SPRAAKKLANKSTOORNISSEN A LGEMENE INLEIDING & D EEL 1
Algemene inleiding
• Communicatie is mogelijk op basis van taal en articulatie is hierbij ‘een’ medium
Andere media: teksten, gebaren
Communicatie = boodschap overbrengen
• Vaardigheid om te leren articuleren is genetisch aanwezig
• Articuleren moeten we leren -> leerproces
o Basisvoorwaarden?
Omgeving (moet stimulerend zijn), uitrusting/bagage (anatomische structuur)
o Wat?
1. Orale bewegingen (bewegingen met alles in de mond; lippen, tong, wangen) -> klankproductie –
motorisch leren -> fonetische vaardigheid
2. Spraakklankstoornissen zijn dragers van betekenis -> fonologische vaardigheid
Spraakklanken combineren -> betekenis
Ondersheid spraakklank [] – foneem / /
➔ Foneem: allerlei kenmerken
Bv ‘b’: bilabiaal; universeel, abstract, theoretisch
Spraakklank: realisatie van de foneem
Bv ‘b’: concreet, uniek, persoonlijk…
o Verloop?
Vrij snel en zonder al te veel moeite bij de meeste kinderen
LEREN: om als kind in interactie te gaan met de omgeving, moet je niet alleen taal verwerven maar je moet ook LEREN
die taal over te brengen bv door te articuleren, gebaren te gebruiken enz. Leren verwijst dat we bij de geboorte nog niet
onmiddellijk beginnen te praten en de juiste klanken produceren.
Voorbeelden Spraakklankstoornissen
Filmpje luisteren:
- Wat valt op in de communicatie van dit kind?
- Wat valt op in de spraak van dit kind?
Voorbeeld 1:
Het kind wendt zich af, sprak zeer nasaal.
Vaak met de handen voor de mond.
Voorbeeld 2:
Tong vaak tussen de tanden.
Handen vaak voor de mond.
‘Speaking. From intention to articulation’ (Levelt, 1989)
idee
taal
articulatie
Als we spreken hebben we eerst een idee, een gedachte. Taal is de motor van dat denken. Om taal te uiten, gaan we
articuleren (stemgeving en vloeiendheid)
• Het spraaksysteem volgens Mysak (2976) in figuur 1 op p. 15 toont dat
o Articulatie maar een onderdeel is van een groter en complex geheel
o Er achter articulatie heel wat schuilgaat zoals hele bezenuwing, hersenwerking, spieren,
articulatieorganen
1
,Volle lijnen: output
Efferent: naar buiten
Stippellijnen: input
Afferent: naar binnen
Kinésthetisch: voelen van bewegingen
Verbale input: andere die tot mij spreekt (horen en zien)
• Conclusie
o Articulatie is het eindpunt van de communicatie (Levelt, p. 25) maar tegelijk het begin (Mysak)
• Heden: neuromathematische modellen van spraakproductie
o Complex
o 3 componenten
1. Cognitieve component (denken)
2. Motorische component (bewegingen)
3. Sensorische component (auditief, visueel, kinesthetisch…)
o Sluiten aan bij Taalproductiemechanisme Levelt (fig 1.1)
o Belangrijk voorbeeld: DIVA-model (2006)
• DIVA = Directions Into Velocities of Articulators (Guenther et al., 2006)
Niet kennen
• Pasgeborene
o Bezit geen Speech Sound Map
o Leert de fonetische representaties van spraakklanken, syllaben en woorden door te
▪ Brabbelen
▪ Imiteren
• Eenvoudiger model: Levelt
2
,Niet vloeiend spreken = stotteren
• Dit handboek gaat over articulatie en de stoornissen
• Oorzaken van stoornissen binnen het domein ‘articulatie’
1) Niet/onvoldoende/foutief LEREN (handboek)
2) Structurele afwijkingen van de articulatie-organen (syllabus)
3) Bewegingsprocessor ter hoogte van de tong (syllabus en praktijkles)
4) Probleem met de bezenuwing van de betrokken spieren (handboek deel 4 in opleidingsfase 2)
5) Auditief perceptueel probleem (opleidingsfase 2)
Twee belangrijke inzichten
1. Ondanks een aanwijsbare pathologie ‘leert’ het kind articuleren zij het met meer moeite
2. Kernpunt in dit boek: bij bepaalde kinderen – zonder andere pathologische tekenen t.h.v. articulatieorganen,
bezenuwing, gehoor – verloopt leren articuleren niet zo vlot omdat er een probleem is met leren
o Juist vormen van spraakklanken (fonetische vaardigheid)
o Ontdekken van betekenisdragende kracht van spraakklanken (fonologische vaardigheid)
o Beide (fonetische en fonologische vaardigheid)
Wat kan je leren?
