SPRAAKKLANKSTOORNISSEN EN AFWIJKENDE MONDGEWOONTEN : PRAKTIJK
Praktijkles 1
1. Doelstellingen
• De rol van het oraal perifeer onderzoek binnen de diagnostiek van spraakklankstoornissen kunnen uitleggen
• Moeilijkheden bij de evaluatie van spraakstructuren kennen
• Op een correcte manier de relatie tussen structuur en functie kunnen uitleggen
• Op een professionele manier de impact van structurele tekorten op spraakklankstoornissen kunnen bepalen
• Begrippen en vakterminologie op een correcte manier kunnen hanteren
• Spraakstructuren bij een cliënt vanuit logopedisch klinisch standpunt leren evalueren
• Verband kunnen leggen tussen structurele afwijkingen en afwijkende mondgewoonten
• Praktische aandachtspunten tijdens de afname kunnen realiseren
• Hulpmiddelen op de juiste manier kunnen hanteren
• Aanpak op de leeftijd van de cliënt kunnen afstemmen
2. Leermateriaal
• Toledo cursus Spraakklankstoornissen en afwijkende mondgewoonten
o Pptpresensaties
o Protocol oraal perifeer onderzoek
• Handboek articulatie- en fonologische stoornissen
o Aanvullend onderzoek: diepgaand onderzoek van de spraakorganen (structuur en functie) p. 209
o Registratieformulier appendix 5 p. 476
3. Trefwoorden
• Oraal perifeer onderzoek
• Articulatoren of spraakorganen
• Relatie vorm-functie
Structuur (articulatieorgaan) – werking, fysiologie, motoriek (wisselwerking)
• Orale motoriek of mondmotoriek
Dit trainen -> articulatorisce vooroefeningen
• Criteria: snelheid, symmetrie, spanning, beheersing, beweeglijkheid (mobiliteit), meebeweging, verankering
Meebewegingen: lippen bewegen bij beweging tong, hoofd beweegt mee bij tong uitsteken, kaak beweegt mee
bij beweging tong (tong naar links -> kaak naar links)…
Differentiatie: tong moet kunnen bewegen zonder dat kaak meebeweegt
• Fonetische spraakklankstoornis (enkelvoudige of structurele spraakklankstoornis)
• …
4. Aanknoping theorie
• Neurofysiologische component van articulatie (Deel 1: 2.1)
• Fonetische stoornissen (Deel 1: 4.3)
• Dysglossie
• Aanvullend onderzoek: diepgaand onderzoek van de spraakorganen: structuur en functie (Deel 2: 6.1)
• Afwijkende mondgewoonten
1
,Taxonomie SKO (zie aanvulling theorie Deel 1: 4.3)
5. Oraal perifeer onderzoek: protocol
• Verantwoording van het oraal perifeer onderzoek
• Andere professionelen in het orale gebied
• Moeilijkheden bij de evaluatie
• Relatie vorm-functie
• Protocol
• Verantwoording van het oraal perifeer onderzoek binnen de logopedische evaluatie
o Vorm van checklist
o Behoort tot routine van logopedische evaluatie om een antwoord te krijgen op 2 vragen:
▪ Hoe gebruikt de cliënt zijn spraakorganen?
▪ Bestaan er t.h.v. de spraakorganen tekorten in bouw en/of functie die tot logopedische
stoornissen kunnen leiden?
• Orale gebied heeft ook andere functie dan spraak ->
o Andere professionelen zijn eveneens actief
Andere professionelen:
- Tandarts
- Orthodontist
- Neus-keel-oor arts
- Kaakchirurgen
- Parodontologie
- Stomatologie
o Interdisciplinaire samenwerking is nodig
o Eventuele doorverwijzing
Ander functies in orale gebied: eten, drinken, slikken, kauwen, zuigen
• Moeilijkheden bij de evaluatie:
o Veel observaties slaan eerder op schattingen en subjectieve beoordelingen dan op objectieve metingen
o Grote interindividuele variaties in beweeglijkheid, vorm en grootte van de structuren
o Weinig normatieve data voorhanden dus
o Klinische ervaring opdoen ->
▪ Impact en betekenis van een afwijking en de invloed op spreekgedrag zijn moeilijk te bepalen
dus per geval bekijken
• Relatie vorm/grootte – functie
o Relatie vorm/grootte – functie van de structuren is belangrijker dan de vorm/grootte op zich
o Cumulatief effect: combinatie van belemmeringen > individuele belemmeringen zonder klinisch belang
o Fenomeen van de compensatiemogelijkheden
o Algemene richtlijn: spreker, met structurele afwijking, kan bepaalde spraakklank in bepaalde contexten
of posities produceren dus is de structurele afwijking weinig van belang
Spraakklanken in bepaalde contexten = linguïstische context: staat in zin, losse klank, woord, syllabe
Positie spraakklanken: finaal, mediaal, initiaal
o Causale relatie abnormale structuur-afwijkende spraak werd onderzocht door Kleutghen (1991)
▪ In meeste populaties komt een gebitsafwijking bij 50% van de kinderen voor maar een
articulatieafwijking komt slechts 10% voor
▪ Kinderen met spraakafwijkingen vertonen frequenter malocclusies (zie figuur 2.23 p. 215) dan
