Oefeningen
Deel 1: Methodisch Handelen
1. SMART-principe
o Formuleer een SMART-doel voor een cliënt die moeite heeft
met het plannen van taken. Gebruik de volgende situatie:
"Marie, een student, stelt taken steeds uit. Ze wil leren haar tijd beter te
beheren."
o Wat zijn de vijf onderdelen van SMART? Licht deze toe met
voorbeelden.
2. STARR Reflectie
o Beschrijf een situatie waarin je als hulpverlener te maken krijgt
met een onverwachte uitdaging tijdens een intakegesprek.
Gebruik de STARR-methode om te reflecteren:
Situatie
Taak
Actie
Resultaat
Reflectie
3. Procesmatig Handelen
o Beschrijf een situatie waarin tussentijdse evaluatie nodig is.
Hoe pas je formatieve en summatieve evaluaties toe? Wat is
het verschil?
4. Hulpverleningsproces
o Beschrijf de fasen van het hulpverleningsproces.
o Bedenk een fictieve casus en geef aan hoe je deze fasen zou
toepassen.
5. Reflectie op eigen handelen
o Een cliënt geeft aan dat hij zich niet serieus genomen voelt
tijdens de gesprekken. Reflecteer op je aanpak met behulp van
de STARR-methode en stel verbeterpunten voor.
6. Cyclisch werken
o Waarom is het hulpverleningsproces vaak niet lineair? Beschrijf
een situatie waarin je tijdens de uitvoeringsfase terug moet
gaan naar de probleemanalyse.
7. Tijdsplanning
Deel 1: Methodisch Handelen
1. SMART-principe
o Formuleer een SMART-doel voor een cliënt die moeite heeft
met het plannen van taken. Gebruik de volgende situatie:
"Marie, een student, stelt taken steeds uit. Ze wil leren haar tijd beter te
beheren."
o Wat zijn de vijf onderdelen van SMART? Licht deze toe met
voorbeelden.
2. STARR Reflectie
o Beschrijf een situatie waarin je als hulpverlener te maken krijgt
met een onverwachte uitdaging tijdens een intakegesprek.
Gebruik de STARR-methode om te reflecteren:
Situatie
Taak
Actie
Resultaat
Reflectie
3. Procesmatig Handelen
o Beschrijf een situatie waarin tussentijdse evaluatie nodig is.
Hoe pas je formatieve en summatieve evaluaties toe? Wat is
het verschil?
4. Hulpverleningsproces
o Beschrijf de fasen van het hulpverleningsproces.
o Bedenk een fictieve casus en geef aan hoe je deze fasen zou
toepassen.
5. Reflectie op eigen handelen
o Een cliënt geeft aan dat hij zich niet serieus genomen voelt
tijdens de gesprekken. Reflecteer op je aanpak met behulp van
de STARR-methode en stel verbeterpunten voor.
6. Cyclisch werken
o Waarom is het hulpverleningsproces vaak niet lineair? Beschrijf
een situatie waarin je tijdens de uitvoeringsfase terug moet
gaan naar de probleemanalyse.
7. Tijdsplanning