HOOFDSTUK 1 – REFLEXEN
REFLEX
= motorisch antwoord op een prikkel die CZS passeert
- Je moet hier niet over nadenken gebeurt automatisch
REFLEXBOOG
- Een reflex bestaat uit 5 componenten
o Receptoren: sensorische prikkel capteren
o Afferente vezels: prikkel richting CZS sturen
o Motorneuronen: efferente zenuwvezels uitsturen richting effectoren
o Efferente vezels
o Effectoren (spieren): motorisch antwoord gaan verwezenlijken
REFLEXBOOG
REFLEXBOOG OP ELEKTROFYSIOLOGISCH NIVEAU
- Communicatie tussen neuronen via opwekken van AP en NT
- Op de huid detectoren die een sensorische prikkel waarnemen geactiveerd info naar
afferente vezels via AP = monosynaptische connectie
o Sensorisch neuron wekt AP op postsynaptisch potentiaal opwekken motor
neuron hierdoor geactiveerd richting skeletspieren spiercontractie = reflex
ONBEWUST VS BEWUSTE REFLEX
- We zijn niet bewust van een reflex gebeurt thv ruggenmerg/hersenstam
- MAAR je wordt de pijn wel gewaar gebeurt pas na de reflex
- Reflexboog naar CZS (onbewust) MAAR ook sensorische prikkel via thalamus naar
somatosensorische cortex (bewust)
o Dit zorgt voor het bewust worden van pijnprikkel
THALAMUS
- = schakelcentrum
- Sensorisch -, motorisch-, limbisch- (geheugen gerelateerde info) en reticulair systeem
(slaap/waak regulatie)
SOMATOSENSORISCHE CORTEX
- Reflex vanuit ruggenmerg of hersenstam maar tegelijk ook info naar somatosensorische
cortex sturen
SOORTEN REFLEXEN
1ste MANIER OM TYPES VAN REFLEXEN TE LOC-KALISEREN
= lokalisatie van receptoren en effectoren
1. Ipsilateraal
o Prikkel (receptor) en motorisch antwoord aan dezelfde zijde van het lichaam
2. Contralateraal
o Prikkel en motorisch antwoord aan tegenovergestelde zijde van het lichaam
3. Bilateraal
o Unilaterale receptor: reactie aan 2 kanten van het lichaam
o Vb: lichtreflex
1
,2de MANIER OM TYPES VAN REFLEXEN TE LOKALISEREN
= functioneel niveau
1. Proprioceptieve reflex = spierrekkingsreflexen
o = positiezin = kinesthesie = vermogen dat we hebben om ons bewust te zijn van de
positie van ons lichaam, beweging van onze armen,…
o Dieptesensibiliteit = info capteren in dieperliggende structuren (spieren, gewrichten,
pezen)
o Proprioreceptoren
Gewrichtreceptoren: positie gewrichten
Info sturen naar cortex bewust worden van de stand van gewricht
Golgi peeslichaampjes: regulatie spierspanning
Collageenvezels rekken uit doordat pees gaat uitrekken
sensorische vezels activeren
Spierkracht regelen
Hand uitstrekken gewicht op leggen corrigeren voor je
stabiel kan houden op de hand nog extra gewicht
spierspoelen detecteren voldoende contractie om hand
op niveau te houden
Kracht ontwikkeling te groot spieren ontspannen en je
laat alles vallen
Spierspoelen: regulatie spierlengte = regulatie spiertonus
Geïnnerveerd door γ -motorneuronen kunnen contraheren
Spiraalvormige buik omgeven door Ia vezels = primair sensorische
zenuwen
Excitatie door
Verlenging gehele spier: centrale buik en spierspoel rekken
mee uit activatie sensorische zenuwvezel
Contractie spierspoel: door signaal aan uiteinden te geven
centrale buik zal uitrekken en activeren
2 types spiervezels
Intrafusale spiervezels ( γ -motorneuron): spierspoel in
kapsel met erin spiervezels
Extrafusale spiervezels (α -motorneuron): dwarsgestreept
skeletspiervezels buiten kapsel van spierspoel
o Eigenreflex = myotatische reflex