• Primaire vaardigheden
Levensnoodzakelijk, verschijnen heel vroeg, gaat vooral vanzelf, zelfsturing
o Lopen
o Praten
o Drinken
o Eten
o Zitten
o Ademhalen
o Leren articuleren (je moet hier geen les voor volgen)
Je leert articuleren vanaf je geboorte
Hier: leren = verwerven van iets
o …
• Secundaire vaardigheden
Iemand leert het aan, en jij leert het
Met hulp/methoden/lessen/voorbeelden, heel veel sturing van buitenaf
o Cijferen
o Rekenen
o Schrijven
o Lezen
o …
• Op latere leeftijd
Minder levensnoodzakelijk
o Autorijden
o Zwemmen
o Fietsen
o Typen
o Skiën
o …
• Ook primair
o Omgaan met anderen
• Dit leer je alleen
o Studeren
3
, • Afbakening van de inhoud van het boek en motivatie
o Leermodel staat centraal want álle kinderen leren (goed) articuleren ook al vertonen ze
▪ Voor het overige een normale ontwikkeling
▪ Afwijkingen aan articulatie-organen
▪ Bezenuwingsproblemen
▪ Ernstig auditief probleem
o Behandeldoel = leren ‘aanvaardbaar’ articuleren
’Aanvaardbaar’ articuleren: afhankelijk van de context
Bv. voor de screening was mijn spraak aanvaardbaar, want niemand had ooit een opmerking gegeven.
Nu is mijn spraak minder aanvaardbaar omdat ik logopedist word.
Bij iemand die stottert is de spraak ook minder aanvaardbaar, want deze persoon krijgt veel
opmerkingen.
Leermodel Ziektemodel
Cliënt Patiënt
Gedrag Symptomen
… ...
Het ziektemodel is een tegenhanger of een alternatief voor het leermodel.
Voorbeeldvraag examen:
Termen krijgen en je moet ze in de correcte tabel zetten
• Inhoud cursus (3 delen)
1. Achtergronden van articulatie/articuleren
2. Diagnostiek van articulatie- en fonologische stoornissen
3. Therapie bij articulatie- en fonologische stoornissen
4. Bijzondere problemen (schisis en neurogene articulatiestoornissen)
4
Algemene inleiding
• Communicatie is mogelijk op basis van taal en articulatie is hierbij ‘een’ medium
Andere media: teksten, gebaren
Communicatie = boodschap overbrengen
• Vaardigheid om te leren articuleren is genetisch aanwezig
• Articuleren moeten we leren -> leerproces
o Basisvoorwaarden?
Omgeving (moet stimulerend zijn), uitrusting/bagage (anatomische structuur)
o Wat?
1. Orale bewegingen (bewegingen met alles in de mond; lippen, tong, wangen) -> klankproductie –
motorisch leren -> fonetische vaardigheid
2. Spraakklankstoornissen zijn dragers van betekenis -> fonologische vaardigheid
Spraakklanken combineren -> betekenis
Ondersheid spraakklank [] – foneem / /
➔ Foneem: allerlei kenmerken
Bv ‘b’: bilabiaal; universeel, abstract, theoretisch
Spraakklank: realisatie van de foneem
Bv ‘b’: concreet, uniek, persoonlijk…
o Verloop?
Vrij snel en zonder al te veel moeite bij de meeste kinderen
LEREN: om als kind in interactie te gaan met de omgeving, moet je niet alleen taal verwerven maar je moet ook LEREN
die taal over te brengen bv door te articuleren, gebaren te gebruiken enz. Leren verwijst dat we bij de geboorte nog niet
onmiddellijk beginnen te praten en de juiste klanken produceren.
Voorbeelden Spraakklankstoornissen
Filmpje luisteren:
- Wat valt op in de communicatie van dit kind?
- Wat valt op in de spraak van dit kind?
Voorbeeld 1:
Het kind wendt zich af, sprak zeer nasaal.
Vaak met de handen voor de mond.
Voorbeeld 2:
Tong vaak tussen de tanden.
Handen vaak voor de mond.
