Strafprocesrecht Juridische Kaders
Wettelijke toepassing bevoegdheden
1. Toetsing aan de toepassingsvoorwaarden van art. 126j Sv
- Autoriteit: wie heeft de bevoegdheid om dat in te zetten?
- Subject/object: tegen wie of tegen wat?
- Grond: waarom?
- Geval: wanneer?
- Soms termijn
2. Eisen proportionaliteit en subsidiariteit
- Subsidiariteit: zijn er geen andere, minder indringende opsporingsmiddelen
voorhanden om deze zaak op te lossen?
- Proportionaliteit: verhoudt het middel zich tot de ernst van het misdrijf?
3. Verslaglegging: verbaliseringsplicht (art. 152 Sv)
- Opsporingsambtenaren moeten zo snel mogelijk proces-verbaal opmaken.
4. Verklaringsvrijheid (art. 29 lid 1 Sv jo. Art. 6 lid 1 EVRM, HR Posbank)
- Het is belangrijk dat de verdachte niet de facto terechtgekomen is in een
verhoorsituatie, zonder dat de waarborgen die daarbij horen hebben
gegolden.
- Aantasting verklaringsvrijheid – Posbank gezichtspunten:
o Verloop opsporingstraject
o De eventueel reeds door verdachte ingenomen proceshouding
o De mate van misleiding
o De mate van (psychische) druk: was de verdachte kwetsbaarder dan
een gemiddelde persoon en ontvankelijker voor psychische druk?
Verslaving, financiële afhankelijkheid, lage intelligentie, etc.
o De bemoeienis van opsporingsambtenaren met de inhoud van
(wezenlijke) onderdelen van de door verdachte afgelegde verklaring:
hoe erg bemoeiden de ambtenaren zich met de verklaring? Open of
suggestieve vragen? Enigszins suggestieve vragen mogen van de
Hoge Raad
o Ter inkleuring van bovenstaande:
In het vooruitzicht stellen van negatieve of positieve
consequenties
Duur en intensiteit van het traject
Strekking en frequentie met de verdachte
o ! Alleen die gezichtspunten noemen die relevant zijn!
, Strijdigheid van opsporingsmethode met legaliteitsbeginsel
Uit HR Stille SMS volgt:
1. De methode die is ingezet mag niet meer dan een beperkte inbreuk zijn
op de grondrechten van de betrokkene.
- Privacy: ‘hulpcriterium’: dat in elk geval meer dan een beperkte inbreuk
wordt gemaakt indien een opsporingsmethode een min of meer compleet
beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van
de betrokkene
o Duur
o Intensiteit
o Frequentie
o Gebruik technisch hulpmiddel
o Evt. plaats: vooral bij observatie, de privacyverwachting -> op een
druk plein verwacht je minder privacy dan thuis.
2. Het mag niet zeer risicovol zijn voor de integriteit en beheersbaarheid
van de opsporing
- Is de opsporing transparant, onafhankelijk, integer?
o Heeft er afstemming plaatsgevonden met hogere autoriteiten?
o Is er geverbaliseerd?
Verdachte (art. 27 lid 1 Sr)
1. Voorafgaande feiten of omstandigheden
2. Een redelijk vermoeden van schuld
3. Aan enig strafbaar feit
OIC-criteria (cumulatief)
Objectiveerbaarheid
- Voorafgaande feiten en omstandigheden
- Vanuit een onderbuikgevoel of gebaseerd op concrete feiten en
omstandigheden?
- Moet op objectieve gronden gebaseerd zijn
Individualiseerbaarheid
- Is het duidelijk om welk persoon/auto/scooter het gaat?
- Het moet duidelijk zijn door persoonskenmerken of uiterlijke kenmerken
van een voorwerp.
Concretiseerbaarheid
- Het moet duidelijk zijn om welk strafbaar feit het gaat en op welke manier
deze wordt gepleegd.
- Het moet duidelijk zijn hoe dat strafbare feit gepleegd wordt.
