o Geboren in 384 v.C. in de stad Stagira
o Stierf in 322 v.C. (62 jaar oud)
o Eerste Europese bioloog + klassieke filosoof
o Eerste homo universalis
o Leraar van Alexander De Grote (= zoon van Philippus van Macedonië) en Dante
o Studeerde aan Plato’s Academie hij was een leerling van Plato
Hij wijst Plato’s Ideale Vormen af!
o Lyceum opgericht (= school in Athene)
Wat deed hij allemaal?
- Logica, natuurkunde, politieke wetenschappen, economie, psychologie, metafysica,
meteorologie, retorica en ethiek
- Bedacht ethische termen
- Systematiseerde de logica en bepaalde welke afleidingsvormen geldig en welke
ongeldig zijn
Familie:
- Vader = arts en wetenschapper: hofarts van Philippus (=koning van Macedonië)
De leer van Aristoteles:
- Zijn kernvraag wat zijn de dingen in deze wereld? Wat betekent het voor iets om
te bestaan? Wat is het zijn?
- Verschilt grondig met de leer van het dualisme van Plato
- Lichaam en ziel = één
- Verstand + kennis gevormd door wat we zintuigelijk waarnemen
- Filosoferen over wereld? Door waarnemen (wereld = bron van verwondering)
- Natuur = eigenlijke wereld, en NIET de ideeënwereld
- We kunnen diep ontzag hebben over onze wereld, maar we mogen nooit
verklaringen accepteren die in strijd zijn met onze waarnemingen, je moet steeds
terugwijzen naar onze waarnemingen
De keus voor een van deze 2 filosofische houdingen kan een kwestie van
temperament zijn. Mensen met een religieuze inslag, maar niet alleen zij, zien
waarschijnlijk meer in de platonische benadering, terwijl meer werelds ingestelde
mensen de voorkeur zullen geven aan die van Aristoteles. De beide benaderingen zijn
zo hardnekkig, omdat de een waarheden beklemtoont die de andere
onderwaardeert.