Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Organisatiekunde, beleid en recht - Samenvatting

Note
-
Vendu
5
Pages
38
Publié le
28-02-2025
Écrit en
2024/2025

Samenvatting van: - Jeugdprofessionals tussen praktijk en overheidsbeleid HF 1 t/m 10 - Jeugdrecht begrepen HF 16 - Artikel WMO 2015 - De organisatie als hulpmiddel HF 1 - Kwaliteit met beleid HF1.3 De meeste gemarkeerde begrippen in het boek zijn dikgedrukt in samenvatting, onderzoekers zijn rood gemarkeerd. Voor 2e jaars Pedagogiek-studenten aan het NHL-Stenden. Spellingsfouten en incorrecte grammatica zijn niet uitgesloten.

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
28 février 2025
Nombre de pages
38
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Jeugdprofessionals tussen praktijk en overheidsbeleid
3e druk, Witte, T.
Hoofdstuk 1 t/m 10
Hoofdstuk 1. Ingeklemd tussen beleid en praktijk
Paragraaf 1.1 Tussen beleid en praktijk
In 2015 legt de rijsoverheid de verantwoordelijkheid voor o.a. het jeugdbeleid en de uitvoering
van een aantal wetten grotendeels bij gemeenten/lokale overheid. Het idee hierachter was dat
de gemeenten sneller lichte jeugdhulp en opvoedondersteuning kunnen bieden door maatwerk
te leveren. Bovendien zouden hierdoor de stijgende zorgkosten verminderd worden. De
resultaten van dit beleid valt tot op heden tegen, vind ook de SCP die dit beschrijft in het
rapport Sociaal domein op koers?
De verschuiving van zwaardere naar lichtere hulp is niet goed uit de verf gekomen, er is nog
steeds onvoldoende passende hulp voor jeugd beschikbaar, de integrale aanpak van
jeugdvraagstukken en de interprofessionele samenwerking zijn onvoldoende van de grond
gekomen, vroegtijdig hulp bieden lukt niet etc. Het doel van het beleid van 2015, burgers meer
zelfredzaam maken, is niet voor iedereen weggelegd. Ook de coronacrisis heeft zijn nasleep
nog steeds.
De laatste jaren is de behoefte om invloed uit te oefenen op het jeugd- en sociaal beleid
toegenomen.

Paragraaf 1.2 Beroepscompetentie, beroepscode en jeugdbeleid
Professionals in het sociaal en jeugddomein behoren geen slaafse uitvoerders en speelbal van
beleid te zijn. Indien nodig bieden ze tegenwicht en laten ze de stem van kwetsbaren
doorklinken bij politiek en beleid. De kansen voor opgroeien en opvoeden wordt beïnvloed door
beleidskeuzes in politiek en samenleving. De pedagoog heeft een signalerende, adviserende en
ondersteunende taak t.a.v. het beleid van maatschappelijke organisaties, landelijke en lokale
overheden die van invloed zijn op het leven en leren van kinderen, jongeren, gezinnen,
onderwijs, opvang en gezinsvervangende instellingen. Er zijn 3 pedagogische kerntaken,
beschreven in het competentieprofiel voor de opleiding pedagogiek:
1. Opgroeien en opvoeden ondersteunen
2. Condities voor opgroeien en opvoeden bevorderen
a. Pedagogen dragen als onderzoekende professional systemisch bij aan
beroepsinnovaties en kennisontwikkeling
b. Pedagogen onderzoeken relevante pedagogische vraagstukken en vertalen
uitkomsten naar beleidsadviezen voor o.a. instellingen en overheden
c. Pedagogen onderzoeken beleid van instellingen, overheden etc. en wijzen op de
gevolgen ervan voor het opgroeien en opvoeden
3. Professionaliteit versterken.
In het beroepsprofiel van de sociaal werker worden deze kerntaken ook benoemd, maar dan in
andere woorden. De beroepscodes voor jeugdprofessionals en sociaal werkers geven
ondersteuning bij morele en ethische kwesties tijdens de beroepsuitoefening. Het bevat
uitgangspunten en regels die zorg dragen voor het welzijn van de cliënt, en fungeert als kader
bij de reflectie op eigen handelen. De beroepscode dient dus als toetssteen voor het juiste
handelen in concrete situaties bij complexe ethische vragen.

