Juridische aspecten 2
Week 1 woensdag 13 november
Publiekrecht regelt de rechtsverhoudingen en geeft richtlijnen voor het handelen van de
overheid. Publiekrecht = staatsrecht en bestuursrecht.
Zou ik deze handeling kunnen zonder de overheid? Ja? – privaatrecht. Nee? – publiekrecht.
Vergunningen – publiekrecht
Verschil staatsrecht en bestuursrecht: staatsrecht regelt de inrichting van de staat, welke
overheden hebben we, welke organen horen daartoe?
Bestuursrecht regelt hoe moet de overheid het land besturen? Bevoegdheden, regels.
Nederland is een staat met een koningshuis, regering, parlement, decentrale overheden en
‘semi’-bestuursorganen.
Een staat is een soevereine organisatie bestaande uit een (politiek) bestuur met gezag over
een territoriaal gebied.
Koninkrijk = monarchie, koning(in) = monarch.
De koninklijke titel wordt bij erfopvolging verkregen via de bloedverwanten van Koning
Willem 1, prins van Oranje Nassau.
Adelijke titel
- Willem van Nassau Dillenburg.
- Erfgenaam van het prinsendom d’Orange (Frankrijk).
- Als adellijk stadhouder macht verkregen.
- ‘Vader des vaderlands’ (dat is dus niet Koning Willem 1)
- Ons koningshuis is van oudsher dus Duits.
- Wilhelmus (volkslied) ‘ben ik van Duitse bloed’
- Prinsentitel verwijst naar het prinsendom in Frankrijk.
Willem van Oranje is NIET Koning Willem 1
De erfelijke koningstitel is te vinden in artikel 24 Grondwet.
Grondwet (constitutie)
- Bevat ‘grond’ regels die wij allen moeten nastreven.
- Grondrechten -> hoofdstuk 1 GW
- Bevat tevens de globale inrichting van de staat (hoofdstuk 2 tot en met 7).
Nederland heeft een koningshuis, een grondwet en een gekozen volksvertegenwoordiging
(parlementaire democratie).
Allereerst de scheiding der machten:
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Controlerende macht
1
,Wetgevende macht, maakt wetten. Art 81 grondwet.
Uitvoerende macht, voert wetten uit.
Koning en ministers vormen de regering (art. 42 GW). De regering met eerste en tweede
kamer (Staten Generaal) vormen de wetgevende macht.
De regering bestuurt Nederland.
De ministers hebben overleg in de ministerraad (zonder koning).
Ministerraad vergadert over regelgeving en beleid.
De ministers stemmen over besluiten.
Ministers handelen niet in strijd met besluiten van de regering (homogeniteit)
Hetgeen in de ministerraad wordt besproken is geheim.
De minister-president brengt frequent verslag uit aan de koning (geheim van paleis
noordeinde).
Ministers zijn verantwoordelijk voor hun ministerie/portefeuille.
Ministers kunnen worden bijgestaan door staatssecretarissen (art 46 GW).
De staatssecretaris is samen met de verbonden minister verantwoordelijk voor de uitvoering
van diens taken.
Alle ministers en staatssecretarissen tezamen vormen het kabinet.
Staatssecretarissen mogen een vergadering van de ministerraad bijwonen met betrekking
tot hun aandachtsgebied.
Eerste en tweede kamer gezamenlijk (art. 51 GW).
Vertegenwoordigen het Nederlandse volk (art. 50 GW).
Tweede kamer wordt direct gekozen.
Eerste kamer wordt indirect gekozen.
Met de regering vormt de Staten-Generaal de wetgevende macht.
Tweede kamer der Staten-Generaal:
- Volksvertegenwoordiging na verkiezingen
- Na verkiezingen is bekend wie in de Tweede Kamer zitting mogen nemen.
- Na de verkiezingen gaan de winnende partijen met elkaar in overleg (formatie) om
(met een meerderheid) een regering te vormen (coalitie).
- Tegenhanger van de coalitie is de oppositie)
- 150 zetels (art. 51 lid 2 GW)
- Tweede Kamer leden zijn geen leden van het kabinet.
- Tweede Kamer controleert de regering.
Eerste kamer der Staten-Generaal:
- Indirect gekozen (art. 55 GW)
- 75 zetels (art. 51 lid 3 GW)
- Geen fulltimebaan
- Vergadert en stemt over wetsvoorstellen nadat de Tweede Kamer die heeft
aangenomen.
- De Eerste Kamer mag, in tegenstelling tot de Tweede Kamer, geen voorstellen van
wet indienen (art. 82 lid 1)
2
,Wetgevende bevoegdheid:
- De wetgevende macht zijn de regering en Staten Generaal gezamenlijk.
- De regering kan een wetsvoorstel indienen.
- De leden van de Tweede Kamer kunnen een initiatiefvoorstel indienen.
Wie ondertekent een wet? Tweede kamer en eerste kamer hebben een wet aangenomen,
dan gaat hij terug naar de regering, de verantwoordelijke minister tekent samen met de
Koning.
Wetgevingsprocedure in het kort:
1. Indiening voorstel of initiatief
2. De Tweede Kamer gaat vergaderen en waar nodig het voorstel amenderen.
3. De Tweede Kamer gaat stemmen.
4. Na aanname door de Tweede Kamer gaat het voorstel zoals die is aangenomen naar
de Eerste Kamer voor beraadslaging en stemming.
5. De Eerste Kamer mag het voorstel niet wijzigen, behoudens een novelle.
6. Als de Eerste Kamer het voorstel aanneemt wordt het naar de regering gezonden.
7. De verantwoordelijke minister en de koning tekenen het voorstel (bekrachtiging).
8. Na publicatie ‘is het wet’.
Mag de Koning een wet weigeren? Nee. De Koning is wel onderdeel van de regering, maar
heeft geen formele positie. De verantwoordelijke minister, de Tweede en de Eerste kamer
vinden dat de wet er moet komen. Er komt dan een spoedwet, waardoor er even geen
Koning is. De minister tekent dan voor deze wet. Na de spoedwet (24uur) is de Koning weer
Koning.
Uitvoerende macht
- Wie is onze uitvoerende macht? De regering. Die voert de wetten uit.
- De regering heeft rekening te houden met de wetgevende macht. Zij zijn dus
onderdeel van de wetgevende macht en de uitvoerende macht.
- Het parlement (Eerste en Tweede kamer) controleert de handelingen van de
regering.
- Als de regering niet goed functioneert kan het parlement een motie van wantrouwen
aannemen. Dat betekent dat het vertrouwen in het kabinet of een
minister/staatssecretaris is opgegeven.
In de regel stapt de bewindspersoon of het kabinet op.
Meerderheids-/-minderheidskabinet
- Een meerderheidskabinet bestaat uit partijen die eveneens een meerderheid heeft in
de Tweede Kamer.
- Een minderheidskabinet bestaat uit partijen die geen meerderheid heeft in de
Tweede Kamer.
- Bij een meerderheid kunnen regeringsvoorstellen op steun van de Tweede Kamer
rekenen. Bij minderheid is dit dus lastiger.
- Een minderheidskabinet kan met gedoogsteun toch een meerderheid in de Tweede
Kamer bewerkstelligen.
3
, Rechtbank – hof – hoge raad (in cassatie)
Rechter is de eerste die je tegenkomt in de rechtssprekende macht.
Ben je het er niet mee eens? Kun je naar het Hof, die behandelt de hele zaak opnieuw en je
mag met extra bewijsmateriaal komen. Hieruit volgt een arrest. Tegen dit arrest kun je in
cassatie bij de Hoge Raad. Deze kijkt of het recht goed is toegepast door het hof.
Dit is de hoofdregel!
Koninkrijk der Nederlanden: NACS – ieder een eigen grondwet. Aruba, Curaçao en Sint-
Maarten zijn zelfstandige staten.
