Ontwikkelingspsychologie
Hoorcollege 1......................................................................................................................................2
Literatuur ........................................................................................................................................9
Hoorcollege 2.................................................................................................................................... 33
Literatuur ...................................................................................................................................... 43
Hoorcollege 3.................................................................................................................................... 60
Literatuur ...................................................................................................................................... 67
Hoorcollege 4.................................................................................................................................... 83
Literatuur ...................................................................................................................................... 89
Hoorcollege 5.................................................................................................................................. 111
Literatuur .................................................................................................................................... 117
Hoorcollege 6.................................................................................................................................. 129
Literatuur .................................................................................................................................... 136
Hoorcollege 7.................................................................................................................................. 141
Literatuur .................................................................................................................................... 149
Hoorcollege 8.................................................................................................................................. 157
Literatuur .................................................................................................................................... 163
Hoorcollege 9.................................................................................................................................. 172
Literatuur .................................................................................................................................... 179
Hoorcollege 10................................................................................................................................ 190
Literatuur .................................................................................................................................... 198
Hoorcollege 11................................................................................................................................ 201
Literatuur .................................................................................................................................... 206
Hoorcollege 12................................................................................................................................ 206
Literatuur .................................................................................................................................... 213
Made by: Sabine Truijens
Student Pedagogische wetenschappen, Universiteit van Amsterdam (2024)
1
,Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
Hoorcollege 1
Inleiding
Soorten vragen die je kan stellen over kinderen met een bepaald gedrag:
• Is dit normaal (leeftijdsadequaat) gedrag?
• Is dit gedrag kenmerkend voor een bepaald stadium?
• Stel dat het gedrag wat deze kinderen laten zien typerend voor hen is; hoe verschillen ze dan
van elkaar? En hoe stabiel zijn die verschillen?
• Wat veroorzaakt dit gedrag? Waar komen de verschillen tussen deze kinderen vandaan?
• In hoeverre kan je het gedrag van de kinderen beïnvloed (hoe plastisch is het?) En op welke
• Hoe kan je dit gedrag verklaren?
Ontwikkelingspsychologie
De studie van de ontwikkeling van de mensen op lichamelijk (groei van de motoriek, zoals leren
lopen bij peuters), cognitief(de ontwikkeling van taalvaardigheden, zoals het beginnen te spreken in
volledige zinnen), emotioneel(temparament en emoties, ontwikkeling van zelfregulatie) en sociaal
gebied(relatie met ouders en vrienden).
--> kind kan meer exploreren, als het kan lopen. Lichamelijk en cognitief hebben dus invloed op
elkaar.
Relevantieagress
Bij onderzoek en werken met kinderen altijd rekening houden met ontwikkelingsfase
Doelen van ontwikkelingspsychologie
• Begrijpen hoe biologische en culturele processen de menselijke ontwikkeling beïnvloeden
• Ontwikkelen van effectieve manieren om het welzijn en de gezondheid van kinderen te
waarborgen
Historische context
20e eeuw: Speeltuinen gemaakt, zodat de motorische ontwikkeling gestimuleerd kan worden (zoals
zandbakken)
21e eeuw: Speeltuinen voornamelijk voor sociale interacties, creativiteit en beweging
Perioden
• Prenetal period - prenatale fase (zwangerschap tot geboorte)
• Infancy - babytijd (vanaf geboorte)
• Early childhood - vroege kindertijd (vanaf 24-30 mnd)
• Middle chilhood - kindertijd (ong. vanaf 5 tot 7 jaar)
• Adolescence - adolescentie (ong. vanaf 11-12 jaar)
Leerdoelen
1. overzicht hebben van de normale ontwikkeling
Lichamelijk - (pré)frontale hersenschors (18-20 jr)
Cognitief - objectpermanentie (8-24 mndn)
Emotioneel - angst voor hoogte (± 8 mndn)
Sociaal gebied - sociale lach (± 3 mndn)
2. Overzicht hebben van de belangrijke theorieën, wetenschappers en experimenten
2
,Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
o.a.
