Samenvatting theorie lo semester 1
1. Het vakconcept lichamelijke opvoeding
Waarom is Lo belangrijk?
Opbouwen van conditie, overgewicht voorkomen en betere schoolprestaties.
Ontwikkeling persoonlijkheid en sociale vaardigheden.
Als actieve ontspanning.
Als stimulans op te bewegen buiten school.
Beter concentratievermogen.
Taalontwikkeling.
Vakconcept LO
Goed gefundeerd en samenhangend geheel van opvattingen over LO. Een vakconcept stelt doelen,
inhouden, methoden en aanpak voor gelijkvormigheid van alle scholen van het Vlaamse land.
Geleefd vakconcept De kijk op het vak hoe de leerkracht LO het beleeft.
Gesproken vakconcept het vakconcept dat aanwezig is in het alledaags spreken tussen
leerkrachten LO. Bijv bij het vergaderen.
Het besproken vakconcept Wanneer vakconceptuele items uitdrukkelijk het onderwerp van de
bespreking vormen. Het is helder en vertoont samenhang.
Wash out – effect Je motivatie om je vak als een echt onderwijsvak te beschouwen vermindert.
Functies vakconcept
Verdedigt en rechtvaardigt het vak in het schoolcurriculum. Het geeft bestaansrecht.
Het dient als een wegwijzer. Het helpt innoveren.
Het is een werkinstrument waarmee je met anderen samen iets realiseert.
Vakconcept bewegingsopvoeding
De motorische competenties handiger, vloeiender, nauwkeuriger bewegen.
Een gezonde veilige en fitte levensstijl lichaamshygiëne, controle van ademhaling, opbouwen
conditie.
Zelfsturing naar een realistisch zelfbeeld. omgaan met eigen mogelijkheden en beperkingen.
Het sociaal functioneren. Leren samenwerken, respect opbrengen, afspraken naleven.
, 2. ZILL: motorische en zintuigelijke ontwikkeling
We bouwen de bewegingsmogelijkheid van leerlingen uit door hen basisvaardigheden te
ontwikkelen tot specifieke vaardigheden zodat ze handiger, vloeiender, efficiënter, nauwkeuriger,
zelfstandiger bewegen en daarbij met steeds meer componenten rekening kunnen houden.
Ontwikkelthema’s
Zintuigelijke ontwikkeling Ik kan mijn zintuigen optimaal gebruiken.
Lichaams- en bewegingsperceptie Ik ken mijn lichaam en beschik over een goede
lichaamscoördinatie.
Omgaan met bewegingsruimte- en tijd Ik kan mijn beweging afstemmen op tijd en ruimte.
Grootmotorisch bewegen Ik beweeg vlot en behendig.
Kleinmotorisch bewegen Ik beheers mijn spraak- en gezichtsmotoriek en schrijf vloeiend.
Zintuigelijke ontwikkeling Vormen de toegangspoort voor ontvangen en beleven bij leerlingen. Ik
kan mijn zintuigen optimaal gebruiken
Lichaams- en bewegingsperceptie Dit thema focust op het bewustzijn van het lichaam bij
leerlingen, zodat ze gecontroleerd en gecoördineerd kunnen bewegen. De nadruk ligt op het
ontwikkelen van proprioceptieve vaardigheden, waaronder het aanvoelen en organiseren van
bewegingen, evenwichtsbehoud, en bewustzijn van lichaamsassen en lateraliteit. Ik ken mijn lichaam
en beschik over een goede lichaamscoördinatie
Lateralisatie vanaf ongeveer 6 jaar wordt er bepaald of je links of rechtshandig bent.
