SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Samenvatting Staatsrecht
HC & OG
1
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
HC 1: Basisprincipes van het
Grondwettelijk recht
FEDERALISME
Eenheidsstaat: alle gezag is centraal georganiseerd
- Deconcentratie: toewijzen van bevoegdheden onder gezag van centrale overheid
o Geen eigen rechtspersoonlijkheid
- Decentralisatie: geen vorm van hiërarchisch toezicht, maar administratief toezicht
(centrale overheid kan vernietigen, o.b.v. wettigheid of opportuniteit)
o Eigen rechtspersoonlijkheid, eigen instellingen
o >< rechter mag geen opportuniteit beoordelen, enkel wettigheid
Territoriaal: gemeenten, provincies
Functioneel: bepaald deel van overheid wordt aan instelling
gedelegeerd
België: centrifugaal (eenheidsstaat federale staat) >< centripetal
10-20: België
Drie ‘wetten’ van het federalisme:
1. Autonomie
Deelstaten zijn zelfstandige rechtspersonen, met eigen organen, bevoegdheden en financiële
middelen
- Residuaire bevoegdheid ligt bij federale overheid (>< art. 35 GW)
- Afzonderlijke rechtsordening per deelstaat: eigen Grondwet, eigen staatsinrichting
- Grondwettelijk Hof waakt over naleving van de bevoegdheidsverdeling & toetst op
grondwettigheid (centraal >< diffuus)
2. Participatie
Participatie waarborgt dat de federale Grondwet en de federale wetgeving niet eenzijdig tegen hun
wil in kunnen worden gewijzigd. tweekamerstelsel
- Eerste kamer vertegenwoordigt ganse Staat
- Tweede Kamer vertegenwoordigt deelstaten, bepaalt de bevoegdheidsverdeling mee
beiden gelijke bevoegdheid voor de herziening van de Grondwet & totstandkoming federale
wetgeving
3. Coöperatie
Duaal federalisme (volmaakte scheiding tussen beleidsniveaus) coöperatief federalisme
- Toenemende samenwerking tussen deelstaten onderling & deelstaten en federale overheid
- Vooral op uitvoerend vlak
189-212: provincies en gemeenten
België: federale staat diei de autonomie en de vreedzame coëxistentie mogelijk maakt
Ondergeschikte besturen:
- Provincies en gemeenten
Art. 41 GW: zelfstandige politieke lichamen met een onderscheiden rechtspersoonlijkheid
Art. 162 GW: bevoegdheid provincies en gemeenten overgedragen aan gewesten (moeten de
beginselen in de artikelen wel in acht nemen, zoals bevoegdheden van provinciaal en gemeentelijk
belang)
Provinciale en gemeentelijke verordeningen en besluiten onderworpen aan rechterlijk
wettigheidstoezicht & administratief toezicht van hogere overheid (wettigheid & opportuniteit)
2
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
- Gewesten bevoegd voor gewoon administratief toezicht: aangelegenheid is van provinciaal of
gemeentelijk belang
- Federale overheid, gemeenschappen en gewesten bevoegd voor specifiek administratief
toezicht: aangelegenheid is medebewind van provincie of gemeente
Drieledige structuur geregeld door gewesten:
- Provincieraad en gemeenteraad
- Uitvoerend orgaan
- Hoofd van het uitvoerend orgaan: provinciegouverneur & burgemeester vertegenwoordigen
hogere overheid in provincie of gemeente
Vlaams Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet: Raad voor Verkiezingsbetwistingen
België: 10 provincies Brussel-Hoofdstad onttrokken aan de indeling van provincies
- Vlaams-Brabant: arrondissementen Halle-Vilvoorde + Leuven
- Waals-Brabant: arrondissement Nijvel
Bovengemeentelijke besturen: volksraadplegingen, samenwerking, belastingsbevoegdheid onder
dezelfde voorwaarden als de provincies
PARLEMENTAIRE MONARCHIE
21-22
Parlementaire monarchie:
- Staatshoofd, de Koning, is erfelijk, onschendbaar en onverantwoordelijk onbekwaam om
alleen te handelen
- Samenwerking der machten: Parlement en Regering staan in wederzijdse afhankelijke
verhouding tegenover elkaar
- Regering is verantwoordelijk tegenover het Parlement
Presidentieel stelsel:
- Staatshoofd, de President, wordt rechtstreeks verkozen en heeft persoonlijke macht
- Strikte machtenscheiding tussen Parlement en Regering: onafhankelijke verhouding
- Regering is verantwoordelijk tegenover de President
België: gerationaliseerd parlementair stelsel: federale Regering kan in bepaalde gevallen tot ontslag
worden gedwongen, federaal Parlement kan in bepaalde gevallen worden ontbonden
Onschendbaarheid van de Koning is absoluut: op strafrechtelijk en burgerrechtelijk gebied beveiligd
Politiek: kan niet uit ambt ontzet worden of ter verantwoording geroepen worden
Regeringsleden moeten volledige politieke verantwoordelijkheid voor zijn handelingen opnemen
Ministriële verantwoordelijkheid: ministers verantwoordelijk tegenover Kamer van
volksvertegenwoordigers
Akten van Koning moeten medeondertekend worden door een minister
Geen macht, maar wel invloed: zijn advies is niet bindend, kan aanzet geven tot ontwikkelingen en
waarschuwen voor gevolgen