Paragraaf 1.3 Structuurgericht en gelaagd werken
De focus van de jeugdprofessional behoort klaarblijkelijk niet alleen gericht te zijn op de client,
maar ook op de organisatie en op beleid, bestuur en politiek. Het werken in het jeugddomein
kenmerkt zich door een zekere hiërarchische gelaagdheid met een grote diversiteit aan spelers.
De jeugdproffesional heeft te maken met een aantal lagen, die het werk (in)direct beïnvloeden:
- Bestuurlijke en juridische laag (beleid): ministeries en gemeenten die met wet- en
regelgeving de beleidskaders bepalen van het jeugdbeleid
- Organisatorische laag: zorgorganisaties en jeugdinstellingen op lokaal en regionaal
niveau, CJG, wijkteams die samen met andere partners het uitvoerende werk van
professionals inkaderen.
- Jeugdprofessionals in het veld: pedagogen, jongerenwerkers enz.
- Gebruikers: cliënten
Iedere laag heeft weer eigen doelen en belangen die soms met elkaar kunnen botsen. De
jeugdprofessional moet dus niet alleen oog hebben voor het belang van de individuele client,
maar ook voor de factoren die kwetsbare jongeren en gezinnen bedreigen en deze via
systematische signalering aan de kaak stellen op bestuurlijk/organisatorisch niveau.

,Jeugdprofessionals moeten schakelen tussen alle verschillende lagen, dus balanceren tussen
praktijk en beleid.
De praktijk leert tot nu toe dat professionals in het jeugd- en sociaal domein te weinig kennis
hebben van, of moeite hebben met het balanceren tussen de belangen van de jongere, het
eigen professionele perspectief en het beleid van de eigen instelling en dat van de overheid. Bij
structuurgericht werken is voor de uitvoerende professional steun van de eigen organisatie van
groot belang om zich kritisch te kunnen en durven opstellen t.a.v. falend overheidsbeleid. Dit is
voor organisaties soms lastig, omdat ze huiverig zijn dat een kritische houding hun financiële
relatie met de overheid kan schaden.

Paragraaf 1.4 Interprofessioneel samenwerken
Een belangrijke competentie voor jeugdprofessionals is dat zij interprofessioneel kunnen
samenwerken met andere professionals in het sociaal en jeugddomein. Veel problemen
waarmee bewoners, jongeren en gezinnen kampen zijn meervoudig en dus complex. Dit vraagt
professionals die niet alleen vanuit het eigen referentiekader denken en handelen, maar zich
ook verplaatsen in het referentiekader van professionals van een andere discipline om tot een
gezamenlijke oplossing te komen.

,Hoofdstuk 2. Jeugdbeleid in Nederland
Paragraaf 2.1 Beleid en overheid
Beleid is het kiezen van doelen, het effectief en efficiënt inzetten van middelen in een
bepaalde tijdsvolgorde. Beleid omvat 3 belangrijke onderdelen: doelen, middelen en planning.
Beleid is niet iets statistisch, maar vrijwel altijd in beweging. Naast de overheid
(overheidsbeleid) voeren andere organisaties en instellingen in het jeugddomein beleid
(instellingsbeleid). Zolang overheids- en instellingsbeleid onderling op elkaar zijn afgestemd,
is er niks aan de hand. De praktijk leert echter dat dit niet altijd het geval is. Inzicht in het
beleid van de overheid en van je eigen instelling is belangrijk voor een effectieve en efficiënte
taakuitvoering. Binnen het jeugd- en gezinsbeleid kunnen we 3 vormen van beleid
onderscheiden:
- Curatief beleid (genezend): gericht op het beperken van de negatieve gevolgen van
een situatie door achteraf maatregelen te treffen.
- Preventief beleid (voorkomend): voorkomen van een ongewenste situatie door
voortijdig maatregelen te nemen.
- Repressief beleid (onderdrukkend): onderdrukken, beteugelen of bedwingen van een
ongewenste (acute) situatie.
‘De overheid’ bestaat eigenlijk niet; er zijn meerdere en vooral verschillende overheid die met
bijv. jongeren te maken hebben. De overheid vormt het hoogst bevoegde gezag op een
bepaald territorium of grootgebied en bestaat uit bestuurders, bestuursorganen en het
ambachtelijke apparaat. De belangrijkste kerntaken van de overheid zijn grondwettelijk gezien
de volgende:
1. Zorgen voor openbare orde en veiligheid
2. Zorgen voor sociaaleconomische zaken als werkgelegenheid, sociale zekerheid en
arbeidsomstandigheden
3. Zorgen voor sociaal-culturele zaken als welzijn, onderwijs, volksgezondheid en kunst
Een discussie die al enige tijd wordt gevoerd, is in hoeverre en hoe intensief overheden zich
willen, moeten en mogen bemoeien met het wel en wee van de burgers.

