Samenvatting – communicatie:
1. Communicatie cycle model:
Zender: Degene die iets wil overdragen, meedelen en/of wil beïnvloeden
Ontvanger: Degene tot wie de boodschap of informatie is gericht
Boodschap: geheel van signalen en symbolen waarmee de zender zijn bedoeling
tracht over te brengen aan de ontvanger
Encoderen & Decoderen: Beleveniswereld van de zender & ontvanger bestaande uit
ervaring, kennis, overtuigingen, waarde & gevoelens.
Kanaal: Medium via wat er gecommuniceerd wordt
Feedback: Retour- informatie van ontvanger naar zender
Ruis: vervorming van de boodschap of informatie, waardoor de ware bedoeling van
de zender niet wordt overgebracht.
1.1. Soorten communicatie:
Er zijn 2 soorten communicatie:
Verbaal = via woorden
Non-verbaal = Via lichaamstaal
1.2. Non-verbale vs verbale communicatie:
Vocaal/auditief Non-vocaal/visueel
Verbaal Gesproken woord Geschreven, gedrukt woord
Non-verbaal Intonatie, timbre, pauze Gebarentaal,
lichaamshouding, uiterlijk,
kleding, reuk, smaak &
ruimte
1.3. Massacommunicatie vs Interpersoonlijke communicatie:
Massacommunicatie: communicatietechniek waarbij grote aantal mensen
(nagenoeg) gelijktijdig boodschappen ontvangt via massa media als radio,
televisie, internet, affiches en de pers
Interpersoonlijk communicatie: Rechtstreekse dialoog, kleinere groep mensen
(mogelijkheid tot interactie)
Vanaf het moment dat 1 op 1 vragen stellen moeilijk wordt.
Sociale media kan beiden zijn. Hangt af van het kanaal of van de hoeveel volgers die
persoon op het kanaal heeft.
1
, 1.4. Inzichten uit de psychologie:
Emotie komt voor de ratio
Je kijkt naar wat de andere doen
Geef wat en je krijgt iets terug
Belonen werkt beter dan bestraffen
Maak van grotere beslissingen kleine stapjes
Wil je dialoog dan moet je eerst contact maken
Creëer schaarste en de waarde neemt toe.
2. Wat is communicatie:
2.1. Professionele communicatie:
Wat is het doel van communicatie:
Bepaal je doel met je boodschap. Wil je informeren, overtuigen of een gesprek
starten? Een helder doel helpt je om gerichter en effectiever te communiceren.
Kort: je doelgroep
Wie is je doelgroep:
Identificeer je publiek; begrip van hun behoeften, verwachtingen en kennisniveau
is essentieel voor effectieve communicatie.
Kort: communicatiedoelen
Wat en hoe wil je communiceren:
Formuleer je belangrijkste boodschap op basis van je doelgroep en doel.
Ontwikkel een creatief concept, creëer relevante content en kies een geschikt
communicatiemiddel om je boodschap over te brengen.
Kort: Creatief concept, content, communicatiemiddelen
Wanneer ga je wat communiceren:
Stel een tijdlijn op voor je communicatie-activiteiten. Maak een contentkalender.
Kort: Tijdsplanning, contenkalender
Communicatiecanvas:
Organisatievraag & communicatievraag
Interne analyse Stakeholders Externe analyse
doelgroep
Communicatiedoelen
Strategie Positionering & Creatief concept
Propositie
Content Middelen Tijd Buddget
2
1. Communicatie cycle model:
Zender: Degene die iets wil overdragen, meedelen en/of wil beïnvloeden
Ontvanger: Degene tot wie de boodschap of informatie is gericht
Boodschap: geheel van signalen en symbolen waarmee de zender zijn bedoeling
tracht over te brengen aan de ontvanger
Encoderen & Decoderen: Beleveniswereld van de zender & ontvanger bestaande uit
ervaring, kennis, overtuigingen, waarde & gevoelens.
Kanaal: Medium via wat er gecommuniceerd wordt
Feedback: Retour- informatie van ontvanger naar zender
Ruis: vervorming van de boodschap of informatie, waardoor de ware bedoeling van
de zender niet wordt overgebracht.
1.1. Soorten communicatie:
Er zijn 2 soorten communicatie:
Verbaal = via woorden
Non-verbaal = Via lichaamstaal
1.2. Non-verbale vs verbale communicatie:
Vocaal/auditief Non-vocaal/visueel
Verbaal Gesproken woord Geschreven, gedrukt woord
Non-verbaal Intonatie, timbre, pauze Gebarentaal,
lichaamshouding, uiterlijk,
kleding, reuk, smaak &
ruimte
1.3. Massacommunicatie vs Interpersoonlijke communicatie:
Massacommunicatie: communicatietechniek waarbij grote aantal mensen
(nagenoeg) gelijktijdig boodschappen ontvangt via massa media als radio,
televisie, internet, affiches en de pers
Interpersoonlijk communicatie: Rechtstreekse dialoog, kleinere groep mensen
(mogelijkheid tot interactie)
Vanaf het moment dat 1 op 1 vragen stellen moeilijk wordt.
Sociale media kan beiden zijn. Hangt af van het kanaal of van de hoeveel volgers die
persoon op het kanaal heeft.
1
, 1.4. Inzichten uit de psychologie:
Emotie komt voor de ratio
Je kijkt naar wat de andere doen
Geef wat en je krijgt iets terug
Belonen werkt beter dan bestraffen
Maak van grotere beslissingen kleine stapjes
Wil je dialoog dan moet je eerst contact maken
Creëer schaarste en de waarde neemt toe.
2. Wat is communicatie:
2.1. Professionele communicatie:
Wat is het doel van communicatie:
Bepaal je doel met je boodschap. Wil je informeren, overtuigen of een gesprek
starten? Een helder doel helpt je om gerichter en effectiever te communiceren.
Kort: je doelgroep
Wie is je doelgroep:
Identificeer je publiek; begrip van hun behoeften, verwachtingen en kennisniveau
is essentieel voor effectieve communicatie.
Kort: communicatiedoelen
Wat en hoe wil je communiceren:
Formuleer je belangrijkste boodschap op basis van je doelgroep en doel.
Ontwikkel een creatief concept, creëer relevante content en kies een geschikt
communicatiemiddel om je boodschap over te brengen.
Kort: Creatief concept, content, communicatiemiddelen
Wanneer ga je wat communiceren:
Stel een tijdlijn op voor je communicatie-activiteiten. Maak een contentkalender.
Kort: Tijdsplanning, contenkalender
Communicatiecanvas:
Organisatievraag & communicatievraag
Interne analyse Stakeholders Externe analyse
doelgroep
Communicatiedoelen
Strategie Positionering & Creatief concept
Propositie
Content Middelen Tijd Buddget
2