= prikkel en antwoord in zelfde orgaan
= contractie spier tgv passieve uitrekking spier
Tikken op pees en volledige skeletspier gaat uitrekken
Prikkel in sensorische Ia-vezels (zwart)
Achterwortel van ruggenmerg
Voorhoorn van ruggenmerg
Synaps motorneuron zelfde spier (rood)
Activering α -motorneuron ganse skeletspier activeren
Contractie spier
Kniereflex treedt snel op want monosynaptisch
Reflex dat ontstaat zorgt ervoor dat spier terug de originele lengte
krijgt
2
, Bijkomende schakeling
Tijdens reflex: remming bijbehorende flexor
(buigspier) door inhiberend interneuron
Vanuit spierspoel (blauw) connectie met
inhiberend interneuron maakt synaps
met α -motorneuron flexoren
ontspannen
Golgi peeslichaampjes
Pees uitrekken collageen vezels uitrekken
sensorische zenuwvezels activeren
Ib sensorische zenuwvezels
Remming α -motorneuron eigen spier + activering
antagoniserende spier
Beëindigen eigen reflex
Reflexcontractie spierspoel niet opgespannen Ia niet meer
geactiveerd om reflex op te wekken
Flexoren activeren en extensoren inhiberen = autogene remming
Via Ib-vezels en inhiberend interneuron
Ib-vezels reciproke remming
Remming motorneuronen via interneuron α -motorneuron naar
quadriceps
Modulatie eigenreflex
Activering γ -motorneuron door CZS
Contractie spierspoelen
o Long-loop reflex
Reflex thv ruggenmerg
EMG activeren spieren 1ste piek = reflexmatige reactie spier 2de
piek = in hoger gelegen gebieden want verloopt trager
Cerebellum voor aanleren van spierkracht die je nodig hebt om iets op te
pakken,…
2. Exteroceptieve reflex = huidreflexen
o = vreemde reflexen
o Receptoren gescheiden van effectoren
o Polysynaptische reflex: sensorische neuron maakt connectie met interneuron en
nadien pas met motorneuron
o Info komt binnen via 1 sensorische reflex en geeft motorische reflex op verschillende
spinale niveaus langere reflextijd volledig lichaam beweegt weg van bron
3
, o Vreemde reflexen
Buigreflex = vluchtreflex
Pijn in rechtervoet buiging alle gewrichten Re been pijn
afferente neuron
(1) Exciterende interneuronen spieren contraheren om been op te
heffen motorneuronen ipsilaterale flexoren activeren
contraheren
(2 + 3) richting rechterbeen andere spieren tegenovergestelde
inhiberend interneuron zorgen dat motorneuron ipsilaterale
extensoren activeren ontspannen
Tegenovergestelde aan andere kant van lichaam = gekruiste
strekreflex
(4 + 5) exciterende interneuronen activeren motorneuronen
contralaterale extensoren contractie = stabiel staan
(6) inhiberende interneuronen inactiveren motorneuronen
contralaterale flexoren ontspannen
Beschermingsreflex = hoesten, niezen
Nutritiereflexen = slikken, zuigen, kokhalzen
Neurologisch onderzoek = buikwandreflex, voetzool
3. Pathologische reflex = afwijkende reflexen
o Proprioceptieve reflexen
Snoutreflex: neuronale schade tgv veroudering, tumor,…
Reflex door tikken tegen mond/lippen lippen gaan tuiten
Pathologisch bij volwassenen
Bicepspees-, brachioradialis-, tricepspeesrefelx
Opgewekt door hamer op pees
Pathologisch indien afwezig
Kniepeesreflex
Hyperreflexie = reflex zeer uitgesproken aanwezig
Lesie bij inhiberend interneuron
Na veren is pathologisch bij gezonde persoon niet waar te nemen
o Exteroceptieve reflexen
Palmomentale reflex
Pathologisch bij volwassenen
Opwekken door op hand te strijken contractie kin
Signaal op huid andere spieren op andere locatie activeren
