3. Stad versus platteland
3.1 Kenmerken van de stad en platteland in het landschap
Een gebied met veel landbouw, groen en eerder weinig bebouwing en bebouwing noemen
we het platteland.
Wat zijn de typische morfologische kenmerken van een stad?
- Hoge en grote gebouwen (bv. Appartemensgebouwen)
- Dichte bebouwing
- Minder ruimte en dus minder groen
Wat zijn de typische morfologische kenmerken van het platteland?
- Lage gebouwen
- Open ruimte en dus meer groen
- Minder gebouwen
Welke diensten kunnen we eerder in de stad terugvinden?
- Gezondheidszorg,
- Onderwijs,
- Cultuur,
- Handel,
- …
Op het platteland is er landbouw, ontspanning en bebouwing om te wonen.
Het is onmiddellijk duidelijk dat niet elke bebouwde kern hetzelfde aanbod of dezelfde
functies heeft. Daarom spreken we over de hiërarchie van bebouwde kernen.
Op basis van de functies die een stedelijke kern vervult en de impact van die kern op haar
omgeving, maken we een onderscheid tussen kleine, regionale en grote steden.
Inwoners van de kleine en regionale steden moeten voor sommige goederen en diensten
naar de grote steden gaan. In de media worden deze steden wel centrumsteden genoemd.
- In Vlaanderen zijn er 11: Antwerpen, Turnhout, Mechelen, Hasselt, Genk, Gent, Sint-
Niklaas, Aalst, Leuven, Brugge, Oostende, Roeselare en Kortrijk.
De omgeving die de grote stad bedient, noemen we het verzorgingsgebied of de
invloedssfeer van een stad. Dit zijn de kleinere steden en gemeenten die minder functies
kunnen aanbieden.
- Vb. voor Oostende zijn dit: Bredene, Oudenburg,…
- Vb. het gebied waarbinnen de klanten van een bakker wonen of de herkomst van de
gebruikers van de luchthaven van Oostende.
3.1 Kenmerken van de stad en platteland in het landschap
Een gebied met veel landbouw, groen en eerder weinig bebouwing en bebouwing noemen
we het platteland.
Wat zijn de typische morfologische kenmerken van een stad?
- Hoge en grote gebouwen (bv. Appartemensgebouwen)
- Dichte bebouwing
- Minder ruimte en dus minder groen
Wat zijn de typische morfologische kenmerken van het platteland?
- Lage gebouwen
- Open ruimte en dus meer groen
- Minder gebouwen
Welke diensten kunnen we eerder in de stad terugvinden?
- Gezondheidszorg,
- Onderwijs,
- Cultuur,
- Handel,
- …
Op het platteland is er landbouw, ontspanning en bebouwing om te wonen.
Het is onmiddellijk duidelijk dat niet elke bebouwde kern hetzelfde aanbod of dezelfde
functies heeft. Daarom spreken we over de hiërarchie van bebouwde kernen.
Op basis van de functies die een stedelijke kern vervult en de impact van die kern op haar
omgeving, maken we een onderscheid tussen kleine, regionale en grote steden.
Inwoners van de kleine en regionale steden moeten voor sommige goederen en diensten
naar de grote steden gaan. In de media worden deze steden wel centrumsteden genoemd.
- In Vlaanderen zijn er 11: Antwerpen, Turnhout, Mechelen, Hasselt, Genk, Gent, Sint-
Niklaas, Aalst, Leuven, Brugge, Oostende, Roeselare en Kortrijk.
De omgeving die de grote stad bedient, noemen we het verzorgingsgebied of de
invloedssfeer van een stad. Dit zijn de kleinere steden en gemeenten die minder functies
kunnen aanbieden.
- Vb. voor Oostende zijn dit: Bredene, Oudenburg,…
- Vb. het gebied waarbinnen de klanten van een bakker wonen of de herkomst van de
gebruikers van de luchthaven van Oostende.