Introductie
Sociaal recht = arbeidsrecht + socialezekerheidsrecht
1. Arbeidsrecht
Privaatrecht = regelt onderlinge relaties tsn burgers EN
uitgangspunt dat burgers in alle vrijheid en gelijkwaardige partijen met
elkaar juridisch afdwingbare overeenkomsten moeten kunnen sluiten
2 soorten:
- Individueel arbeidsrecht: rechtsregels m.b.t. arbeidsverhoudingen tussen
burgers.
Het bepaalt grenzen van arbeidsovereenkomsten en minimale
verplichtingen hieruit voor werkgever en werknemer o.b.v. uitvoering,
schorsing & beëindiging overeenkomst.
Ook preventieve beschermingsregels zoals over het loon, arbeidstijden,
feestdagen…
Werknemer EN werkgever
- Collectief arbeidsrecht: hoe en in welke mate werknemers als groep in
overleg kunnen gaan met de werkgever en zelfs inspraak kunnen krijgen in
de bedrijfsorganisatie.
WerknemerS EN werkgever(s)
Contractsvrijheid is iets typisch arbeidsrecht, dus gelijkwaardigheid van
contractspartijen
TOCH bevat het veel dwingend recht (= rechtsregels waarvan men niet
mag afwijken)
Vroeger: burgerrecht beheerste over de verhouding tussen werknemer en
werkgever. Toen werd loonarbeid in 19e eeuw de meest voorkomend en bijna
enige inkomensbron.
-> werknemers staan hiermee enorm afhankelijk van de werkgever en is er
geen gelijke onderhandelingspositie. Resultaat: lage lonen, lange
arbeidsdagen, weinig rust…
-> slechte werk- en levensomstandigheden leiden tot sociale onrust en
verplichten extra regels ter bescherming v/h werkvolk, zijnde de “sociale
wetgeving”.
,-> ontstaan arbeidsrecht (als uitzonderingsrecht t.o.v. burgerlijk recht) met
als doel het beschermen van de werknemer als zwakkere partij binnen de
arbeidsrelatie.
,2. Socialezekerheidsrecht
Omvat rechtsregels tot organisatie en uitvoering v/d sociale zekerheid
o Sociale zekerheid = geheel v. sociale voorzieningen dat degenen
die tijdelijk of definitief niet meer kunnen/mogen werken, een
vervangingsinkomen geven waardoor behoorlijke levenstandaard
kunnen behouden EN omvat ook tegemoetkomingen in
bijkomende kosten
Publiekrecht = regelt relaties tsn burgers en overheid
Burger -> recht op sociale zekerheid -> kan dit inroepen bij bep. sociale
risico’s (bvb werkloosheid, ziekte, zwangerschap…)
Overheid is verplicht die rechten te vervullen maar bepaalt eenzijdig de
regels hierover zoals de voorwaarden om werkloosheidsuitkeringen te
krijgen bvb.
Sociale zekerheid zorgt dat werknemers en zelfstandigen in alle
omstandigheden in hun levensonderhoud kunnen voorzien.
Sociaal recht bepaalt rechten en plichten die werknemers en werkgevers
tegenover elkaar hebben + verzekert minimum aan vrije tijd voor
werknemers (o.m.w. verleden).
3.
, 1. Juridische tewerkstellingsvormen
Sociale zekerheid wordt niet enkel bepaald door geleverde arbeidsprestaties,
maar ook de juridische tewerkstellingsvorm. Elke vorm heeft zijn eigen
typische kenmerken. Synoniem is sociale statuten.
Eerste onderscheid: Eigen baas of niet?
Zelfstandige VS werken in dienstverband
Bepalend factor: gezag
Zelfstandige:
- Niet aan gezag onderworpen
- Eigen baas (wnr, waar en hoeveel werk ik)
- Biedt diensten aan meerdere klanten aan -> sluit overeenkomst van
aanneming af met juridisch bindende afspraken over inhoud v/h werk +
vergoeding of prijs
- Relatie zelfstandige/aannemer EN “koper” -> burgerlijk en/of
ondernemingsrechtbank
In dienstverband werken:
- Voor één werkgever (en voor langere tijd)
- Onderworpen aan instructies en richtlijnen WG (gezag)
- Relatie WN – WG -> arbeidsrechtbank
Wnr je winst maakt met nijverheids-, handels- of landbouwbedrijf, bestuurder
van vennootschap of beoefenaar van vrije beroepen bent, wordt je als
zelfstandig beschouwd.
Sommige beroepen kunnen beide statuten zijn of zelfs de combi ervan.
Bv. zelfstandige in bijberoep
Tegelijk zelfstandige en werknemer zijn voor persoon X is moeilijk. -> de wet
vermoedt als er “gelijkaardige prestaties” zijn, die prestaties ‘als zelfstandige’
toch uitgevoerd zijn o.b.v. arbeidsovereenkomst dus gezagsrelatie.