---> kleinere hormonen binden
hierop =
• Receptoren in kern = transcriptiefactoren --->
activatie door hormoon binding ---> bv. vit D
receptor
• Receptoren in cytoplasma = binding aan receptor =
migratie nr celkern = dr functie uitvoeren
1
,Affiniteit van hormonen =
= hoe sterk bindt hormoon aan receptor =
---> binding = reversibel ---> vaak heel traag reversibel = hormoon blijft lang op receptor
---> typisch is waarde van:
- Associatieconstant = heel hoog ---> heel sterke binding
- Dissociatieconstant = heel laag ---> heel grote affiniteit
Dissociaties constante =
Hormoon toevoegen aan cellen met receptor = steeds
hogere [H] ---> [HR] stijgt
---> = geen lineaire stijging ---> afvlakking =
waarde aan [HR] max bereiken = 100% van
receptoren is bezet
Kd = [H] waarbij helft van de receptoren bezet is =
dissociatie constante
2
, Voorbeeld berekening =
Bepalen concentratie aan receptoren op cel =
- Via Scatchard plot
- Met R0 = Rtot
- Met [HR] = Ka * [H] * [R]
Grafiek =
Y-as = Vrijgebonden receptor/
concentratie vrij hormoon
X-as = concentratie gebonden
aan receptor
Werking experiment =
Radioactief ligand gebruiken ---> meten =
- Hoeveelheid radioactiviteit op cel = hoeveelheid [HR]
- Hoeveelheid vrije hormoon meten = [H]
---> curve = dalende lijn ---> snijdt as als [HR] volledig bereikt is = concentratie aanwezige receptor = [HR]/[H] = 0
3
= door [H] = oneindig ---> = breuk wordt 0
, Affiniteitsconstanten Ka + Kd =
- Endocrien hormoon (bv. groeihormoon) ---> op verre afstand functie uitvoeren --->
onderweg = heel erg verdunnen tijdens bloedstroom = in lage C toekomen op plaats van
wering
---> toch functie kunne uitvoeren = heel hoge affiniteit voor receptor nodig
---> Kd = 10-9 M
---> anders zouden heel veel hormonen in de bloedstroom moeten zijn
- Synaptische vrijstelling ---> op korte afstand = 1 cel beïnvloeden + zorgen dat andere
cellen in de buurt niet beïnvloed worden
---> NTmet veel legere affiniteit vrijstellen
---> Kd = 10-4 M
---> er wordt een heel grote concentratie vrijgegeven ---> diffundeert niet weg =
blijft in synaptische spleet
---> stel wel hoge affiniteit = zal ook effecten hebben op andere synapsen in de buurt
Hormoon cascades
---> = amplificeren primaire signaal ---> plaatsen =
- In cel
- In lichaam
In lichaam =
---> cascade =
1. Hypothalamus secreteert CRH
2. CHR stimuleer hypofyse ---> secreteert ACHT
3. ACHT stimuleert bijnier --- secreteert cortisol
= 3 hormonen achter elkaar
---> = HPA as = hypothalamus – hypofyse- bijnier-as
---> niet teveel cortisol vrijstellen ---> cortisol in bloedstroom = inwerken op:
- Hypofyse = zorgen voor stop aanmaak ACTH
- Hypothalamus = zorgen voor stop aanmaak CRH
= negatieve feedback systeem
4