Spijsvertering en metabolisme
Atomen :
➢ bestaan uit
- protonen (p+ )
o bepaalt het element
- neutronen (n0 ) in de kern
o stabiliseren de kern en beïnvloeden de massa van het atoom
- met daarrond in schillen negatief geladen elektronen (e- )
o vorming van bindingen met andere atomen
De massa van een atoom wordt bepaald door het totale aantal protonen en neutronen
Ionbindingen :
wanneer één atoom een elektron heeft afgestaan of net heeft extra opgenomen
➢ kationen : atomen die elektronen afstaan en worden positief geladen
➢ anionen : atomen die extra elektronen opnemen en worden negatief geladen
Covalente binding :
als atomen valentie-elektronen (= elektronen uit de buitenste schil van het atoom) met
elkaar delen
1. enkelvoudige covalente binding :
één elektronenpaar wordt gedeeld
2. dubbele covalente binding :
twee elektronenparen delen
Intermoleculaire binding :
- krachten tussen moleculen
Intermoleculair :
Van der Waals krachten : zwakke aantrekkingskrachten tussen alle moleculen
Dipool-dipool interacties : aantrekkingskrachten tussen de positieve kant van het ene
molecuul en de negatieve kant van een ander polair molecuul
Dipool-ion interacties : aantrekkingskrachten tussen een polair molecuul en een ion
Waterstofbruggen: tussen partieel positief geladen H en partieel negatief geladen O, N
, Intramoleculaire binding :
- krachten die atomen binnen een molecuul bij elkaar houden
Intramoleculair :
ionische binding : uitwisselen van elektronen (er ontstaan ladingen)
covalente binding : delen van elektronen (er ontstaan partiele ladingen)
Sterkte van bindingen :
Reactievergelijking lezen :
➢ irreversibele reactie : de stoffen reageren volledig met elkaar totdat één van de stoffen
(reagentia) op is
bv : in de reactie A + B → C + D stopt de reactie zodra alle A of B is omgezet in C en D
Atomen :
➢ bestaan uit
- protonen (p+ )
o bepaalt het element
- neutronen (n0 ) in de kern
o stabiliseren de kern en beïnvloeden de massa van het atoom
- met daarrond in schillen negatief geladen elektronen (e- )
o vorming van bindingen met andere atomen
De massa van een atoom wordt bepaald door het totale aantal protonen en neutronen
Ionbindingen :
wanneer één atoom een elektron heeft afgestaan of net heeft extra opgenomen
➢ kationen : atomen die elektronen afstaan en worden positief geladen
➢ anionen : atomen die extra elektronen opnemen en worden negatief geladen
Covalente binding :
als atomen valentie-elektronen (= elektronen uit de buitenste schil van het atoom) met
elkaar delen
1. enkelvoudige covalente binding :
één elektronenpaar wordt gedeeld
2. dubbele covalente binding :
twee elektronenparen delen
Intermoleculaire binding :
- krachten tussen moleculen
Intermoleculair :
Van der Waals krachten : zwakke aantrekkingskrachten tussen alle moleculen
Dipool-dipool interacties : aantrekkingskrachten tussen de positieve kant van het ene
molecuul en de negatieve kant van een ander polair molecuul
Dipool-ion interacties : aantrekkingskrachten tussen een polair molecuul en een ion
Waterstofbruggen: tussen partieel positief geladen H en partieel negatief geladen O, N
, Intramoleculaire binding :
- krachten die atomen binnen een molecuul bij elkaar houden
Intramoleculair :
ionische binding : uitwisselen van elektronen (er ontstaan ladingen)
covalente binding : delen van elektronen (er ontstaan partiele ladingen)
Sterkte van bindingen :
Reactievergelijking lezen :
➢ irreversibele reactie : de stoffen reageren volledig met elkaar totdat één van de stoffen
(reagentia) op is
bv : in de reactie A + B → C + D stopt de reactie zodra alle A of B is omgezet in C en D