Paragraaf 2.2 Jeugd als beleidsprobleem en- vraagstuk
Jongeren scoren altijd hoog op de klachtenlijst van bewoners en genieten met enige regelmaat
de politieke aandacht van de (lokale) overheid. De klachten over de jeugd zijn al eeuwenoud; er
is niks nieuws aan.
Een probleem beschrijven we als een situatie die mensen als ongewenst en verstorend
beschouwen omdat deze hen op 1 of andere manier persoonlijk en in negatieve zin raakt. Er
bestaan 2 soorten problemen:
- Getemde problemen: relatief eenvoudige kwesties waarvan deskundigen weten hoe
deze in elkaar steken. De oplossing is voor de hand liggend.
- Ongetemde beleidsproblemen: kennis en inzicht van professionals lopen uiteen en
men verschilt van menig over de wenselijke oplossing. Jeugdcriminaliteit is een
voorbeeld hiervan.
Hierbij komt wel dat problemen subjectief zijn. Jongeren zien zichzelf (vaak terecht) niet als een
probleem, terwijl volwassenen wel zo oordelen. Dit maakt het oplossen van bijv. jeugdkwesties
voor beleidsmakers en uitvoerende professionals niet eenvoudig.
Het problematiseren van kwesties met de jeugd wordt vooral duidelijk bij het stigmatiseren;
telkens krijgen groepen jongeren nieuwe etiketten opgeplakt. Het jeugdvraagstuk roept een
zeker ongeduld over het beleid op. De samenleving lijkt (over)gevoeliger te reageren op
ongewenste situaties en eist dat de overheid ze direct oplost. De collectieve verontwaardiging
is snel groot, en de prikkelbare houding ook. Het geroep om harde maatregelen neemt hierdoor
toe; het beleid neigt soms naar een militant karakter.
Voor een deel heeft het maatschappelijke ongeduld met jongeren te maken met het feit dat de
samenleving steeds complexer is geworden. De culturele contrasten zijn toegenomen. Hoewel
de 2e en 3e migratiegeneratie jongeren het qua integratie, leren en studeren steeds beter doen,
is er nog altijd sprake van een aanzienlijke achterstand op het gebied van scholing, werk en
wonen. Hun uitzichtloze situatie leidt tot wantouwen en verwarring, waardoor de kans op het
afglijden naar criminaliteit en illegaliteit toeneemt. Hun vertrouwen in de politiek is gering, wat
kan leiden tot explosieve situaties.

Paragraaf 2.3 Jeugdbeleid door de tijd heen
De jeugd is een constant onderwerp van beleid en zorg, dat is altijd al zo geweest. De
industrialisatie in de 2e helft van de 19e eeuw, en de kwalijke gevolgen daarvan trokken

