Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting: sociale filosofie en ethiek Joris Van Poucke - 17/20

Note
-
Vendu
-
Pages
79
Publié le
10-02-2025
Écrit en
2024/2025

Samenvatting, sociale filosofie en ethiek, sociaal werk, HoGent.












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
10 février 2025
Nombre de pages
79
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Sociale filosofie en ethiek:

Hoofdstuk 1: algemene inleiding

1.1 Indeling van de wijsbegeerte en de plaats van de sociale en ethische filosofie

Wat is filosofie?
 Discussieonderwerp onder filosofen. Kan op verschillende manieren beantwoord
worden.

 Vlaanderen: sterke invloed van de omschrijving van wijlen E. Vermeersch
 Filosofie: wachtkamer voor de wetenschap, vorm van denken die problemen
behandelt die nog niet door de wetenschap opgelost zijn (verlichtingsideaal:
sterk geloof in kracht van wetenschap en technologie/techniek)

Wijsbegeerte: vorm van kennisverwerving die ontstaat wanneer men geen vrede
neemt met de mythische, magische of dogmatische aanpak

4 beroemde vragen van Kant:
1. Wat kan ik kennen?
2. Wat moet ik doen?
3. Wat mag ik hopen?
4. Wat is de mens?

1.1.1 Factische problemen

Factische problemen: problemen die vragen naar de oorsprong van alles wat
bestaat
 Metafysica
 Algemene metafysica of ontologie
 Bijzondere metafysica
 Rationele kosmologie
 Rationele psychologie/antropologie
 Rationele theologie

Algemene metafysica of ontologie: vraagt op de meest algemene manier waar het zijn
als zodanig vandaan komt
 Vragen: Wat is zijn?, Wat is niet-zijn?, Wat is worden?, Wat bestaat?, Waar komt de
wereld vandaan?, Wat is bestaan?, Wat is werkelijkheid?

 Oorsprong: Grieken – Anaximander, Parmenides, Anaximenes en Herakleitos; later
Plato; recenter Heidegger

Heidegger: belangrijke twintigste-eeuwse metafysicus
 Waarom is er iets en niet veeleer niets?

Bijzondere metafysica: vragen over de specifieke aard van sommige aspecten van het
zijn (zijnden) of waar die vandaan komen
 Rationele kosmologie: bestudeert basisstructuur van de wereld
 Hoe steekt de wereld in elkaar?, Is de wereld een geordend geheel of is er
vooral chaos?


1

, Rationele psychologie/antropologie: vraag naar de essentie van de mens
(wijsgerige antropologie) ≠ hedendaagse invulling
 Vragen naar de onsterfelijkheid van de ziel.

 Rationele theologie: wijsgerige vraag naar God
 Bestaat God?, Hoe moeten we ons die God voorstellen?, Kunnen we bewijzen
dat God bestaat?
 Vragen die wijzen op fundamentele problemen vb. theodicee: Als God
almachtig, algoed en alwetend is, waarom is er dan zoveel lijden en
onrechtvaardigheid in de wereld?

1.1.2 Kennistheoretische problemen
Kennistheoretische problemen:
 Kennisleer of epistemologie
 Logica
 Wetenschapsfilosofie

Kennisleer of epistemologie: vervangt de metafysica na het ontstaan van de
wetenschap
 Wat is kennis?, Hoe kunnen we zeker zijn dat deze kennis waar is?, Wie kent
eigenlijk?, Hoe kunnen we kennen?
 Filosofen stellen niet alleen de kennis in vraag, maar vooral ook diegene die
kent (kennende subject).
 Descartes – methodische twijfel: in eerste instantie alles in vraag stellen

Logica: vraag naar geldig redeneren, proberen wetten van het denken te achterhalen
 Houden zich niet bezig met ‘de wereld’, maar met het denken zelf.
 Vertrekken van een aantal gegevens (premisses) leiden via het gebruik van een
regel, conclusies af uit die gegevens.

Wetenschapsfilosofie: bestuderen de wetenschap zelf (ipv vraag naar kennis in het
algemeen)
 Hoe komt men tot een wetenschappelijke ontdekking?, Wat is een
wetenschappelijke revolutie?
 Versplintering: bestuderen niet wetenschap in het algemeen, maar 1 bepaalde
wetenschap

1.1.3 Ethische en politieke problemen

Ethische en politieke problemen:
 Ethiek
 Politiek
 Esthetica

Sociale filosofie: vraag naar hoe wij mensen kunnen samenleven, hoe de
maatschappij georganiseerd kan worden

Ethiek: bestudeert de normen en waarden van het menselijk handelen
 Wat is goed?, Wat is kwaad?, Wat is een plicht?, Wat is juist?, Wat is fout?, Wat is
een recht?
 Goed of kwaad (Grieken, deugd); juist of fout (Kantiaans, regel, morele wet)*
 Waarde: motieven/idealen om na te streven, iets waar belang aan gehecht
wordt vb. eerlijkheid, respect, vriendelijkheid
2

,  Norm: toestand die voor een categorie van personen gewoon is, sterk
verbonden met je achtergrond en context; geven concrete richtlijnen over hoe
je je moet gedragen vb. niet stelen, niet liegen, respect voor ouderen …

Politiek: organisatie van de samenleving
 Hoe kunnen mensen samenleven?, Hoe kan de maatschappij georganiseerd
worden?