4
REFLEX
= motorisch antwoord op een prikkel die CZS passeert
- Je moet hier niet over nadenken gebeurt automatisch
REFLEXBOOG
- Een reflex bestaat uit 5 componenten
o Receptoren: sensorische prikkel capteren
o Afferente vezels: prikkel richting CZS sturen
o Motorneuronen: efferente zenuwvezels uitsturen richting effectoren
o Efferente vezels
o Effectoren (spieren): motorisch antwoord gaan verwezenlijken
REFLEXBOOG
REFLEXBOOG OP ELEKTROFYSIOLOGISCH NIVEAU
- Communicatie tussen neuronen via opwekken van AP en NT
- Op de huid detectoren die een sensorische prikkel waarnemen geactiveerd info naar
afferente vezels via AP = monosynaptische connectie
o Sensorisch neuron wekt AP op postsynaptisch potentiaal opwekken motor
neuron hierdoor geactiveerd richting skeletspieren spiercontractie = reflex
ONBEWUST VS BEWUSTE REFLEX
- We zijn niet bewust van een reflex gebeurt thv ruggenmerg/hersenstam
- MAAR je wordt de pijn wel gewaar gebeurt pas na de reflex
- Reflexboog naar CZS (onbewust) MAAR ook sensorische prikkel via thalamus naar
somatosensorische cortex (bewust)
o Dit zorgt voor het bewust worden van pijnprikkel
THALAMUS
- = schakelcentrum
- Sensorisch -, motorisch-, limbisch- (geheugen gerelateerde info) en reticulair systeem
(slaap/waak regulatie)
SOMATOSENSORISCHE CORTEX
- Reflex vanuit ruggenmerg of hersenstam maar tegelijk ook info naar somatosensorische
cortex sturen
SOORTEN REFLEXEN
1ste MANIER OM TYPES VAN REFLEXEN TE LOC-KALISEREN
= lokalisatie van receptoren en effectoren
1. Ipsilateraal
o Prikkel (receptor) en motorisch antwoord aan dezelfde zijde van het lichaam
2. Contralateraal
o Prikkel en motorisch antwoord aan tegenovergestelde zijde van het lichaam
3. Bilateraal
o Unilaterale receptor: reactie aan 2 kanten van het lichaam
o Vb: lichtreflex
1
,2de MANIER OM TYPES VAN REFLEXEN TE LOKALISEREN
= functioneel niveau
1. Proprioceptieve reflex = spierrekkingsreflexen
o = positiezin = kinesthesie = vermogen dat we hebben om ons bewust te zijn van de
positie van ons lichaam, beweging van onze armen,…
o Dieptesensibiliteit = info capteren in dieperliggende structuren (spieren, gewrichten,
pezen)
o Proprioreceptoren
Gewrichtreceptoren: positie gewrichten
Info sturen naar cortex bewust worden van de stand van gewricht
Golgi peeslichaampjes: regulatie spierspanning
Collageenvezels rekken uit doordat pees gaat uitrekken
sensorische vezels activeren
Spierkracht regelen
Hand uitstrekken gewicht op leggen corrigeren voor je
stabiel kan houden op de hand nog extra gewicht
spierspoelen detecteren voldoende contractie om hand
op niveau te houden
Kracht ontwikkeling te groot spieren ontspannen en je
laat alles vallen
Spierspoelen: regulatie spierlengte = regulatie spiertonus
Geïnnerveerd door γ -motorneuronen kunnen contraheren
Spiraalvormige buik omgeven door Ia vezels = primair sensorische
zenuwen
Excitatie door
Verlenging gehele spier: centrale buik en spierspoel rekken
mee uit activatie sensorische zenuwvezel
Contractie spierspoel: door signaal aan uiteinden te geven
centrale buik zal uitrekken en activeren
2 types spiervezels
Intrafusale spiervezels ( γ -motorneuron): spierspoel in
kapsel met erin spiervezels
Extrafusale spiervezels (α -motorneuron): dwarsgestreept
skeletspiervezels buiten kapsel van spierspoel
o Eigenreflex = myotatische reflex
= prikkel en antwoord in zelfde orgaan
= contractie spier tgv passieve uitrekking spier
Tikken op pees en volledige skeletspier gaat uitrekken
Prikkel in sensorische Ia-vezels (zwart)
Achterwortel van ruggenmerg
Voorhoorn van ruggenmerg
Synaps motorneuron zelfde spier (rood)
Activering α -motorneuron ganse skeletspier activeren
Contractie spier
Kniereflex treedt snel op want monosynaptisch
Reflex dat ontstaat zorgt ervoor dat spier terug de originele lengte
krijgt
2
, Bijkomende schakeling
Tijdens reflex: remming bijbehorende flexor
(buigspier) door inhiberend interneuron
Vanuit spierspoel (blauw) connectie met
inhiberend interneuron maakt synaps
met α -motorneuron flexoren
ontspannen
Golgi peeslichaampjes
Pees uitrekken collageen vezels uitrekken
sensorische zenuwvezels activeren
Ib sensorische zenuwvezels
Remming α -motorneuron eigen spier + activering
antagoniserende spier
Beëindigen eigen reflex
Reflexcontractie spierspoel niet opgespannen Ia niet meer
geactiveerd om reflex op te wekken
Flexoren activeren en extensoren inhiberen = autogene remming
Via Ib-vezels en inhiberend interneuron
Ib-vezels reciproke remming
Remming motorneuronen via interneuron α -motorneuron naar
quadriceps
Modulatie eigenreflex
Activering γ -motorneuron door CZS
Contractie spierspoelen
o Long-loop reflex
Reflex thv ruggenmerg
EMG activeren spieren 1ste piek = reflexmatige reactie spier 2de
piek = in hoger gelegen gebieden want verloopt trager
Cerebellum voor aanleren van spierkracht die je nodig hebt om iets op te
pakken,…
2. Exteroceptieve reflex = huidreflexen
o = vreemde reflexen
o Receptoren gescheiden van effectoren
o Polysynaptische reflex: sensorische neuron maakt connectie met interneuron en
nadien pas met motorneuron
o Info komt binnen via 1 sensorische reflex en geeft motorische reflex op verschillende
spinale niveaus langere reflextijd volledig lichaam beweegt weg van bron
3
, o Vreemde reflexen
Buigreflex = vluchtreflex
Pijn in rechtervoet buiging alle gewrichten Re been pijn
afferente neuron
(1) Exciterende interneuronen spieren contraheren om been op te
heffen motorneuronen ipsilaterale flexoren activeren
contraheren
(2 + 3) richting rechterbeen andere spieren tegenovergestelde
inhiberend interneuron zorgen dat motorneuron ipsilaterale
extensoren activeren ontspannen
Tegenovergestelde aan andere kant van lichaam = gekruiste
strekreflex
(4 + 5) exciterende interneuronen activeren motorneuronen
contralaterale extensoren contractie = stabiel staan
(6) inhiberende interneuronen inactiveren motorneuronen
contralaterale flexoren ontspannen
Beschermingsreflex = hoesten, niezen
Nutritiereflexen = slikken, zuigen, kokhalzen
Neurologisch onderzoek = buikwandreflex, voetzool
3. Pathologische reflex = afwijkende reflexen
o Proprioceptieve reflexen
Snoutreflex: neuronale schade tgv veroudering, tumor,…
Reflex door tikken tegen mond/lippen lippen gaan tuiten
Pathologisch bij volwassenen
Bicepspees-, brachioradialis-, tricepspeesrefelx
Opgewekt door hamer op pees
Pathologisch indien afwezig
Kniepeesreflex
Hyperreflexie = reflex zeer uitgesproken aanwezig
Lesie bij inhiberend interneuron
Na veren is pathologisch bij gezonde persoon niet waar te nemen
o Exteroceptieve reflexen
Palmomentale reflex
Pathologisch bij volwassenen
Opwekken door op hand te strijken contractie kin
Signaal op huid andere spieren op andere locatie activeren
4