DYSLEXIE VAN A TOT Z: THEORIE
Voorwoord
Secundaire problematieken t.g.v. dyslexie: leermoeheid, motivatiestoornissen, opstandig gedrag, spanningen en
conflicten op school of thuis…
Veel onbegrip en veel onwetendheid
De knowhow over het probleem is bij hulpverleners, die elke dag kinderen met dyslexie behandelen, ontzettend groot.
Kennis die wetenschappelijk onderbouwd wordt en dagdagelijks praktisch wordt getoetst aan de werkelijkheid.
Hulpverleners worden duidelijk gesteund door de kinderen zelf en hun ouders
Herkenningsprobleem is vaak cruciaal bij dyslexie.
Vaak zowel lees- als spellingsprobleem: deze problemen kunnen vermeden worden dankzij compensatievermogen. Maar
wanneer het kind luidop leest, merk je wel vaak dat er een technisch leesprobleem is.
Dysorthografie: niet goed kunnen spellen (ortho = niet kunnen)
1
,1. Leren en leerproblemen
1.1. Leren
• Leren is het resultaat van een dubbel proces (1)
o Verwerving in verschillende stadia bij een bepaald individu
o Verwerking (afhankelijk van de ontwikkelingsfase van het kind)
➔ Bv. fonologie: klanken kunnen discrimineren (“p” vs “b”) = proces van verwerking, dit loopt vaak moeilijk bij
kinderen met dyslexie
• Leren staat steeds in functie van de mogelijkheid om ervaringen te kunnen opdoen (2)
o Individuele mogelijkheden van ieder persoon: congenitaal bepaald (aangeboren, via de genen), geboren
met een afwijking -> leren wordt belemmerd
o Omgeving (volgens sommige: de belangrijkste modulator)
• Leren gebeurt ook erg verscheiden (3)
o Ruime zin
De Westerse mens bouwt een andere kennis op dan de Aboriginal van Australië (daarom niet beter)
o Enge zin
Ieder individu beschikt over een ander opgebouwde kennis, met raakpunten maar ook met totale
verschillen
1.2. Leerproblemen
1.2.1. Omschrijving
Leerproblemen: problemen die personen ondervinden bij het aanleren van allerlei cognitieve schoolse vaardigheden
(bv. lezen, spellen en rekenen).
1.2.2. Ordening
• Primaire leerproblemen (= leerstoornissen):
Manifesteren zich in het leren van die schoolse vaardigheden zelf (er is geen duidelijke aanwijsbare oorzaak
buiten het kind):
o Dyslexie/dysorthografie
o Dyscalculie
• Secundaire leerproblemen:
Gevolg van omstandigheden buiten het leren van die vaardigheden zelf (direct aanwijsbaar door een toonbare
oorzaak):
o Omgeving van het kind
o Algemene mogelijkheden van het individu zelf: hierbij denken we ondermeer aan een handicap,
stoornis of emotioneel probleem
➔ Bv. iemand met het syndroom van Down
• Schermzone: is het nu een primair of secundaire leerstoornis?
2
,1.3. Samenvatting leerstoornissen
Schema zelf kunnen tekenen + schema kunnen uitleggen
Algemene mogelijkheden en beperkingen: mentale problematiek, hoorstoornis…
Grens: IQ 70 of lager = secundaire leerstoornissen (met mentale problematiek te maken )
Dus IQ 70 of hoger: dyslexie?
3
, 2. Geschiedenis van het begrip dyslexie
Bepaalde hersengebieden staan in voor bepaalde handelingen.
➔ Bv. Hersengebied die verantwoordelijk is voor taal kan aangetast zijn
Begrip ‘dyslexie’: vroeg én laat ontstaan
➔ Vroeg: ‘geboortejaar’ 1895
Toen onder de naam ‘woordblindheid’
Mensen die na hersentrombose niet meer konden lezen hadden dyslexie.
➔ Laat: relatieve late tijdstip 1963
In bijeenkomst van Amerikaanse Association for Children with Learning Disabilities werd de draad voorgoed
weer opgepikt als het overkoepelend begrip ‘leerstoornis’.
Dyslexie werd pas later benoemd als ontwikkelingsstoornis.
De term ‘dyslexie’ bestaat al lang, maar de term werd een lange tijd verkeerd gebruikt.