Federale wetgevende macht: Koning, Kamer van volksvertegenwoordigers & Senaat
NATIONALE SOEVEREINITEIT
24-28
3
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Montesquieu: willekeur vermijden drie staatsfuncties mogen niet in dezelfde hande
berusten, maar afzonderlijke organen zijn
Checks and balances: wederzijdse beperking van machten en onderlinge samenwerking
interdependentie > scheiding der machten = trias politica-leer
Rousseau: alle machten gaan uit van het volk, dat de collectieve soeverein is (algemeen
welzijn) soevereiniteit = absoluut, onvervreemdbaar en ondeelbaar, zelf-
vertegenwoordigend = politieke vrijheid
Sieyès (art. 33, 36, 37, 40 GW): nationale soevereiniteit ‘Alle machten gaan uit van de Natie’ =
collectiviteit van burgers uit verleden, heden en toekomst
vertegenwoordiging van de Natie gebeurt door verkozen parlementsleden (geen
imperatief mandaat, referenda verboden)
109-123
Soevereiniteit = hoogste gezag in de Staat, dat ertoe gemachtigd is de staatsinrichitng en het
grondwettelijk stelsel te bepalen
machten treden op als vertegenwoordigers van de Natie
= exclusief: geen andere macht dan die waaraan door de Natie via de GW gezag is toegekend,
is gerechtigd tot de uitoefening van enige soevereiniteit
= tegenreactie op vorstelijk absolutisme
Parlementaire soevereiniteit:
- Verbod van imperatief mandaat: parlementslid kan geen bindende instructies krijgen
van kiezers/partij
- Verbod van imperatief referendum: volk mag niet rechtstreeks tussenkomen in het
beleid (anders machtverschuiving van volksvertegenwoordiging naar volk zelf)
o Consultatief referendum mag wel: uitslag is niet bindend
Delegatie van bevoegdheden = verboden, maar delegaties van bijkomstige en aanvullende
bevoegdheden zijn toelaatbaar
Een ministrieel besluit mag niet afwijken van een koninklijk besluit, tenzij wanneer de Koning
daartoe uitdrukkelijk machtigt
>< supranationale publiekrechtelijke instellingen (EU, EHRM...) hebben nationale
soevereiniteit ondermijnd
Recht van de Europese Unie heeft voorrang op elke nationale rechtsregel, incl. GW (volgens
HvJ)
SCHEIDING DER MACHTEN
= samenwerking der machten
= wederzijdse controle RM onafhankelijk van tee andere machten, past alle besluiten en
uitvoeringen van de UM en de WM toe wanneer ze met de wet overeen stemmen
= algemeen rechtsbeginsel
38-42
Federale wetgevende macht: Koning, Kamer, Senaat
4
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Federale uitvoerende macht: Koning
Rechterlijke macht: hoven en rechtbanken onfhankelijkheid rechters
HvC: scheiding der machten is een algemeen rechtsbeginsel
WETTIGHEIDSBEGINSEL
- Wet in materiële zin = rechtsregel die voor iedereen geldt
- Wet in formele zin = rechtsregel gemaakt door wetgevende macht (parlementen)
- Wet in louter formele zin = bv. begrotingswet
- Wet in louter materiële zin = bv. reglementair besluit
- Interpretatieve wet = wet die vroegere wet interpreteert (retroactief)
Essentiële elementen worden bepaald door de wetgever
Voorwaarden delegatie:
- Uitzonderlijke omstandigheden
- Uitdrukkelijk en ondubbelzinnig geformuleerd
- Bekrachtiging door wetgever binnen termijn
Versterkt Verzwakt
wettigheidsbeginsel wettigheidsbeginsel
Onderwijs Wettigheidsbeginsel Ecomische, sociale en
Art. 24, § 5 Gw Bv. fiscaal culturele rechten
Strafzaken art. 170 Gw art. 23 Gw
Art. 12 Gw art. 172 Gw Wel delegatie essentiële
Geen delegatie elementen (enkel
essentiële elementen onderwerp aangeven)
Voorrang wetgevende macht verschuift:
- Feitelijke verschuiving: UM heeft beleid in handen, belangrijkste spilfiguur in
scheiding der machten
- Juridische verschuiving: voorrang van wet neemt af
o Redisuaire bevoegdheid: verschuiving federale wetgever deelstaten (art. 35
GW)
o Authentieke interpretatie door decreetgever, art. 84, 133 GW
(gemeenschapsdecreten, geen gewestdecreten, geen ordonnanties)
o Rechterlijke toetsing van wetten
Aan verdragen: Cassatie: Smeerkaasarrest (1971) verdrag heeft
voorrang op de wet (voorwaarden: geldige totstandkoming & directe
werking)
Aan de GW: voorrang aan de GW op de wet is rol van RM
grondwetsconforme interpretatie (Waleffe)
43-75
‘bij’ of ‘door’ de wet: WM uitsluitend bevoegd
5
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Wetgevende delegaties aan de Koning van essentiële elementen geregeld ‘bij’ of ‘door de
wet
- Uitzonderlijke omstandigheden moeten de machtiging verantwoorden
- Machtiging moet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig zijn
- Maatregelen moeten worden bekrachtigd bij wet binnen een relatief korte termijn
‘krachtens’ de wet: WM mag regelingsbevoegdheid opdragen aan de Koning
Wetgevende macht:
- Residuaire bevoegdheden, andere machten hebben toegewezen bevoegdheden
- Wetgever zelf moet grondwettigheid van wetten beoordelen
- Interpretatie