normaalsprekende leeftijdgenoten
2
, ▪ Conclusie Kleutghen: vooral extreme orale structuurafwijkingen zullen een correcte articulatie
bemoeilijken want daar treedt (meestal) geen compensatie op
o Wees voorzichtig met te snel leggen van oorzakelijke relatie tussen orale afwijking(en) en
articualtieprobleem
• Conclusie: oraal perifeer onderzoek dient om
o Vermoeden van eventuele (structurele) oorzaak (van articulatieprobleem) aan te geven of
o Bepaalde oorzakelijke factoren uit te sluiten
5.1. Toelichting bij items en terminologie in het protocol
Afwijkende mondgewoonten (AMG = myofunctionele problemen):
• Verkeerde rustpositie (tong)
• Afwijkend slikken
• Habitueel mondademen (openmondgedrag: met mond open zitten, maar ademen door je neus)
• Duimzuigen
LIPPEN
• Structuur
o Verhouding lengte bovenlip-onderlip: normaal, te kort (< myofunctioneel probleem: probleem bij de
spierwerking; hier: orale myofunctie) of te groot (macrocheilie) fig. 2.24 p. 216
Te grote onderlip komt zeer zelden voor
o Gesprongen en gekloven lippen (door habitueel mondademen)
o Frenulum labialis: normaal of te kort
Te kort: lip teruggetrokken en minder beweeglijk
o Lipspleetcorrectie
• Functie:
o Positie in rust
▪ Gesloten
- Speeksel en lucht in mond houden
- Lippen vormen de tandenboog
▪ Geopend
- Incidenteel/habitueel?
- Interpositie?
- Liplikken?
- Open mondgedrag? Habitueel mondademen?
Het is niet goed om met de mond open te zitten, het is optimaal dat de lucht via de
neus passeert.
Link met spraakklankstoornis: bilabialen, labiodentalen
TANDEN
• Structuur
o Melkgebit (kinderen) of blijvend gebit (volwassenen) (fig. 2.26 p. 216)
Tanden bewegen naar voor/naar middenlijn (mesiaal)
Tanden bewegen naar achter/weg van middenlijn (distaal)
Fisuur: grote inkeping (centrale fissuur)
(3e molaar) -> wordt soms weggehaald
3
Praktijkles 1
1. Doelstellingen
• De rol van het oraal perifeer onderzoek binnen de diagnostiek van spraakklankstoornissen kunnen uitleggen
• Moeilijkheden bij de evaluatie van spraakstructuren kennen
• Op een correcte manier de relatie tussen structuur en functie kunnen uitleggen
• Op een professionele manier de impact van structurele tekorten op spraakklankstoornissen kunnen bepalen
• Begrippen en vakterminologie op een correcte manier kunnen hanteren
• Spraakstructuren bij een cliënt vanuit logopedisch klinisch standpunt leren evalueren
• Verband kunnen leggen tussen structurele afwijkingen en afwijkende mondgewoonten
• Praktische aandachtspunten tijdens de afname kunnen realiseren
• Hulpmiddelen op de juiste manier kunnen hanteren
• Aanpak op de leeftijd van de cliënt kunnen afstemmen
2. Leermateriaal
• Toledo cursus Spraakklankstoornissen en afwijkende mondgewoonten
o Pptpresensaties
o Protocol oraal perifeer onderzoek
• Handboek articulatie- en fonologische stoornissen
o Aanvullend onderzoek: diepgaand onderzoek van de spraakorganen (structuur en functie) p. 209
o Registratieformulier appendix 5 p. 476
3. Trefwoorden
• Oraal perifeer onderzoek
• Articulatoren of spraakorganen
• Relatie vorm-functie
Structuur (articulatieorgaan) – werking, fysiologie, motoriek (wisselwerking)
• Orale motoriek of mondmotoriek
Dit trainen -> articulatorisce vooroefeningen
• Criteria: snelheid, symmetrie, spanning, beheersing, beweeglijkheid (mobiliteit), meebeweging, verankering
Meebewegingen: lippen bewegen bij beweging tong, hoofd beweegt mee bij tong uitsteken, kaak beweegt mee
bij beweging tong (tong naar links -> kaak naar links)…
Differentiatie: tong moet kunnen bewegen zonder dat kaak meebeweegt
• Fonetische spraakklankstoornis (enkelvoudige of structurele spraakklankstoornis)
• …
4. Aanknoping theorie
• Neurofysiologische component van articulatie (Deel 1: 2.1)
• Fonetische stoornissen (Deel 1: 4.3)
• Dysglossie
• Aanvullend onderzoek: diepgaand onderzoek van de spraakorganen: structuur en functie (Deel 2: 6.1)
• Afwijkende mondgewoonten
1
,Taxonomie SKO (zie aanvulling theorie Deel 1: 4.3)
5. Oraal perifeer onderzoek: protocol
• Verantwoording van het oraal perifeer onderzoek
• Andere professionelen in het orale gebied
• Moeilijkheden bij de evaluatie
• Relatie vorm-functie
• Protocol
• Verantwoording van het oraal perifeer onderzoek binnen de logopedische evaluatie
o Vorm van checklist
o Behoort tot routine van logopedische evaluatie om een antwoord te krijgen op 2 vragen:
▪ Hoe gebruikt de cliënt zijn spraakorganen?
