Celleer
Bouw
Cel = de kleinste levende eenheid in het menselijk lichaam.
- De kleinste anatomische eenheid
- De kleinste fysiologische eenheid
Ons lichaam bevat ongeveer tienduizend miljard cellen
3 lagen:
- Celmembraan
- Cytoplasma = intercellulaire vloeistof + organellen
- Nucleus = celkern
Celmembraan functie
1) Fysieke grens: grens tussen het intracellulair en extracellulair milieu
2) Transportfunctie (passief en actief doorheen een permeabel membraan)
- Passief transport
o Diffusie: beweging van deeltjes in vloeistof . Evenredige verspreiding
moleculen over beschikbare ruimte(van hoge concentratie naar lage
concentratie) bij een permeabel membraan = volledig doorlaatbaar
o Osmose: diffusie van water door een semi-permeabel membraan naar
kant met hoogste osmotische waarde
Semi-permeabel membraan = alleen watertransport door membraan.
Gaten in membraan te klein voor doorlaten andere stoffen
Osmotische waarde = aantal opgeloste deeltjes per volume-eenheid
o Filtratie: proces waarbij water en opgeloste stoffen doorheen een
membraan gaan
De drijvende kracht achter dit proces is de hydrostatische druk
- Actief transport (energie (ATP) vereist) vb de natrium-kaliumpomp
o Endocytose = van buiten naar binnen
Fagocytose = vast deeltje (cel eten)
Pinocytose = vloeistof (celdrinken)
o Exocytose = van binnen naar buiten
3) Gevoeligheid voor omgeving: reageren op veranderingen van het extracellulair
milieu: receptoren op celmembraan
4) Structurele stabiliteit: celinhoud vasthouden
,
Bouw
Cel = de kleinste levende eenheid in het menselijk lichaam.
- De kleinste anatomische eenheid
- De kleinste fysiologische eenheid
Ons lichaam bevat ongeveer tienduizend miljard cellen
3 lagen:
- Celmembraan
- Cytoplasma = intercellulaire vloeistof + organellen
- Nucleus = celkern
Celmembraan functie
1) Fysieke grens: grens tussen het intracellulair en extracellulair milieu
2) Transportfunctie (passief en actief doorheen een permeabel membraan)
- Passief transport
o Diffusie: beweging van deeltjes in vloeistof . Evenredige verspreiding
moleculen over beschikbare ruimte(van hoge concentratie naar lage
concentratie) bij een permeabel membraan = volledig doorlaatbaar
o Osmose: diffusie van water door een semi-permeabel membraan naar
kant met hoogste osmotische waarde
Semi-permeabel membraan = alleen watertransport door membraan.
Gaten in membraan te klein voor doorlaten andere stoffen
Osmotische waarde = aantal opgeloste deeltjes per volume-eenheid
o Filtratie: proces waarbij water en opgeloste stoffen doorheen een
membraan gaan
De drijvende kracht achter dit proces is de hydrostatische druk
- Actief transport (energie (ATP) vereist) vb de natrium-kaliumpomp
o Endocytose = van buiten naar binnen
Fagocytose = vast deeltje (cel eten)
Pinocytose = vloeistof (celdrinken)
o Exocytose = van binnen naar buiten
3) Gevoeligheid voor omgeving: reageren op veranderingen van het extracellulair
milieu: receptoren op celmembraan
4) Structurele stabiliteit: celinhoud vasthouden
,