0. INLEIDING (ZIE BOEK)
• Curretage (D&C: dilatatie en curettage)
o
• Endometriumbiopsie: Pipelle de Cornier
o
• Ambulante hysteroscopie
o
• Ingrepen: operatieve hysteroscopie
o
, o
• Ingrepen: laparoscopie
o
• Ingrepen: laparotomie (Pfannenstiel → horizontale insnede)
o
• Ingrepen: hysterectomie → subtotaal, totaal, radicaal
o
, o
• Nieuwe ingrepen: robot-geassisteerd, vNOTES
o
,1. VULVAIRE PATHOLOGIE
ZIE DIA’S
2. VAGINA
ZIE DIA’s
,3. CERVIX UTERI
3.1. GOEDAARDIGE LETSELS VAN DE BAARMOEDERHALS
3.1.1. CERVICITIS (ZIE INFECTIES)
3.1.2. CERVICALE ECTOPIE OF ECTROPION = FYSIOLOGISCH
• Wat?
o Uitbreiding van het éénlagig cilinder epitheel van de endocervix naar de exocervix (ectopisch)
o Roder dan het normale meerlagig plaveisel epitheel t.h.v. de cervix
• Voorkomen
o Normaal aanwezig na de menarche, verdwijnt meestal na de menopauze
o Tijdens zwangerschap en behandeling met OC is cervicale ectopie vaak groter dan normaal
• Diagnose
o DD/ cervicale erosie
▪ Macroscopisch is het verschil niet te zien
▪ Colposcopie (bekijken van de cervix met vergroting)
• Ectopie: vili van het cilindrisch epitheel worden gezien
• Erosie: geen epitheel wordt gezien
• Behandeling
o Geen behandeling
▪ (Tenzij bij symptomen zoals postcoïtaal bloedverlies → destructie van epitheel)
,3.1.3. CERVICALE EROSIE
• Wat?
o Verdwijnen van epitheel op de cervix → erosie die er uit ziet als een “wondje”
• Voorkomen
o Zeldzaam
o Meestal na trauma (bv. coïtus, uitgesproken prolaps waarbij de cervix tot voorbij het hymen komt)
• Diagnose
o DD/ cervicale ectopie
▪ Macroscopisch is het verschil niet te zien
▪ Colposcopie (bekijken van de cervix met vergroting)
• Ectopie: vili van het cilindrisch epitheel worden gezien
• Erosie: geen epitheel wordt gezien
• Behandeling
o Geen behandeling
▪ (Tenzij bij uitgesproken prolaps uteri)
3.1.4.CERVICALE TRANSFORMATIEZONE = FYSIOLOGISCH
• Wat?
o De cervicale transformatiezone ontstaat door het naar buiten komen van de cilindrische cellen van
de endocervix naar ectocervix (cervicale ectopie) in de pubertijd
o Door de lage pH van de vagina en blootstelling aan oestrogenen gaat dit gepaard met omvorming van
de cilindrische epitheel naar plaveiselcellen = metaplasie
o De transformatiezone is het gebied tussen de originele junctie van cilindrisch naar plaveisel epitheel
en de nieuwe junctie na het voltooien van de metaplasie
o Dit is een zeer dynamisch gebeuren ➔ transformatiezone is de voorkeursplaats voor het ontstaan van
maligne en premaligne letsels van de cervix
• Diagnose
o Macroscopisch is het verschil met een ectopie of een erosie vaak niet te zien
• Behandeling
o Geen behandeling
,3.1.5. CERVICALE WRATTEN (ZIE PREMALIGNE LETSELS EN CONDYLOMEN)
• Veroorzaakt door HPV
3.1.6. CERVICALE POLIEPEN
• Wat?
o Bestaan uit een steel van bindweefsel bedekt met epitheel
o Poliepen zijn meestal glandulair (uit de endocervix)
o Kunnen enkele mm tot enkele cm groot zijn
• Voorkomen
o Frequent
• Diagnose
o Symptomen
▪ Meestal geen (wordt bij een routineonderzoek ontdekt)
▪ Soms onregelmatig (bv. postcoïtaal) vaginaal bloedverlies
▪ Soms vaginale fluor
o Zeer zeldzaam ontaarden ze
o Soms kan een maligne tumor er uitzien als een goedaardige cervicale poliep
• Behandeling
o Verwijderen (poliepectomie, afdraaien van de poliep) en APO
,3.1.7. CYSTE VAN NABOTH = FYSIOLOGISCH
• Wat?
o Ontstaan door afsluiten van de endocervicale klierbuizen die onder het metaplastisch epitheel van de
transformatiezone terecht komen → afvoer van de klierbuis geraakt verstopt → ophoping van mucus
• Voorkomen
o Zeer frequent
• Diagnose
o Geen symptomen, gele/witte uitstulpingen op de cervix
• Behandeling
o Geen behandeling
3.2. PREMALIGNE EN MALIGNE LETSELS VAN DE BAARMOEDERHALS
3.2.1. PREMALIGNE LETSELS VAN DE CERVIX: CERVICALE INTRA-EPITHELIALE
NEOPLASIEËN (CIN) OF SQUAMEUZE INTRA-EPITHELIALE LETSELS (S.I.L.)
3.2.1.1. INTRODUCTIE
• Meer dan 100 soorten HPV; 35 anogenitaal
o
• Genitale wratten (condylomata acuminata) ➔ LR-HPV
o Veroorzaakt door HPV-types 6,11,42,43,44 (= laag-risico/LR)
o LR-HPV-infecties verdwijnen meestal spontaan na 8-9 maanden
▪ (Tenzij er zich ondertussen condyloma hebben ontwikkeld)
o Niet precancereus/geen dysplasie
o Prevalentie het hoogst bij adolescenten en jong volwassenen (tot 1/3 van de 18-jarigen)
▪ Vaak asymptomatisch
, ▪
• Premaligne en maligne cervicale letsels ➔ HR-HPV
o Oncogene (= hoog-risico/HR) HPV-types (o.a. 16, 18, 31, 33, 45, 52, 58) veroorzaken dysplasie
▪ = normale epitheel wordt vervangen door onrijpe ongedifferentieerde cellen met veel mitosen
▪
o 90% van de HR-HPV infecties zullen spontaan binnen de 2 jaar verdwijnen
▪ Bij persisterende infectie verhoogt het risico op een pre-maligne letsel
▪
, 3.2.1.2. DEFINITIES