Staatsrecht
Hoofdstuk 1
Staat: als een gemeenschap is van mensen op een bepaald grondgebied,
waarover een organisatie het hoogste gezag uitoefent.
De staat is soeverin wanneer de staat jet hoogste gezag voert op zijn
grondgebied.
Het staatsrecht betreft de manier waarop de inrichting van de staat en het
optreden van de overheid zijn georganiseerd, alsmede de grondrechten van
burgers.
In hoofdlijnen:
Inrichting van de staat en verdeling van bevoegdheden
Handhaving individuele vrijheden burger
Rechtspraak en rechtsbescherming tegen de overheid
Totstandkoming, gelding en handhaving van het recht
Wetten die van toepassing zijn in het gehele Koninkrijk der Nederlanden heten
rijkswetten. De eilanden hebben een eigen bestuur, wetgever en rechterlijke
macht.
Het Wetboek van Strafrecht heeft exterritoriale werking: het is ook van
toepassing op Nederlanders die buiten het territorium een strafbaar feit hebben
gepleegd. Diplomatieke bescherming: de vertegenwoordigers van Nederland
zetten zich in dat hij door de buitenlandse staat goed wordt behandeld.
Kinderen van de tweede en derde generatie krijgen van rechtswege de
Nederlandse nationaliteit.
Vreemdelingen kunnen Nederlanderschap verkrijgen door een optieverklaring
in te dienen bij de gemeente, komt de vreemdeling hier niet voor in aanmerking,
dan kan hij een verzoek tot naturalisatie indienen bij de IND.
De rechtsregels die het staatsgezag en de organisatie van de staat vastleggen,
worden constitutie of staatsregeling genoemd. Dit is te vinden in de Grondwet
en in het Statuut voor het Koninkrijk.
Als de Grondwet bepaalt dat iets geregeld moet worden in een wet in formele zin,
dan spreken we van een organieke wet.
De Grondwet is de hoogste wet en bevat grondrechten/mensenrechten die
burgers beschermen tegen inbreuken van de staat.
,Hoofdstuk 2
Naast het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden is de Grondwet de hoogste
wet.
Klassieke grondrechten waarborgen de vrijheden van burgers die de overheid
moet respecteren, waardoor voor de burgers een staatsvrije sfeer wordt
gewaarborgd. Deze worden ook wel waarborgnormen en vrijheidsrechten
genoemd.
->> De overheid is beperkt door de klassieke grondrechten, de overheid mag hier
niet aan zitten.
Sociale grondrechten (instructienormen) vormen een soort opdracht voor de
overheid om ervoor te zorgen dat er sociale gerechtigheid heerst in de
samenleving en dat iedere burger kan beschikken over voldoende
gezondheidszorg, onderwijs en inkomen.
De Algemene Vergadering van de VN heeft de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens opgesteld -> hierin geven de lidstaten aan dat zij
mensenrechten erkennen.
Europees verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de
fundamentele vrijheden (EVRM) -> vooral vrijheidsrechten.
Europees Sociaal Handvest (ESH) -> sociale grondrechten.
Verdrag van Lissabon: erkent de rechten, vrijheden en beginselen in het
Handvest.
Verticale werking grondrechten: tussen overheid en burger -> klassieke
grondrechten; bemoeienis overheid -> sociale grondrechten; actief ingrijpen
overheid.
Horizontale werking grondrechten: tussen burgers onderling.
De vrijheidsrechten in het EVERM zijn self-executing: ze hebben rechtstreekse
werking (in tegenstelling tot sociale grondrechten). Bij inbreuk kunnen burgers
van de lidstaten direct beroep doen op deze bepalingen, ook als deze nog niet in
de wetgeving van de lidstaten zijn vastgelegd.
Bij geschil grondrechten spreekt eerst de Nederlandse rechter zijn oordeel uit,
daarna wordt deze voorgelegd aan de speciale Europese rechten voor geschillen
over mensenrechten: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Burgerschapsrechten: grondrechten die voorwaarden stellen aan de
nationaliteit.
Voorwaarden beperking Grondwet:
1. Moet worden vastgelegd in de Grondwet/verdrag;
2. Dient ter bescherming van een bepaald doel dat in de Grondwet/verdrag is
opgenomen;
3. De bevoegdheid moet worden vastgelegd in een wet in formele zin of in
een lagere regeling die daarop is gebaseerd;
4. De beperking moet noodzakelijk zin in een democratische samenleving.
Actief kiesrecht: het recht om te stemmen.
,Passief kiesrecht: om zelf als lid van een vertegenwoordigde orgaan gekozen te
worden.
Recht van petitie: iedereen kan met een petitie (verzoekschrift) een orgaan
vragen om actie te ondernemen.
Het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) bestaat uit rechter
die afgevaardigd zijn van de lidstaten van het EVRM. Eerst volgt mediaton, lukt
dit niet, dan volgt er een bindende uitspraak.
, Hoofdstuk 3
In 1579 bestond de eerste staatvorm van Nederland uit soevereine staatjes in
een statenbond/confederatie.
In Frankrijk hadden de vorsten de absolute macht, dit veranderde in de Franse
Revolutie (1789). Na de verovering van de Fransen in 1875, werd de statenbond
veranderd in de Bataafse Republiek, deze werd vastgelegd als een
eenheidsstaat met een centraal gezag.
Amerika en België vormen een bondsstaat/federatie: er is sprake van een
verzameling zelfstandige staten die samen een geheel vormen. Het grootste
verschil met een statenbond (bijv. EU) is dat de deelstaten eigen zelfstandigheid
hebben en hun staatsmacht grotendeels afstaan aan een centraal gezag. Plus de
verdeling wordt niet in een verdrag vastgelegd, maar in een Grondwet.
Bij een eenheidsstaat ligt de macht uitsluitend bij een centrale overheid.
In een gedecentraliseerde eenheidsstaat heeft de centrale overheid een deel
van haar bevoegdheden overgedragen aan lagere overheden op decentraal
niveau. Op centraal niveau zijn er naast de organen van het openbaar lichaam
(regering en ministers), nog meerdere zelfstandige bestuursorganen met
publiekrechtelijke taken en bevoegdheden.
De centrale overheid handhaaft de eenheid van de staat door toezicht te houden
op (lagere) overheden voor de uitvoering van de taken.
Men vond dat de staat zich als een soort nachtwaker moest opstellen en alleen
moest zorgen voor veiligheid, rust en orde -> nachtwakersstaat.
In een democratische rechtsstaat hebben burgers invloed op de overheid en is
ook de overheid aan regels verbonden -> kenmerken:
Legaliteitsbeginsel
Overheidsmacht is verdeeld over verschillende organen of personen
Onafhankelijke rechter
Fundamentele rechten (grondrechten) van burgers die de overheid moet
eerbiedigen.
Legaliteitsbeginsel: elk publiekrechtelijk optreden van de overheid moet een
basis hebben in de wetten in formele zin.
Trias politica/triasleer: wetgeving, bestuur en rechtspraak -> verdeling
overheidsmacht.
Rechterlijke macht: rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad.
Systeem van ‘checks and balances’: machtsevenwicht.
Nederland is een constitutionele monarchie: een koninkrijk dat is vastgelegd
in een staatsregeling.
De koning is de drager van de Kroon der Nederlanden: hij is staatshoofd van
het Koninkrijk der Nederlanden. Samen met de ministers vormt hij de regering ->
kroon. De minister-president is het hoofd van de regering.