Nederland heeft overzeese gemeenten. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba = hoort bij
Nederland dus daar geldt ook deze grondwet. De overzeese landen zijn grotendeels
zelfstandig ten opzichte van het land Nederland.
Statuut is de grondwet van het koninkrijk. Daaronder zit de grondwet.
Rijksniveau: Statuut – grondwet – wet – algemene maatregelen van bestuur – ministeriele
regeling – provinciale verordening – gemeentelijke verordening en waterschap.
Europees recht en internationaal recht zit boven het statuut.
Europees recht: regelt de inrichting van de Europese unie en de lidstaten. Europees recht
kun je niet verdringen. Europees recht werkt direct door in Nederland.
Internationaal recht: niets anders dan een overeenkomst tussen landen. Dit noem je een
verdrag. Een verdrag heeft niet direct werking in Nederland. Het is een overeenkomst, geen
wetgeving. Alle verdragen die te maken hebben met grondrechten van mensen werken wel
direct. Zoals Europees verdrag voor rechten van de mens (EVRM). Dit is dus een verdrag en
geen Europees recht. Het is een verdrag gesloten door lidstaten op het Europese continent.
Niet door de Europese Unie. Het EVRM heeft 47 leden terwijl de EU maar 27 staten telt.
Nederland heeft een gematigd (monistisch stelsel). Dat houdt in dat internationale regels
doorwerken in het Nederlands rechtssysteem zonder dat die regels omgezet hoeven te
worden naar nationaal recht. Dit geldt echter alleen voor verdragen van volkerenrechtelijke
organisaties die eenieder verbindend zijn.
Europees recht werkt direct door omdat Nederland zich heeft verbonden aan de EU en
daarmee een klein deel van haar soevereiniteit heeft opgegeven. (“Costa/ENEL”).
Algemene wet Bestuursrecht (Awb)
Basiswet voor het bestuursrecht
De Awb regelt o.a:
- Besluiten
- Handhaving
- Rechtsbescherming
4
Week 1 woensdag 13 november
Publiekrecht regelt de rechtsverhoudingen en geeft richtlijnen voor het handelen van de
overheid. Publiekrecht = staatsrecht en bestuursrecht.
Zou ik deze handeling kunnen zonder de overheid? Ja? – privaatrecht. Nee? – publiekrecht.
Vergunningen – publiekrecht
Verschil staatsrecht en bestuursrecht: staatsrecht regelt de inrichting van de staat, welke
overheden hebben we, welke organen horen daartoe?
Bestuursrecht regelt hoe moet de overheid het land besturen? Bevoegdheden, regels.
Nederland is een staat met een koningshuis, regering, parlement, decentrale overheden en
‘semi’-bestuursorganen.
Een staat is een soevereine organisatie bestaande uit een (politiek) bestuur met gezag over
een territoriaal gebied.
Koninkrijk = monarchie, koning(in) = monarch.
De koninklijke titel wordt bij erfopvolging verkregen via de bloedverwanten van Koning
Willem 1, prins van Oranje Nassau.
Adelijke titel
- Willem van Nassau Dillenburg.
- Erfgenaam van het prinsendom d’Orange (Frankrijk).
- Als adellijk stadhouder macht verkregen.
- ‘Vader des vaderlands’ (dat is dus niet Koning Willem 1)
- Ons koningshuis is van oudsher dus Duits.
- Wilhelmus (volkslied) ‘ben ik van Duitse bloed’
- Prinsentitel verwijst naar het prinsendom in Frankrijk.
Willem van Oranje is NIET Koning Willem 1
De erfelijke koningstitel is te vinden in artikel 24 Grondwet.
Grondwet (constitutie)
- Bevat ‘grond’ regels die wij allen moeten nastreven.
- Grondrechten -> hoofdstuk 1 GW
- Bevat tevens de globale inrichting van de staat (hoofdstuk 2 tot en met 7).
