SPRAAKKLANKSTOORNISSEN DEEL 3
Deel 3: Therapie (bij articulatie- en fonologische stoornissen)
• Aanknoping deel 3 met vorige delen
o Deel 1 (achtergrond) verwerving van systeem van spraakklanken (fonetisch en fonologisch) -> is voor
sommige kinderen een beperkt of ernstig obstakel
o Deel 2 via onderzoek: bevestiging van aangemelde problematiek? – of + (= fonetisch/fonologisch
probleem) ->
o Deel 3 behandeling van het probleem volgens 2 verschillende benaderingen (of geïntegreerd)
• Verschillen fonologische – fonetische benaderingen
Klankkenmerken = distinctive features
Nonsens woorden; syllabe: enkel in fonetische
benaderingen
Of gecombineerd
1
, 1. Inleiding
1.1. Nood aan behandeling is afhankelijk van verschillende factoren
• Verwachte of gewenste levensstijl of beroepskeuze
• Attitudes van de spreker en directe familie/omgeving t.a.v. articulatieprobleem (tegenover oordeel logopedist?)
• Aard articulatieprobleem m.b.t. oorzaken, ernst en gevolgen op communicatie (verstaanbaarheid?) =
verstaanbaarheid is een belangrijk criterium
Welke fonologische processen (natuurlijke of idiosyncratische)
• ! leeftijd: evenwichtsoefening !
o Meestal niet < 4 à 4;6 jaar als enkel articulatie probleem vormt
o Wel therapie < 4 à 4;6 jaar als kind onverstaanbaar is voor naaste omgeving
o Bij /s/ en /r/ problemen
▪ 75% leeftijdsgenoten beheersen klank -> follow-up
▪ 90% leeftijdsgenoten beheersen klank -> therapie voor de overige 10% nodig
o Volwassenen (motivatie, beroepskeuze)
• Etiologie: organisch defect kan indicatie of tegenindicatie zijn; neurogene (neurodegeneratieve: kan niet
genezen worden) oorzaak is een tegenindicatie
1.2. Algemene uitgangspunten bij planning
• Effect beïnvloedende factoren elimineren/minimaliseren
• (Gedragsmatige) doelen en procedures (kwantificeerbaar: meten en noteren) beschrijven -> duidelijk voor cliënt
en therapeut
Logopedische therapiedoelen/doelstellingen: hoofddoelen, subdoelen, SMART-doelen
• Verschil fout – standaard productie leren (jong kind)
Auditieve discriminatie (!)
Verschil zien en horen
• Leren generaliseren: specifieke oefeningen voor transfer (= overdracht = carry-over) en onderhoud (behoud)
(hoofdstuk 6)
Generaliseren ~ transfer
• Meerdere spraakklanken tegelijkertijd heeft voordelen
We kunnen op 1 specifieke klank werken, maar ook op meerdere tegelijk (heeft voordelen)
o Snellere vooruitgang
o Snellere verbetering verstaanbaarheid
o Vermindering kans op overgeneralisatie (regels toepassen waar het niet nodig is; hier: klanken plaatsen
waar het niet hoort)
o Bevordering motivatie
o Kortere behandeltijd -> lagere kosten
Welke klanken tegelijk? -> adentale klanken, n, d, t, z, s
Adentaliteit op meerdere klanken = multipel
• Adequate bepaling instapniveau therapie (4 niveaus volgens Weiss et al., 1987) tabel 3.1
1) Perceptuele training
Perceptie: waarnemen
Op welke manier nemen wij spraak waar? -> zien, horen, voelen
Problemen met perceptie? -> onderzoek naar FB
2) Productie van fonemen
Vanaf dat men kan spreken, actief
3) Transfer/overdracht van spraakklanken
4) Onderhoud (behoud) van geleerde doelklanken
• Goede opvolging van behandeling (voorkom terugval/stagnatie en laat interventie toe)
• Realistische therapie (aangepaste activiteiten)
• Geïndividualiseerde aanpak (stoornis en cliënt)
• Soms ‘iets minder dan perfecte’ articulatie (= optimalisatie)
2
, • Aangepast geprogrammeerd gedragsmatig behandelplan is vaak efficiënt
Gedragmatig -> spreekgedrag
o Aantal vereisten bij de cliënt voldaan
o Doelstellingen in gedragsmatige termen
o Kleine logische en haalbare stappen (criterium)
Kind moet 18/20 behalen
o Bekrachtiging specifiëren
Positieve bekrachtiging (materiële beloning; sociale/verbale beloning)
• Minimum motivationele middelen (spel beperken – belang verbale betrachtiging – duidelijke uitleg doel)
• Eenvoudige ontlokking spraakklanken
• Maximale ontlokking patiënt-responsen/tijdseenheid
• Opvolging vooruitgang (bijsturing nodig?)
• Actieve deelname door cliënt -> zelfevaluatie
• Omgeving betrekken (kind)
• Relatie met de client (warm, aanvaardend) en ouders/professionelen
• Keuze behandelstrategie bepaald door diagnostische categorie
o Fonetische en/of fonologische fout(en)?
o Vertraagde of afwijkende spraakklankontwikkeling?
o Spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD)?
o Belangrijke cliënt-, therapeut- en omgevingsvariabelen (tabel 3.2)
3 vragen bij de prioriteiten van de behandeling
1. Hoeveel spraakklanken/fonologische processen tegelijk aanpakken?
2. Welk doelgedrag in het algemeen en welke specifieke spraakklanken/fonologische processen eerst?
3. Specifieke auditieve training nodig?
Vraag 1: Hoeveel spraakklanken/fonologische processen tegelijk aanpakken?
• Fonetische aanpak vaak met 2 verwante spraakklanken (/s/ en /z/) of dezelfde bewegingsfout (adentaliteit,
interdentaliteit, lateraal)
• Fonologische aanpak soms per proces soms meerdere processen tegelijk (met minimale of maximale
woordparen)
Def minimaal woordpaar: woorden verschillen in één foneem (bad – bal, straat – staart)
Def maximaal woordpaar: woorden die maximaal verschillen van elkaar
3
Deel 3: Therapie (bij articulatie- en fonologische stoornissen)
• Aanknoping deel 3 met vorige delen
o Deel 1 (achtergrond) verwerving van systeem van spraakklanken (fonetisch en fonologisch) -> is voor
sommige kinderen een beperkt of ernstig obstakel
o Deel 2 via onderzoek: bevestiging van aangemelde problematiek? – of + (= fonetisch/fonologisch
probleem) ->
o Deel 3 behandeling van het probleem volgens 2 verschillende benaderingen (of geïntegreerd)
• Verschillen fonologische – fonetische benaderingen
Klankkenmerken = distinctive features
Nonsens woorden; syllabe: enkel in fonetische
benaderingen
Of gecombineerd
1
, 1. Inleiding
1.1. Nood aan behandeling is afhankelijk van verschillende factoren
• Verwachte of gewenste levensstijl of beroepskeuze
• Attitudes van de spreker en directe familie/omgeving t.a.v. articulatieprobleem (tegenover oordeel logopedist?)
• Aard articulatieprobleem m.b.t. oorzaken, ernst en gevolgen op communicatie (verstaanbaarheid?) =
verstaanbaarheid is een belangrijk criterium
Welke fonologische processen (natuurlijke of idiosyncratische)
• ! leeftijd: evenwichtsoefening !
o Meestal niet < 4 à 4;6 jaar als enkel articulatie probleem vormt
o Wel therapie < 4 à 4;6 jaar als kind onverstaanbaar is voor naaste omgeving
o Bij /s/ en /r/ problemen
▪ 75% leeftijdsgenoten beheersen klank -> follow-up
▪ 90% leeftijdsgenoten beheersen klank -> therapie voor de overige 10% nodig
o Volwassenen (motivatie, beroepskeuze)
• Etiologie: organisch defect kan indicatie of tegenindicatie zijn; neurogene (neurodegeneratieve: kan niet
genezen worden) oorzaak is een tegenindicatie
1.2. Algemene uitgangspunten bij planning
• Effect beïnvloedende factoren elimineren/minimaliseren
• (Gedragsmatige) doelen en procedures (kwantificeerbaar: meten en noteren) beschrijven -> duidelijk voor cliënt
en therapeut
Logopedische therapiedoelen/doelstellingen: hoofddoelen, subdoelen, SMART-doelen
• Verschil fout – standaard productie leren (jong kind)
Auditieve discriminatie (!)
Verschil zien en horen
• Leren generaliseren: specifieke oefeningen voor transfer (= overdracht = carry-over) en onderhoud (behoud)
(hoofdstuk 6)
Generaliseren ~ transfer
• Meerdere spraakklanken tegelijkertijd heeft voordelen
We kunnen op 1 specifieke klank werken, maar ook op meerdere tegelijk (heeft voordelen)
o Snellere vooruitgang
o Snellere verbetering verstaanbaarheid
o Vermindering kans op overgeneralisatie (regels toepassen waar het niet nodig is; hier: klanken plaatsen
waar het niet hoort)
o Bevordering motivatie
o Kortere behandeltijd -> lagere kosten
Welke klanken tegelijk? -> adentale klanken, n, d, t, z, s
Adentaliteit op meerdere klanken = multipel
• Adequate bepaling instapniveau therapie (4 niveaus volgens Weiss et al., 1987) tabel 3.1
1) Perceptuele training
Perceptie: waarnemen
Op welke manier nemen wij spraak waar? -> zien, horen, voelen
Problemen met perceptie? -> onderzoek naar FB
2) Productie van fonemen
Vanaf dat men kan spreken, actief
3) Transfer/overdracht van spraakklanken
4) Onderhoud (behoud) van geleerde doelklanken
• Goede opvolging van behandeling (voorkom terugval/stagnatie en laat interventie toe)
• Realistische therapie (aangepaste activiteiten)
• Geïndividualiseerde aanpak (stoornis en cliënt)
• Soms ‘iets minder dan perfecte’ articulatie (= optimalisatie)
2
, • Aangepast geprogrammeerd gedragsmatig behandelplan is vaak efficiënt
Gedragmatig -> spreekgedrag
o Aantal vereisten bij de cliënt voldaan
o Doelstellingen in gedragsmatige termen
o Kleine logische en haalbare stappen (criterium)
Kind moet 18/20 behalen
o Bekrachtiging specifiëren
Positieve bekrachtiging (materiële beloning; sociale/verbale beloning)
• Minimum motivationele middelen (spel beperken – belang verbale betrachtiging – duidelijke uitleg doel)
• Eenvoudige ontlokking spraakklanken
• Maximale ontlokking patiënt-responsen/tijdseenheid
• Opvolging vooruitgang (bijsturing nodig?)
• Actieve deelname door cliënt -> zelfevaluatie
• Omgeving betrekken (kind)
• Relatie met de client (warm, aanvaardend) en ouders/professionelen
• Keuze behandelstrategie bepaald door diagnostische categorie
o Fonetische en/of fonologische fout(en)?
o Vertraagde of afwijkende spraakklankontwikkeling?
o Spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD)?
o Belangrijke cliënt-, therapeut- en omgevingsvariabelen (tabel 3.2)
3 vragen bij de prioriteiten van de behandeling
1. Hoeveel spraakklanken/fonologische processen tegelijk aanpakken?
2. Welk doelgedrag in het algemeen en welke specifieke spraakklanken/fonologische processen eerst?
3. Specifieke auditieve training nodig?
Vraag 1: Hoeveel spraakklanken/fonologische processen tegelijk aanpakken?
• Fonetische aanpak vaak met 2 verwante spraakklanken (/s/ en /z/) of dezelfde bewegingsfout (adentaliteit,
interdentaliteit, lateraal)
• Fonologische aanpak soms per proces soms meerdere processen tegelijk (met minimale of maximale
woordparen)
Def minimaal woordpaar: woorden verschillen in één foneem (bad – bal, straat – staart)
Def maximaal woordpaar: woorden die maximaal verschillen van elkaar
3