SOCIOLOGIE
1. Inleiding
Tijd
= objectief maar ook door de mens gecreëerd en dus plaats- en cultuurgebonden (mensen meten
tijd en organiseren zichzelf door het gebruik van tijd
Ruimte
= objectief maar ook een subjectief gegeven (mensen geven plaats en ruimte een betekenis van
invulling)
2. Overzicht
Het vak sociologie in 4 delen :
1) Tijd als sociaal construct
- Onze westerse visie op tijd en meetbaarheid van tijd
- De dwangmatigheid van onze huidige tijdsnoties
- De economisering van tijd
- Groeiende tijdsdruk in een versnellende samenleving
- Verschillen in betekenis en gebruik van tijd voor verschillende groepen
2) Ruimte als sociaal construct
- Theorieën over ruimte en ruimtegebruik
- Ruimte is geen absoluut gegeven maar door keuzes bepaald door de mens
- Sociologie van plaats en ruimte
3) De interactie tussen tijd en sociale ruimte
- Tijd en plaats beïnvloeden elkaar
- Welke ontwerpen willen versnellen en vertragen?
- Belang van het ontwerp bij een publieke ruimte
- Belang van geluid en stilte als mediator
4) Hoe liet de coronacrisis ons omgaan met tijd en ruimte en is dit veranderd?
- Coronacrisis vanuit sociologisch perspectief
- De anderhalvemeter-samenleving (impact op ruimtegebruik?)
- Lockdowns, thuiswerk en afstandsonderwijs : impact op tijdsbeleving?
1
, SOCIOLOGIE DEEL 1
EXAMENVRAAG
˗ Kan tijd kapot? (filmpje Walter Weyns)
˗ Wat heb je geleerd in dit gastcollege?
˗ Wat heeft je het meeste verbaasd?
˗ Is tijd universeel? Of is onze visie op tijd westers? Waarom?
˗ Hoe kwam onze tijdsmeting tot stand?
˗ Waarom hadden Middeleeuwse steden behoefte aan meer nauwkeurige tijdsmeting?
˗ Wat is een haakrad of onrust, en waarom ligt dit aan de basis van onze tijdsmeting?
˗ Hoe veranderde tijd van karakter door de verspreiding van klokken?
˗ Zijn tijdsmeters disciplineringsinstrumenten? Leg uit waarom wel/niet.
˗ Is tijd meer of minder waard geworden door te meten?
˗ Leven we onder een ‘regiem van de tijd’, zoals Goudsblom beweert? Waarom?
˗ Kan tijd kapot? Waarom wel/niet? Wat leert Walter Weyns ons hierover?
2
, 3. Hoe ons hedendaags tijdsbegrip “tijd” tot stand kwam
Sociologie van de tijd heeft een dubbel doel : (tekst Laeyendecker & Veerman)
- sociologische kennis over hoe menswetenschappen naar tijd zijn gaan kijken (1)
- reflectiekaders aanrijken voor huidige ontwerpopdracht (2)
De samenleving dwingt ons in een aantal tijdskaders en daar moeten we individueel mee leren
omgaan.
Er zijn verschillende visies op tijd : die van onze grootouders is anders, in andere continenten is die
anders, voor kleuters is die anders, voor mensen die werken in shiften is die anders, …
“We ontwerpen geen ruimte, maar tijd.” En om dit te doen moet je misschien de ruimte
ontwerpen…
Paradox Laeyendecker en Veerman :
We kunnen niet nauwkeurig bepalen wanneer mensen tijd beter konden meten, we
kunnen we de impact ervan onderzoeken.
1) Er is een behoefte aan een nauwkeurigere tijdsmeting
- “Stonehenge was een klok” : de zon en positie van de sterren gaven op bepaalde,
precieze momenten een betekenis aan het werk
- De zonnewijzers en klepsydra’s (met water) waren een manier om tijd te ‘meten’
- Middeleeuwen : de behoefte aan nauwkeuriger meten stijgt omdat de samenleving
veranderde (wie had die behoefte?)
- Drie bevolkingsgroepen hadden nood aan nauwkeuriger meten :
1. Monniken
2. Wetenschappers
- Medische astrologen (op basis van sterren, weten wanneer iemand geboren was)
- De astrologen konden dan zo precies weten wnr de sterren invloed zouden hebben op
ons leven
3. Handelaars/ondernemers
- Lengte arbeidstijd bepalen, grenzen van de werkdag (werkklokken)
- Landbouwers (= grote meerderheid van bevolking op dat moment) zagen het nut
van nauwkeurigere tijdbepaling niet in.
2) Tijdssignalen in de Middeleeuwse stad
- Samenleving wordt in steden steeds complexer dus waren tijdssignalen nodig om
menselijk verkeer te regelen : wie had deze nodig?
1. Religieus (begin mis, gebedstijd, …)
2. Openen en sluiten van de stadpoorten
3. Markt (begin en einde kunnen bepalen)
- Economische bloei, beginnende industrie, geldeconomie komt op gang
- Men communiceerde de tijd met klokken (maakte als enige voldoende geluid voor
heel de stad) – probleem wie zet die aan?
- Conclusie = er heerst een algemeen besef dat er een oplossing moest komen (een
algemeen hoor- en zichtbaar uurwerk waarop iedereen zich kan oriënteren)
3
, 3) De mechanische klok : een geniale vondst
- 13de – 14de eeuw : eerste klokken komen tot stand met een tijdmeting die aan de basis
ligt van onze huidige tijdsmeting
- Maar hoe klok aandrijven : water (klepsydra’s) werkt niet goed, gewichten (zijn niet
gelijkmatig genoeg)
- Uitvinding : haakrad / escapement / onrust (de door de gewichten aangedreven
beweging werd afgeremd waardoor de beweging in kleine schokjes verliep) “het kapt
de tijd in stukjes” (elk schokje vertegenwoordigt een stukje tijd) (= stop-ga
mechanisme)
4) Klokken : deel van architecturaal ontwerp op centrale plaatsen in de stad
- Door uitvinding hakenrad konden klokken gemaakt worden (kerken en niet-religieuze
gebouwen zoals het stadhuis)
- De klok werd een symbool voor vooruitgang. Hoog op de toren -→ religie zichtbaar
- Het leven in de stad werd hierdoor ‘leven onder de klok’ genoemd
- Tijd niet hetzelfde in elke stad : er was geen manier om klokken te synchroniseren
- Men had een zandloper voor huiselijk gebruikt (= goedkoop)
5) Tijd verandert van karakter
- Meer klokken = we zien hoe het de samenleving/ mens veranderd
- ‘de klokken veranderen de tijd’ = niet waar maar het verandert wel hoe de mens met
tijd omgaat
- In landbouw werd de tijd door seizoenen bepaalt
- Belangrijkste veranderingen :
1. Het tijdsbewustzijn groeit (continu horen en zien van tijd)
2. Tijd wordt deelbaar (preciezer opdelen), telbaar en hoorbaar
3. Tijd komt los van de natuur (zon niet meer nodig)
4. Tijd kwam op zichzelf te staan (kwam los van gebeurtenissen waaraan die eerder
gebonden was)
5. Tijd als een abstract begrip
6. Tijd komt los van kerk, kloosters en God (begin secularisering)
Conclusie : tijd was van natuur en komt nu onder beheer van mensen
- De veranderingen weerspiegelen zich ook in taalgebruik :“ik ben te laat” in plaats van
“het is laat” of “tijd of geen tijd hebben” tijd kreeg formeel karakter
- “het uurwerk schiep niet interesse voor het meten van tijd, maar die interesse leidde
tot de uitvinding van het uurwerk” (wat er eerst was valt niet te achterhalen, maar wat
duidelijk was, is dat het ging om een gestage wisselwerking tussen de twee)
- Tijd draagt sterk bij aan individualisering
- De mens is de slaaf van de tijd geworden
4
1. Inleiding
Tijd
= objectief maar ook door de mens gecreëerd en dus plaats- en cultuurgebonden (mensen meten
tijd en organiseren zichzelf door het gebruik van tijd
Ruimte
= objectief maar ook een subjectief gegeven (mensen geven plaats en ruimte een betekenis van
invulling)
2. Overzicht
Het vak sociologie in 4 delen :
1) Tijd als sociaal construct
- Onze westerse visie op tijd en meetbaarheid van tijd
- De dwangmatigheid van onze huidige tijdsnoties
- De economisering van tijd
- Groeiende tijdsdruk in een versnellende samenleving
- Verschillen in betekenis en gebruik van tijd voor verschillende groepen
2) Ruimte als sociaal construct
- Theorieën over ruimte en ruimtegebruik
- Ruimte is geen absoluut gegeven maar door keuzes bepaald door de mens
- Sociologie van plaats en ruimte
3) De interactie tussen tijd en sociale ruimte
- Tijd en plaats beïnvloeden elkaar
- Welke ontwerpen willen versnellen en vertragen?
