LEERSTOORNISSEN: DYSLEXIE EN
DYSORTHOGRAFIE
DEEL PRAKTIJK
HOOFDSTUK 9: DIAGNOSTIEK VAN DYSLEXIE
INLEIDING
Diagnostiek: de activiteit of het proces waarbij wordt nagegaan of en in hoeverre de algemene
definitie van dyslexie van toepassing is op het individuele kind
Het diagnostisch onderzoek vindt plaats op drie niveaus:
o Het niveau van de waarneembare
De diagnose bepaalt of er sprake is van een achterstand/probleem in lezen en/of
spellen
Er moet sprake zijn van een score lager of gelijk aan pc 10 op een woordleestest
en/of spellingstoets = klinische score of cut-offscore
Opmerking: het RIZIV volgt de grens van pc 10 niet, maar heeft de grens op pc 16
gelegd op 2 testen
o Het niveau van de met dyslexie samenhangende variabelen en factoren (dyslexie-
voorspellers)
De diagnose bepaalt of er sprake is van taalproblemen met betrekking tot de
fonologische, morfologische, syntactische en semantische aspecten
Grootste voorspeller = fonologische bewustzijn nl. de letter-klankkoppelingen
Ook problemen met word fluency, automatisatietaken en eventueel orthoptishce
problemen
Word fluency: woordvlotheid, op een vlotte manier woorden kunnen
opnoemen (met prenten, in verschillende volgorde) onder tijdsdruk
Orthoptisch probleem = een probleem met de oogvolgbeweging bij
sommige mensen met dyslexie is de oogbeweging niet harmonisch
Wat is de belangrijkste dyslexie voorspeller?
1
, o Het niveau van de oorzaak
De diagnose stelt vast of zoekt naar aanwijzingen die tot bepaling van de oorzaak
kunnen leiden, door ondermeer na te gaan wat bekend is over de familiale
erfelijkheid en verzamelt zo mogelijk oorzaak-gerichte aanwijzingen voor het
disfunctioneren van het recoderingsmechanisme
Familiale erfelijkheid: als 1 ouder dyslectisch is, dan is de
overerfbaarheidsfactor 50%, als beide ouders dyslectsich zijn, dan is de
overerfbaarheidsfactor 75%
Onderscheid primaire-secundaire leerstoornis is belangrijk ter uitsluiting van het
milde exclusiviteitscriterium
Primair: leerstoornis vanuit het kind zelf
Secundair: leerstoornis tgv een andere duidelijk aanwijsbare oorzaak
Vanaf er een andere oorzaak is voor het leesprobleem, mag men niet meer
spreken van dyslexie
Het criterium ‘hardnekkigheid’ wordt momenteel in Vlaanderen afgetoetst op 6
maanden intensieve begeleiding geen verbetering na 6 maand dyslexie
Op welke drie niveaus vindt het diagnostisch onderzoek plaats + leg uit?
Het doel dat door de diagnostiek wordt nagestreefd is derhalve:
Te bepalen wat het probleem van het kind is en of dat probleem gedefinieerd kan worden als dyslexie
(differentiaaldiagnose)
Dat probleem af te grenzen van andere, er mogelijk op lijkende, problemen (comorbiditeit)
Zo mogelijk vast te stellen wat de oorzaak van de dyslexie is
Een behandelingsplan op te stellen
Gekozen voor classificerende diagnostiek
Wat is het doel van diagnostiek?
Het diagnostisch proces kent drie aspecten die bestaan in:
Het afnemen van een anamnese of een reconstructie van het probleem
Het toepassen van tests om bij het kind vast te stellen welke de actuele stand is van zijn functies,
capaciteiten en prestaties
Het onderzoeksgesprek
De logopedist moet op basis van de anamnese reeds een aantal hypothesen formuleren om ide dan te kunnen
aanvaarden of verwerpen mbv tests en/of toetsen klinisch redeneren
2
, In grote lijnen omvat de diagnostische procedure bijgevolg volgende onderdelen:
Anamnese: reconstructie van de ontwikkelingsgeschiedenis van het kind
o Persoonsgegevens en persoongeschiedenis van het kind
Ontwikkeling van de grove motoriek
Ontwikkeling van de fijne motoriek
Individuele, emotionele en sociale ontwikkeling
o Schoolgegevens en schoolgeschiedenis
o Medische voorgeschiedenis
o Ontwikkeling van taal en voorwaarden voor lezen en spellen
o Gezinsgeschiedenis
Diagnostisch onderzoek
o Medisch(-neurologisch) onderzoek
o Intelligentie-onderzoek (onder 70 kan men niet dyslectisch zijn)
o Onderzoek van de voorwaarden en functies die met lezen en spellen samenhangen, met
name de taalvaardigheid (vooral fonologie)
o Onderzoek van de mogelijke andere correlerende factoren (word fluency,…)
o Onderzoek van het lezen en spellen
o Onderzoek van de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind en van het opvoedingsmilieu
van het kind
Afsluitend gesprek
BESPREKING
ANAMNESE: RECONSTRUCTIE VAN DE ONTWIKKELING
GROVE MOTORIEK
Grove motoriek: geen oorzakelijke relatie met dyslexie, toch kunnen een aantal antwoorden
verhelderd zijn
Wanneer heeft uw kind zijn eerste stapjes gezet?
FIJNE MOTORIEK
Hoe zit het met de schrijfmotoriek, ik bedoel, hoe gaat het met het handschrift, kan het kind vlug en
mooi schrijven?
Knip-, plak- en kleurvraag toetsen of het kind zaken als knippen, plakken en kleuren ervaren heeft
INDIVIDUELE, EMOTIONELE EN SOCIALE ONTWIKKELING
Betreft een aantal aspecten van de ontwikkeling tot zelfstandigheid
3
DYSORTHOGRAFIE
DEEL PRAKTIJK
HOOFDSTUK 9: DIAGNOSTIEK VAN DYSLEXIE
INLEIDING
Diagnostiek: de activiteit of het proces waarbij wordt nagegaan of en in hoeverre de algemene
definitie van dyslexie van toepassing is op het individuele kind
Het diagnostisch onderzoek vindt plaats op drie niveaus:
o Het niveau van de waarneembare
De diagnose bepaalt of er sprake is van een achterstand/probleem in lezen en/of
spellen
Er moet sprake zijn van een score lager of gelijk aan pc 10 op een woordleestest
en/of spellingstoets = klinische score of cut-offscore
Opmerking: het RIZIV volgt de grens van pc 10 niet, maar heeft de grens op pc 16
gelegd op 2 testen
o Het niveau van de met dyslexie samenhangende variabelen en factoren (dyslexie-
voorspellers)
De diagnose bepaalt of er sprake is van taalproblemen met betrekking tot de
fonologische, morfologische, syntactische en semantische aspecten
Grootste voorspeller = fonologische bewustzijn nl. de letter-klankkoppelingen
Ook problemen met word fluency, automatisatietaken en eventueel orthoptishce
problemen
Word fluency: woordvlotheid, op een vlotte manier woorden kunnen
opnoemen (met prenten, in verschillende volgorde) onder tijdsdruk
Orthoptisch probleem = een probleem met de oogvolgbeweging bij
sommige mensen met dyslexie is de oogbeweging niet harmonisch
Wat is de belangrijkste dyslexie voorspeller?
1
, o Het niveau van de oorzaak
De diagnose stelt vast of zoekt naar aanwijzingen die tot bepaling van de oorzaak
kunnen leiden, door ondermeer na te gaan wat bekend is over de familiale
erfelijkheid en verzamelt zo mogelijk oorzaak-gerichte aanwijzingen voor het
disfunctioneren van het recoderingsmechanisme
Familiale erfelijkheid: als 1 ouder dyslectisch is, dan is de
overerfbaarheidsfactor 50%, als beide ouders dyslectsich zijn, dan is de
overerfbaarheidsfactor 75%
Onderscheid primaire-secundaire leerstoornis is belangrijk ter uitsluiting van het
milde exclusiviteitscriterium
Primair: leerstoornis vanuit het kind zelf
Secundair: leerstoornis tgv een andere duidelijk aanwijsbare oorzaak
Vanaf er een andere oorzaak is voor het leesprobleem, mag men niet meer
spreken van dyslexie
Het criterium ‘hardnekkigheid’ wordt momenteel in Vlaanderen afgetoetst op 6
maanden intensieve begeleiding geen verbetering na 6 maand dyslexie
Op welke drie niveaus vindt het diagnostisch onderzoek plaats + leg uit?
Het doel dat door de diagnostiek wordt nagestreefd is derhalve:
Te bepalen wat het probleem van het kind is en of dat probleem gedefinieerd kan worden als dyslexie
(differentiaaldiagnose)
Dat probleem af te grenzen van andere, er mogelijk op lijkende, problemen (comorbiditeit)
Zo mogelijk vast te stellen wat de oorzaak van de dyslexie is
Een behandelingsplan op te stellen
Gekozen voor classificerende diagnostiek
Wat is het doel van diagnostiek?
Het diagnostisch proces kent drie aspecten die bestaan in:
Het afnemen van een anamnese of een reconstructie van het probleem
Het toepassen van tests om bij het kind vast te stellen welke de actuele stand is van zijn functies,
capaciteiten en prestaties
Het onderzoeksgesprek
De logopedist moet op basis van de anamnese reeds een aantal hypothesen formuleren om ide dan te kunnen
aanvaarden of verwerpen mbv tests en/of toetsen klinisch redeneren
2
, In grote lijnen omvat de diagnostische procedure bijgevolg volgende onderdelen:
Anamnese: reconstructie van de ontwikkelingsgeschiedenis van het kind
o Persoonsgegevens en persoongeschiedenis van het kind
Ontwikkeling van de grove motoriek
Ontwikkeling van de fijne motoriek
Individuele, emotionele en sociale ontwikkeling
o Schoolgegevens en schoolgeschiedenis
o Medische voorgeschiedenis
o Ontwikkeling van taal en voorwaarden voor lezen en spellen
o Gezinsgeschiedenis
Diagnostisch onderzoek
o Medisch(-neurologisch) onderzoek
o Intelligentie-onderzoek (onder 70 kan men niet dyslectisch zijn)
o Onderzoek van de voorwaarden en functies die met lezen en spellen samenhangen, met
name de taalvaardigheid (vooral fonologie)
o Onderzoek van de mogelijke andere correlerende factoren (word fluency,…)
o Onderzoek van het lezen en spellen
o Onderzoek van de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind en van het opvoedingsmilieu
van het kind
Afsluitend gesprek
BESPREKING
ANAMNESE: RECONSTRUCTIE VAN DE ONTWIKKELING
GROVE MOTORIEK
Grove motoriek: geen oorzakelijke relatie met dyslexie, toch kunnen een aantal antwoorden
verhelderd zijn
Wanneer heeft uw kind zijn eerste stapjes gezet?
FIJNE MOTORIEK
Hoe zit het met de schrijfmotoriek, ik bedoel, hoe gaat het met het handschrift, kan het kind vlug en
mooi schrijven?
Knip-, plak- en kleurvraag toetsen of het kind zaken als knippen, plakken en kleuren ervaren heeft
INDIVIDUELE, EMOTIONELE EN SOCIALE ONTWIKKELING
Betreft een aantal aspecten van de ontwikkeling tot zelfstandigheid
3