Deel 3: Macht en Ongelijkheid
• Inhoud
– Wat is macht?
– Welke soorten macht zijn er?
– Wat is sociale stratificatie?
– Hoe meten we armoede?
– Wat is sociale mobiliteit
• Verklaring voor ongelijkheid
• Centraal in het sociologisch denken:
– Slaven- → standen- → klassenmaatschappij
– Marx: klassenverschillen zijn vooral machtsverschillen (denk aan conflictsociologie)
– Bourdieu: 3 vormen van kapitaal
• Maar wat is macht?
– Weber: de mogelijkheid om, eventueel tegen de wil van de anderen in, te krijgen wat men
wil
– De mogelijkheid om het gedrag van anderen te beïnvloeden (sanctioneringswijzen)
Cirkelredenering:
Wat is nu de basis van macht en waarom werkt dit?
, De 4 sanctioneringswijzen:
- eco: schaarste = tekortkoming -> De omvang van de macht wordt dus bepaald door
de mate van vermarkting, het aantal goederen dat kan worden gekocht en verkocht.
- Invloed: bv: Je vriendin kan een macht over jou hebben omdat haar vertrouwen niet
wilt beschadigen.
- Culturele macht/ reputatie = dokter wordt direct gerespecteerd / diploma
• Analytisch onderscheid
• Iedereen heeft een combinatie van deze soorten macht, in verschillende hoeveelheden
• Macht wel vaak aan sociale posities gebonden → ongelijkheid
Stratificatie: dimensies van ongelijkheid
• Sociale positie is bepalend binnen een bepaalde collectiviteit -> bv: je bent bestuurder van
basket maar daarbuiten heb je niet meer aanzien of macht. Je macht heeft een reikwijdte.
• Toegang tot machtsvormen
• Macht heeft niet steeds dezelfde reikwijdte!
• Sociologen: veralgemeenbare vormen van macht -> bv als zaakvoerder eisen voor
bepaalde dingen en zeggen van als dit niet gebeurt, kan ik 500 mensen ontslaan.
• Reikwijdte van macht zegt iets over wat belangrijk wordt geacht in de samenleving
– Vb. geloof: Bv: Priester kreeg veel aanzien en macht en kon dit buiten de Kerk ook zijn.
-> macht is afhankelijk van de waarden die de omgeving eraan geeft + aan de context
Perspectieven op stratificatie (1)
• Uni-dimensioneel:
-> 1 dimensie van de 4 eruit nemen en daar hard op focussen.
– Traditionele Marxistische klassenanalyse: economische macht
• Klasse = al dan niet controle over productiemiddelen
• Inhoud
– Wat is macht?
– Welke soorten macht zijn er?
– Wat is sociale stratificatie?
– Hoe meten we armoede?
– Wat is sociale mobiliteit
• Verklaring voor ongelijkheid
• Centraal in het sociologisch denken:
– Slaven- → standen- → klassenmaatschappij
– Marx: klassenverschillen zijn vooral machtsverschillen (denk aan conflictsociologie)
– Bourdieu: 3 vormen van kapitaal
• Maar wat is macht?
– Weber: de mogelijkheid om, eventueel tegen de wil van de anderen in, te krijgen wat men
wil
– De mogelijkheid om het gedrag van anderen te beïnvloeden (sanctioneringswijzen)
Cirkelredenering:
Wat is nu de basis van macht en waarom werkt dit?
, De 4 sanctioneringswijzen:
- eco: schaarste = tekortkoming -> De omvang van de macht wordt dus bepaald door
de mate van vermarkting, het aantal goederen dat kan worden gekocht en verkocht.
- Invloed: bv: Je vriendin kan een macht over jou hebben omdat haar vertrouwen niet
wilt beschadigen.
- Culturele macht/ reputatie = dokter wordt direct gerespecteerd / diploma
• Analytisch onderscheid
• Iedereen heeft een combinatie van deze soorten macht, in verschillende hoeveelheden
• Macht wel vaak aan sociale posities gebonden → ongelijkheid
Stratificatie: dimensies van ongelijkheid
• Sociale positie is bepalend binnen een bepaalde collectiviteit -> bv: je bent bestuurder van
basket maar daarbuiten heb je niet meer aanzien of macht. Je macht heeft een reikwijdte.
• Toegang tot machtsvormen
• Macht heeft niet steeds dezelfde reikwijdte!
• Sociologen: veralgemeenbare vormen van macht -> bv als zaakvoerder eisen voor
bepaalde dingen en zeggen van als dit niet gebeurt, kan ik 500 mensen ontslaan.
• Reikwijdte van macht zegt iets over wat belangrijk wordt geacht in de samenleving
– Vb. geloof: Bv: Priester kreeg veel aanzien en macht en kon dit buiten de Kerk ook zijn.
-> macht is afhankelijk van de waarden die de omgeving eraan geeft + aan de context
Perspectieven op stratificatie (1)
• Uni-dimensioneel:
-> 1 dimensie van de 4 eruit nemen en daar hard op focussen.
– Traditionele Marxistische klassenanalyse: economische macht
• Klasse = al dan niet controle over productiemiddelen