- Belang van het ontwerp bij een publieke ruimte
- Belang van geluid en stilte als mediator
4) Hoe liet de coronacrisis ons omgaan met tijd en ruimte en is dit veranderd?
- Coronacrisis vanuit sociologisch perspectief
- De anderhalvemeter-samenleving (impact op ruimtegebruik?)
- Lockdowns, thuiswerk en afstandsonderwijs : impact op tijdsbeleving?
1
, SOCIOLOGIE DEEL 1
EXAMENVRAAG
˗ Kan tijd kapot? (filmpje Walter Weyns)
˗ Wat heb je geleerd in dit gastcollege?
˗ Wat heeft je het meeste verbaasd?
˗ Is tijd universeel? Of is onze visie op tijd westers? Waarom?
˗ Hoe kwam onze tijdsmeting tot stand?
˗ Waarom hadden Middeleeuwse steden behoefte aan meer nauwkeurige tijdsmeting?
˗ Wat is een haakrad of onrust, en waarom ligt dit aan de basis van onze tijdsmeting?
˗ Hoe veranderde tijd van karakter door de verspreiding van klokken?
˗ Zijn tijdsmeters disciplineringsinstrumenten? Leg uit waarom wel/niet.
˗ Is tijd meer of minder waard geworden door te meten?
˗ Leven we onder een ‘regiem van de tijd’, zoals Goudsblom beweert? Waarom?
˗ Kan tijd kapot? Waarom wel/niet? Wat leert Walter Weyns ons hierover?
2
, 3. Hoe ons hedendaags tijdsbegrip “tijd” tot stand kwam
Sociologie van de tijd heeft een dubbel doel : (tekst Laeyendecker & Veerman)
- sociologische kennis over hoe menswetenschappen naar tijd zijn gaan kijken (1)
- reflectiekaders aanrijken voor huidige ontwerpopdracht (2)
De samenleving dwingt ons in een aantal tijdskaders en daar moeten we individueel mee leren
omgaan.
Er zijn verschillende visies op tijd : die van onze grootouders is anders, in andere continenten is die
anders, voor kleuters is die anders, voor mensen die werken in shiften is die anders, …
“We ontwerpen geen ruimte, maar tijd.” En om dit te doen moet je misschien de ruimte
ontwerpen…
Paradox Laeyendecker en Veerman :
We kunnen niet nauwkeurig bepalen wanneer mensen tijd beter konden meten, we
kunnen we de impact ervan onderzoeken.
1) Er is een behoefte aan een nauwkeurigere tijdsmeting
- “Stonehenge was een klok” : de zon en positie van de sterren gaven op bepaalde,
precieze momenten een betekenis aan het werk
- De zonnewijzers en klepsydra’s (met water) waren een manier om tijd te ‘meten’
- Middeleeuwen : de behoefte aan nauwkeuriger meten stijgt omdat de samenleving
veranderde (wie had die behoefte?)
- Drie bevolkingsgroepen hadden nood aan nauwkeuriger meten :
1. Monniken
2. Wetenschappers
- Medische astrologen (op basis van sterren, weten wanneer iemand geboren was)
- De astrologen konden dan zo precies weten wnr de sterren invloed zouden hebben op
ons leven
3. Handelaars/ondernemers
- Lengte arbeidstijd bepalen, grenzen van de werkdag (werkklokken)
- Landbouwers (= grote meerderheid van bevolking op dat moment) zagen het nut
van nauwkeurigere tijdbepaling niet in.
2) Tijdssignalen in de Middeleeuwse stad
- Samenleving wordt in steden steeds complexer dus waren tijdssignalen nodig om
menselijk verkeer te regelen : wie had deze nodig?
1. Religieus (begin mis, gebedstijd, …)
2. Openen en sluiten van de stadpoorten
3. Markt (begin en einde kunnen bepalen)
- Economische bloei, beginnende industrie, geldeconomie komt op gang
- Men communiceerde de tijd met klokken (maakte als enige voldoende geluid voor
heel de stad) – probleem wie zet die aan?
- Conclusie = er heerst een algemeen besef dat er een oplossing moest komen (een
algemeen hoor- en zichtbaar uurwerk waarop iedereen zich kan oriënteren)
3
, 3) De mechanische klok : een geniale vondst
- 13de – 14de eeuw : eerste klokken komen tot stand met een tijdmeting die aan de basis
ligt van onze huidige tijdsmeting
- Maar hoe klok aandrijven : water (klepsydra’s) werkt niet goed, gewichten (zijn niet
gelijkmatig genoeg)
- Uitvinding : haakrad / escapement / onrust (de door de gewichten aangedreven
beweging werd afgeremd waardoor de beweging in kleine schokjes verliep) “het kapt
de tijd in stukjes” (elk schokje vertegenwoordigt een stukje tijd) (= stop-ga
mechanisme)
4) Klokken : deel van architecturaal ontwerp op centrale plaatsen in de stad
- Door uitvinding hakenrad konden klokken gemaakt worden (kerken en niet-religieuze
gebouwen zoals het stadhuis)
- De klok werd een symbool voor vooruitgang. Hoog op de toren -→ religie zichtbaar
- Het leven in de stad werd hierdoor ‘leven onder de klok’ genoemd
- Tijd niet hetzelfde in elke stad : er was geen manier om klokken te synchroniseren
- Men had een zandloper voor huiselijk gebruikt (= goedkoop)
5) Tijd verandert van karakter
- Meer klokken = we zien hoe het de samenleving/ mens veranderd
- ‘de klokken veranderen de tijd’ = niet waar maar het verandert wel hoe de mens met
tijd omgaat
- In landbouw werd de tijd door seizoenen bepaalt
- Belangrijkste veranderingen :
1. Het tijdsbewustzijn groeit (continu horen en zien van tijd)
2. Tijd wordt deelbaar (preciezer opdelen), telbaar en hoorbaar
3. Tijd komt los van de natuur (zon niet meer nodig)
4. Tijd kwam op zichzelf te staan (kwam los van gebeurtenissen waaraan die eerder
gebonden was)
5. Tijd als een abstract begrip
6. Tijd komt los van kerk, kloosters en God (begin secularisering)
Conclusie : tijd was van natuur en komt nu onder beheer van mensen
- De veranderingen weerspiegelen zich ook in taalgebruik :“ik ben te laat” in plaats van
“het is laat” of “tijd of geen tijd hebben” tijd kreeg formeel karakter
- “het uurwerk schiep niet interesse voor het meten van tijd, maar die interesse leidde
tot de uitvinding van het uurwerk” (wat er eerst was valt niet te achterhalen, maar wat
duidelijk was, is dat het ging om een gestage wisselwerking tussen de twee)
- Tijd draagt sterk bij aan individualisering
- De mens is de slaaf van de tijd geworden
4