‘Speaking. From intention to articulation’ (Levelt, 1989)
idee
taal
articulatie
Als we spreken hebben we eerst een idee, een gedachte. Taal is de motor van dat denken. Om taal te uiten, gaan we
articuleren (stemgeving en vloeiendheid)
• Het spraaksysteem volgens Mysak (2976) in figuur 1 op p. 15 toont dat
o Articulatie maar een onderdeel is van een groter en complex geheel
o Er achter articulatie heel wat schuilgaat zoals hele bezenuwing, hersenwerking, spieren,
articulatieorganen
1
,Volle lijnen: output
Efferent: naar buiten
Stippellijnen: input
Afferent: naar binnen
Kinésthetisch: voelen van bewegingen
Verbale input: andere die tot mij spreekt (horen en zien)
• Conclusie
o Articulatie is het eindpunt van de communicatie (Levelt, p. 25) maar tegelijk het begin (Mysak)
• Heden: neuromathematische modellen van spraakproductie
o Complex
o 3 componenten
1. Cognitieve component (denken)
2. Motorische component (bewegingen)
3. Sensorische component (auditief, visueel, kinesthetisch…)
o Sluiten aan bij Taalproductiemechanisme Levelt (fig 1.1)
o Belangrijk voorbeeld: DIVA-model (2006)
• DIVA = Directions Into Velocities of Articulators (Guenther et al., 2006)
Niet kennen
• Pasgeborene
o Bezit geen Speech Sound Map
o Leert de fonetische representaties van spraakklanken, syllaben en woorden door te
▪ Brabbelen
▪ Imiteren
• Eenvoudiger model: Levelt
2
,Niet vloeiend spreken = stotteren
• Dit handboek gaat over articulatie en de stoornissen
• Oorzaken van stoornissen binnen het domein ‘articulatie’
1) Niet/onvoldoende/foutief LEREN (handboek)
2) Structurele afwijkingen van de articulatie-organen (syllabus)
3) Bewegingsprocessor ter hoogte van de tong (syllabus en praktijkles)
4) Probleem met de bezenuwing van de betrokken spieren (handboek deel 4 in opleidingsfase 2)
5) Auditief perceptueel probleem (opleidingsfase 2)
Twee belangrijke inzichten
1. Ondanks een aanwijsbare pathologie ‘leert’ het kind articuleren zij het met meer moeite
2. Kernpunt in dit boek: bij bepaalde kinderen – zonder andere pathologische tekenen t.h.v. articulatieorganen,
bezenuwing, gehoor – verloopt leren articuleren niet zo vlot omdat er een probleem is met leren
o Juist vormen van spraakklanken (fonetische vaardigheid)
o Ontdekken van betekenisdragende kracht van spraakklanken (fonologische vaardigheid)
o Beide (fonetische en fonologische vaardigheid)
Wat kan je leren?
• Primaire vaardigheden
Levensnoodzakelijk, verschijnen heel vroeg, gaat vooral vanzelf, zelfsturing
o Lopen
o Praten
o Drinken
o Eten
o Zitten
o Ademhalen
o Leren articuleren (je moet hier geen les voor volgen)
Je leert articuleren vanaf je geboorte
Hier: leren = verwerven van iets
o …
• Secundaire vaardigheden
Iemand leert het aan, en jij leert het
Met hulp/methoden/lessen/voorbeelden, heel veel sturing van buitenaf
o Cijferen
o Rekenen
o Schrijven
o Lezen
o …
• Op latere leeftijd
Minder levensnoodzakelijk
o Autorijden
o Zwemmen
o Fietsen
o Typen
o Skiën
o …
• Ook primair
o Omgaan met anderen
• Dit leer je alleen
o Studeren
3
, • Afbakening van de inhoud van het boek en motivatie
o Leermodel staat centraal want álle kinderen leren (goed) articuleren ook al vertonen ze
▪ Voor het overige een normale ontwikkeling
▪ Afwijkingen aan articulatie-organen
▪ Bezenuwingsproblemen
▪ Ernstig auditief probleem
o Behandeldoel = leren ‘aanvaardbaar’ articuleren
’Aanvaardbaar’ articuleren: afhankelijk van de context
Bv. voor de screening was mijn spraak aanvaardbaar, want niemand had ooit een opmerking gegeven.
Nu is mijn spraak minder aanvaardbaar omdat ik logopedist word.
Bij iemand die stottert is de spraak ook minder aanvaardbaar, want deze persoon krijgt veel
opmerkingen.
Leermodel Ziektemodel
Cliënt Patiënt
Gedrag Symptomen
… ...
Het ziektemodel is een tegenhanger of een alternatief voor het leermodel.
Voorbeeldvraag examen:
Termen krijgen en je moet ze in de correcte tabel zetten
• Inhoud cursus (3 delen)
1. Achtergronden van articulatie/articuleren
2. Diagnostiek van articulatie- en fonologische stoornissen
3. Therapie bij articulatie- en fonologische stoornissen
4. Bijzondere problemen (schisis en neurogene articulatiestoornissen)
4