Omgaan met bewegingsruimte en tijd Leerlingen vlot laten omgaan met tijd en ruimte, zich beter
kunnen oriënteren in de ruimte, snelheden bepalen… Ik kan mijn beweging afstemmen op tijd en
ruimte
Groot motorisch bewegen We willen een bepaalde beweging vlot, behendig en goed
gecoördineerd uitvoeren. Ik beweeg vlot en behendig.
brandkast met 12 laden in het midden staat de schakelaar en deze stelt de zintuigen voor die
we nodig hebben om een beweging uit te voeren. Elke lade stelt een groot motorische beweging
voor. Om doelgericht, vlot en behendig te kunnen bewegen is het nodig om over een goed
ontwikkelde psychomotorische vaardigheden te beschikken.
, 3. Doelbewust en doelgericht werken met ZILL
DOELBEWUST
De leerkracht vertrekt vanuit de inhouden. Hij is in staat om de gebruikte leerstof te duiden en de
specifieke bedoeling ervan aan te geven. Hij kan de leerstof koppelen aan de leerplandoelen die hij
wil bereiken.
DOELGERICHT
Leerkracht selecteert doelen uit het leerplan en gaat op zoek naar gepaste leerstof.
DE BEWEGINGSDRIEHOEK
6 tot 17 jaar grootste deel van de dag activiteiten van lichte intensiteit. 60 Minuten per dag
bewegen met hogere intensiteit en minstens 3 dagen per week met een hele hoge intensiteit.
1 tot 5 jaar Ongeveer 3 uur per dag bewegen
Oranje zone stilzitten
Lichtgroen intensief bewegen
Middelgroen matige intensiteit
Donkergroen hoge intensiteit.
BEWEGINGSTUSSENDOORTJES
eenvoudige oefeningen van een paar minuten en dienen als break en ze scherpen de concentratie
aan.
GEINTEGREERDE BEWEGINGSOPVOEDING
Aansluiten bij de klas Speels toepassen van inhouden die in de klas werden gezien en
betekenis geven aan termen die ze later in de klas gaan zien.
Aansluiten bij school Integratie in thema, projectwerk
, 4. Ordeningskader ZILL
WAT IS EEN LEERPLAN?
Het is een plan dat het leren van leerlingen ondersteunt . Het is een gesystematiseerd inventaris van
doelen die de inrichtende macht met de leerlingen wil bereiken. De pedagogische methode dus hoe
we onderwijs aanpakken, maakt hier ook deel van uit.
VERSCHIJNINGSVORMEN LEERPLAN
bedoelde leerplan Zoals het in het hoofd van de opdrachtgevers aanwezig is.
Formele leerplan Antwoord van de ontwikkelaars op de opdracht.
Ervaren leerplan Interpretatie van de leerkracht
Operationele leerplan Deel van leerplan dat onderwezen wordt.
Getoetste leerplan Wat getoetst wordt via evaluatie.
Bereikte leerplan Wat de leerlingen effectief leren en ervaren.
WAT ZIJN EINDTERMEN?
Eindtermen zijn minimumdoelen die op een bepaald ogenblik bereikt moeten zijn. Ze bevatten een
minimum aan kennis , inzicht, attitudes en vaardigheden.
WAT ZIJN ONTWIKKELINGSDOELEN?
In BUSO en kleuteronderwijs minimumdoelen die de leerlingen moeten nastreven maar niet
noodzakelijk moeten bereiken.
PERSOONSGEBONDEN ONTWIKKELING VAN EEN KIND
Ontwikkeling van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes vanuit de fysieke, psychische, sociale en
spirituele basisbehoeften.
4 Ontwikkelvelden Socio-emotionele ontwikkeling, ontwikkeling innerlijk kompas, ontwikkeling
van initiatief en verantwoordelijkheid en motorische en zintuigelijke ontwikkeling
CULTUURGEBONDEN ONTWIKKELING VAN EEN KIND
Ontwikkeling van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die leerlingen nodig hebben om cultureel
zelfbewustzijn te ontwikkelen en om te participeren aan de veranderlijke wereld van vandaag en
morgen.
6 Ontwikkelvelden Ontwikkeling oriëntatie op de wereld, mediakundige ontwikkeling, muzische
ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van wiskundig denken en Rooms-katholieke godsdienst.
