A FWIJKENDE MONDGEWOONTEN : DEEL 2
Deel 2: Diagnostiek
7. Hoe verloopt de diagnose van afwijkende mondgewoonten?
• Complexiteit – interdisciplinair (logopedist, orthodontist en NKO arts)
Complexiteit verwijst naar 2 zaken:
o Veel co-morbiditeit; vicieuze cirkel
Dus moeilijk om alles te ontrafelen, zoals wat er eerst was, wat moet ik nu als eerst
behandelen/aanpakken?
Bedoeling van diagnostiek: alle dingen in kaart brengen, kijken naar de verhouding
o Meerdere domeinen zijn vaak betrokken: nood aan interdisciplinaire samenwerking
• Anamnese (oorzaak/factor, initiatief/doorverwijzing, motivatie, bewustzijn)
• Observatie binnen en buiten therapielokaal (HMA)
• Onderzoek
o Rustpositie van de tong
o Duimzuigen via anamnese en observatie
➢ Anamnese: informatie over oorzaak of factoren &
waarom komen ouders of verzorgers op consultatie
met het kind (op eigen initiatief of doorverwezen)
Voor alle AMG vrij identiek
➢ Observatie: begint bij eerste contact (cliënt mag hier
niet van bewust zijn)
Bij habitueel mondademen mag de observatie zich
niet beperken tot momentopname -> ouders zijn
belangrijkste informatiebron.
Voor bepaalde AMG zijn specifieke aandachtspunten
o Habitueel mondademen
▪ Momentopname en bewustmaking
Bewustmaking kan leiden tot een snelle gedragswijziging of bijsturing van het gedrag
▪ ≠ open mondgedrag
▪ Metingen in laboratorium
▪ Onderzoek door andere professionals (NKO arts, radioloog)
▪ Afname proeven door logopedist (p. 75)
▪ Wisselademers (in langs mond en uit langs neus) kunnen de onderzoeker misleiden.
o Slikken: beschikbare technieken/apparatuur
Orofaciale myofunctie = sterkte van spiergroepen in het mondgebied (meetdoel)
▪ Fluorescentietechniek van Payne
▪ Meetapparatuur
• Analoog: Force scale (meet liptrekkracht)
• Digitaal: OMFT Measuring station 430
Je kan de eerste opname met Measuring station 430 gebruiken als referentiepunt (het
kan zijn dat je in elke therapie dat toestel moet gebruiken
▪ Meetdoel = meten sterkte spiergroepen
▪ Uitkomst = inzicht in (verkeerd) gebruik van bepaalde spiergroepen die orofaciale structuren
beïnvloeden
▪ Gebitsfoto’s m.b.v. camera en lippenspreiders/wanghaak
✓ Force scale meet liptrekkracht
1
, ✓ OMFT Measuring station 430 meet 4 spiergroepen
o Liptrekkracht (m. orbicularis oris)
o Extensiekracht tong (m. genioglossus, m. transversus, m. verticalis)
o Contractiekracht (m. masseter)
o Lipperskracht (m. mentalis en m. orbicularis oris)
• Protocol (na anamnese en observatie)
Algemeen protocol dat je bij elke AMG kan gebruiken.
o Onderzoek orofaciale structuren
o Onderzoek orofaciale myofunctie
o Onderzoek orofaciale musculatuur
o (Onderzoek van de spraak)
• Onderzoekskit (zie bijlage 5) www.omft.nl
Bevat:
o Spatel
o Mondspiegel
o Handschoenen
o Servet
o Rietje
o Doorzichtige beker met water
o Fluorescerende pasta
o Ultraviolet licht
o Droog koekje
o Lippenspreider
o Knoop aan touwtje voor meting met Force scale
o Eventueel fototoestel
o OMFT Measuring Station 430
• Toelichting bij de items in het protocol
2
, 3
Deel 2: Diagnostiek
7. Hoe verloopt de diagnose van afwijkende mondgewoonten?
• Complexiteit – interdisciplinair (logopedist, orthodontist en NKO arts)
Complexiteit verwijst naar 2 zaken:
o Veel co-morbiditeit; vicieuze cirkel
Dus moeilijk om alles te ontrafelen, zoals wat er eerst was, wat moet ik nu als eerst
behandelen/aanpakken?
Bedoeling van diagnostiek: alle dingen in kaart brengen, kijken naar de verhouding
o Meerdere domeinen zijn vaak betrokken: nood aan interdisciplinaire samenwerking
• Anamnese (oorzaak/factor, initiatief/doorverwijzing, motivatie, bewustzijn)
• Observatie binnen en buiten therapielokaal (HMA)
• Onderzoek
o Rustpositie van de tong
o Duimzuigen via anamnese en observatie
➢ Anamnese: informatie over oorzaak of factoren &
waarom komen ouders of verzorgers op consultatie
met het kind (op eigen initiatief of doorverwezen)
Voor alle AMG vrij identiek
➢ Observatie: begint bij eerste contact (cliënt mag hier
niet van bewust zijn)
Bij habitueel mondademen mag de observatie zich
niet beperken tot momentopname -> ouders zijn
belangrijkste informatiebron.
Voor bepaalde AMG zijn specifieke aandachtspunten
o Habitueel mondademen
▪ Momentopname en bewustmaking
Bewustmaking kan leiden tot een snelle gedragswijziging of bijsturing van het gedrag
▪ ≠ open mondgedrag
▪ Metingen in laboratorium
▪ Onderzoek door andere professionals (NKO arts, radioloog)
▪ Afname proeven door logopedist (p. 75)
▪ Wisselademers (in langs mond en uit langs neus) kunnen de onderzoeker misleiden.
o Slikken: beschikbare technieken/apparatuur
Orofaciale myofunctie = sterkte van spiergroepen in het mondgebied (meetdoel)
▪ Fluorescentietechniek van Payne
▪ Meetapparatuur
• Analoog: Force scale (meet liptrekkracht)
• Digitaal: OMFT Measuring station 430
Je kan de eerste opname met Measuring station 430 gebruiken als referentiepunt (het
kan zijn dat je in elke therapie dat toestel moet gebruiken
▪ Meetdoel = meten sterkte spiergroepen
▪ Uitkomst = inzicht in (verkeerd) gebruik van bepaalde spiergroepen die orofaciale structuren
beïnvloeden
▪ Gebitsfoto’s m.b.v. camera en lippenspreiders/wanghaak
✓ Force scale meet liptrekkracht
1
, ✓ OMFT Measuring station 430 meet 4 spiergroepen
o Liptrekkracht (m. orbicularis oris)
o Extensiekracht tong (m. genioglossus, m. transversus, m. verticalis)
o Contractiekracht (m. masseter)
o Lipperskracht (m. mentalis en m. orbicularis oris)
• Protocol (na anamnese en observatie)
Algemeen protocol dat je bij elke AMG kan gebruiken.
o Onderzoek orofaciale structuren
o Onderzoek orofaciale myofunctie
o Onderzoek orofaciale musculatuur
o (Onderzoek van de spraak)
• Onderzoekskit (zie bijlage 5) www.omft.nl
Bevat:
o Spatel
o Mondspiegel
o Handschoenen
o Servet
o Rietje
o Doorzichtige beker met water
o Fluorescerende pasta
o Ultraviolet licht
o Droog koekje
o Lippenspreider
o Knoop aan touwtje voor meting met Force scale
o Eventueel fototoestel
o OMFT Measuring Station 430
• Toelichting bij de items in het protocol
2
, 3