Piaget - cognitieve ontwikkeling (Constructivistische theorie)
Skinner - operant conditioneren
Vygotsky - sociaal-culturele benadering
Bandura - sociaal leren
Bowlby - gehechtheid
Bögels - uitdagend opvoedingsgedrag is een beschermende factor tegen het ontwikkelen van angst
Freud - Psychoseksuele stadia
Erikson - Psychosociale stadia
Watson - Behaviorisme
3. Kritisch beoordelen van ontwikkelingspsychologische literatuur
a. Typeren en evalueren van theorieën
b. Kwaliteit van onderzoek
• Objectiviteit
• Repliceerbaarheid
• Betrouwbaarheid
• Validiteit
Theorie
• Een theorie is een verzameling denkbeelden die gebruikt kan worden als leidraad voor het
verzamelen en interpreteren van feiten
• Is een vereenvoudigde beschrijving van de werkelijkheid
• Heeft aannames, is beschrijvend, verklarend, voorspellend, generaliseerbaar, toetsbaar
Functie: onobserveerbare mechanismes of processen te beschrijven en die relateren aan
observeerbare gebeurtenissen --> verklaren
Een theorie is gekleurd door (vaak impliciete) aannames/uitgangspunten:
• Endogeen (ontwikkeling beïnvloed voor interne factoren)
• Exogeen (ontwikkeling beïnvloed door externe factoren, voorbeeld belonen en straffen,
Skinner en Freud)
• Constructivistisch (het kind construeert zijn eigen werkelijkheid actief door bijv. te
exploreren, Piaget)
Die uitgangspunten beïnvloeden:
• Wat onderzocht wordt: domein
• Hoe het onderzocht wordt: onderzoeksmethode
• Hoe gegevens geïnterpreteerd worden: centrale thema’s
Een goede theorie is toetsbaar en kan worden aangepast
3
, Auteur: Sabine Truijens I Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar
Wetenschappelijke waarde
1. Testibility (Toetsbaarheid)
2. External validity (Externe validiteit)
3. Predictive validity (Predictieve validiteit)
4. Internal consistency (Interne consistentie)
5. Theoretical economy (Theoretische zuinigheid)
Pedagogische bruikbaarheid
1. Interpretability (Interpreteerbaarheid)
2. Versatility (Veelzijdigheid)
3. Availability (Beschikbaarheid)
4. Guidance (Richtinggevendheid)
Adequaatheid mbt ontwikkeling
1. Temporality (Tijdelijkheid)
2. Cumulativity (Cumulativiteit)
3. Directionality (Directionaliteit)
4. New mode of organization (Nieuwe manier van organisatie)
5. Increased capacity for self-control (Toegenomen zelf-controle)
"Oei ik groei" theorie
De theorie beschreven in het boek Oei ik groei gaat ervan uit dat de ontwikkeling van baby’s met
sprongetjes (transities) verloopt. Vóór een sprong vertoont de baby huilerig en aanhankelijk gedrag
(regressie genoemd). De sprongen vinden plaats op 10 vaste leeftijden, rond 5, 8, 12, 17, 26, 30, 36,
44, 52 en 61 weken.
De theorie uit Oe ik groei:
Pedagogisch bruikbaarheid (hoog/middel/laag)
1. availability (beschikbaarheid) => hoog
2. guidance ( richtinggevende) => hoog
Adequaat mbt ontwikkeling (ja/nee)
3. temporality (tijdelijkheid) => ja
4. directionality (directionaliteit) =>ja
Wetenschappelijke waarde (hoog/middel/laag)
5. testibilty (toetsbaarheid) => hoog
6. external validity (externe validiteit => laag
De kwaliteit van onderzoek
Typen ontwikkelingspsychologie onderzoek
• Fundamenteel onderzoek (basic research)
• Toegepast onderzoek (applied research)
• Action research (praktische problemen oplossen en voor wetenschappelijk onderzoek)
Doelen:
• Wetenschappelijke kennis genereren
• Praktische problemen oplossen
Objectiviteit
Verzamelen en analyseren van gegevens is niet gekleurd door de vooroordelen van de onderzoeker
Repliceerbaarheid
Andere onderzoeker krijgt met dezelfde procedures dezelfde uitkomsten
Betrouwbaarheid
4