1. Het vakconcept lichamelijke opvoeding
Waarom is Lo belangrijk?
Opbouwen van conditie, overgewicht voorkomen en betere schoolprestaties.
Ontwikkeling persoonlijkheid en sociale vaardigheden.
Als actieve ontspanning.
Als stimulans op te bewegen buiten school.
Beter concentratievermogen.
Taalontwikkeling.
Vakconcept LO
Goed gefundeerd en samenhangend geheel van opvattingen over LO. Een vakconcept stelt doelen,
inhouden, methoden en aanpak voor gelijkvormigheid van alle scholen van het Vlaamse land.
Geleefd vakconcept De kijk op het vak hoe de leerkracht LO het beleeft.
Gesproken vakconcept het vakconcept dat aanwezig is in het alledaags spreken tussen
leerkrachten LO. Bijv bij het vergaderen.
Het besproken vakconcept Wanneer vakconceptuele items uitdrukkelijk het onderwerp van de
bespreking vormen. Het is helder en vertoont samenhang.
Wash out – effect Je motivatie om je vak als een echt onderwijsvak te beschouwen vermindert.
Functies vakconcept
Verdedigt en rechtvaardigt het vak in het schoolcurriculum. Het geeft bestaansrecht.
Het dient als een wegwijzer. Het helpt innoveren.
Het is een werkinstrument waarmee je met anderen samen iets realiseert.
Vakconcept bewegingsopvoeding
De motorische competenties handiger, vloeiender, nauwkeuriger bewegen.
Een gezonde veilige en fitte levensstijl lichaamshygiëne, controle van ademhaling, opbouwen
conditie.
Zelfsturing naar een realistisch zelfbeeld. omgaan met eigen mogelijkheden en beperkingen.
Het sociaal functioneren. Leren samenwerken, respect opbrengen, afspraken naleven.
, 2. ZILL: motorische en zintuigelijke ontwikkeling
We bouwen de bewegingsmogelijkheid van leerlingen uit door hen basisvaardigheden te
ontwikkelen tot specifieke vaardigheden zodat ze handiger, vloeiender, efficiënter, nauwkeuriger,
zelfstandiger bewegen en daarbij met steeds meer componenten rekening kunnen houden.
Ontwikkelthema’s
Zintuigelijke ontwikkeling Ik kan mijn zintuigen optimaal gebruiken.
Lichaams- en bewegingsperceptie Ik ken mijn lichaam en beschik over een goede
lichaamscoördinatie.
Omgaan met bewegingsruimte- en tijd Ik kan mijn beweging afstemmen op tijd en ruimte.
Grootmotorisch bewegen Ik beweeg vlot en behendig.
Kleinmotorisch bewegen Ik beheers mijn spraak- en gezichtsmotoriek en schrijf vloeiend.
Zintuigelijke ontwikkeling Vormen de toegangspoort voor ontvangen en beleven bij leerlingen. Ik
kan mijn zintuigen optimaal gebruiken
Lichaams- en bewegingsperceptie Dit thema focust op het bewustzijn van het lichaam bij
leerlingen, zodat ze gecontroleerd en gecoördineerd kunnen bewegen. De nadruk ligt op het
ontwikkelen van proprioceptieve vaardigheden, waaronder het aanvoelen en organiseren van
bewegingen, evenwichtsbehoud, en bewustzijn van lichaamsassen en lateraliteit. Ik ken mijn lichaam
en beschik over een goede lichaamscoördinatie
Lateralisatie vanaf ongeveer 6 jaar wordt er bepaald of je links of rechtshandig bent.
Omgaan met bewegingsruimte en tijd Leerlingen vlot laten omgaan met tijd en ruimte, zich beter
kunnen oriënteren in de ruimte, snelheden bepalen… Ik kan mijn beweging afstemmen op tijd en
ruimte
Groot motorisch bewegen We willen een bepaalde beweging vlot, behendig en goed
gecoördineerd uitvoeren. Ik beweeg vlot en behendig.
brandkast met 12 laden in het midden staat de schakelaar en deze stelt de zintuigen voor die
we nodig hebben om een beweging uit te voeren. Elke lade stelt een groot motorische beweging
voor. Om doelgericht, vlot en behendig te kunnen bewegen is het nodig om over een goed
ontwikkelde psychomotorische vaardigheden te beschikken.
, 3. Doelbewust en doelgericht werken met ZILL
DOELBEWUST
De leerkracht vertrekt vanuit de inhouden. Hij is in staat om de gebruikte leerstof te duiden en de
specifieke bedoeling ervan aan te geven. Hij kan de leerstof koppelen aan de leerplandoelen die hij
wil bereiken.
DOELGERICHT
Leerkracht selecteert doelen uit het leerplan en gaat op zoek naar gepaste leerstof.
DE BEWEGINGSDRIEHOEK
6 tot 17 jaar grootste deel van de dag activiteiten van lichte intensiteit. 60 Minuten per dag
bewegen met hogere intensiteit en minstens 3 dagen per week met een hele hoge intensiteit.
1 tot 5 jaar Ongeveer 3 uur per dag bewegen
Oranje zone stilzitten
Lichtgroen intensief bewegen
Middelgroen matige intensiteit
Donkergroen hoge intensiteit.
BEWEGINGSTUSSENDOORTJES
eenvoudige oefeningen van een paar minuten en dienen als break en ze scherpen de concentratie
aan.
GEINTEGREERDE BEWEGINGSOPVOEDING
Aansluiten bij de klas Speels toepassen van inhouden die in de klas werden gezien en
betekenis geven aan termen die ze later in de klas gaan zien.
Aansluiten bij school Integratie in thema, projectwerk
, 4. Ordeningskader ZILL
WAT IS EEN LEERPLAN?
Het is een plan dat het leren van leerlingen ondersteunt . Het is een gesystematiseerd inventaris van
doelen die de inrichtende macht met de leerlingen wil bereiken. De pedagogische methode dus hoe
we onderwijs aanpakken, maakt hier ook deel van uit.
VERSCHIJNINGSVORMEN LEERPLAN
bedoelde leerplan Zoals het in het hoofd van de opdrachtgevers aanwezig is.
Formele leerplan Antwoord van de ontwikkelaars op de opdracht.
Ervaren leerplan Interpretatie van de leerkracht
Operationele leerplan Deel van leerplan dat onderwezen wordt.
Getoetste leerplan Wat getoetst wordt via evaluatie.
Bereikte leerplan Wat de leerlingen effectief leren en ervaren.
WAT ZIJN EINDTERMEN?
Eindtermen zijn minimumdoelen die op een bepaald ogenblik bereikt moeten zijn. Ze bevatten een
minimum aan kennis , inzicht, attitudes en vaardigheden.
WAT ZIJN ONTWIKKELINGSDOELEN?
In BUSO en kleuteronderwijs minimumdoelen die de leerlingen moeten nastreven maar niet
noodzakelijk moeten bereiken.
PERSOONSGEBONDEN ONTWIKKELING VAN EEN KIND
Ontwikkeling van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes vanuit de fysieke, psychische, sociale en
spirituele basisbehoeften.
4 Ontwikkelvelden Socio-emotionele ontwikkeling, ontwikkeling innerlijk kompas, ontwikkeling
van initiatief en verantwoordelijkheid en motorische en zintuigelijke ontwikkeling
CULTUURGEBONDEN ONTWIKKELING VAN EEN KIND
Ontwikkeling van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die leerlingen nodig hebben om cultureel
zelfbewustzijn te ontwikkelen en om te participeren aan de veranderlijke wereld van vandaag en
morgen.
6 Ontwikkelvelden Ontwikkeling oriëntatie op de wereld, mediakundige ontwikkeling, muzische
ontwikkeling, taalontwikkeling, ontwikkeling van wiskundig denken en Rooms-katholieke godsdienst.