, langzaam de aandacht van sociaal betrokken mensen. De ernst van de problematiek drong ook
langzaam door tot de overheid. De afschaffing van kinderarbeid en de invoering van de
Leerplichtwet in 1901 waren de eerste, zeer bescheiden tekenen dat het welzijn en de
gezondheid van jongeren de aandacht van de overheid kreeg. De Nederlandse Bond tot
Kinderbescherming oefende druk uit op de overheid om nodige wettelijke voorzieningen te
treffen.
Anders dan tegenwoordig was het begeleiden, beschaven en opvoeden van jongeren een taak
van de kerken en particuliere charitatieve instellingen. In het jaar van de Leerplichtwet traden
ook wetten in werking waarin de opvoedingsplicht van ouders werd geregeld. Dit zorgde ervoor
dat als de opvoeding echt slecht gaat, de overheid mag ingrijpen. In 1921 werden deze
maatregelen uitgebreid met de mogelijkheid tot een OTS en de aanstelling van een
kinderrechter, die kinderen kon plaatsen in particuliere tehuizen.
In 1915 werd een ‘Staatscommissie tot onderzoek naar de ontwikkeling van jeugdige personen’
ingesteld, naar aanleiding van tal van klachten over de baldadigheid van jongeren. In 1919
constateerde deze commissie somber dat de ontwikkelingen (WOI, urbanisatie etc.) een
demoraliserende en negatieve invloed hadden op het gedrag van jongeren. Door de jeugd te
disciplineren kon in zekere zin de toekomst in bedwang worde gehouden, zo was toen
heersende gedachte. De overheid hield zich vooralsnog op een afstand. Ondanks alle
inspanningen, slaagde de kerk etc. er niet in de kwestie ‘jeugd’ op te lossen.
Na 1945 heerste angst dat jongeren meegesleurd zouden worden door het hoge tempo waarin
NL moderniseerde. Een zekere morele paniek maakte zich weer meester van de bestuurlijke en
kerkelijke elite. In 1948 gaf de regering opdracht een onderzoek in te stellen naar het ontstaan
en de beïnvloeding van de mentaliteit van de zogenaamde massajeugd. Er kwamen rapporten,
die overdreven lieten zien hoe ernstig het gesteld was. Het was duidelijk dat de overheid zich
van nu af aan op een of andere manier beleidsmatig en financieel intensiever moest gaan
bemoeien met ‘onmaatschappelijke’ gezinnen en ‘misplaatst’ gedrag van jongeren.
In 1952 werd er een Ministerie van Maatschappelijk werk opgericht dat zich buiten het
onderwijs bezig ging houden met het opgroeiproces van kind tot jongvolwassene. Jongeren
moesten worden begeleid in hun gedragingen en ontwikkeling en vooral niet worden
onderdrukt. Voor het eerst stelde de rijksoverheid substantiële subsidies beschikbaar om
dergelijke doelen te verwezenlijken. Er ontstonden in de jaren 60-70 veel gespecialiseerde
jeugd- en gezinsinstellingen, maar er was ook kritiek op het ontstane jeugdstelsel. Het
verschijnsel van uit huis en uit instellingen weglopende kinderen nam toe en ouders klaagden
dat ze niet werden gehoord en geholpen. Het gevolg hiervan was de opkomst van alternatieve
hulpverlening.
Tussen 1965-1982 stonden in het jeugdbeleid begrippen centraal als ‘emancipatie’ enz. Het
jeugdbeleid dijde onder het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk verder
uit. Het jeugdbeleid in deze jaren kenmerkt zich door een curatieve en preventieve aanpak. In
1982 werd het Ministerie van CRM en Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur met
een nieuwe visie: van verzorgingsstaat naar een zorgzame samenleving. In 1989 werd de Wet
op jeugdhulpverlening van kracht. De uitgangspunten van deze wet waren tijdige, bij voorkeur
preventieve, kortdurende hulpverlening dicht bij huis. Daartoe diende de jeugdsector op de
schop genomen te worden:
1. Jeugdhulp naar lager beleidsniveau te brengen, en dus centralisatie naar provincies
2. Een andere vorm van financiering
3. De hulpverleningscapaciteit rechtvaardiger te herverdelen
4. Te streven naar schaalvergroting omdat veel residentiele instellingen klein waren.
In 1987 werd het welzijnsbeleid gedecentraliseerd naar gemeenten. De softe aanpak in de
jaren 60-70 maakte midden jaren 80 plaats voor een nieuwe strengheid en zorgelijkheid. Dit
kwam o.a. door de economische recessie wat jeugdwerkloosheid veroorzaakte en de vrees voor
asociaal gedrag deed toenemen. Ook hing het samen met het verloren vertrouwen in de
maakbaarheid van de samenleving. Succes en mislukking werden niet langer toegeschreven
aan de overheid, maar aan de inzet van het individu zelf en zijn directe sociale omgeving. De
samenleving moest zelfredzamer worden. Er werd meer en meer geloof gehecht aan een
krachtige preventieve aanpak.
In 1993 constateerde het Ministerie van WVC dat het toekomstperspectief niet voor alle
jongeren even gunstig en hoopvol was. 3 categorieën jeugdigen baarden het ministerie zorgen:
1. Jongeren die hard opvoedingsondersteuning nodig hadden
2. Jongeren die maatschappelijk niet participeerden
3. Zwerfjongeren (dak- en thuislozen)
Verder dan deze constatering bleef het niet. Onder het kabinet-Kok I werd het Ministerie van
WVC omgedoopt tot Volksgezondheid, Welzijn en Sport en maakte de rijksoverheid een zekere
€8,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
dout1986T NHL Stenden Hogeschool
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
100
Membre depuis
2 année
Nombre de followers
34
Documents
16
Dernière vente
1 jours de cela

Hi, ik verkoop mijn eigen gemaakte samenvattingen van de opleiding Pedagogiek op het NHL Stenden! Momenteel zit ik in het 3e jaar van de opleiding. Het 1e & 2e jaar heb ik alle tentamens met een 8 of 9 gehaald, met behulp van mijn samenvattingen. Ik probeer een duidelijke layout te handhaven en probeer de samenvattingen zo beknopt mogelijk te maken! Aantekeningen van eventuele colleges verwerk ik of in de samenvatting of zet ik achteraan de samenvatting.

Lire la suite Lire moins
4,0

17 revues

5
8
4
5
3
2
2
0
1
2

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions