Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

15/20! Inleinding tot de informatica samenvatting van de theorie + transcriptie lessen

Note
-
Vendu
3
Pages
62
Publié le
15-01-2025
Écrit en
2023/2024

Samenvatting van de lessen aangevuld met informatie uit het boek












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
15 janvier 2025
Nombre de pages
62
Écrit en
2023/2024
Type
Resume

Aperçu du contenu

INFORMATICA VOOR BEDRIJFSKUNDIGEN
SAMENVATTING 1


1. INFORMATIESYSTEMEN

1.1 INLEIDING

THOMAS L. FRIEDMAN → ‘The world is flat’: beschrijft hoe concurrentie veranderd. (Macro-economisch).
Door vergemakkelijking zakendoen (sociale media, thuisbezorging, enz.) zorgt voor een kleiner wordende
wereld. = schaalverkleining. → technologie belangrijk!

PRODUCTIVITEITSPARADOX: investeringen in informatiesystemen vertalen zich niet in betere productiviteit.

➔ Tegenargument 1: Verschuiving opbrengsten over grenzen van sectoren (vb. office vs. Papier)
➔ Tegenargument 2: Productiviteit vs. Diensten moeilijk te meten. Maturiteit van organisatie rond
kennis informatiesystemen, systemen leveren pas wat op in later stadium.
➔ Tegenargument 3: Verschuiving van kleine bedrijven naar één bedrijf die alles kan → concentratie
kapitaal verschuift.


ICT IS ECONOMISCH BELANGRIJK
Grootste bedrijven ter wereld zijn IT bedrijven → grote impact op micro en macro economie.


ICT ZORGT VOOR NIEUWE OPPORTUNITEITEN.
Meer en meer diensten aanbieden bij product → concurrentieel voordeel behalen door ICT
+ vb. airbnb


ICT ZORGT VOOR OPLOSSINGEN VAN BEDRIJFSPROBLEMEN
Barrières identificeren en er oplossingen voor vinden is taak voor managers. Communicatie tussen IT-technici
en managers is essentieel. Eindgebruikers bepalen mee hoe informatiesystemen gebruikt worden door
aanvaarding. (vb. RFID)


ICT HEEFT EEN MAATSCHAPPELIJKE IMPACT
Manier waarop mensen omgaan met informatie en daarop inspelen is een belangrijke maatschappelijke
evolutie (vb. waze → gemeentes passen zich aan de app aan) + internet of things (bv. Koelkast op internet)

Overheden hebben regulerende rol om impact van informatiesystemen in goede banen te leiden. → Nood aan
wetgevend kader. + kloof Haves en have-nots overbruggen: maatschappelijke trends sturen.

,1.2 INFORMATIESYSTEMEN

Bedoeling informatiesysteem = vergaren en opslaan van data als het verwerken van deze data tot inzetbare
informatie. → funderingen voor beslissingen v/e manager.


1.2.1 DATA
DEFINITIE: Een opeenvolging van vastgestelde instanties die zich hebben voorgedaan. = ‘ruwe grondstof’

EIGENSCHAPPEN:

• Data kunnen op verschillende manieren vergaard worden, gaande van sensoren tot manuele invoering
van gegevens.
• Data kunnen op grote schaal vergaard worden door systemen zelf (bijvoorbeeld Big Data).
• Data vormt de basis om informatie te creëren

BIG DATA: te grote hoeveelheid voor een conventioneel computerprogramma.


1.2.2 INFORMATIE
Vloeit voort uit data die gestructureerd verwerkt wordt of in bepaalde context geplaatst wordt. = ‘Eindproduct’

EIGENSCHAPPEN:

• Informatie is veelal nodig om bedrijfsvoering te doen.
• Informatie is afleidbaar uit individueel vastgestelde indicatoren
• Informatie is vertaalbaar in een opeenvolging van verwerking van data.

WAARDE VAN INFORMATIE
• Tijd: wat vandaag gezien wordt kan morgen al verouderd zijn OF Kan later data vormen voor nieuwe
informatie.
• Vorm: belangrijk voor bepalen van waarde. Beknopt vs. Gedetailleerd;
• Inhoud: Volledige data? Betrouwbare bron? Correct model?

1.3 SOORTEN INFORMATIESYSTEMEN


1.3.1 OPERATIONEEL ONDERSTEUNENDE SYSTEMEN
Ondersteuning in dagelijkse werking van organisatie (bv. Boekhouding, communicatie, productie,…)


1.3.2 MANAGEMENT ONDERSTEUNENDE SYSTEMEN
Ondersteuning aan management a.d.h.v. informatie te geven die beslissingen staaft (bv. DSS (decision support
system), dashboards, rapporteringssystemen, …)


1.3.3 OVERKOEPELENDE SYSTEMEN
Bedrijfsbreed inzetbaar, leveren informatie aan zowel operationele en managementkant v/e organisatie. (bv.
Kennismanagement, expertensystemen, strategische informatiesystemen, …)

,1.4 ONDERDELEN VAN EEN INFORMATIESYSTEEM

INPUT: Ruwe data door hulpbronnen zoals
muisklikken, sensors, …

VERWERKING: verwerking data tot inzetbare
info door software.(bv. Rekenmodules)

OUTPUT: gewenste informatie uit het
systeem halen door beeldschermen, printers,
VR, …

OPSLAG: Opslaan ruwe data en informatie om later weer op te vragen. → informatie wordt gebruikt als data
voor nieuwe info. Hulpbronnen zijn harde schijven, USB-sticks, cloud-storage, …

TERUGKOPPELING: Situatie waar systeem niet mee om kan en hulp nodig? → terugkoppeling nodig in de
vorm van een melding alvorens verder kan worden gegaan (vb. inkt op in printer)

1.5 HULPBRONNEN VAN INFORMATIESYSTEMEN (ZIE HOOFSTUK 3)

• Standaarden (vertaling tussen • Netwerken
verschillende informatiesystemen) • Software
• Systeembeheer • Data(banken)beheer
• Beveiliging • Informatiediensten
• Mensen • Besturingssystemen (OS) (communiceren
• Opleidingen harde schijf en apps)
• Hardware



1.6 EXTERNE FACTOREN DIE MEE VORM GEVEN AAN INFORMATIESYSTEMEN

STAKEHOLDERS (= partijen die bereiken bedrijfsdoelstellingen beïnvloeden) bepalen welke vorm het
informatiesysteem best aanneemt.

• Klanten: Verwachten bepaalde vorm van dienstverlening of willen bepaalde info niet verstrekken.
• Leveranciers: afspraken over facturen in systemen.
• Aandeelhouders: Verwachten dat bedrijf technologisch mee evolueert en noden van de klanten
invullen.
• Concurrenten: Wanneer concurrent informatiesysteem heeft die beter voldoet aan eisen v/d klant,
moet er aan minstens dezelfde eisen worden voldaan;
• Financiële instellingen: Banken kunnen standaarden opleggen voor officiële rapporteringen of
elektronische bankverrichtingen.
• Personeel: Levert dikwijls data voor informatiesystemen. Bepaalde manier van interpreteren
afhankelijk van personeel. Eigen IT dienst heeft grotere invloed.
• Vakbonden: Kunnen eisen dat bepaalde informatie over personeel niet geregistreerd wordt (vb.
aankomst- en vertrekuren) of bepaalde info eenvoudiger kan worden geregistreerd.
• De maatschappij: Culturele en maatschappelijke factoren (bv. Robots in Japan beter aanvaard)
• De overheid: opleggen van standaarden of verplichten tot registreren of rapporteren van informatie
(vb. kwartaalcijfers) . → Wetgevend kader

, 1.7 WIE HEEFT NOOD AAN INFORMATIE VAN ORGANISATIES?

• Klanten: Speciale software CRM (Customer Relation Management) → e-commerce, directe marketing,
extra diensten, …
• Personeel: bedoelt om functionaliteit intern te verbeteren (vb. gemeenschappelijke agenda’s,
communicatiemethoden,…
• Leveranciers: automatische bestellingen door SCM (supply chain management) software.
• Partners: Informatie uitwisselen om samenwerking te stimuleren (banken, koerierdienst) door PRM
(Partner relationship management) software.

1.8 INZETBAARHEID VAN INFORMATIE

Informatiesystemen gebruiken om bedrijfsprocessen te ondersteunen.


1.8.1 TRANSACTIEVERWERKENDE SYSTEMEN
Ondersteunen bedrijfstransacties zoals aankoop en verkoop → primaire processen van een organisatie dus de
kern van de informatie.


1.8.2 PROCESBESTURINGS SYSTEMEN
Procesautomatisatie zoals bv. Productierobotica die worden aangestuurd en gecontroleerd door deze
systemen. (bv. Fabrieken runnen of treinwissels)


1.8.3 SAMENWERKINGSYSTEMEN
Heeft als doel samenwerking te bevorderen maar delen ook info met klanten, leveranciers of partners. Bv. door
E-mail of agenda’s of websites en sociale media op met klanten te communiceren.


1.8.4 MANAGEMENTSYSTEMEN
Parameters visueel voorstellen of scenario’s af te toetsen via simulering (DSS) en datamining.

1.9 VERSCHIL IN INFORMATIEBEHOEFTE



TOPMANAGEMENT:
Informatie uit hele organisatie
ter beschikking. Systemen waar
men vragen aan kan stellen of
modellen kan opstellen. Info uit
externe en interne data.
=Toekomstgericht

MIDDENMANAGEMENT:
Systemen afhankelijk van
beslissingen. Vaak combinatie
Top en operationeel. Ruime
afdelingsinformatie ter
beschikking.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Handelswetenschapper123 Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
133
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
2
Documents
18
Dernière vente
4 jours de cela

3,6

11 revues

5
1
4
5
3
5
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions