Basiskennis bijzondere huisdieren : Vogels
Hoofdstuk 1 : Anatomische en fysiologische kenmerken
Taxonomie
= het indelen van groepen
= vogels = Klasse Aves => 29 ordes met wereldwijde verspreiding
Integument
Huid van vogels : - Opperhuid (Epidermis)
- Onderhuid of lederhuid (Dermis)
Epidermis
- Bovenste laag
- Dunne laag
- Bestaat uit platte epitheelcellen die keratine produceren
→ Epitheelcellen = bovenste laag van huid en slijmvliezen
→ Keratine = vezelig eiwit nodig voor productie van schubben ,veren en buitenste delen van bek en
klauwen
Dermis Vederfollikels
- Onderste laag
- Dikkere laag
- Stevig fibreus bindweefsel
- Opslag vet in functie van voeding en isolatie
- Zenuwen, bloedvaten en spieren
- Aanhechting pluimen
- Gladde spieren in de dermis bezenuwen de vederfollikels in functie van thermoregulatie
→ Thermoregulatie = regeling warmtebehoud lichaam
Warme omgeving:
- ‘Neertrekkende’ spieren drukken de veren tegen het lichaam ifv het verliezen van warmte
Koude omgeving of ziekte: ‘dik zitten’ of ‘bol zitten’:
- ‘Oprichtende’ spieren in de dermis zetten de veren recht om warme lucht vast te houden rond het
lichaam
Klieren
Geen zweetklieren
- Lichaam is immers grotendeels met veren bedekt waardoor zweetklieren niet effectief zouden zijn
Uropygiale klier of stuit klier
- ‘Preen gland’, preen -> vertaling gladstrijken
- Enige grote huidklier die (de meeste) vogels bezitten
- Op rug, boven staartbasis
- Strijken over de klier stimuleert de klier om olie achtige substantie te secreteren
- Met de bek wordt deze olie over de veren heen gewreven om het vederkleed te reinigen en waterproof
te maken
Variatie grootte en afmeting:
- Relatief groot bij aquatische soorten, zoals watervogels en visarenden
- Afwezig in sommige papegaaisoorten, struisvogels en enkele andere soorten
,Bij vogels die geen (of slechts beperkte) stuitklier hebben:
- Hoge aantallen poederveren. Poederveren verpulveren aan hun top tot poeder. Deze wasachtige
substantie wordt verspreid over het lichaam en werkt waterafstotend
De bek
- Bedekt met stevig hoornige keratine laag, die blijft groeien
- Hardheid en flexibiliteit afhankelijk van vogelsoort en de functie van de bek
Klauwen
- Klauwen worden ook bedekt met hoornig materiaal afkomstig van gespecialiseerde schubben op het
einde van elke teen
- Groeien continu
Type klauwen afhankelijk van de vogelsoort:
- Grondeters vb kippen en fazanten: korte scherpe klauwen ifv het scharrelen --
- Roofvogels lange scherpe en ronde klauwen om hun prooi te vangen en te doden
- Gieren : korte stompe klauwen
- Klimmende soorten (vb specht) sterk gekrulde klauwen ifv grijpen
Bek en nagels
In het wild natuurlijke slijtage
- Na voeding bek wrijven tegen ruw oppervlak om te reinigen en in de juiste vorm te houden
In gevangenschap
- Onvoldoende slijtage materiaal
- Voornamelijk papegaaien en roofvogels nood aan regelmatig trimmen van bekken
• Te lange bekken => moeite met eten
• Grote barsten = > Mogelijk permanente schade kiemweefsel
- Nagels kunnen zeer lang worden
• Oneven verdeling gewicht
• Doorprikken voetzool
• Mogelijk gevolg: Bumble foot →
Opmerking: ook leverafwijkingen kunnen een abnormale groei van bek en nagels als gevolg hebben.
Veren
Wat zijn veren?
- Uitbreiding huid
- Bestaan uit proteïnes (eiwitten)
- Niet levende structuur (indien volgroeid)
- Gevoelig aan de basis, waar zij uit een follikel ontstaan (vanuit de dermis)
‘Wistjedatje’: Kippen hebben 8000-10 000 veren waarvan 40% op de kop en dus een totaalgewicht 150
gram (= 3-5% LG)
Functie van de veren
1. Vliegen
2. Bescherming dunne huid (trauma, regen, straling zon)
3. Thermoregulatie
4. Camouflage
5. Gedrag (partnerschap, verdediging, herkenning)
, 6 types veren (onderstaande + poederveren)
A= contourveren
B = semipluma
C= donsveren
D = draad- of haarveren
E = borstelveren
Beschadiging
- Uitwendige beschadiging
• Vb slijtage door gebruik, te kleine huisvesting, transport ….
- Tijdens groei
• Oorzaak: onderbroken toevoer bloed : - Elke stress factor
- Voedingstekort = meest voorkomende stress factor
• Gevolg: ‘stress markering’ op alle groeiende veren op dat moment = zwakke plek in de vlag => daar
geen haakjes op de haken
= bouwstenen worden
De rui aangevoerd vanuit lever.
- 1 tot meerdere keren per jaar Lever = fabriek
- Soort afhankelijk patroon bouwstenen, voorraad
- Veren => 4-12% van het lichaamsgewicht bouwstoffen>
• Gevolg: rui is zeer energie rovend
aanvoer voedingsstoffen uit
• Kwaliteitsvolle voeding nodig!
de voeding => belang
kwalitatieve voeding!
- Meestal symmetrisch
• 1 of 2 paren slagpennen in de rui op hetzelfde moment ifv vliegcapaciteit
• Uitzondering: enkele watervogels (eclips kleed)
- Groei van een veer
- Papillae dermis bevatten kiemcellen
- Kiemcellen geactiveerd door fysiologische en omgevingsfactoren
• Verandering in lengte van dagen
• Stimulatie hypofyse en schildklier => productie hormonen die rui stimuleren (ook rol
geslachtshormonen)
- Start rui: nieuw ontwikkelde veer duwt de oude eruit
- Groeiende veren worden gepoetst om periderm te verwijderen (= kleine witte schilfers in
verenkleed)
- Bloedvaten vanuit dermis brengen bouwstoffen aan, bloedvat loopt door in de veer tijdens
de groei (=bloedpen)
- Veer volgroeid: bloed droogt op en de schacht zit stevig vast in de huid
- Bloedpennen
• Trauma aan bloedpennen: bloeding of mogelijk groeistop (uitgesteld na volgende rui)
Musculoskeletaal stelsel
Verschillen en gelijkenissen met mens
- De vleugels van een vogel kunnen we vergelijken met onze armen.
De grijpfunctie van onze armen wordt bij papegaaien en parkieten
overgenomen door de bek.
- Op hun borstbeen hebben vogels een uitstekende kam, waarop de
vliegspieren (of borstspieren) zich vasthechten. Deze spieren maken
het mogelijk de vleugels (of armen) op en neer te bewegen(=vliegen)
Hoofdstuk 1 : Anatomische en fysiologische kenmerken
Taxonomie
= het indelen van groepen
= vogels = Klasse Aves => 29 ordes met wereldwijde verspreiding
Integument
Huid van vogels : - Opperhuid (Epidermis)
- Onderhuid of lederhuid (Dermis)
Epidermis
- Bovenste laag
- Dunne laag
- Bestaat uit platte epitheelcellen die keratine produceren
→ Epitheelcellen = bovenste laag van huid en slijmvliezen
→ Keratine = vezelig eiwit nodig voor productie van schubben ,veren en buitenste delen van bek en
klauwen
Dermis Vederfollikels
- Onderste laag
- Dikkere laag
- Stevig fibreus bindweefsel
- Opslag vet in functie van voeding en isolatie
- Zenuwen, bloedvaten en spieren
- Aanhechting pluimen
- Gladde spieren in de dermis bezenuwen de vederfollikels in functie van thermoregulatie
→ Thermoregulatie = regeling warmtebehoud lichaam
Warme omgeving:
- ‘Neertrekkende’ spieren drukken de veren tegen het lichaam ifv het verliezen van warmte
Koude omgeving of ziekte: ‘dik zitten’ of ‘bol zitten’:
- ‘Oprichtende’ spieren in de dermis zetten de veren recht om warme lucht vast te houden rond het
lichaam
Klieren
Geen zweetklieren
- Lichaam is immers grotendeels met veren bedekt waardoor zweetklieren niet effectief zouden zijn
Uropygiale klier of stuit klier
- ‘Preen gland’, preen -> vertaling gladstrijken
- Enige grote huidklier die (de meeste) vogels bezitten
- Op rug, boven staartbasis
- Strijken over de klier stimuleert de klier om olie achtige substantie te secreteren
- Met de bek wordt deze olie over de veren heen gewreven om het vederkleed te reinigen en waterproof
te maken
Variatie grootte en afmeting:
- Relatief groot bij aquatische soorten, zoals watervogels en visarenden
- Afwezig in sommige papegaaisoorten, struisvogels en enkele andere soorten
,Bij vogels die geen (of slechts beperkte) stuitklier hebben:
- Hoge aantallen poederveren. Poederveren verpulveren aan hun top tot poeder. Deze wasachtige
substantie wordt verspreid over het lichaam en werkt waterafstotend
De bek
- Bedekt met stevig hoornige keratine laag, die blijft groeien
- Hardheid en flexibiliteit afhankelijk van vogelsoort en de functie van de bek
Klauwen
- Klauwen worden ook bedekt met hoornig materiaal afkomstig van gespecialiseerde schubben op het
einde van elke teen
- Groeien continu
Type klauwen afhankelijk van de vogelsoort:
- Grondeters vb kippen en fazanten: korte scherpe klauwen ifv het scharrelen --
- Roofvogels lange scherpe en ronde klauwen om hun prooi te vangen en te doden
- Gieren : korte stompe klauwen
- Klimmende soorten (vb specht) sterk gekrulde klauwen ifv grijpen
Bek en nagels
In het wild natuurlijke slijtage
- Na voeding bek wrijven tegen ruw oppervlak om te reinigen en in de juiste vorm te houden
In gevangenschap
- Onvoldoende slijtage materiaal
- Voornamelijk papegaaien en roofvogels nood aan regelmatig trimmen van bekken
• Te lange bekken => moeite met eten
• Grote barsten = > Mogelijk permanente schade kiemweefsel
- Nagels kunnen zeer lang worden
• Oneven verdeling gewicht
• Doorprikken voetzool
• Mogelijk gevolg: Bumble foot →
Opmerking: ook leverafwijkingen kunnen een abnormale groei van bek en nagels als gevolg hebben.
Veren
Wat zijn veren?
- Uitbreiding huid
- Bestaan uit proteïnes (eiwitten)
- Niet levende structuur (indien volgroeid)
- Gevoelig aan de basis, waar zij uit een follikel ontstaan (vanuit de dermis)
‘Wistjedatje’: Kippen hebben 8000-10 000 veren waarvan 40% op de kop en dus een totaalgewicht 150
gram (= 3-5% LG)
Functie van de veren
1. Vliegen
2. Bescherming dunne huid (trauma, regen, straling zon)
3. Thermoregulatie
4. Camouflage
5. Gedrag (partnerschap, verdediging, herkenning)
, 6 types veren (onderstaande + poederveren)
A= contourveren
B = semipluma
C= donsveren
D = draad- of haarveren
E = borstelveren
Beschadiging
- Uitwendige beschadiging
• Vb slijtage door gebruik, te kleine huisvesting, transport ….
- Tijdens groei
• Oorzaak: onderbroken toevoer bloed : - Elke stress factor
- Voedingstekort = meest voorkomende stress factor
• Gevolg: ‘stress markering’ op alle groeiende veren op dat moment = zwakke plek in de vlag => daar
geen haakjes op de haken
= bouwstenen worden
De rui aangevoerd vanuit lever.
- 1 tot meerdere keren per jaar Lever = fabriek
- Soort afhankelijk patroon bouwstenen, voorraad
- Veren => 4-12% van het lichaamsgewicht bouwstoffen>
• Gevolg: rui is zeer energie rovend
aanvoer voedingsstoffen uit
• Kwaliteitsvolle voeding nodig!
de voeding => belang
kwalitatieve voeding!
- Meestal symmetrisch
• 1 of 2 paren slagpennen in de rui op hetzelfde moment ifv vliegcapaciteit
• Uitzondering: enkele watervogels (eclips kleed)
- Groei van een veer
- Papillae dermis bevatten kiemcellen
- Kiemcellen geactiveerd door fysiologische en omgevingsfactoren
• Verandering in lengte van dagen
• Stimulatie hypofyse en schildklier => productie hormonen die rui stimuleren (ook rol
geslachtshormonen)
- Start rui: nieuw ontwikkelde veer duwt de oude eruit
- Groeiende veren worden gepoetst om periderm te verwijderen (= kleine witte schilfers in
verenkleed)
- Bloedvaten vanuit dermis brengen bouwstoffen aan, bloedvat loopt door in de veer tijdens
de groei (=bloedpen)
- Veer volgroeid: bloed droogt op en de schacht zit stevig vast in de huid
- Bloedpennen
• Trauma aan bloedpennen: bloeding of mogelijk groeistop (uitgesteld na volgende rui)
Musculoskeletaal stelsel
Verschillen en gelijkenissen met mens
- De vleugels van een vogel kunnen we vergelijken met onze armen.
De grijpfunctie van onze armen wordt bij papegaaien en parkieten
overgenomen door de bek.
- Op hun borstbeen hebben vogels een uitstekende kam, waarop de
vliegspieren (of borstspieren) zich vasthechten. Deze spieren maken
het mogelijk de vleugels (of armen) op en neer te bewegen(=vliegen)