2.1. Dyslexie als woordblinheid: Hinshelwood
Dyslexie is vanaf het begin beschouwd geweest als één van de leerstoornissen (naast bv. rekenstoornissen,
aandachtsstoornissen en taalontwikkelingsstoornissen (dysfasie).
Andere oorsprong en andere geschiedenis dan begrip ‘leerstoornis’
Begrip ‘dyslexie’ bestond vroeger in afasieleer
Eerst gebruikt door neuroloog Berlin, die begrip hanteerde als technische term naast de term woordblindheid, bij afatici.
➔ Dyslexie als synoniem voor woordblindheid
Hinshelwood: Schotse oogarts die de term ‘wordblindness’ voor het eerst gebruikte in 1895 met de volgende betekenis:
een aangeboren, in de ontwikkeling van het kind naar voren tredende stoornis in het leren lezen en spellen.
➔ Geen blindheid van het oog
Visuele perceptie van woordblinde kinderen functioneerde niet als die van gewone kinderen, vooral bij lezen en schrijven
van letters en woorden.
Visuele cortical (hersen)gebieden, verantwoordelijk voor onthouden en interpreteren van visueel waargenomen letters
en woorden, functioneerden niet goed.
➔ Geen perifere blindheid (oogartsen), maar centrale, corticale blindheid of agnosie (specifiek betrekking op lezen
en schrijven van woorden)
Hinshelwood lanceerde de term ‘congenital worldblindness’: de zekerheid dat dyslexie erfelijk bepaald is of kon zijn.
2.2. Dyslexie als strephosymbolie: Samuel Orton
In 1925: centrum van dyslexiestudie van Engeland (Hinshelwood) en Europa verlegd naar Amerika
Orton: vatte de symptomen samen als volgt: gebrekkige specialisatie van de linkerhemisfeer (hersenhelft)
De symptomen zijn nog steeds actueel en herkenbaar en werden voor het eerst samengebracht in een theorie, de
theorie van vertraagde ontwikkeling van de linkerhemisfeer.
In 1925: verving de term ‘woordblindheid’ door ‘strephosymbolie’ of ‘omdraaien van symbolen’
4
Voorwoord
Secundaire problematieken t.g.v. dyslexie: leermoeheid, motivatiestoornissen, opstandig gedrag, spanningen en
conflicten op school of thuis…
Veel onbegrip en veel onwetendheid
De knowhow over het probleem is bij hulpverleners, die elke dag kinderen met dyslexie behandelen, ontzettend groot.
Kennis die wetenschappelijk onderbouwd wordt en dagdagelijks praktisch wordt getoetst aan de werkelijkheid.
Hulpverleners worden duidelijk gesteund door de kinderen zelf en hun ouders
Herkenningsprobleem is vaak cruciaal bij dyslexie.
Vaak zowel lees- als spellingsprobleem: deze problemen kunnen vermeden worden dankzij compensatievermogen. Maar
wanneer het kind luidop leest, merk je wel vaak dat er een technisch leesprobleem is.
Dysorthografie: niet goed kunnen spellen (ortho = niet kunnen)
1
,1. Leren en leerproblemen
1.1. Leren
• Leren is het resultaat van een dubbel proces (1)
o Verwerving in verschillende stadia bij een bepaald individu
o Verwerking (afhankelijk van de ontwikkelingsfase van het kind)
➔ Bv. fonologie: klanken kunnen discrimineren (“p” vs “b”) = proces van verwerking, dit loopt vaak moeilijk bij
kinderen met dyslexie
• Leren staat steeds in functie van de mogelijkheid om ervaringen te kunnen opdoen (2)
o Individuele mogelijkheden van ieder persoon: congenitaal bepaald (aangeboren, via de genen), geboren
met een afwijking -> leren wordt belemmerd
o Omgeving (volgens sommige: de belangrijkste modulator)
• Leren gebeurt ook erg verscheiden (3)
o Ruime zin
De Westerse mens bouwt een andere kennis op dan de Aboriginal van Australië (daarom niet beter)
o Enge zin
Ieder individu beschikt over een ander opgebouwde kennis, met raakpunten maar ook met totale
verschillen
1.2. Leerproblemen
1.2.1. Omschrijving
Leerproblemen: problemen die personen ondervinden bij het aanleren van allerlei cognitieve schoolse vaardigheden
(bv. lezen, spellen en rekenen).
1.2.2. Ordening
• Primaire leerproblemen (= leerstoornissen):
Manifesteren zich in het leren van die schoolse vaardigheden zelf (er is geen duidelijke aanwijsbare oorzaak
buiten het kind):
o Dyslexie/dysorthografie
o Dyscalculie
• Secundaire leerproblemen:
Gevolg van omstandigheden buiten het leren van die vaardigheden zelf (direct aanwijsbaar door een toonbare
oorzaak):
o Omgeving van het kind
o Algemene mogelijkheden van het individu zelf: hierbij denken we ondermeer aan een handicap,
stoornis of emotioneel probleem
➔ Bv. iemand met het syndroom van Down
• Schermzone: is het nu een primair of secundaire leerstoornis?
2
,1.3. Samenvatting leerstoornissen
Schema zelf kunnen tekenen + schema kunnen uitleggen
Algemene mogelijkheden en beperkingen: mentale problematiek, hoorstoornis…
Grens: IQ 70 of lager = secundaire leerstoornissen (met mentale problematiek te maken )
Dus IQ 70 of hoger: dyslexie?
3
, 2. Geschiedenis van het begrip dyslexie
Bepaalde hersengebieden staan in voor bepaalde handelingen.
➔ Bv. Hersengebied die verantwoordelijk is voor taal kan aangetast zijn
Begrip ‘dyslexie’: vroeg én laat ontstaan
➔ Vroeg: ‘geboortejaar’ 1895
Toen onder de naam ‘woordblindheid’
Mensen die na hersentrombose niet meer konden lezen hadden dyslexie.
➔ Laat: relatieve late tijdstip 1963
In bijeenkomst van Amerikaanse Association for Children with Learning Disabilities werd de draad voorgoed
weer opgepikt als het overkoepelend begrip ‘leerstoornis’.
Dyslexie werd pas later benoemd als ontwikkelingsstoornis.
De term ‘dyslexie’ bestaat al lang, maar de term werd een lange tijd verkeerd gebruikt.
2.1. Dyslexie als woordblinheid: Hinshelwood
Dyslexie is vanaf het begin beschouwd geweest als één van de leerstoornissen (naast bv. rekenstoornissen,
aandachtsstoornissen en taalontwikkelingsstoornissen (dysfasie).
Andere oorsprong en andere geschiedenis dan begrip ‘leerstoornis’
Begrip ‘dyslexie’ bestond vroeger in afasieleer
Eerst gebruikt door neuroloog Berlin, die begrip hanteerde als technische term naast de term woordblindheid, bij afatici.
➔ Dyslexie als synoniem voor woordblindheid
Hinshelwood: Schotse oogarts die de term ‘wordblindness’ voor het eerst gebruikte in 1895 met de volgende betekenis:
een aangeboren, in de ontwikkeling van het kind naar voren tredende stoornis in het leren lezen en spellen.
➔ Geen blindheid van het oog
Visuele perceptie van woordblinde kinderen functioneerde niet als die van gewone kinderen, vooral bij lezen en schrijven
van letters en woorden.
Visuele cortical (hersen)gebieden, verantwoordelijk voor onthouden en interpreteren van visueel waargenomen letters
en woorden, functioneerden niet goed.
➔ Geen perifere blindheid (oogartsen), maar centrale, corticale blindheid of agnosie (specifiek betrekking op lezen
en schrijven van woorden)
Hinshelwood lanceerde de term ‘congenital worldblindness’: de zekerheid dat dyslexie erfelijk bepaald is of kon zijn.
2.2. Dyslexie als strephosymbolie: Samuel Orton
In 1925: centrum van dyslexiestudie van Engeland (Hinshelwood) en Europa verlegd naar Amerika
Orton: vatte de symptomen samen als volgt: gebrekkige specialisatie van de linkerhemisfeer (hersenhelft)
De symptomen zijn nog steeds actueel en herkenbaar en werden voor het eerst samengebracht in een theorie, de
theorie van vertraagde ontwikkeling van de linkerhemisfeer.
In 1925: verving de term ‘woordblindheid’ door ‘strephosymbolie’ of ‘omdraaien van symbolen’
4