Nederland heeft een koningshuis, een grondwet en een gekozen volksvertegenwoordiging
(parlementaire democratie).
Allereerst de scheiding der machten:
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Controlerende macht
1
,Wetgevende macht, maakt wetten. Art 81 grondwet.
Uitvoerende macht, voert wetten uit.
Koning en ministers vormen de regering (art. 42 GW). De regering met eerste en tweede
kamer (Staten Generaal) vormen de wetgevende macht.
De regering bestuurt Nederland.
De ministers hebben overleg in de ministerraad (zonder koning).
Ministerraad vergadert over regelgeving en beleid.
De ministers stemmen over besluiten.
Ministers handelen niet in strijd met besluiten van de regering (homogeniteit)
Hetgeen in de ministerraad wordt besproken is geheim.
De minister-president brengt frequent verslag uit aan de koning (geheim van paleis
noordeinde).
Ministers zijn verantwoordelijk voor hun ministerie/portefeuille.
Ministers kunnen worden bijgestaan door staatssecretarissen (art 46 GW).
De staatssecretaris is samen met de verbonden minister verantwoordelijk voor de uitvoering
van diens taken.
Alle ministers en staatssecretarissen tezamen vormen het kabinet.
Staatssecretarissen mogen een vergadering van de ministerraad bijwonen met betrekking
tot hun aandachtsgebied.
Eerste en tweede kamer gezamenlijk (art. 51 GW).
Vertegenwoordigen het Nederlandse volk (art. 50 GW).
Tweede kamer wordt direct gekozen.
Eerste kamer wordt indirect gekozen.
Met de regering vormt de Staten-Generaal de wetgevende macht.
Tweede kamer der Staten-Generaal:
- Volksvertegenwoordiging na verkiezingen
- Na verkiezingen is bekend wie in de Tweede Kamer zitting mogen nemen.
- Na de verkiezingen gaan de winnende partijen met elkaar in overleg (formatie) om
(met een meerderheid) een regering te vormen (coalitie).
- Tegenhanger van de coalitie is de oppositie)
- 150 zetels (art. 51 lid 2 GW)
- Tweede Kamer leden zijn geen leden van het kabinet.
- Tweede Kamer controleert de regering.
Eerste kamer der Staten-Generaal:
- Indirect gekozen (art. 55 GW)
- 75 zetels (art. 51 lid 3 GW)
- Geen fulltimebaan
- Vergadert en stemt over wetsvoorstellen nadat de Tweede Kamer die heeft
aangenomen.
- De Eerste Kamer mag, in tegenstelling tot de Tweede Kamer, geen voorstellen van
wet indienen (art. 82 lid 1)
2
,Wetgevende bevoegdheid:
- De wetgevende macht zijn de regering en Staten Generaal gezamenlijk.
- De regering kan een wetsvoorstel indienen.
- De leden van de Tweede Kamer kunnen een initiatiefvoorstel indienen.
Wie ondertekent een wet? Tweede kamer en eerste kamer hebben een wet aangenomen,
dan gaat hij terug naar de regering, de verantwoordelijke minister tekent samen met de
Koning.
Wetgevingsprocedure in het kort:
1. Indiening voorstel of initiatief
2. De Tweede Kamer gaat vergaderen en waar nodig het voorstel amenderen.
3. De Tweede Kamer gaat stemmen.
4. Na aanname door de Tweede Kamer gaat het voorstel zoals die is aangenomen naar
de Eerste Kamer voor beraadslaging en stemming.
5. De Eerste Kamer mag het voorstel niet wijzigen, behoudens een novelle.
6. Als de Eerste Kamer het voorstel aanneemt wordt het naar de regering gezonden.
7. De verantwoordelijke minister en de koning tekenen het voorstel (bekrachtiging).
8. Na publicatie ‘is het wet’.
Mag de Koning een wet weigeren? Nee. De Koning is wel onderdeel van de regering, maar
heeft geen formele positie. De verantwoordelijke minister, de Tweede en de Eerste kamer
vinden dat de wet er moet komen. Er komt dan een spoedwet, waardoor er even geen
Koning is. De minister tekent dan voor deze wet. Na de spoedwet (24uur) is de Koning weer
Koning.