Esthetica:
 Wat is schoon?, Wat is lelijk?, Wat is kunst?

*Grieken zijn bezig moet het goede: hoe kan ik een goed mens zijn  deugdzaam zijn
Moderne ethiek: heb ik wel juist gehandeld  recht denken, er is een morele wet en
handelen volgens die wet is juist handelen

1.1.4 Vanuit het perspectief van de mens

Verlichting: mens wordt centraal geplaatst in het denken
 Verhoudingen:
- Mens
- Mens <-> Mens
- Mens  Natuur

Mens: zelfrelatie van de mens tot zichzelf
 Ethiek: vragen naar het eigen handelen; reflectieve beweging van de mens naar de
mens zelf
 Hoe kan de mens zich ten aanzien van zichzelf gedragen?, Wat moet ik doen?
(Kantiaanse vraag)
Mens <-> Mens: wederkerige afhankelijkheidsrelatie
 Politieke of sociale filosofie: mensen zijn op elkaar aangewezen om te kunnen
(over)leven, maar er zijn ook spelregels nodig
 Rechtsfilosofie: hoe kunnen we het beste samenleven?

Mens  Natuur: eenzijdige afhankelijkheidsrelatie; mens is afhankelijk van de natuur,
maar omgekeerd is dit niet het geval
 Economie: bestuderen de wijze waarop mensen in hun behoeftes kunnen voorzien
 Mensen hebben de natuur nodig (grondstoffen) om te kunnen leven.

Hoofdstuk 2: inleiding – de Griekse polis

2.1 Inleiding: polis en agora

Oude Griekenland: polis centraal
 Griekenland ≠ land of natie
 Griekenland = verzameling van verschillende steden of stadstaten vb. Athene,
Sparta, Efeze en Thebe

Polis: stad of stadsstaat + bepaalde wijze van organisatie van het openbaar leven
 Centrum: agora
 Voornamelijk mannen: kopen en verkopen + redevoeringen houden
 Wereld van de openbaarheid, de publieke ruimte. (Voorbehouden voor mannen)

Agora: forum, markt of marktplein
3

,  Er werd handelgedreven, maar er wordt ook gesproken.
 Dubbele functie:
1. Plek waar handelgedreven wordt.
2. Plek waar in het openbaar redevoeringen gehouden worden en
gediscussieerd wordt over zaken die de polis uitmaken waaronder ook het
bestuur van de polis, de politieke leiding, rechtspraak …

Griekse democratie (508 v.Chr. – 322 v.Chr.): volwassen mannelijke leden van de
polis nemen de belangrijkste beslissingen in een volksvergadering

Polis <-> Oikos (strikt gescheiden)

Oikos: het ‘huis’
 Gebouw + gemeenschap van mensen (de familie).
 Centraal: overleven van de (uitgebreide) familie, levensonderhoud voorzien + plek
waar ziekte, dood, opvoeden van de kinderen en seksualiteit plaatsvinden
 Plaats van het ‘binnen’, het ‘verborgene’. (Vrouwen, kinderen en slaven)

Hedendaagse term economie: oikos = huis, nomos = wet
 Afgeleid van het Griekse oikos.
 Context Grieken – huishoudkunde: plek waar dingen worden geproduceerd die de
man op de agora tracht te verkopen + waren die gekocht worden door de man worden
teruggebracht naar de oikos waar ze verwerkt worden

Openbaarheid polis  alles wat daar gebeurd is voor iedereen toegankelijk, het
mag en kan door iedereen gezien worden

Vrouw  belangrijke verantwoordelijkheid in de oikos, maar moet zich beperken tot
die oikos
Man  in beide domeinen eindverantwoordelijkheid
 Brug tussen beide domeinen.
 Despotès: heer des huizes; iemand die de eindverantwoordelijkheid heeft

2.2 Plato – gelijkheid

Politeia: belangrijkste werk van Plato – De staat, constitutie (grondwet, rechtsorde)
 Betoogt dat er maar 1 garantie is voor vrede: staat waarin het principe van de
gerechtigheid of rechtvaardigheid centraal staat
 Reactie tegen democratische staatsvorm toenmalig Athene: corrupt +
machthebbers hadden leermeester Socrates ter dood veroordeeld
 Schets ideale staat: utopie (ou topos = geen plaats); voor een utopie is op aarde
geen plaats, maar we kunnen een aantal stappen zetten richting de ideale wereld

Plato = revolutionair: alles moet op de schop, grote omwenteling; zet zich af tegen
de toenmalige staatsvorm
 Doel revolutionairen: mensen bevrijden uit hun ketenen
 Allegorie van de grot: mensen worden pas echt ontwikkeld wanneer ze van hun
ketenen worden bevrijd zodat ze de dingen echt kunnen zien, niet louter de
schaduwen van de dingen (pijnlijk en zwaar proces)

Toepassen op ordening van de staat  laten leiden door de ideeën en radicale
verandering doorvoeren

4

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
creteurrhune Hogeschool Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
49
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
4
Documents
20
Dernière vente
1 semaine de cela

3,3

4 revues

5
1
4
1
3
1
2
0
1
1

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions