Oefeningen Politiek en Recht
1. Meerkeuzevragen
1. Wat betekent scheiding der machten?
o A. Dat de macht verdeeld is over wetgevende, uitvoerende en
rechterlijke macht.
o B. Dat de koning alle macht heeft in een monarchie.
o C. Dat de burgers zelf hun wetten maken.
o D. Dat er geen wetten zijn in een democratie.
2. Welke bevoegdheid hoort NIET bij de federale overheid?
o A. Justitie
o B. Onderwijs
o C. Sociale zekerheid
o D. Defensie
3. Wat is het Hof van Cassatie?
o A. Een rechtbank die nieuwe feiten onderzoekt.
o B. Het hoogste rechtscollege dat procedurefouten beoordeelt.
o C. Een rechtbank voor kleine overtredingen.
o D. Een rechtbank die enkel strafzaken behandelt.
4. Welke fundamentele rechten vallen onder sociale
grondrechten?
o A. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst.
o B. Recht op huisvesting en gezondheidszorg.
o C. Recht op een eerlijk proces en privacy.
o D. Recht op vrije verkiezingen en non-discriminatie.
2. Waar of niet waar?
1. België heeft vier taalgebieden: Nederlands, Frans, Duits en Engels.
2. De koning van België kan wetten ondertekenen en eigen wetten
voorstellen.
1. Meerkeuzevragen
1. Wat betekent scheiding der machten?
o A. Dat de macht verdeeld is over wetgevende, uitvoerende en
rechterlijke macht.
o B. Dat de koning alle macht heeft in een monarchie.
o C. Dat de burgers zelf hun wetten maken.
o D. Dat er geen wetten zijn in een democratie.
2. Welke bevoegdheid hoort NIET bij de federale overheid?
o A. Justitie
o B. Onderwijs
o C. Sociale zekerheid
o D. Defensie
3. Wat is het Hof van Cassatie?
o A. Een rechtbank die nieuwe feiten onderzoekt.
o B. Het hoogste rechtscollege dat procedurefouten beoordeelt.
o C. Een rechtbank voor kleine overtredingen.
o D. Een rechtbank die enkel strafzaken behandelt.
4. Welke fundamentele rechten vallen onder sociale
grondrechten?
o A. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst.
o B. Recht op huisvesting en gezondheidszorg.
o C. Recht op een eerlijk proces en privacy.
o D. Recht op vrije verkiezingen en non-discriminatie.
2. Waar of niet waar?
1. België heeft vier taalgebieden: Nederlands, Frans, Duits en Engels.
2. De koning van België kan wetten ondertekenen en eigen wetten
voorstellen.