Ernstige bezwaren
1. OIC-criteria
2. Zijn er ernstige bezwaren?
Wettelijke toepassing bevoegdheden
1. Toetsing aan de toepassingsvoorwaarden van art. 126j Sv
- Autoriteit: wie heeft de bevoegdheid om dat in te zetten?
- Subject/object: tegen wie of tegen wat?
- Grond: waarom?
- Geval: wanneer?
- Soms termijn
2. Eisen proportionaliteit en subsidiariteit
- Subsidiariteit: zijn er geen andere, minder indringende opsporingsmiddelen
voorhanden om deze zaak op te lossen?
- Proportionaliteit: verhoudt het middel zich tot de ernst van het misdrijf?
3. Verslaglegging: verbaliseringsplicht (art. 152 Sv)
- Opsporingsambtenaren moeten zo snel mogelijk proces-verbaal opmaken.
4. Verklaringsvrijheid (art. 29 lid 1 Sv jo. Art. 6 lid 1 EVRM, HR Posbank)
- Het is belangrijk dat de verdachte niet de facto terechtgekomen is in een
verhoorsituatie, zonder dat de waarborgen die daarbij horen hebben
gegolden.
- Aantasting verklaringsvrijheid – Posbank gezichtspunten:
o Verloop opsporingstraject
o De eventueel reeds door verdachte ingenomen proceshouding
o De mate van misleiding
o De mate van (psychische) druk: was de verdachte kwetsbaarder dan
een gemiddelde persoon en ontvankelijker voor psychische druk?
Verslaving, financiële afhankelijkheid, lage intelligentie, etc.
o De bemoeienis van opsporingsambtenaren met de inhoud van
(wezenlijke) onderdelen van de door verdachte afgelegde verklaring:
hoe erg bemoeiden de ambtenaren zich met de verklaring? Open of
suggestieve vragen? Enigszins suggestieve vragen mogen van de
Hoge Raad
o Ter inkleuring van bovenstaande:
In het vooruitzicht stellen van negatieve of positieve
consequenties
Duur en intensiteit van het traject
Strekking en frequentie met de verdachte
o ! Alleen die gezichtspunten noemen die relevant zijn!
, Strijdigheid van opsporingsmethode met legaliteitsbeginsel
Uit HR Stille SMS volgt:
1. De methode die is ingezet mag niet meer dan een beperkte inbreuk zijn
op de grondrechten van de betrokkene.
- Privacy: ‘hulpcriterium’: dat in elk geval meer dan een beperkte inbreuk
wordt gemaakt indien een opsporingsmethode een min of meer compleet
beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van
de betrokkene
o Duur
o Intensiteit
o Frequentie
o Gebruik technisch hulpmiddel
o Evt. plaats: vooral bij observatie, de privacyverwachting -> op een
druk plein verwacht je minder privacy dan thuis.
2. Het mag niet zeer risicovol zijn voor de integriteit en beheersbaarheid
van de opsporing
- Is de opsporing transparant, onafhankelijk, integer?
o Heeft er afstemming plaatsgevonden met hogere autoriteiten?
o Is er geverbaliseerd?
Verdachte (art. 27 lid 1 Sr)
1. Voorafgaande feiten of omstandigheden
2. Een redelijk vermoeden van schuld
3. Aan enig strafbaar feit
OIC-criteria (cumulatief)
Objectiveerbaarheid
- Voorafgaande feiten en omstandigheden
- Vanuit een onderbuikgevoel of gebaseerd op concrete feiten en
omstandigheden?
- Moet op objectieve gronden gebaseerd zijn
Individualiseerbaarheid
- Is het duidelijk om welk persoon/auto/scooter het gaat?
- Het moet duidelijk zijn door persoonskenmerken of uiterlijke kenmerken
van een voorwerp.
Concretiseerbaarheid
- Het moet duidelijk zijn om welk strafbaar feit het gaat en op welke manier
deze wordt gepleegd.
- Het moet duidelijk zijn hoe dat strafbare feit gepleegd wordt.
Ernstige bezwaren
1. OIC-criteria
2. Zijn er ernstige bezwaren?