o UM: onderworpen aan rechterlijk toezicht
o Federale wetgever moet GW interpreteren, aanvullen: onderworpen aan
controle van GwH
o Enkel de wet kan een authentieke uitlegging van de wetten geven
o Art. 84 GW: interpretatieve wet (ex tunc) toepassen op hangende
rechtsgedingen
Vermomde interpretatieve wet: GwH toetst aan art. 10 & 11 GW
Hangend rechtsgeding
Uitzonderlijke omstandigheden
Dwingende motieven van algemeen belang
Geeft uitleg over een eerdere wet, herstelt rechtszekerheid, geen
onverwachte wending
Smeerkaasarrest: rechtsgeldige wijze tot stand gekomen verdrag met directe werking gaat
voor op zowel vroegere wetten als op latere wetten
wetgevende normen buiten toepassing laten bij strijdigheid met interne verdragsbepaling
= algemeen rechtsbeginsel (HvC)
- Rechtsgeldige wijze tot stand gekomen
o Parlementaire instemming (art. 167 GW)
o Ratificatie: bekrachtiging door Koning
o Bekendmaking BS
o In werking getreden in internationale rechtsorde
- Directe werking
o Rechten en verplichtingen kunnen onmiddellijk zonder verdere tussenkomst
van overheid aan rechtsonderhorigen worden toegekend en opgelegd
Objectief criterium: bepalingen zijn voldoende duidelijk, precies en
onvoorwaardelijk kunnen worden toegepast (self-sufficient)
Subjectief criterium: bedoeling van verdragspartijen
o Europese Unierecht, EVRM, BUPO hebben directe werking
Waleffe: vermoeden van grondwettigheid van de wet onduidelijkheid: niet de bedoeling
van de wetgever de GW te schenden grondwetsconforme interpretatie
6
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
OG 1: Introductie tot de Grondwet en
grondwettelijke rechtspraak
Onderscheid GwH, RvS en HvC
GwH & RvS zijn bevoegd om daadwerkelijk een vernietigingsberoep uit te voeren, HvC kan
enkel verwerpen of adviseren en terugsturen
Normenhiërarchie
Internationale normen GW
Bijzondere wetten/decreten
Formele wetten/decreten/ordonnanties
Koninklijke besluiten/regeringsbesluiten
Ministeriële besluiten
Provinciale/gemeentelijke verordeningen
Bijzondere meerderheidswet
Art. 4 lid 3 GW: bij een stemming wordt geteld of een voorstel een meerderheid heeft
Bijzonder: 2/3 & meerderheid taalgroep
(Art. 195 GW: wijziging lid 5 meerderheid taalgroep = geen vereiste)
Grondwettelijke structuur
- Fundamentele rechten & vrijheden
- Werking van de staat
Rechten & vrijheden staan boven de machten & machthebbers
Beginsel van rechtsstaat = ongeschreven beginsel dat voortvloeit uit de volgorde in de GW
Bevoegdheid GwH
- Voorkomen van bevoegdheidsconflicten, art. 141 GW
- Uitspraak doen over... art. 142 GW
- Voorkomen en regelen van bevoegdheidsconflicten, art. 143 GW
Krachtens = uitvoerende of wetgevende macht besluit of formele wet
Bij = wetgevende macht
Middelen: argumenten die worden voorgelegd aan de rechtbank
1) Norm die schendt & norm die wordt geschonden (meestal GW bij GwH art.
waaraan GwH kan toetsen, ‘in samenhang met...’)
2) Inhoudelijke argumentatie
7
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
HC 2: Basisprincipes van het
Grondwettelijk recht deel 2
Actualiteit: klimaatzaak tegen de Belgische overheden
Overheden zijn veroordeeld tot het ondernemen van minimale maatregelen
Kritiek: de rechter moet het beleid niet voeren (beginsel van scheiding der machten)
Dus rechter heeft het minimum geoordeeld (zo niet, schending rechten van de mens)
WETTIGHEIDSBEGINSEL
Evolutie in onaantastbaarheid van de wet (Smeerkaasarrest)
Rechtstreekse toetsing van wetten aan grondwetsartikelen: wat de wetgever aangeeft, kan
beroep opgedaan worden in het Grondwettelijk Hof
Toetsing aan mensenrechtenverdragen, algemene beginselen en andere
grondwetsbepalingen gebeurt via art. 10 & 11 GW of analoge grondwetsbepalingen*!
*komen zowel in titel II als in EVRM voor GwH kan toetsen aan quasi alle rechten en
vrijheden en grondwettelijke beginselen
1980: bevoegdheidsverdelende regels
1988: GwH vult art. 10 & 11 GW aan om te toetsen aan grondrechten (omweg) ruimere
toetsingsbevoegdheid
2003: bijzondere wetgever breidt nog meer uit: Titel II, art. 170, 172, 191 GW
Omweg via art. 10 & 11 niet meer nodig, maar blijft wel
>< gewone hoven en rechtbanken: directe werking, duidelijke beschrijving (subjectief recht
afgeleid) is niet nodig aan verdragsbepalingen kan onrechtstreeks getoetst worden
Doel = bewaken dat de wetgever binnen de grenzen blijft die de GW en de verdragen
bepalen
Art. 10 & 11: er is altijd een uitzondering in een wet dat is afgeleid uit de schending van een
gelijkheidsbeginsel
Samenloop van grondrechten
Smeerkaasarrest >< toetsingsbevoegdheid GwH
Wet die strijdig is met een internationale rechtsnorm met directe werking, moet
buiten toepassing gelaten worden door de rechter wegens schending van de
internationale rechtsnorm (bv. vrijheid van meningsuiting: zelf toetsen of GwH?)
Oplossing: volgorde van toetsing (regeling in bijzondere wet)
1. Prejudiciële vraag aan GwH hele of gedeeltelijke analoge bepaling (aan Titel II GW)
ambsthalve nagaan
8
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
2. Uitzonderingen waarbij geen prejudiciële vraag gesteld moet worden:
a. Acte clair: duidelijk dat het niet om een schending gaat
b. Acte éclairé: duidelijk wel een schending, afgeleid uit een gelijkaardig
arrest van het GwH
Unierecht?
= eigen rechtsorde boven de Belgische rechtsorde principiële voorrang van Unierecht op
nationaal recht!
Voorwaarden: Melki-arrest, Hof van Justitie samenloopregeling wordt verenigbaar geacht
met het Unierecht
- Rechter moet op elk ogenblik een prejudiciële vraag aan HvJ kunnen stellen
- Rechter moet alle voorlopige maatregelen kunnen nemen die noodzakelijk zijn om
dde bescherming van de rechtsorde van de EU te verzekeren
- Rechter moet na de procedure van grondwettigheidstoetsing de wetgevende norm
buiten toepassing kunnen laten bij strijdig met Europese Unierecht
- Norm die dwingende bepalingen van EU-richtlijn omzetten prejudiciële vraag aan
HvJ over de geldigheid van de richtlijn
RECHTSSTAAT
Rechtsstaat – Rule of Law – l’état de droit
Rechtsstaat = materiële pijler van democratie (overheden
gebonden aan het recht) Democratie
Verkiezingen = formele pijler van democratie
De Grondrechten: drie categorieën
- Burgerlijke rechten = afweerrechten: kunnen niet
aangetast/berperkt worden door de overheid Rechtsstaat Verkiezingen
- Politieke rechten: burgerlijke deelname aan
democratie
- Economische, sociale en culturele rechten: overheid Scheiding der Fundamentele
moet actief iets doen om deze te realiseren (bv. machten rechten
recht op sociale zekerheid)
De Grondrechten: twee generaties
- Burgerlijke en politieke rechten
- Economische, sociale en culturele rechten
- (solidariteitsrechten: rekening houden met toekomstige generaties staan niet in
titel II GW, mag niet aan getoetst worden)
Standstill-beginsel
Wetgever mag geen stap terug zetten, is gebonden aan het Standstill-beginsel
geldt voor ALLE rechten die in een bepaald artikel (bv. art. 23 GW) zijn opgenomen ten
aanzien van de situatie vóór de wetgever het had aangenomen
= geen absoluut beginsel: uitzondering van aanzienlijkheid, bij aanzienlijke
achteruitgang mag dat wel wetgever moet zich gegrond verantwoorden
Grondwet (1831) EVRM (na WOII)
- Verbod van preventieve - Geen onderscheid tussen
maatregelen preventieve, regelende en
repressieve maatregelen
- Geen inhoudelijke voorwaarden - Wel inhoudelijke voorwaarden
9
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
wet/decreet/ordonnantie 1)Voorzien bij wet = materieel
= formeel wettigheidsbeginsel (wetgevende wettigheidsbeginsel
macht treedt op bij beperking grondrecht) - Juridische grondslag
- Toegankelijk (publicatie)
- Voorzienbaar (duidelijk)
1)Wettig doel
3)Nodig in democratiesche samenleving
ONLOSMAKELIJK GEHEEL
76-85
Grondrechten: derdenwerking tussen particulieren onderling
- Rechtstreeks: toepassing van grondrechten op relaties tussen particulieren
- Onrechtstreeks: wetgeving/rechtspraak die een grondrechtenconforme interpretatie
van privaatrechtelijke begrippen geeft
AARD VAN DE GRONDWET
Soevereiniteit van de Natie >< soevereiniteit van de vorst
Afstand van vorstelijk absolutisme: soevereiniteit bij de Natie vertegenwoordigd door de
Parlementen
verbod van imperatief mandaat: kiezer kan geen bindende richtlijnen geven aan degene
die hij verkiest (belofte = geen binding)
verbod van imperatief referendum: volk mag via referendum niet het beleid bepalen
consultatief, richtinggevend referendum mag
- Op federaal niveau (niet voorzien in de GW)
- Op gemeenschaps- en gewestniveau (art. 39bis GW)
- Op lokaal niveau (onder bepaalde voorwaarden)
verbod van delegatie: wetgever kan niet rechtstreeks aan minister delegeren, wel aan
Koning (federale regering)
Wordt soms wel gedaan bij dringende noodsituaties
uitholling van bevoegdheden van nationale soevereiniteit naar Europees niveau & niveau
van gemeenschappen en gewesten
Monarchie
- Erfelijk
- Koning = onschendbaar (burgerrechtelijk, strafrechtelijk en politiek)
- Geen macht, wel invloed
- Uitzonderlijk: besluitwetten tijdens oorlogstijd
- Regentschap (wanneer er nog geen koning is)
Ondergeschikte besturen
Beginsel van lokal autonomie: alles van lokaal belang behoort tot de lokale besturen
- De provincies: art. 1 lid 1 GW
o Art. 41 GW: afschaffing provinciale instellingen (niet gerealiseerd)
- De gemeenten
o De agglomeraties van gemeenten (bestaan niet meer)
o Binnen- en buitengemeentelijke besturen (districten)
10
Samenvatting Staatsrecht
HC & OG
1
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
HC 1: Basisprincipes van het
Grondwettelijk recht
FEDERALISME
Eenheidsstaat: alle gezag is centraal georganiseerd
- Deconcentratie: toewijzen van bevoegdheden onder gezag van centrale overheid
o Geen eigen rechtspersoonlijkheid
- Decentralisatie: geen vorm van hiërarchisch toezicht, maar administratief toezicht
(centrale overheid kan vernietigen, o.b.v. wettigheid of opportuniteit)
o Eigen rechtspersoonlijkheid, eigen instellingen
o >< rechter mag geen opportuniteit beoordelen, enkel wettigheid
Territoriaal: gemeenten, provincies
Functioneel: bepaald deel van overheid wordt aan instelling
gedelegeerd
België: centrifugaal (eenheidsstaat federale staat) >< centripetal
10-20: België
Drie ‘wetten’ van het federalisme:
1. Autonomie
Deelstaten zijn zelfstandige rechtspersonen, met eigen organen, bevoegdheden en financiële
middelen
- Residuaire bevoegdheid ligt bij federale overheid (>< art. 35 GW)
- Afzonderlijke rechtsordening per deelstaat: eigen Grondwet, eigen staatsinrichting
- Grondwettelijk Hof waakt over naleving van de bevoegdheidsverdeling & toetst op
grondwettigheid (centraal >< diffuus)
2. Participatie
Participatie waarborgt dat de federale Grondwet en de federale wetgeving niet eenzijdig tegen hun
wil in kunnen worden gewijzigd. tweekamerstelsel
- Eerste kamer vertegenwoordigt ganse Staat
- Tweede Kamer vertegenwoordigt deelstaten, bepaalt de bevoegdheidsverdeling mee
beiden gelijke bevoegdheid voor de herziening van de Grondwet & totstandkoming federale
wetgeving
3. Coöperatie
Duaal federalisme (volmaakte scheiding tussen beleidsniveaus) coöperatief federalisme
- Toenemende samenwerking tussen deelstaten onderling & deelstaten en federale overheid
- Vooral op uitvoerend vlak
189-212: provincies en gemeenten
België: federale staat diei de autonomie en de vreedzame coëxistentie mogelijk maakt
Ondergeschikte besturen:
- Provincies en gemeenten
Art. 41 GW: zelfstandige politieke lichamen met een onderscheiden rechtspersoonlijkheid
Art. 162 GW: bevoegdheid provincies en gemeenten overgedragen aan gewesten (moeten de
beginselen in de artikelen wel in acht nemen, zoals bevoegdheden van provinciaal en gemeentelijk
belang)
Provinciale en gemeentelijke verordeningen en besluiten onderworpen aan rechterlijk
wettigheidstoezicht & administratief toezicht van hogere overheid (wettigheid & opportuniteit)
2
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
- Gewesten bevoegd voor gewoon administratief toezicht: aangelegenheid is van provinciaal of
gemeentelijk belang
- Federale overheid, gemeenschappen en gewesten bevoegd voor specifiek administratief
toezicht: aangelegenheid is medebewind van provincie of gemeente
Drieledige structuur geregeld door gewesten:
- Provincieraad en gemeenteraad
- Uitvoerend orgaan
- Hoofd van het uitvoerend orgaan: provinciegouverneur & burgemeester vertegenwoordigen
hogere overheid in provincie of gemeente
Vlaams Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet: Raad voor Verkiezingsbetwistingen
België: 10 provincies Brussel-Hoofdstad onttrokken aan de indeling van provincies
- Vlaams-Brabant: arrondissementen Halle-Vilvoorde + Leuven
- Waals-Brabant: arrondissement Nijvel
Bovengemeentelijke besturen: volksraadplegingen, samenwerking, belastingsbevoegdheid onder
dezelfde voorwaarden als de provincies
PARLEMENTAIRE MONARCHIE
21-22
Parlementaire monarchie:
- Staatshoofd, de Koning, is erfelijk, onschendbaar en onverantwoordelijk onbekwaam om
alleen te handelen
- Samenwerking der machten: Parlement en Regering staan in wederzijdse afhankelijke
verhouding tegenover elkaar
- Regering is verantwoordelijk tegenover het Parlement
Presidentieel stelsel:
- Staatshoofd, de President, wordt rechtstreeks verkozen en heeft persoonlijke macht
- Strikte machtenscheiding tussen Parlement en Regering: onafhankelijke verhouding
- Regering is verantwoordelijk tegenover de President
België: gerationaliseerd parlementair stelsel: federale Regering kan in bepaalde gevallen tot ontslag
worden gedwongen, federaal Parlement kan in bepaalde gevallen worden ontbonden
Onschendbaarheid van de Koning is absoluut: op strafrechtelijk en burgerrechtelijk gebied beveiligd
Politiek: kan niet uit ambt ontzet worden of ter verantwoording geroepen worden
Regeringsleden moeten volledige politieke verantwoordelijkheid voor zijn handelingen opnemen
Ministriële verantwoordelijkheid: ministers verantwoordelijk tegenover Kamer van
volksvertegenwoordigers
Akten van Koning moeten medeondertekend worden door een minister
Geen macht, maar wel invloed: zijn advies is niet bindend, kan aanzet geven tot ontwikkelingen en
waarschuwen voor gevolgen
Federale wetgevende macht: Koning, Kamer van volksvertegenwoordigers & Senaat
NATIONALE SOEVEREINITEIT
24-28
3
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Montesquieu: willekeur vermijden drie staatsfuncties mogen niet in dezelfde hande
berusten, maar afzonderlijke organen zijn
Checks and balances: wederzijdse beperking van machten en onderlinge samenwerking
interdependentie > scheiding der machten = trias politica-leer
Rousseau: alle machten gaan uit van het volk, dat de collectieve soeverein is (algemeen
welzijn) soevereiniteit = absoluut, onvervreemdbaar en ondeelbaar, zelf-
vertegenwoordigend = politieke vrijheid
Sieyès (art. 33, 36, 37, 40 GW): nationale soevereiniteit ‘Alle machten gaan uit van de Natie’ =
collectiviteit van burgers uit verleden, heden en toekomst
vertegenwoordiging van de Natie gebeurt door verkozen parlementsleden (geen
imperatief mandaat, referenda verboden)
109-123
Soevereiniteit = hoogste gezag in de Staat, dat ertoe gemachtigd is de staatsinrichitng en het
grondwettelijk stelsel te bepalen
machten treden op als vertegenwoordigers van de Natie
= exclusief: geen andere macht dan die waaraan door de Natie via de GW gezag is toegekend,
is gerechtigd tot de uitoefening van enige soevereiniteit
= tegenreactie op vorstelijk absolutisme
Parlementaire soevereiniteit:
- Verbod van imperatief mandaat: parlementslid kan geen bindende instructies krijgen
van kiezers/partij
- Verbod van imperatief referendum: volk mag niet rechtstreeks tussenkomen in het
beleid (anders machtverschuiving van volksvertegenwoordiging naar volk zelf)
o Consultatief referendum mag wel: uitslag is niet bindend
Delegatie van bevoegdheden = verboden, maar delegaties van bijkomstige en aanvullende
bevoegdheden zijn toelaatbaar
Een ministrieel besluit mag niet afwijken van een koninklijk besluit, tenzij wanneer de Koning
daartoe uitdrukkelijk machtigt
>< supranationale publiekrechtelijke instellingen (EU, EHRM...) hebben nationale
soevereiniteit ondermijnd
Recht van de Europese Unie heeft voorrang op elke nationale rechtsregel, incl. GW (volgens
HvJ)
SCHEIDING DER MACHTEN
= samenwerking der machten
= wederzijdse controle RM onafhankelijk van tee andere machten, past alle besluiten en
uitvoeringen van de UM en de WM toe wanneer ze met de wet overeen stemmen
= algemeen rechtsbeginsel
38-42
Federale wetgevende macht: Koning, Kamer, Senaat
4
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Federale uitvoerende macht: Koning
Rechterlijke macht: hoven en rechtbanken onfhankelijkheid rechters
HvC: scheiding der machten is een algemeen rechtsbeginsel
WETTIGHEIDSBEGINSEL
- Wet in materiële zin = rechtsregel die voor iedereen geldt
- Wet in formele zin = rechtsregel gemaakt door wetgevende macht (parlementen)
- Wet in louter formele zin = bv. begrotingswet
- Wet in louter materiële zin = bv. reglementair besluit
- Interpretatieve wet = wet die vroegere wet interpreteert (retroactief)
Essentiële elementen worden bepaald door de wetgever
Voorwaarden delegatie:
- Uitzonderlijke omstandigheden
- Uitdrukkelijk en ondubbelzinnig geformuleerd
- Bekrachtiging door wetgever binnen termijn
Versterkt Verzwakt
wettigheidsbeginsel wettigheidsbeginsel
Onderwijs Wettigheidsbeginsel Ecomische, sociale en
Art. 24, § 5 Gw Bv. fiscaal culturele rechten
Strafzaken art. 170 Gw art. 23 Gw
Art. 12 Gw art. 172 Gw Wel delegatie essentiële
Geen delegatie elementen (enkel
essentiële elementen onderwerp aangeven)
Voorrang wetgevende macht verschuift:
- Feitelijke verschuiving: UM heeft beleid in handen, belangrijkste spilfiguur in
scheiding der machten
- Juridische verschuiving: voorrang van wet neemt af
o Redisuaire bevoegdheid: verschuiving federale wetgever deelstaten (art. 35
GW)
o Authentieke interpretatie door decreetgever, art. 84, 133 GW
(gemeenschapsdecreten, geen gewestdecreten, geen ordonnanties)
o Rechterlijke toetsing van wetten
Aan verdragen: Cassatie: Smeerkaasarrest (1971) verdrag heeft
voorrang op de wet (voorwaarden: geldige totstandkoming & directe
werking)
Aan de GW: voorrang aan de GW op de wet is rol van RM
grondwetsconforme interpretatie (Waleffe)
43-75
‘bij’ of ‘door’ de wet: WM uitsluitend bevoegd
5
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
Wetgevende delegaties aan de Koning van essentiële elementen geregeld ‘bij’ of ‘door de
wet
- Uitzonderlijke omstandigheden moeten de machtiging verantwoorden
- Machtiging moet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig zijn
- Maatregelen moeten worden bekrachtigd bij wet binnen een relatief korte termijn
‘krachtens’ de wet: WM mag regelingsbevoegdheid opdragen aan de Koning
Wetgevende macht:
- Residuaire bevoegdheden, andere machten hebben toegewezen bevoegdheden
- Wetgever zelf moet grondwettigheid van wetten beoordelen
- Interpretatie
o UM: onderworpen aan rechterlijk toezicht
o Federale wetgever moet GW interpreteren, aanvullen: onderworpen aan
controle van GwH
o Enkel de wet kan een authentieke uitlegging van de wetten geven
o Art. 84 GW: interpretatieve wet (ex tunc) toepassen op hangende
rechtsgedingen
Vermomde interpretatieve wet: GwH toetst aan art. 10 & 11 GW
Hangend rechtsgeding
Uitzonderlijke omstandigheden
Dwingende motieven van algemeen belang
Geeft uitleg over een eerdere wet, herstelt rechtszekerheid, geen
onverwachte wending
Smeerkaasarrest: rechtsgeldige wijze tot stand gekomen verdrag met directe werking gaat
voor op zowel vroegere wetten als op latere wetten
wetgevende normen buiten toepassing laten bij strijdigheid met interne verdragsbepaling
= algemeen rechtsbeginsel (HvC)
- Rechtsgeldige wijze tot stand gekomen
o Parlementaire instemming (art. 167 GW)
o Ratificatie: bekrachtiging door Koning
o Bekendmaking BS
o In werking getreden in internationale rechtsorde
- Directe werking
o Rechten en verplichtingen kunnen onmiddellijk zonder verdere tussenkomst
van overheid aan rechtsonderhorigen worden toegekend en opgelegd
Objectief criterium: bepalingen zijn voldoende duidelijk, precies en
onvoorwaardelijk kunnen worden toegepast (self-sufficient)
Subjectief criterium: bedoeling van verdragspartijen
o Europese Unierecht, EVRM, BUPO hebben directe werking
Waleffe: vermoeden van grondwettigheid van de wet onduidelijkheid: niet de bedoeling
van de wetgever de GW te schenden grondwetsconforme interpretatie
6
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
OG 1: Introductie tot de Grondwet en
grondwettelijke rechtspraak
Onderscheid GwH, RvS en HvC
GwH & RvS zijn bevoegd om daadwerkelijk een vernietigingsberoep uit te voeren, HvC kan
enkel verwerpen of adviseren en terugsturen
Normenhiërarchie
Internationale normen GW
Bijzondere wetten/decreten
Formele wetten/decreten/ordonnanties
Koninklijke besluiten/regeringsbesluiten
Ministeriële besluiten
Provinciale/gemeentelijke verordeningen
Bijzondere meerderheidswet
Art. 4 lid 3 GW: bij een stemming wordt geteld of een voorstel een meerderheid heeft
Bijzonder: 2/3 & meerderheid taalgroep
(Art. 195 GW: wijziging lid 5 meerderheid taalgroep = geen vereiste)
Grondwettelijke structuur
- Fundamentele rechten & vrijheden
- Werking van de staat
Rechten & vrijheden staan boven de machten & machthebbers
Beginsel van rechtsstaat = ongeschreven beginsel dat voortvloeit uit de volgorde in de GW
Bevoegdheid GwH
- Voorkomen van bevoegdheidsconflicten, art. 141 GW
- Uitspraak doen over... art. 142 GW
- Voorkomen en regelen van bevoegdheidsconflicten, art. 143 GW
Krachtens = uitvoerende of wetgevende macht besluit of formele wet
Bij = wetgevende macht
Middelen: argumenten die worden voorgelegd aan de rechtbank
1) Norm die schendt & norm die wordt geschonden (meestal GW bij GwH art.
waaraan GwH kan toetsen, ‘in samenhang met...’)
2) Inhoudelijke argumentatie
7
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
HC 2: Basisprincipes van het
Grondwettelijk recht deel 2
Actualiteit: klimaatzaak tegen de Belgische overheden
Overheden zijn veroordeeld tot het ondernemen van minimale maatregelen
Kritiek: de rechter moet het beleid niet voeren (beginsel van scheiding der machten)
Dus rechter heeft het minimum geoordeeld (zo niet, schending rechten van de mens)
WETTIGHEIDSBEGINSEL
Evolutie in onaantastbaarheid van de wet (Smeerkaasarrest)
Rechtstreekse toetsing van wetten aan grondwetsartikelen: wat de wetgever aangeeft, kan
beroep opgedaan worden in het Grondwettelijk Hof
Toetsing aan mensenrechtenverdragen, algemene beginselen en andere
grondwetsbepalingen gebeurt via art. 10 & 11 GW of analoge grondwetsbepalingen*!
*komen zowel in titel II als in EVRM voor GwH kan toetsen aan quasi alle rechten en
vrijheden en grondwettelijke beginselen
1980: bevoegdheidsverdelende regels
1988: GwH vult art. 10 & 11 GW aan om te toetsen aan grondrechten (omweg) ruimere
toetsingsbevoegdheid
2003: bijzondere wetgever breidt nog meer uit: Titel II, art. 170, 172, 191 GW
Omweg via art. 10 & 11 niet meer nodig, maar blijft wel
>< gewone hoven en rechtbanken: directe werking, duidelijke beschrijving (subjectief recht
afgeleid) is niet nodig aan verdragsbepalingen kan onrechtstreeks getoetst worden
Doel = bewaken dat de wetgever binnen de grenzen blijft die de GW en de verdragen
bepalen
Art. 10 & 11: er is altijd een uitzondering in een wet dat is afgeleid uit de schending van een
gelijkheidsbeginsel
Samenloop van grondrechten
Smeerkaasarrest >< toetsingsbevoegdheid GwH
Wet die strijdig is met een internationale rechtsnorm met directe werking, moet
buiten toepassing gelaten worden door de rechter wegens schending van de
internationale rechtsnorm (bv. vrijheid van meningsuiting: zelf toetsen of GwH?)