Uitvoerende macht
- Wie is onze uitvoerende macht? De regering. Die voert de wetten uit.
- De regering heeft rekening te houden met de wetgevende macht. Zij zijn dus
onderdeel van de wetgevende macht en de uitvoerende macht.
- Het parlement (Eerste en Tweede kamer) controleert de handelingen van de
regering.
- Als de regering niet goed functioneert kan het parlement een motie van wantrouwen
aannemen. Dat betekent dat het vertrouwen in het kabinet of een
minister/staatssecretaris is opgegeven.
In de regel stapt de bewindspersoon of het kabinet op.
Meerderheids-/-minderheidskabinet
- Een meerderheidskabinet bestaat uit partijen die eveneens een meerderheid heeft in
de Tweede Kamer.
- Een minderheidskabinet bestaat uit partijen die geen meerderheid heeft in de
Tweede Kamer.
- Bij een meerderheid kunnen regeringsvoorstellen op steun van de Tweede Kamer
rekenen. Bij minderheid is dit dus lastiger.
- Een minderheidskabinet kan met gedoogsteun toch een meerderheid in de Tweede
Kamer bewerkstelligen.
3
, Rechtbank – hof – hoge raad (in cassatie)
Rechter is de eerste die je tegenkomt in de rechtssprekende macht.
Ben je het er niet mee eens? Kun je naar het Hof, die behandelt de hele zaak opnieuw en je
mag met extra bewijsmateriaal komen. Hieruit volgt een arrest. Tegen dit arrest kun je in
cassatie bij de Hoge Raad. Deze kijkt of het recht goed is toegepast door het hof.
Dit is de hoofdregel!
Koninkrijk der Nederlanden: NACS – ieder een eigen grondwet. Aruba, Curaçao en Sint-
Maarten zijn zelfstandige staten.
Nederland heeft overzeese gemeenten. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba = hoort bij
Nederland dus daar geldt ook deze grondwet. De overzeese landen zijn grotendeels
zelfstandig ten opzichte van het land Nederland.
Statuut is de grondwet van het koninkrijk. Daaronder zit de grondwet.
Rijksniveau: Statuut – grondwet – wet – algemene maatregelen van bestuur – ministeriele
regeling – provinciale verordening – gemeentelijke verordening en waterschap.
Europees recht en internationaal recht zit boven het statuut.
Europees recht: regelt de inrichting van de Europese unie en de lidstaten. Europees recht
kun je niet verdringen. Europees recht werkt direct door in Nederland.
Internationaal recht: niets anders dan een overeenkomst tussen landen. Dit noem je een
verdrag. Een verdrag heeft niet direct werking in Nederland. Het is een overeenkomst, geen
wetgeving. Alle verdragen die te maken hebben met grondrechten van mensen werken wel
direct. Zoals Europees verdrag voor rechten van de mens (EVRM). Dit is dus een verdrag en
geen Europees recht. Het is een verdrag gesloten door lidstaten op het Europese continent.
Niet door de Europese Unie. Het EVRM heeft 47 leden terwijl de EU maar 27 staten telt.
Nederland heeft een gematigd (monistisch stelsel). Dat houdt in dat internationale regels
doorwerken in het Nederlands rechtssysteem zonder dat die regels omgezet hoeven te
worden naar nationaal recht. Dit geldt echter alleen voor verdragen van volkerenrechtelijke
organisaties die eenieder verbindend zijn.
Europees recht werkt direct door omdat Nederland zich heeft verbonden aan de EU en
daarmee een klein deel van haar soevereiniteit heeft opgegeven. (“Costa/ENEL”).
Algemene wet Bestuursrecht (Awb)
Basiswet voor het bestuursrecht
De Awb regelt o.a:
- Besluiten
- Handhaving
- Rechtsbescherming
4