▪ Bestaan er t.h.v. de spraakorganen tekorten in bouw en/of functie die tot logopedische
stoornissen kunnen leiden?
• Orale gebied heeft ook andere functie dan spraak ->
o Andere professionelen zijn eveneens actief
Andere professionelen:
- Tandarts
- Orthodontist
- Neus-keel-oor arts
- Kaakchirurgen
- Parodontologie
- Stomatologie
o Interdisciplinaire samenwerking is nodig
o Eventuele doorverwijzing
Ander functies in orale gebied: eten, drinken, slikken, kauwen, zuigen
• Moeilijkheden bij de evaluatie:
o Veel observaties slaan eerder op schattingen en subjectieve beoordelingen dan op objectieve metingen
o Grote interindividuele variaties in beweeglijkheid, vorm en grootte van de structuren
o Weinig normatieve data voorhanden dus
o Klinische ervaring opdoen ->
▪ Impact en betekenis van een afwijking en de invloed op spreekgedrag zijn moeilijk te bepalen
dus per geval bekijken
• Relatie vorm/grootte – functie
o Relatie vorm/grootte – functie van de structuren is belangrijker dan de vorm/grootte op zich
o Cumulatief effect: combinatie van belemmeringen > individuele belemmeringen zonder klinisch belang
o Fenomeen van de compensatiemogelijkheden
o Algemene richtlijn: spreker, met structurele afwijking, kan bepaalde spraakklank in bepaalde contexten
of posities produceren dus is de structurele afwijking weinig van belang
Spraakklanken in bepaalde contexten = linguïstische context: staat in zin, losse klank, woord, syllabe
Positie spraakklanken: finaal, mediaal, initiaal
o Causale relatie abnormale structuur-afwijkende spraak werd onderzocht door Kleutghen (1991)
▪ In meeste populaties komt een gebitsafwijking bij 50% van de kinderen voor maar een
articulatieafwijking komt slechts 10% voor
▪ Kinderen met spraakafwijkingen vertonen frequenter malocclusies (zie figuur 2.23 p. 215) dan
normaalsprekende leeftijdgenoten
2
, ▪ Conclusie Kleutghen: vooral extreme orale structuurafwijkingen zullen een correcte articulatie
bemoeilijken want daar treedt (meestal) geen compensatie op
o Wees voorzichtig met te snel leggen van oorzakelijke relatie tussen orale afwijking(en) en
articualtieprobleem
• Conclusie: oraal perifeer onderzoek dient om
o Vermoeden van eventuele (structurele) oorzaak (van articulatieprobleem) aan te geven of
o Bepaalde oorzakelijke factoren uit te sluiten
5.1. Toelichting bij items en terminologie in het protocol
Afwijkende mondgewoonten (AMG = myofunctionele problemen):
• Verkeerde rustpositie (tong)
• Afwijkend slikken
• Habitueel mondademen (openmondgedrag: met mond open zitten, maar ademen door je neus)
• Duimzuigen
LIPPEN
• Structuur
o Verhouding lengte bovenlip-onderlip: normaal, te kort (< myofunctioneel probleem: probleem bij de
spierwerking; hier: orale myofunctie) of te groot (macrocheilie) fig. 2.24 p. 216
Te grote onderlip komt zeer zelden voor
o Gesprongen en gekloven lippen (door habitueel mondademen)
o Frenulum labialis: normaal of te kort
Te kort: lip teruggetrokken en minder beweeglijk
o Lipspleetcorrectie
• Functie:
o Positie in rust
▪ Gesloten
- Speeksel en lucht in mond houden
- Lippen vormen de tandenboog
▪ Geopend
- Incidenteel/habitueel?
- Interpositie?
- Liplikken?
- Open mondgedrag? Habitueel mondademen?
Het is niet goed om met de mond open te zitten, het is optimaal dat de lucht via de
neus passeert.
Link met spraakklankstoornis: bilabialen, labiodentalen
TANDEN
• Structuur
o Melkgebit (kinderen) of blijvend gebit (volwassenen) (fig. 2.26 p. 216)
Tanden bewegen naar voor/naar middenlijn (mesiaal)
Tanden bewegen naar achter/weg van middenlijn (distaal)
Fisuur: grote inkeping (centrale fissuur)
(3e molaar) -> wordt soms weggehaald
3