Oplossing: volgorde van toetsing (regeling in bijzondere wet)
1. Prejudiciële vraag aan GwH hele of gedeeltelijke analoge bepaling (aan Titel II GW)
ambsthalve nagaan
8
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
2. Uitzonderingen waarbij geen prejudiciële vraag gesteld moet worden:
a. Acte clair: duidelijk dat het niet om een schending gaat
b. Acte éclairé: duidelijk wel een schending, afgeleid uit een gelijkaardig
arrest van het GwH
Unierecht?
= eigen rechtsorde boven de Belgische rechtsorde principiële voorrang van Unierecht op
nationaal recht!
Voorwaarden: Melki-arrest, Hof van Justitie samenloopregeling wordt verenigbaar geacht
met het Unierecht
- Rechter moet op elk ogenblik een prejudiciële vraag aan HvJ kunnen stellen
- Rechter moet alle voorlopige maatregelen kunnen nemen die noodzakelijk zijn om
dde bescherming van de rechtsorde van de EU te verzekeren
- Rechter moet na de procedure van grondwettigheidstoetsing de wetgevende norm
buiten toepassing kunnen laten bij strijdig met Europese Unierecht
- Norm die dwingende bepalingen van EU-richtlijn omzetten prejudiciële vraag aan
HvJ over de geldigheid van de richtlijn
RECHTSSTAAT
Rechtsstaat – Rule of Law – l’état de droit
Rechtsstaat = materiële pijler van democratie (overheden
gebonden aan het recht) Democratie
Verkiezingen = formele pijler van democratie
De Grondrechten: drie categorieën
- Burgerlijke rechten = afweerrechten: kunnen niet
aangetast/berperkt worden door de overheid Rechtsstaat Verkiezingen
- Politieke rechten: burgerlijke deelname aan
democratie
- Economische, sociale en culturele rechten: overheid Scheiding der Fundamentele
moet actief iets doen om deze te realiseren (bv. machten rechten
recht op sociale zekerheid)
De Grondrechten: twee generaties
- Burgerlijke en politieke rechten
- Economische, sociale en culturele rechten
- (solidariteitsrechten: rekening houden met toekomstige generaties staan niet in
titel II GW, mag niet aan getoetst worden)
Standstill-beginsel
Wetgever mag geen stap terug zetten, is gebonden aan het Standstill-beginsel
geldt voor ALLE rechten die in een bepaald artikel (bv. art. 23 GW) zijn opgenomen ten
aanzien van de situatie vóór de wetgever het had aangenomen
= geen absoluut beginsel: uitzondering van aanzienlijkheid, bij aanzienlijke
achteruitgang mag dat wel wetgever moet zich gegrond verantwoorden
Grondwet (1831) EVRM (na WOII)
- Verbod van preventieve - Geen onderscheid tussen
maatregelen preventieve, regelende en
repressieve maatregelen
- Geen inhoudelijke voorwaarden - Wel inhoudelijke voorwaarden
9
, SAMENVATTING STAATSRECHT 2024
wet/decreet/ordonnantie 1)Voorzien bij wet = materieel
= formeel wettigheidsbeginsel (wetgevende wettigheidsbeginsel
macht treedt op bij beperking grondrecht) - Juridische grondslag
- Toegankelijk (publicatie)
- Voorzienbaar (duidelijk)
1)Wettig doel
3)Nodig in democratiesche samenleving
ONLOSMAKELIJK GEHEEL
76-85
Grondrechten: derdenwerking tussen particulieren onderling
- Rechtstreeks: toepassing van grondrechten op relaties tussen particulieren
- Onrechtstreeks: wetgeving/rechtspraak die een grondrechtenconforme interpretatie
van privaatrechtelijke begrippen geeft
AARD VAN DE GRONDWET
Soevereiniteit van de Natie >< soevereiniteit van de vorst
Afstand van vorstelijk absolutisme: soevereiniteit bij de Natie vertegenwoordigd door de
Parlementen
verbod van imperatief mandaat: kiezer kan geen bindende richtlijnen geven aan degene
die hij verkiest (belofte = geen binding)
verbod van imperatief referendum: volk mag via referendum niet het beleid bepalen
consultatief, richtinggevend referendum mag
- Op federaal niveau (niet voorzien in de GW)
- Op gemeenschaps- en gewestniveau (art. 39bis GW)
- Op lokaal niveau (onder bepaalde voorwaarden)
verbod van delegatie: wetgever kan niet rechtstreeks aan minister delegeren, wel aan
Koning (federale regering)
Wordt soms wel gedaan bij dringende noodsituaties
uitholling van bevoegdheden van nationale soevereiniteit naar Europees niveau & niveau
van gemeenschappen en gewesten
Monarchie
- Erfelijk
- Koning = onschendbaar (burgerrechtelijk, strafrechtelijk en politiek)
- Geen macht, wel invloed
- Uitzonderlijk: besluitwetten tijdens oorlogstijd
- Regentschap (wanneer er nog geen koning is)
Ondergeschikte besturen
Beginsel van lokal autonomie: alles van lokaal belang behoort tot de lokale besturen
- De provincies: art. 1 lid 1 GW
o Art. 41 GW: afschaffing provinciale instellingen (niet gerealiseerd)
- De gemeenten
o De agglomeraties van gemeenten (bestaan niet meer)
o Binnen- en buitengemeentelijke besturen (districten)
10